Er was al veel geknord door critici en bezoekers. De 'Grand Opera' waarmee de Nederlandse Opera het seizoen begon, was niet erg grande. De regisseur had de schandelijke ingeving gehad -zo vonden de criticasters- de ouverture naar het einde van de eerste acte te verplaatsen en er was gemor over de enscenering. Met wat aangepaste, lage verwachtingen zaten we afgelopen woensdag in de zaal aan de Amstel. Twee van ons kwamen vaker bij de opera en een was helemaal nieuw. We hoopten dat de vuurdoop een beetje zou bevallen. De eerste acte begon en het viel inderdaad niet mee. Het leek erop of de regisseur zijn decor aan de moderne dans had ontleend (nogal kaal&schraal) en de mise-en-scène aan modern toneel (ook nogal kaal&schraal). Het tempo lag laag en de emotie van het verhaal kwam nauwelijks de zaal binnen. Centraal staat in deze fase van het verhaal de ontdekking van de revolutionaire Siciliaan Henri dat de zo gehate Franse gouverneur Guy de Montfort zijn vader is. Die scènes waren buitengewoon nietszeggend en maakten nauwelijks indruk. Gouverneur de Montfort, een rol van Alejandro Marco-Buhrmester was redelijk geloofwaardig. Met zijn tegenspeler, tenor Burkhard Fritz, hadden we het minder getroffen. Geen jonge, stoere militair met wapperende donkere haren in wiens gitzwarte ogen de passie en strijd te lezen waren, maar een nogal corpulente zanger die tot overmaat van ramp gekleed leek door Clockhouse by C&A. Nou hoeft het niet allemaal Marc Jacobs by Marc Jacobs te zijn op het toneel maar dit was een ander, treurigmakend uiterste. Hier en daar zag je de Grande opera wel terug in de massascènes met de Sicilianen aan de ene kant en de Franse bezetters aan de andere. Het orkest speelde fraai en met de zang zat het ook goed. De Nederlandse sopraan Barbara Haveman, die op een laat moment de rol van Hélène had overgenomen, deed dat met veel kwaliteit en overtuigingskracht. Het was eigenlijk helemaal niet zo'n raar idee om de ouverture niet vooraan te zetten maar na de eerste acte. Op het brandscherm verscheen een projectie die verwees naar de jeugd van de hoofdfiguren van het verhaal. Het orkest kreeg daarmee wat meer aandacht voor de muziek van de ouverture, die ook nogal eens los wordt uitgevoerd in concertprogramma's omdat hij erg mooi is. Terwijl het verhaal zich ontwikkelde, in de richting van een huwelijk tussen de soldaat en de gravin/hertogin, werd het allemaal beter. Na de pauze zag Henri er beter uit, in pak. Natuurlijk is dat een idioot detail, maar het telt wél. Het tempo werd wat hoger en ik raakte meer in het verhaal. Het drama kwam tot een climax in de slotscène, met het einde van de gouverneur. In de trein naar huis dachten we aan gemiddeld een 7, met wat mij betreft de nuancering van een 7- voor deel 1 en 7,5 voor deel twee. Maar een veelbelovende opening van het nieuwe seizoen van DNO, dat konden we er niet echt in zien.
____________________________ 29 september 2010 Het Muziektheater Amsterdam Les vêpres siciliennes Giuseppe Verdi
Het Bachfestival is een behoorlijk succes aan het worden, zo lijkt het. Ik maakte totnutoe volle en doorgaans ook uitverkochte avonden mee met Calefax, De Holland Baroque Society en het Amsterdam Baroque Orchestra. En vergeet de rappers niet. Bladerend door de programmabrochure ontdek ik nog heel veel meer dingen die me interesant lijken. Maar er moest gekozen worden. Halverwege het festival is het alweer mijn laatste avond in Dordrecht. De double bill vanavond bestaat uit orgelmuziek en muziektheater. Het orgel-deel wordt verzorgd door iemand die je op zijn vakgebied gerust een wereldster kan noemem: Gustav Leonhardt. Hij behoort tot de eerste generatie van musici die naar een meer authentieke uitvoeringspraktijk zochten voor muziek uit de Barok en later. [Nokiapic (C)ois] Inmiddels 82, maar nog werkend en spelend, zoals vanavond op het Bach-orgel van de Grote Kerk. Hij was indertijd adviseur bij de bouw. De wereldster speelt in regenjas in de wat kille ruimte. Het is mooi, maar mijn liefde voor het orgel wordt niet echt groter. En hij was al zo klein. Een pauze, en toen was het tijd voor de 'Tranen van Bach'. In 'De tranen van Bach' zien we niet de componist, de musicus, de man die conflicten had met de kerkenraad en met de kerkbezoekers van zijn Mattheus Passion, die tot hun horreur opera dachten te horen in de gewijde muziek. We zien Bach als echtgenoot van twee vrouwen en vader van twintig kinderen, waarvan velen niet oud werden. Die minder bekende kant van de componist is uitgangspunt van de indringende voorstelling van Muziektheater Hollands Diep, met regisseur Cilia Hogerzeil.
Net als in recente producties van Hogerzeil – de opera’s De Waterman en Bos Besik – staan moederschap, kinderen en de grote thema’s daaromheen centraal. Het minder bekende beeld van Bach als echgenoot wordt indringend ingevuld. Hij is vader, man, en ook componist, die liefdevol met een pen van licht zijn noten schrijft op perkament, maar ook op het lichaam van zijn echtgenote. Al hun kinderen hebben een naam in de voorstelling, met de vermelding van hun leeftijd, soms een dag of een maand.
Gretig is uit Bachs oeuvre geput. Zijn koralen, cantates, pianomuziek en muziek uit de Mattheus vormen de muzikale basis van de voorstelling. ‘Sind Blitze, sind Donner’ gaat nu over het verdriet van de ouders en is niet alleen religieus, net als ‘Wir setzen uns mit Tränen nieder’.
Sopraan Nienke Otten zingt en speelt beide vrouwen van Bach. Haar stem is helder en blijft dat in de galm die de locatie, de Grote Kerk van Dordrecht, in ruime hoeveelheid levert. Otten had les van Margreet Honig en Emma Kirkby en zong al in de Die Zauberflöte van de Nationale Reisopera en Opera Zuid.
Danser Hendrik Lebon, die óók kan zingen, zagen we eerder in Le nozze di Figaro van de Reisopera. Hij danst, acteert en zingt de rol van Bach, met een tikje humor en relativering.
Muziek van Bach op een accordeon? Het kan, Harry Mooten bewees het al eerder en Marieke Grotenhuis maakt op haar instrument echte Bach-muziek.
