Eenmaal per twee jaar aandacht voor alles aspecten van de cello, dat is dus niet teveel gevraagd. De locatie is Amsterdam, het Muziekgebouw aan het IJ, de muziekzaal met het mooiste uitzicht van Nederland. Voor de tweede keer is er de Cello Biennale, met 9 dagen volop aandacht voor alles wat met de cello te maken heeft. Iedere dag begint met het hoogtepunt, zou je kunnen zeggen, want het is inmiddels traditie dat als een soort ochtendgebed er elke ochtend een cellosuite van Bach wordt gespeeld, onder het motto Bach & breakfast.
De opening was zaterdag, met een concert door het Symfonieorkest van Vlaanderen onder Etienne Siebens. Toepasselijk opende de avond met de Ouverture Guillaume Tell van Rossini. De eerste maten worden gespeeld door de cello en dat maakte het werkje heel geschikt voor dit moment. Het is onderdeel van het ijzeren repertoire. Ik miste na afloop de beursberichten. Die hoor je wel als je naar Classicfm luistert. Overdag als ik aan mijn pc werk is klassiek de enige muziek die niet teveel afleidt dus Classicfm staat vaak aan. Weinig gesproken woord en veel muziek. Maar minstens een paar keer per dag erger ik me aan de muziekkeuze, het is echt te voorspelbaar voor woorden wat daar uit de computer rolt. Enfin, Wilhelm Tell komt geregeld voorbij op de playlist.

Solist Joris van den Berg (de concourswinnaar van de vorige Biennale) speelde het eerste celloconcert van Milhaud. Ik moest erg wennen aan zijn verkrampte speelstijl, met veel gekreun, gehijg en grimassen. Het is meestal leuker als het er juist heel makkelijk uitziet op het podium, vind ik.

Uitkijkend over het IJ in de avond mijmerden we over de celli en vonden het jammer dat we niet gewoon een passepartout hadden voor het hele festival.
Over twee jaar maar eens beter opletten...