zondag 16 januari 2011

Liefdeselixer in kil Den Haag

Het was even doorbijten, een wandeling door de kantorenwoestenij van het Haagse stadscentrum, naar binnen bij het misantrope gebouw van het Koninklijk Conservatorium waar een knullige ontvangst wachtte, maar eenmaal in de Kees van Baarenzaal was het aangenaam, afgelopen zondag.
De Dutch National Opera Academy voerde ‘L’Elisir d’amore’ van Donizetti uit. De DNOA, de masteropleiding voor zang van de conservatoria in Den Haag en Amsterdam, selecteert streng bij de toelating en stelt als eindexameneis de deelname aan enkele geënsceneerde producties. In deze ‘Elisir’ konden de studenten hun tanden zetten. In lijn met de uitgangspunten van de DNOA-opleiding ging het om zowel de vocale als theatrale aspecten van het operavak. Het was wellicht niet zo groot (en duur) als de voorstellingen die DNO, de Reisopera of Opera Zuid doorgaans brengen, maar het was een echte opera met alles erop en eraan: koor en orkest met studenten van het Conservatorium, decor, licht, dans en beweging. Voor deze productie wordt gewerkt met 2 ensembles, ik zag cast B aan het werk.
Als we het nog niet wisten, dan maakte de ouverture het meteen duidelijk: ‘L’Elisir’ is gebaseerd op de Italiaanse commedia dell’arte, zo zagen we in de tableaux-vivants die een voorproefje gaven van het verhaal. Dat draait om landeigenaresse Andina, die haar stille liefde, de arme boer Nemorino, door het voorlezen van een verhaal over een liefdesdrank op een idee brengt. Die drank zou het hem mogelijk maken haar liefde te winnen. Concurrent in de liefde is sergeant Belcore die met zijn regiment het landelijke dorpje aandoet en de fraaie Andina wel even denkt te scoren. Rondreizend kwakzalver Dulamara heeft voor alles een oplossing en biedt Nemorino een elixer aan met gegarandeerd succes.Regisseur Javier López Piñón koos voor een realistische benadering, in een stijl die past bij de periode waarin het verhaal zich afspeelt. Een dorpsplein, een boom, een gebouwtje. Geen moderne gekkigheid, geen symboliek maar een degelijke weergave van het verhaal. Dat zoiets meer naar amusement neigt dan naar kunst is een tikje jammer, maar geen ramp.
Heel makkelijk is de rol die tenor Geoffrey Degives speelt niet. Na zijn rol in Albert Herring vorig jaar speelde hij nu een wat naïeve, goeiige en geregeld aangeschoten boer Nemorino. Balancerend op de rand van komedie en klucht, maar hij bleef steeds aan de komedie-kant en werd nooit flauw of plat. Zijn tenorstem is mooi en als hij zijn solo ‘una furtiva lagrima’ zingt is dat een beetje ingehouden, hier en daar met een minimaal hoorbaar tikje spanning maar vooral aandoenlijk in de emotie van de boerenjongen en zeer overtuigend.
Belcore, de zelfvoldane sergeant, werd gespeeld door bariton Laurent Deleuil uit Canada. Je kon het zien en horen: een getrainde baritonzanger die trefzeker zingt en acteert. ‘Vrouwen genoeg’ is zijn motto en dat droeg hij met veel kapsones uit.
Als ik zeg dat de zang van sopraan Elisabeth Meyer uitstekend was, dan doe ik meteen haar acteervaardigheid tekort. Die is namelijk óók uitstekend. Op het moment dat je haar ziet opkomen door de houten deur van haar huis, lijkt de belichting meteen iets warmer te worden. Adina speelt met veel plezier met de liefde, beheerst het spel en kan de mannen die allemaal iets van haar willen, moeiteloos aan. Meyer heeft een mooie sopraanstem waarmee ze makkelijk de hoogte ik kan, en die veel glans heeft. Het was bij haar nooit zingen of spelen, ze speelt zingend en zingt in haar spel. Een absoluut genoegen om naar te kijken en luisteren.
Bas Florian Bonneau speelde een rol die het sterkst verwijst naar de commedia dell’arte. Zijn kwakzalver Dulcamara was guitig, geestig maar vooral in zijn spel vaak meer commedia dan arte. Hij was in een pak gehesen waarvan zelfs Hans Ubbink zou schrikken en koos steeds voor een wat erg sterke mimiek die vooral deed denken aan problemen met zijn contactlenzen. Het zat hem wellicht ook in de regie, want met zijn stem is niks mis, maar de briljante Donizetti-loopjes die hij te zingen kreeg hadden niet helemaal de impact die ze zouden kunnen hebben. Op die momenten klonk het orkest ook wel erg hard.
Een kleine rol maar van grote vocale klasse was de Giannetta van Kristina Bitenc.
Veel mooie zang, al was er hier en daar nog iets te wensen in de vele duetten, trio’s en ensemblestukken.
Het koor zong goed, acteerde wisselend maar het moet gezegd dat de dames grote kwaliteit legden in de geestig geregisseerde scène waarin uitkomt dat de arme boer door een erfenis ineens miljonair geworden is. Van degelijke boerenmeisjes transformeerden ze in korte tijd naar volleerde ‘golddiggers’, vol spontane interesse in de eenvoudige Nemorino.
Het was buiten nog steeds kaal, koud en onherbergzaam in centraal Den Haag, maar met oren en ogen vol enthousiast geproduceerde operakwaliteit die nieuwsgierig maakt naar meer van deze jonge solisten, zág ik dat niet eens meer.
_________________________________________________
DNOA
L'elisir d'amore - Donizetti
Koninklijk Conservatorium Den Haag
16 januari 2011
Koor en orkest van het conservatorium Amsterdam