De casting is dus uitstekend. Een kleine maar uiterst poëtische voorstelling die een eigen plaats verdient in de Bach-lawine van deze week in Dordrecht. [Recensie voor Place de l'Opera] __________________________________ Dordrecht 21 - 9 - 2010 Bachfestival Gustav Leonhardt - orgelrecital 'De Tranen van Bach' - Hollands Diep
Van de kleinschalige muziek van Calefax in Villa Augustus naar de grote Barok van het ABO was maar een minuut of 10 fietsen. Ook bij dit concert stonden er rappers buiten, die nu wat minder detoneerden. De M.C.'s, waaronder K.Y.ness en Pathologic hadden geestige rapteksten en omdat de rij om binnen te komen lang was en langzaam bewoog, kregen ze meer aandacht. [Nokiapic (C)ois] De Antoniuskerk was vol, zo vol dat het niet makkelijk was een fatsoenlijke plek te vinden. Ik eindigde met half zicht op het orkest en het koor, maar helaas vielen de solisten buiten beeld. Jammer, want ik hoor en zie Johanette Zomer heel graag zingen. Het was niet heel vernieuwend, we hoorden een degelijke Koopman die het ding deed waar hij uitmuntend in is: Bach tot leven brengen. Een serieus Bachfestival kan niet zonder het ABO.[Nokiapic (C)ois]
__________________________________________________ Amsterdam Baroque Orchestra & Choir o.l.v. Ton Koopman Johannette Zomer, sopraan; Jörg Dürmüller, tenor, Thomas Laske, bas zondag 19 september 2010 Antoniuskerk Cantates Herr Jesu Christ, wahr’ Mensch und Gott, BWV 127, Wachet auf, ruft uns die Stimme, BWV 140, Herz und Mund und Tat und Leben, BWV 147
Calefax is een club van oudere jongens, die voetballen, autosleutelen of parapenten. Maar dat is niet wat hen bindt. Dat is de muziek. Oprichter Raaf Hekkema bedacht het idee, om met 5 blazers muziek te gaan maken. Extra bijzonder omdat er geen muziek bestond voor deze formatie. Je moest als blazer dus ook kunnen arrangeren, transponeren, bewerken. En als je dat eenmaal kan, is de muzikale sky the limit. Dan speel je zonder blozen de muziek van Bach's Wohltemperiertes Klavier, gemaakt voor fortepiano maar bewerkt naar 5 blazers.[Nokiapic (C)ois] Het programma in het Bachfestival dat het Calefax Rietkwintet had samengesteld bestond uit Bach, maar ook uit muziek van componisten die de oude meester uit Leipzig bewonderden, zoals Sjostakovitsj en Hindemith. De locatie, de Limonaia van Villa Augsutus, aan de rand van Dordrecht, was heel geschikt en zat bomvol. De heren speelden met plezier en grote vaardigheid, de variatie was ruim, het gezelschap aangenaam en zo werd de zondagmiddag een prima onderdeel van het - nu al succesvolle - Bachfestival. ______________________________ Calefax Rietkwintet 19 september, 16.00 uur Villa Augustus Dordrecht Bach (Wohltemperiertes Klavier) Hindemith (Ludus tonalis) Sjostakovitsj (Préludes op.87)
In Maastricht gebeurde in de jaren dat ik er woonde, niet zo gek veel op cultuurgebied. Maar er is veel veranderd. Er was altijd wel veel locale cultuur en volkscultuur, zoals de Nachraove en zangeres Beppie Kraft, een echte ster van het Limburgse lied. Ik mag voor Limburgers die ik tegenkom nog graag de vlammende teksten over de liefde citeren die La Kraft zong in onvergetelijke chansons als 'Diech bis mét goud neet te betaole'. Maar verder zaten veel mensen toch voooral aan de bar in de vele café's te klagen dat er zo weinig gebeurde in de stad. Núuts get te dóon in Mestreech. Verlichte geesten hebben 17 jaar geleden bedacht dat Maastricht toe was aan een festival met religieuze muziek in brede zin. Zo ontstond 'Musica Sacra', en dat festival bloeit als nooit tevoren. Mijn herinneringen bestaan vooral uit de ijle zang van de Tallis Scholars in de Onze-Lieve-Vrouwenbasiliek, hypermoderne muziek van het LSO in één van die foeilelijke kerken in de nieuwbouwring rond het centrum en het tijdloze geluid van het Hilliard Ensemble dat de Servaasbasiliek vulde. Musica sacra heeft zich verbreed, er is film en dans en toneel en het zou me niet verbazen als men inmiddels ook religieus Twittert, maar voor mij zijn de hoogtepunten toch altjd die vocale en soms instrumentale pogingen om met muziek de tijd even stil te zetten. [thema Musica Sacra 2010: Devotie] Dit jaar zat er vanwege de agenda niet meer in dan een duik van één avond met twee concerten in het festival. Het is een bijna gewaagd idee om de derde symfonie van Gorecki te programmeren. Hoewel 'Devotie' het thema is dit jaar en de muziek uit Polen daar goed bij past, is Gorecki toch vooral de maker van de klassieke 'hit'. Een paar jaar geleden vlogen de cd's met de Derde, met zang van Dawn Upshaw, de winkels uit. De uitvoering van het Limburgs Symfonie Okrest was met sopraan Iwona Sobotka. Het orkest klonk goed, de zangeres bleef een uur lang zeer geconcentreerd en liet haar stem mooi meebewegen met de klankkleur van het orkest. Mooie muziek.
Capilla Flamenca, de vier heren uit Vlaanderen, samen met de dames-uitbreiding van hun ensemble, Psallentes, heb ik al vaak gehoord in Antwepen bij Laus Polyphoniae. Ze waren er de laatste jaren elke editie bij. Leuk om het gezelschap nu eens in de Maastrichtse Onze-Lieve-Vrouwekerk te horen. Ijle zang in muziek van Ghiselin en Obrecht, die in de bijna nachtelijke ambiance van de kerk heel mooi tot zijn recht kwam. __________________________________________ 17 september 2010 20.00 Theater aan het Vrijthof Maastricht Michał Dworzyński dirigent Iwona Sobotka sopraan Henryk Mikołaj Górecki Symfonie van Klaagliederen
23.00 Onze Lieve Vrouwebasiliek Capilla Flamenca - Psallentes Johannes Ghiselin / Jacob Obrecht
Dordrecht had het nog niet en heeft het nu wel: een echt Festival. Het eerste Bachfestival speelt zich af in de kerken en hofjes van de stad aan het water. De programmering is breed, het is veel meer dan alleen wat voorspelbare Bach-dingen met cantates en Wohltemperierte klavieren. Het gaat véél verder. Voor de ingang van de Grote Kerk, waar gisteravond op een van de eerste festivaldagen de Holland Baroque Society concerteerde, stond een klein podium waar erg veel geluid vandaan kwam. Drie rappers deden er hun best met een dj. Jonge, donkere jongens, wier aanwezigheid daar voor de kerk me niet helemaal duidelijk werd. Alsof de oneindige brainstorm van de Paul de Leeuw-redactie door het festival had gewaaid en daar ideeën had achtergelaten die op papier leuker zijn dan in werkelijkheid. Snel naar binnen, waar de Mariakapel, in feite een zijbeuk, was ingericht voor het concert. Het thema was 'De Bruiloft'. Als aankleding voor het optreden van de HBS zong het Pauni Trio voor en na de barokmuziek liederen uit Bulgarije. Het Pauni Trio doet qua geluid denken aan 'Le Mystere des voix Bulgares'. Ook zo lelijk. Vergeleken met het optreden van de Baroque Society in Utrecht onlangs, was de bezetting klein: 3 violen, cello en contrabas, orgel en hobo. De zussen Judith en Tineke Steenbrink, die de harde kern vormen van de HBS, brachten maar enkele collega's mee, naast sopraan Stefanie True en traverso-speler Jed Wentz. Een paar Bach-cantates rond het thema 'bruiloft', de Bulgaarse liederen en een werk voor traverso van Telemann. Dat sprong er uit, zeker toen tegen het einde solist en strijkers leken op te stijgen. Een flitsend einde van een virtuoos stuk. De kleine bezetting maakte de muziek heel transparant en dat is bij Bach interessant en geeft meer toegang tot de kern van de muziek, de thema's en de interpretatie van de musici.Stefanie True, ze leek me nog erg jong, studeerde bij grote namen als Jill Feldman en Michael Chance. Haar vocalen waren trefzeker, heel erg zoals dat volgens mij bij Bach moet klinken en met ruimte voor echte voordracht. De verwachtingen zijn hoog gespannen en dat lijkt me als ik haar hoorde zingen niet onrealistisch.
_________________________________ Holland Baroque Society & Pauni Trio zaterdag 18 september 20.00 uur Grote Kerk, Mariakapel Dordrecht
Ruben, dus, Ruben Hein. Lijkt alsof-ie er ineens is, maar hij was er al. Als begeleider van Hans Teeuwen de zanger, speelde bij Pete Philly & Perquisite. Stond reeds op North Sea Jazz maar dan nog wel in de tent buiten, waar iedereen langsloopt op weg naar de tickets. Was onlangs even in DWDD en dan besta je pas echt. Deed op de gang bij Michiel (welke Michiel?) Veenstra zijn single en daarvan staat hieronder het filmpje. Single heeft een ongekend hoog lekkere-liedjes-gehalte. Wordt aanbevolen door dit Klog en dat komt maar héél zelden voor. Album bij -jawel- Blue Note komt in november.
Het zijn fraaie zinnen in de tekst van Mahler's Tweede symfonie: Was entstanden ist, das must vergehen! Was vergangen, auferstehen! Hör auf, zu beben! Bereite dich! Bereite dich, zu leben!
Aan het eind van een ruime week Gergiev Festival, dat onder het thema 'Resurrection-a story of Rotterdam' de verbinding maakte met de geschiedenis van Rotterdam, de verwoesting van de stad in 1940 en de wederopbouw, was er Mahler. Een onderdeel van het programma draaide al eerder deze week om Mahler, toen Gergiev zelf Mahler 8 met het Mariinsky Orkest dirigeerde. Op een prikbord in de hal van de Doelen las ik de recensie van dat concert in de Telegraaf. De recensent veegde de vloer aan met Gergiev, die zijn gebrek aan affiniteit met Mahler overduidelijk had gedemonstreerd, vond de journalist. [foto Marco Borggreve] Gergiev's opvolger, Yannick Nézet-Séguin, leidde het Philharmonisch in dit grote werk. Lang, en groot, alleen al in de bezetting. Voor het laatste deel bestond het koor uit 80 leden, en op het podium zat zo'n mens of 60 aan musici. Mahler schreef het grootste deel van dit werk in de zomer van 1893, in zijn 'Komponierhäuschen' dat hij in de tuin van zijn buiten in Steinbach liet bouwen. Eenmaal klaar was het nog wel een klus om aandacht te krijgen voor zijn werk. In december 1895 gaat de hele symfonie in premiere in Berlijn. Het is zo moeilijk de zaal vol te krijgen dat men de kaarten gratis op straat uitdeelt. De kritiek was gereserveerd, het publiek enthousiast. 'Auferstehung', zo heet het en zo klinkt het. Van een dodenmars in het eerste deel tot de apocalyps van het einde. Voor dat verhaal gebruikt Mahler alles wat het orkest kan bieden, van een triangel tot bulderende contrabassen, heldere sopranen en een soms bijna angstaanjagend koor. Dirigent Yannick, die met Bach ooit begon, die Ravel naar de klassieke toptien dirigeerde en die triomfeerde met Puccini in Amsterdam, dóók bijna op deze symfonie. Zijn accent leek meer te liggen op tempo en het leggen van heldere lijnen dan op klankkleur. Het bleef voortdurend nodig je aandacht erbij te houden, er gebeurt van alles op het podium en als het Mahler beter uitkomt laat hij de hoorns off-stage spelen voor het effect. Details die er toe doen, ze komen vaker voor in deze kolommen. Ditmaal was het de inbreng van het koor, dat bijna onopvallend zich mengt in de muziek. Het werkte extra doordat het koor niet ging staan maar zittend, bijna als verrassing, zijn partij inzette. Mahler zal wel niet voorzien hebben, al componerend in zijn 'Komponierhäuschen', dat al een kleine eeuw alle grote dirigenten hun eigen 'Mahler-cyclus' uitvoeren en opnemen, en liefst niet één maar meerdere. Tegenwoordig geldt de serie die Chailly met het KCO voor Decca maakte als de norm. De kenners moeten maar uitmaken of Yannick als 35-jarige toe is aan Mahler, en of hij er wat van maakte. Ik vond het mooi, en had voor deze keer geen enkele moeite met de staande ovatie die meteen na het slotaccoord (iets te snel) door de zaal donderde, een echt Mahler-applaus voor een Mahler symfonie.
Het was een verrassende middag, afgelopen zondag in de Jurriaanse zaal van de Doelen. In het brede en ruime aanbod van het Gergiev Festival was het concert dat als thema 'Tabula Rasa' meekreeg interessant. Moderne klassieke muziek, met 3 werken die varieerden in leeftijd van 70 jaar oud (het 'Concerto Funebre' van Hartmann uit 1939), 33 jaar (Arvo Pärt's Tabula rasa uit 1977) en nog geen 1 jaar, het nagelnieuwe 'Ruin/Resurgence' van Florian Magnus Maier, dat voor het eerst werd uitgevoerd. Met modern klassiek dreig er soms een te groot piep/knor-gehalte, waardoor ik als luisteraar de greep op zo'n werk verlies en afhaak. Zullen veel mensen wel hebben. De muziek die het strijkersensemble van het Rotterdams Philharmonisch, 440Hz Strings Rotterdam, met de solisten liet horen, was modern, maar zo ongelofelijk spannend dat het een warm pleidooi werd voor modern repertoire. De foto in het programma was veelzeggend, een foto van Rotterdam na het bombardement van mei 1940. Vooral de muziek van Pärt, die leegte verklankt die een nieuw begin inluidt, maakte indruk. Zelden zo'n spannend einde gehoord. De solisten, viool en alt viool speelden steeds langzamer en steeds kortere frases, tot cello en contrabas het overnamen. Miniem geluid, maar geluid, en pas nadat dat geluid was weggestorven, was het werk echt ten einde. Op laatst vergeet je bijna te ademen, zo gespannen wordt het luisteren bij zulke muziek.
Leuk idee van het IFFR: een openluchtbioscoop midden op het Doelenplein om, zoals directeur Rutger Wolfson het zei, 'het culturele seizoen af te trappen en de intensieve voorbereidingsperiode van het komende festival te markeren'. Zijn openingswoorden op deze filmavond in de buitenlucht lukten iets beter dan een kort interview dat hij probeerde te houden met de acteurs en regisseur Nikola Ležaic, die blij en trots was met zijn Nederlandse première. [Nokiapic (C)ois] De vragen aan hoofdrolspelers Stefan en Marko kwamen niet echt aan bij de Servische skaters die nu filmacteur waren. Knetterstoned herhaalden ze een paar keer dat de film nu maar gewoon moest beginnen. We hoorden Wolfson nog proberen het thema aan te snijden van jongeren die eigenlijk zichzelf spelen en werden bekroond met prijzen voor de beste hoofdrollen. Een vraag die wel relevant bleek bij het zien van de film 'Tilva Ros', die een in documentaire-stijl gemaakt portret van jongeren in Servie gaf.Rond een kopermijn in het stadje Bor leven jongeren, voor wie niet erg veel te doen is. De jongens verzinnen voortdurend nieuwe ideeën voor filmpjes in Jackass-stijl. Het doet vaak zeer, het vallen, meppen en piercen dat ze voor de filmpjes doen. Helemaal deugen doen de heren en een dame (ook een verhaallijn natuurlijk) niet maar het blijft toch meer schelmenroman dan gang-movie. We zien hoe een van de jongens naar de Sociale Dienst gaat, in een traject moet en leert solliciteren. Met geestig nihillisme laat hij zich niks gelegen liggen aan de pogingen hem een in het stadje niet beschikbare baan te laten vinden. Het was verrassend dat het in een week vol regen op de IFFR Open Air-avond droog bleef en we als Tiger Friends op nette plaatsen naar een film konden kijken die dankzij geld van het Hubert Bals Fonds gemaakt kon worden. Terwijl op het Doelenplein voorbijgangers, auto's en motoren gewoon hun weg bleven vinden, zaten wij in een ongebruikelijke freeze voor het scherm. Nog 4 maanden tot het echte, complete en vooral in-door Filmfestival in januari.
Op papier zag het er aardig uit. Hoewel. Een barokorkest, met één danseres. Zou dat wat worden? Die keer vorig jaar dat de Akademie fur alte Musik uit Berlijn met een choreograaf samenwerkte, gaf dat een prima resultaat. Nog onlangs, in Carré, Les Arts Florissants, barokopera met dans, ook erg fraai. Dus het kon. 'Vor deinen Trohn', zo heette de productie van het Vlaamse orkest B'Rock en choreografe/danseres Claire Crozé, leerling van Anne Teresa de Keersmaeker. In het programmaboek was te lezen hoe hard ze werkte aan de choreografie. Dansen op muziek van Bach, met stukken uit 'Die Kunst der Fuge' en 'Musikalisches Opfer', is dat te doen? Geen idee, wat we hier zagen leek erop te duiden dat het geen goed idee is. Het orkest rammelde er ongegeneerd op los met Bach, veel strijken en weinig muziek, en de danseres danste, tot vervelens toe. Ik moest denken aan Theo en Thea. Als die ooit het thema 'moderne dans' onderhanden zouden nemen, dan zou het eruit zien zoals we hier zagen. Maar dan zou er in elk geval nog wat te lachen zijn.
Net terug uit Antwerpen stond Utrecht alweer op de festivalkalender. De keuzes van de makers van het Oude Muziek festival in Utrecht zijn niet altijd mijn voorkeur maar dit jaar is het helemaal in orde: de Franse Barok staat centraal. Geen kerken dit jaar in mijn planning, die vond ik vorig jaar te lastig, met lange rijen en wiebelige stoeltjes op slechte plekken. Rigoureus gekozen voor concerten alleen in Vredenburg.
Heel veel violen bij de festivalopeningsavond Een webcam op de Domtoren, een hispeed internetverbinding, een laptop en een beamer. Kortom, het Festival Oude Muziek kon beginnen. Dankzij de techniek konden de bezoekers van Vredenburg Leidsche Rijn meekijken en luisteren naar de traditionele opening van het festival door stadsbeiaardier Arie Abbenes. Op zijn repertoire voor de gelegenheid muziek van o.a. Lully en Couperin. Over het festivalthema kan zo geen misverstand bestaan: de Franse Barok. En als je het al niet wist, maakte de meer dan prachtige serie foto’s van Marco Borggreve het nog eens duidelijk: we gaan voor 10 dagen naar de tijd van Louis Quatorze.
Openingsavond: een rode loper voor de deur, cava voor een muntje aan de bar en een concert dat live in Nederland op radio 4 en in nog een aantal andere Europese landen te horen was. Het orkest, Capriccio Stravagante – Les 24 Violons, was een 'remake' van Les Violons du Roy, het orkest van Jean-Baptiste Lully, uit de tijd van het Versailles van Lodewijk de Veertiende. Het deed zijn werk in het drukke hofleven van de Zonnekoning, op feesten, dansavond en bij balletten. Leider Skip Sempé is dit jaar één van de musici 'in residence'. Er is hoogst origineel ook een instrument 'in residence'. Het Hemsch-klavecimbel, dat bekeken, beroerd en besproken wordt, is daarmee waarschijnlijk de grootste diva van het festival. Bijzonder is dat de instrumenten waarop Capriccio Stravagante speelt zijn nagebouwd en daarmee beschikt Sempé, om een lang technisch verhaal kort te houden, nu precies over de instrumenten waarvoor componisten als Lully en Rameau hun muziek schreven. Zonder contrabassen maar met een aantal viooltussenmaten. Dat gaf een andere klank dan we nu kennen met violen, altviolen en celli. Zou je dat horen, die nagebouwde ‘hautes-contres’, ‘tailles’ en ‘quintes’, vroeg ik me af, voor aanvang. En ja, nou en of, het was hoorbaar en voelbaar. Een warme, rijke orkestklank zonder de scherpte die het geluid van sommige authentieke orkesten kenmerkt. Indringend en met een wat melancholiek geluid.
‘Onze' Judith van Wanroij, die onlangs nog de Grachtenfestivalprijs 2010 won, werkte vocaal mee aan deze avond. Ze treedt vaker samen op met Skip Sempé maar heeft ook al een flink cv van beroemde dirigenten en belangrijke rollen in oude en nieuwe muziek. Komend voorjaar staat ze als Donna Elvira in Don Giovanni bij De Nederlandse Opera. Ze zong een fragment uit Le Triomphe de l’Amour van Lully. Samen met Benjamin Alunni en Alain Buet deed ze een deel uit ‘La pastorale comique’. Dat deed ze helder, en met net genoeg volume om de moeilijke Vredenburgzaal over het orkestgeluid heen tot op de laatste rijen te bereiken. Het was hooguit wat kort, wat ze liet zien en horen. Het programma bestond uit 21 stukjes van 6 componisten, ouvertures, operafragmenten, dansen, chaconnes en sarabandes. Ik vermoed dat ook die programmering in stijl was. Maar het was wat veel, het kende niet zoveel opbouw en maakte de avond net even wat minder spannend dan ik zou wensen. Maar een festivalopening met een royaal en een 'Royale' geluid, dat was het zeker wel...
De Franse Barok over het carnaval van Venetie Le Concert Spirituel, het barokorkest verbonden aan de opera van Montpellier, is één van die toonaangevende orkesten in Europa als het gaat om oude muziek. Leider Hervé Niquet vertelde in een radiointerview vooraf aan Maartje Stokkers van het Radio4 Festivaljournaal dat de opera 'Le carnaval de Venise' aanvankelijk gepubliceerd werd onder de naam van de broer van de componist, Joseph. De echte schrijver, André Campra, was als maitre de musique verbonden aan de Notre Dame in Parijs en het schrijven van een opera zou daarmee ernstig conflicteren. [Niquet in gesprek met Maartje Stokkers van Radio4] 'Le carnaval de Venise' werd concertant uitgevoerd, door vooral Franse solisten én door onze Nederlandse sopraan Judith van Wanroij. Door een stom toeval kwam ik in de foyer voor het concert de ouders van de sopraan tegen, die kritisch reageerden op mijn recensie van het concert waar hun dochter aan bijdroeg j.l. vrijdag. Die staat hierboven en is in een bewerking te lezen op de site van 'Place de l' opera'. De vraag was hoe mijn opmerking over het volume van de zangeres bedoeld was. Ik kon ze geruststellen, ik verwees slechts naar de lastige akoustiek van Vredenburg, waar meer vocalisten last van krijgen als het orkest te hard speelt. De ouders waren zo aardig me na het concert nog even aan hun dochter voor te stellen. Hervé Niquet, die voor hij dirigent werd o.a. ook danser was, liet zien dat zo'n verleden tot een hele interessante dirigeerstijl kan leiden. 'Zwierig', dat was wel het woord van de avond en met die zwierige, Franse stijl namen dirigent, orkest en solisten ons mee naar Venetie. Zo bedeesd als dirigent Niquet was bij het interview voor radio4, zo uitbundig stond hij voor zijn orkest. Met een bijna frivool 'bravo' in de richting van zijn strijkers en blazers sloot hij de eerste acte af. Enthousiast publiek voor een mooie avond muziek. Oude muziek, zeggen we nu maar ooit, in 1699, was het nieuwe muziek. Té nieuw, want het Parijse publiek, wispelturig, verwend en grillig, vond het allemaal te avant-gardistisch en reageerde negatief. Wij, als het publiek in Vredenburg, waren zo vrij het daar niet mee eens te zijn...
Terwijl ik deze woorden typ zal ze nog wel in de auto zitten. Denk niet dat ze zelf rijdt. Morgen moet ze weer vroeg aan het werk, koffie zetten, de koekjes van Holtkamp op een schaaltje doen. Politici ontvangen voor gesprekken en consultaties. Er zijn leukere manieren om je zaterdag door te brengen. Op tv praten ze nu over haar, de twee christelijke talkshow-hosts vragen hun gasten wat ze haar zouden adviseren, maar zoals dat hoort willen ze eerst met Haar praten en pas dan met de pers. Ik voorspel dat ze morgen nog wijzere dingen gaat zeggen dan normaal. Ze zal met nog meer relativering naar al die opgewonden standjes uit de politiek luisteren. Ik denk dat haar keuzes verstandiger zijn, en vooral barmhartiger. Barmhartig, dat woord drong zich op bij het beleven van de opening van het 17e Gergiev Festival in de Doelen vanavond.Het Rotterdams Philharmonisch is wellicht niet het beste orkest ter wereld, die titel schijnt te gelden voor het orkest uit die andere grote stad, nog voorbij Den Haag en Leiden. Handig zijn ze wel bij het Philharmonisch. In het zoeken van een bestuursvoorzitter met veel invloed -Sylvia Toth-, en in het aantrekken van goede dirigenten, ooit Valerie Gergiev en tegenwoordig Yannick Nézet-Séguin. Gergiev is al een aantal jaar weg uit Rotterdam maar het publiek houdt nog van hem. Ieder jaar keert hij nog terug om te spelen op zijn eigen festival. Dit jaar heeft dat als thema 'Wederopstanding', gekoppeld aan het bombardement in mei 1940, een keerpunt in de historie van Rotterdam. Zoals gebruikelijk is het thema breed uitgewerkt in een grote hoeveelheid originele en verrassende concerten en voorstellingen. Het openingsconcert bestond uit muziek van Russische componisten. Het Philharmonisch onder Gergiev speelde voor de pauze het celloconcert nr. 1 van Tisjtjenko, die wel als de opvolger van de grote Sjostakovitsj wordt beschouwd. We zaten riant vooraan en konden de inspanningen van cellist Tim Hugh, die dit werk samen met Gergiev al vaker uitvoerde, van heel dichtbij volgen. Het werk begint met een vrij lang stuk solo voor de cello, hier en daar ondersteund door hele zachte violen. Het was oorspronkelijk bedoeld voor cello met blazers maar Sjostakovitsj deed de orkestratie ervan voor zijn leerling Tisjtjenko toen deze 30 werd. De cello waarop Hugh speelt is oud, een Petrus Roman uit 1708. Mooi sonoor, net als de 6 contra-bassen die vrij prominent meededen in deze compositie. De muziek was barmhartig, in de klank maar ook in de bereidheid van de componist om te zoeken naar uitersten zonder zijn luisteraars kwijt te raken. Dat is bij moderne muziek altijd een spannende balans. Het lukt Sjostakovitsj ook vaak.Het werd pauze, we wachtten even zoals gevraagd zodat de Majesteit en andere prominenten (we zagen een minster, de burgemeester maar ook een bekende euro-commissaris uit Brussel) wegkonden en waren benieuwd naar het grote werk van vanavond, Sjostakovitsj' Achtste Symfonie. Het begint met een lang eerste deel, met heel veel aangehouden tonen door de strijkers en af en toe een explosie van blazers en slagwerk. Zo probeerde Sjostakovitsj het drama van de oorlog te laten klinken. Hij beschouwde het zelf als zijn Requiem. De overheid in 1943 vond het werk lang niet heroïsch genoeg en verbood de symfonie prompt. [Nokiapic (C)ois] Met Gergiev voor het orkest werd het een dramatische uitvoering, met uitersten van subtiele klank en denderende crescendo's. De dirigent lijkt met weinig beweging veel te bereiken. De bloedspannende laatste minuten, als de symfonie bijna zonder 'conclusie' wegsterft, houdt Gergiev de concentratie van zaal en orkest vast. Een violiste kijkt de dirigent onderzoekend aan, alsof ze wil zien hoe hij het vond. Pas na heel lang tikt Gergiev af en dondert het applaus. Een applaus van een zaal die nog even moet bijkomen van zoveel schoons. Gelouterd verlaten we na de Majesteit de zaal. Als ze het ook zo mooi vond, zal ze het geformeer van morgen ook wel weer aankunnen...
Elke zomer rond deze tijd wordt in Antwerpen de lof gezongen van de meerstemmigheid. De 'Laus Polyphoniae' beheerst 8 dagen lang de kerken van de stad, het cultureel centrum Elzenveld en de muziekzaal die tot voor een paar jaar nog Augustinuskerk was, de Amuz. 'Laus' heb ik ooit bijna per ongeluk ontdekt en sindsdien ben ik verklaard fan van deze oude muziek-week in de Scheldestad. Het Antwerpse festival richt zich op muziek uit de tijd van de 'Vlaamse polyfonie', een periode die tijdens de late Middeleeuwen en de Renaissance wordt gesitueerd. Vlaanderen, eigenlijk de brede grensregio tussen Belgie en Frankrijk, had een vruchtbare bodem voor componisten en muzikanten. Hoewel Nederland aardig mee kan komen in de uitvoering van oude muziek, lijkt Vlaanderen anno 2010 een nog veel groter bestand te hebben van koren, orkesten en solisten die de muziek van voor 1600 levend houden. Vlaanderen heeft Collegium Vocale in Gent, Paul van Nevel's Huelgas Ensemble, Capilla Flamenca en nog heel veel meer. Tijdens het negendaagse festival zijn er veel concerten, maar er is ook een internationaal colloquium, een summerschool, een competitie voor jonge ensembles, lezingen, interviews en cursussen. Ik deed weer de cursus 'Polyfonie voor beginners' (vorig jaar nog dummies). Drie dagen met informatie over de muziek, hoe die werd teruggevonden en waarover de discussies gaan bij het uitvoeren ervan. De musicologen die achter de organisatie zitten, zijn prominent aanwezig en geven het festival een intellectuele, wetenschappelijke bodem. Ieder concert heeft ook een inleiding waardoor je met meer achtergrond luistert.
Het thema dit jaar was Manu Scriptum, het onderzoek en gebruik van de letterlijk handgeschreven partituren die in codexen verspreid over Europa gevonden zijn. In die stijl was ook het programmaboek, dit jaar in stijlvol zwart met zilver, met echt elke snipper informatie die je over de muziek en het festival zou willen hebben. Een fraai, klein boekje van precies 500 pagina's en met een deftig leeslintje. Mijn deel van het festival begon op zondagavond, met 'Clément Janequin', het ensemble van Dominique Visse. Countertenor Visse maakte deel uit van Les Arts Flo, hij zong o.a. een prominente rol in de verrukkelijke jachtopera 'Acteon' van Charpentier. Het repertoire voor dit festivaloptreden werd gevonden in een codex, het liedboek van Zeghere van Male, dat in Brugge rond 1540 werd geschreven. Het chanson 'Mille Regretz' van Josquin des Prez klonk onder anderen, in die periode was het een ‘hit’ in de Lage Landen. Het ensemble ging in de uitersten van misdelen als het Agnus Dei naar scabreuze chansons over de liefde in al haar vleselijkheid. Maandagmiddag stond de Capilla Flamenca op het programma. Op een gewone nazomerse maandagmiddag bevind je je dan ineens in de St Joriskerk, het is één uur 's middags en de kerk is bomvol. Er klinkt muziek uit het 'Antifonarium Tsgrooten'. Hypergeconcentreerd, maar met de lichtheid die Vlaamse musici in de genen lijkt te zitten, brengen de heren hun muziek, inclusief een geimproviseerd Credo. Muziek die je meevoert naar andere tijden toen deze muziek net zo geklonken heeft.
Anonymous 4, niet uit Vlaanderen maar uit de VS, deed het maandagavondconcert. In de winkel die rond het festival muziek verkoopt zag ik dat de dames al 18 cd's maakten met oude muziek en wat nieuwere vormen, met o.a. Peter Maxwell Davies en Steve Reich. Ze hadden een doortimmerd programma uit de Montpellier Codex, en dat het Amerikaansen waren, maakte het net even wat meer bijzonder.
Het optreden van Tetraktys sprak me niet heel erg aan. Ze zongen uit de wat geheimzinnige Chantilly Codex, waarover veel verhalen gaan. Zangeres Zsuzsi Toth had een stem waarvan je blij was als ze hem af en toe niet gebruikte. Beetje saai, beetje lelijk. Dinsdagavond zorgde het Huelgas Ensemble van Paul van Nevel voor een vol huis in de Amuz. De opstelling was aangepast, zodat er meer mensen in konden en het was daardoor een wat spannender setting. Het gezelschap zong uit een belangrijk Italiaans handschrift, de Bologna Q.15. Gedreven, geconcentreerd en met veel ervaring, dat hoor je en dat zie je. De Vlamingen zijn trots op hun Paul, dat merk je aan alles. Mijn bezoek eindigde met de festivallezing door musicologe Sofie Taes, die wel álles lijkt te weten van de achtergronden van deze muziek. En toen was het alweer voorbij. De vier dagen Antwerpen gingen snel. Het was mijn vierde bezoek aan Laus Polyphoniae van enkele dagen. Veel muziek, volle en zonnige terrassen, wetenschappelijke context, de gemoedelijke sfeer van een festival vol liefhebbers, de perfecte organisatie, fraaie kerken en een nazomerend Antwerpen, de omstandigheden waren weer vrijwel ideaal.
Mijn trein nadert Antwerpen, stopt op station Antwerpen-Dam. Ik zie buiten het station het vrij nieuw aangelegd park. Het is stampvol. Overal zijn mensen, het zijn er duizenden. Er zijn geen kramen, geen podium, wel een stellage ergens in de verte. De mensen hebben het leuk, dat kun je zien. Een paar uur later in het havengebied. Grote stromen mensen richting centrum en de tram- en bushaltes. Het zijn er weer duizenden. Ze zijn een beetje bedrukt, dat kun je zien. Op mijn hotelkamer biedt de tv ook TV Antwerpen. Daar zie ik wat die mensen in het park deden. Ze waren de avond ervoor via internet uitgenodigd door de reus, en waren spontaan met al die duizenden naar het park gekomen om gezellig met de reus en de kleine reuzin te picnicken. De tv-beelden uit de haven laten het schip zien, waar de grote reus en de kleine reuzin op getakeld zijn. Ze gaan naar zee, niemand weet waarheen of voor hoe lang. Dat leidt bij veel kleine maar ook grote mensen tot weemoed en zelfs tranen. Ik wordt steeds nieuwsgieriger. Wat is hier gebeurd, vraag ik me af. Ik zie op straat posters:Met een soort journalistiek speurwerk kom ik achter het verhaal. Van de gemeente die op allerlei manieren succesvol lijkt te zijn in het terugbrengen van sfeer in een stad die de laatste jaren leek te verkillen. Van de enorme marionetten die de Franse theatergroep 'Royal de Luxe' voor het sprookje in Antwerpen maakte. Van de berichten op internet, over waar de reus was, hoe hij op zoek was naar zijn lievelingsnichtje de kleine reuzin, de uitnodiging tot picknick waar duizenden Antwerpenaren op af kwamen. Het Nieuwsblad was er vol van, in tekst, beeld en video. Antwerpen, een paar dagen in de ban van de Duiker en de kleine reuzin. Daar zou iedere stad met fantasie in Nederland een beetje jaloers op kunnen zijn.
'Don't you worry 'bout a thing', met dat nummer zou dit North Sea Jazz worden afgesloten, ergens ruim na 1 uur 's nachts. Maar voor die tijd zouden we nog heel wat zorgen hebben. Allemaal wel van het vrij luchtige soort, al schijnt voor veel mensen de finale van de WK, die deze dag op het programma stond, tot een zeer Hoog soort Zorgen te behoren. We begonnen in de ruime, altijd wat kale hal die tijdens het festival 'Nile' heet. Het was buiten zonnig en warm, en binnen probeerde Katie Melua ons te boeien met haar wat nieuwe geluid, met dank aan producer William Orbitt. Ik had heus wel even geduld maar het wou niet binnenkomen. Na een paar liedjes had ik het al gezien. [Pic: (C)ois] Het echtpaar Costello-Krall deed samen het festival aan. Meneer Costello deed 'the four o'clock shift', zoals mevrouw Krall het enigzins jaloers noemde, toen zij tijdens Nederland - Spanje moest optreden. Costello bracht zijn Sugarcanes mee, en speelde in de stijl die we ook van zijn meest recente cd kennen, blue-grass, country, zeg maar 'americana', zoals dat heet. Zouden ze het in de VS ook zo noemen? Hier en daar een klassieker, soms een deuntje, en als afsluiter een dramatische, gedragen versie van 'I want you'. [Pic: (C)ois] Echt klachten over de warmte had ik niet tijdens dit warme festival, ik vrees dat de musici het wat dat betreft veel zwaarder hadden. Maar in de zaal 'Darling' kon je tegen de hitte leunen, zo tegen 17 u 's middags. En er was niet eens muziek. Er was gepraat, veel gepraat. Maar wel tegen en door een van de allergrootste mannen uit de moderne muziek: Quincy Jones. Hij kreeg de Paul Acket Award, een soort lifetime achievement-prijs, voor zijn werk in de muziek. Er zou heel veel muziek niet geweest zijn zonder Quincy, en de kans is groot dat we zelfs nooit meer wat van Michael Jackson na de Jackson Five hadden gehoord zonder het werk van Jones. Zijn productie van het nummer 'We are the world' droeg bij aan het financieel resultaat van 90 miljoen dollar voor Africa.[Pic: (C)ois] Alle reden voor een lovende speech, gevolgd door een uitgebreid dankwoord van de laureaat. Hij had zijn best gedaan zijn relatie met Nederland nog eens op een rij te zetten, en zo hoorden we dat hij voor allerlei management-trainingen van Philips in begin jaren '60 geregeld in Eindhoven en zelfs Baarn kwam. Zijn verhaal over zijn jeugd, waarin hij voorbestemd leek om lid van een streetgang te worden, deed hij on-sentimenteel maar wel indringend. Mooi om de muziek-legende zo dichtbij te zien en te horen praten.
We doken nog even de Hudsonzaal in. Die was vol, maar zoals dat wel vaker gaat bij wat modernere elementen in de programmering, was het verloop in het publiek groot en zaten we snel redelijk vooraan. Een van de concerten die 'artist in residence' Ornette Coleman gaf was opmerkelijk aangevuld met de 'Master Musicians of Jajouka'. Dat is een gezelschap dat voortkomt uit het Marokkaanse Rifgebergte en een traditie kent van meer dan 1300 jaar. Dichter William S. Burroughs noemde het ooit “a 4000 year old rockband". De heren hebben een hele historie en speelden o.a. op de lp 'Steel Wheels' van de Stones. Met Coleman traden ze al eerder op. [Pic: (C)ois] Ze speelden knetterhard en over die muziek impoviseerde Ornette Coleman met altsax en viool. Het was ffkes wennen, maar wel interessant. Gitarist James 'Blood' Ulmer was ook te gast in deze set.
We misten weer van alles op deze derde dag, ik had de historische blunder begaan om niet te reserveren voor het plus-concert van Sonny Rollins. Dat bleek geweldig te zijn, hoorde ik van mensen die er bij waren. Het geluid van Rollins heeft me nooit zo aangesproken, al is alleen die gedachte al van een grenzeloze blasfemie. Mcoy Tyner met Joe Lovano, ook gemist, en zelfs Ricky Lee Jones lieten ik en mijn gezelschap (die ik ervan verdenk jarenlang vrijwel niks anders dan Ricky Lee Jones gedraaid te hebben) aan zich voorbijgaan, voor onze wegen zich scheidden, vanwege een voetbalwedstrijd die opmerkelijk veel aandacht kreeg, zelfs op North Sea Jazz.
Ik verwachtte parallel aan die wedstrijd een vrijwel lege zaal voor het plus-concert van Diana Krall, met haar trio. Er stond echter een enorme rij voor de Amazon, de kassa was uitverkocht en in plaats van een handel in kaarten van mensen die ze kwijt wilden, ging de prijs omhoog op het zwarte marktje dat naast de rij ontstond. Ik vond 30 euro, de officiele prijs, echt te hoog, zo'n grote fan ben ik niet van Ms Krall. Met wat manipuleren en ritselen had ik op het laatste moment nog een ticket, 20 euro en dan wel tweede rij. Er hing vooral spanning bij de mensen van de organisatie, de zangeres is niet de makkelijkste en storende fotgrafen en andere zaken kunnen snel de toorn van de zangeres opwekken. Het was van een bijna hilarische malligheid dat uitgerekend de diva met de kleine stem en de grote piano met haar begeleiders in knal-oranje KNVB-shirts opkwamen.[Pic: (C)ois] Van haar podiumperformance en haar killige stijl van communiceren met het publiek werd ik niet heel blij, maar spelen kan ze. Haar pianospel is grenzeloos subtiel, ze lijkt al spelend te zoeken naar de allermooiste akkoorden en die vindt ze moeiteloos. Het grote orkest van arrangeur Claus Ogerman, met dat hemelbed van strijkers onder de stem van Krall, miste je eigenlijk niet. En die stem, hij is niet groot, maar ze weet wel heel goed wat ze ermee kan doen. [Pic: (C)ois] Het is een gigantisch contrast met wat DeeDee Bridgewater een dag eerder liet zien aan energie, soul en drukte. Dit is kamerjazz, maar wel erg goed gedaan.[Pic: (C)ois] De spanning in Zuid-Afrika liep op, maar ik deed nog even een verbijsterende duik in een van de kleinste zalen van het festival. Daar stond een van de grootste musici uit de jazz, bassist Ron Carter, met een trio. Carter heeft naar schatting op niet minder dan 2500 albums meegespeeld, en is de levende norm van vrijwel elke contrabassist. [Pic: (C)ois] Het trio dat in de doodstille zaal stond te spelen, met o.a. gitarist Russel Malone, deed dingen die zoooo subtiel waren en zo spannend dat je bijna niet durfde te bewegen. Ik kon er maar een kwartier van meeluisteren maar het maakte diepe indruk. En toen....was er een voetbaldroom die uiteen spatte, heel veel drukte in de zalen van North Sea, een meer dan overvolle Nile, file in de gangen erheen, en eindigde ik voor een videoscherm. Niet voor voetbal, maar voor de supergast van dit festival: Stevie Wonder. Vitaal, druk, heftig, leuk, een beetje troostend en vooral: fantastisch.[Pic: (C)ois] Wonder deed wat je hoopte, speelde veel van zijn successen, dolde een beetje en maakte veel muziek met zijn band. Een mondharmonicaversie van 'Take Five' die gierend uit de bocht ging, maar ook heel veel stukken uit zijn repertoire die je ontroeren, doen dansen of die je blij maken. 'Don't you worry 'bout a thing'...
Gisteren, op dag 1 bestond het schema vooral uit complete concerten, met hier en daar een korte duik in een zaal waar ik even wilde horen wat er was. Dat beviel me wel. De start van dag 2 bracht een concert in de 'Hudson', de zaal waar de wat grotere jazz-acts spelen. Bob Brookmeyer (80), geregeld en eigenlijk zelfs vaak in Nederland, waar hij begin jaren '80 ook woonde, gewoon hier in Rotterdam. Hij speelt trombone, deed dat op platen en concerten met o.a. Gery Mulligan en Stan Getz. Was ook altijd actief als componist en arrangeur, o.a. voor de Thad Jones/Mel Lewis Orchestra, dat hier vorig jaar speelde onder de nieuwe naam The Vanguard Jazz Orchestra. Formeerde in Europa zijn eigen New Art Orchestra met musici uit Duitsland, Belgie en Nederland. Ik hou er wel van, dit soort big band, met ingewikkelde arrangementen en verrassende klankkleuren.[Pic (C)ois] Brookmeyer dirigeert zittend, draait zich af en toe half naar het publiek om harde, New Yorkse grappen te maken en zijn solisten voor te stellen. Duitser Paul Heller soleerde stevig op tenorsax.[Pic (C)ois] Trompettist Ruud Breuls kwam vaak aan de beurt en pianist Kris Goessens was zeer aanwezig. Hij speelde buitengewoon mooie soli in het stuk 'Elegy'. Brookmeyer schreef het stuk voor de stervende Earle Brown, een collega-componist en goede vriend van Brookmeyer. Kippenvel. Na wat zoeken vond ik de cd 'Get well soon', waarop het stuk ook staat, met dezelfde pianist, op de cd-markt die altijd op Central Square te vinden is op het festival.
Dee Dee en Billie Tegen de gewoonte in liepen er wat dingen uit, dus het wachten op het concert door Dee Dee Bridgewater duurde wel even. We konden zien hoe de tourmanager het tafeltje voor de zangeres prepareerde. Draperie over de kruk, klokje, waaier, een beker thee en een sjieke karaf water (zodat the Talent niet uit zo'n suf waterflesje hoefde te drinken). Het concert begon en het was meteen feest, Bridgewater danste, zong en swingde het podium op, flirtte met de zaal en haar musici en kondigde aan dat het thema Billy Holiday was, net als op haar meest recente cd, 'To show to you that she was more than just a victim of life'. [Pic (C)ois] Dee Dee fladderde en kirde over het podium, en stond wat lang in de flirtmodus. Beetje té allemaal. Pas toen ze een immense versie van 'A foggy day' deed, ging ze over op zingen en swingen en wat minder op behagen. En daar hoorden we de zangeres die moeiteloos de groten van vóór haar, Ella, Sarah, Carmen, voor een moment kon doen vergeten. Haar secondanten, blazers James Carter en Craig Handy, vulden de ruimte die ze kregen met stoere soli. Beide heren keurig in pak met das, ondanks de hitte. [Pic (C)ois] Bridgewater werd geboren in Memphis, Tennesee in 1950 en heeft allerlei kanten van de jazz en wereldmuziek onderzocht. Ze maakte een hommage-plaat over Horace Silver, voor wie haar eerste echtgenoot Cecil Bridgewater speelde, een cd met muziek van Ella, samen met Malinese musici de plaat Red Earth en onlangs 'Eleanora Fagan (1915-1959): To Billie with love from Dee Dee'.
De nieuwe generatie Helemaal nieuw is hij niet, 'new kid in town' Christian Scott. Hij stond al eerder op North Sea Jazz, en speelde afgelopen jaar ook al eens in het BIM-huis in Amsterdam. Maar als winnaar van de Paul Acket Award 2010 ‘Artist Deserving Wider Recognition’ stond hij deze keer wat meer in de belangstelling. Ik hoorde hem op vrijdag al met het Metropole, en op zaterdag gaf Scott met zijn eigen band een concert in de Yukon. Het extreme weer, donder en bliksem, dreigde even de boel te saboteren. Er was sprake van het afsluiten van alle buiten(tent)podia, maar net voor het zover kwam bereikte ik, rennend en doorweekt de Yukon. Een sfeer van verwachting, veel mensen, veel fotografen en een band die heel uitgebreid de tijd nam voor soundchecken. [Pic (C)ois] Met een wat moeizaam praatje van de festival-organisatie kreeg Scott de trofee overhandigd die hoorde bij zijn prijs en toen ging het los. Scott, afkomstig uit New Orleans doet precies waar hij zin in heeft. Lijkt het op Miles? so be it, is het pop? no prob, zijn er hiphop-invloeden? cool. [Pic (C)ois] Recht voor de speakers stond ik, eerste rij, en -wat me niet vaak gebeurt- ik vergat de tijd en de omgeving en ging op in de energieke, spannende, harde en soms fluwelen muziek van Christian Scott en band. Musici die hij om zich heen verzamelde en met wie hij al lang samenwerkt. [Pic (C)ois] Scott is 27, maakte al enkele solo-albums, waarvan het laatste, 'Yesterday you said tomorrow', heel vaak in mijn cd-speler zit. Die plaat werd vorig jaar opgenomen in de studio van recording-legend Rudy van Gelder die mee-produceerde. Jazzmusici hebben eigen jargon, altijd al, en als je tegenwoordig vindt dat iemand goed is, dan noem je hem 'bad'. Nou, Christian Scott is 'more than bad'. Hieronder wat eigen opnamen van het concert.
Nog eens: Brazilie Na het nogal teleurstellende optreden van Caetano Veloso wilde ik nog ik wel een stukje horen van het concert van Gilberto Gil. Vanuit de Yukon, door de regen naar de grote Maas-zaal, waar meneer de minister speelde. Gil was 6 jaar lang minister van Cultuur in Brazilie. Hij is, met Veloso, een van de leidende krachten van de nieuwe muziek in Brazilie, het 'Tropicalismo'. Gil zegt altijd dat de muziek voor zijn leven is en de politiek voor een periode. Het swingde behoorlijk in de Maas-zaal, het klonk samba-achtig en het was leuk genoeg om even bij te blijven hangen.[Pic:(C)ois] Hoewel ik graag wilde weten of organist Joey DeFrancesco er nog steeds, net als bij zijn eerste keer op NSJ, uitzag als Lee Towers, haalde ik de Hudson niet meer. Het was tijd om naar huis te gaan.
Vrijdagmiddag op de fiets, 10 minuten naar Ahoy. Beetje gespannen verwachting. Zoals altijd vooraf wat zitten staren op het klassieke blokkenschema van zalen en optredens in de hoop dat er een soort rode draad zou ontstaan. Uiteindelijk wist ik een paar dingen die ik persé wilde zien en zou het ook weer een beetje van het toeval afhangen.
Het 35e North Sea Jazz Festival, de 5e keer, daarmee het eerste lustrum in Rotterdam. Je zou het Newport Jazz Festival dat in de jaren '70 jaarlijks Rotterdam aandeed een verre voorloper kunnen noemen. De afgelopen week vond ik in de berging mijn 'jazz-archief'. Een doos vol bladen, knipsels en tickets van concerten uit het begin van de jaren '70 toen ik fanatiek van de jazz was. Nog altijd fan, maar er kwam zoveel meer bij door de jaren heen. De 1971-versie van het New Port Jazz Festival in de Doelen kostte voor alle 5 concerten 30 gulden. Dan zat je achter het podium, bij het orgel. Meestal sneakten we wel naar voren, als er plaats was. Hoogtepunten dat jaar waren de band van Duke Ellington, de Giants of Jazz en het kwartet van Ornette Coleman, met o.a. Dewey Redman en Charlie Haden. Na afloop, die in de nacht, stonden we bij de artiestenuitgang om een beetje verlegen handtekeningen te scoren. En ze staan er nog, op mijn programma: de krabbels van Dizzy Gillespie, Sonny Stitt en Thelonious Monk. Allways a friend, dat schreef Ornette Coleman bij mijn naam boven zijn handtekening. Tenorist Dewey Redman tekende ook.
This is our music now Het programma ging mee naar North Sea dit jaar, in de stille hoop dat ik de 'artist in residence' Ornette opnieuw zou kunnen spreken. Coleman is net 80 geworden maar reist nog rond en speelde dit weekend een aantal keren in verschillende formaties. Zijn optreden op vrijdagavond was met een kleine bezetting, drummer Denardo Coleman, zijn zoon, bassist Tony Falanga en basgitarist Al Mac Dowell. Bijzonder waren zijn speciale gasten, bassist Charlie Haden, die er in 1971 in de Doelen ook bij was en Joshua Redman. Dat is de zoon van Dewey Redman, de saxofonist die jarenlang met Ornette werkte en in 2006 overleed. Het thema is: 'This is our music now'. [Pic: (C)ois] De oude meester is wat in zichzelf gekeerd als hij optreedt. Hij zit, speelt, gaat af en toe over van altsax naar trompet, en soms viool. Josua Redman speelt veel 'experimenteler' dan we van zijn platen kennen. Interessant hoe de oude meester de jonge musicus tot de randen van zijn kunnen brengt. [Pic: (C)ois] De muziek is een soort van vrij, maar wordt na een tijdje altijd weer jazz. Coleman wordt wel als de wegbereider beschouwt van de 'free jazz', met gedenkwaardige albums als 'The Shape Of Jazz To Come' en 'Change of the Century' rond 1960. Het is een mooi om de grote vernieuwer hier weer aan het werk te zien. Helemaal spannend wordt het als Tony Falanga op zijn contrabas een kraakhelder begin speelt van een van de cello-sonates van Bach. Die muziek gaat over in compleze thema's en improvisaties. Coleman, in zijn merkwaardige kleurtjeskostuum, kijkt niet naar zijn mede-musici maar maakt duidelijke overgangen en hier en daar een staand einde.
'New York state of mind' De dag was, naast de rituelen van het kopen van de dagflyer en bergen cateringmuntjes, begonnen met het Nederlandse Metropole Orkest. Dat speelt vast op de eerste festivaldag, deze keer in de sfeervolle Amazon. Een van de thema's van het festival was 'New York' en daarom bracht het Metropole ons in een 'New York state of mind' met werken uit en rond die stad en een aantal solisten die elders op het festival optraden. Jason Moran, het nieuwe pianotalent, deed mee, tenorist Eric Alexander, trombonist Clifton Anderson en twee solisten waar ik me erg op verheugde: oud talent Lee Konitz (83) en jong talent Christian Scott (27).
Af en toe speelden de solisten apart met het orkest, zoals Konitz die in de beste traditie van 'Metro's Midnight Music' een fluwelen versie speelde van 'It never entered my mind'. En hier en daar waren Scott en Konitz samen aan de beurt, tot beider genoegen. Mooie combi van oud en jong. [Pic: (C)ois] Er wordt altijd hoog opgegeven van de kwaliteiten van het Metropole, maar ook deze keer, in een mooie zaal met fraai geluid, was het weer fantastisch om de blazers en strijkers van het orkest te zien samenwerken.
Acht procent Terwijl ik zat te luisteren naar het Metropole waren er louter grote namen op andere plekken aan het werk in de Ahoy. Jamie Lidell, Norah Jones, Pat Metheny en nieuwe ster Caro Emmerald. Naar NSJ gaan betekent ook vooral veel kiezen en véél missen. Ik heb wel eens berekend dat als je je best doet, zo'n 8 % van het aanbod kan volgen. Good old Phil Woods speelde in een kleine zaal bovenin Ahoy, met Rein de Graaff en drummer Eric Ineke. Paar stukken van meegekregen, het leek me allemaal wat routineus. In de bloedhete 'Darling' stond knuffel-crooner Matt Dusk. [Pic: (C)ois] Volle bak, leuke muziek maar ik kon er niet lang blijven. Ik wilde nog wat meepikken van Marcus Miller die het album 'Tutu' van Miles deed herleven.
Ehh, Brasil! En toen, terwijl Joshua Redman in de 'Hudson' speelde, ging ik naar mijn tweede plusconcert (extra kaartje, verzekerde plaats in de fraaie Amazon): Caetano Veloso. Mijn eerste lp's in de jaren zestig en zeventig waren van Sergio Mendes, Astrud Gilberto, Stan Getz, Joao Gilberto. Op de een of andere manier zit de muziek uit Brazilie, samba en bossa nova, in mijn systeem. Dus als je naar een optreden van Caetano Veloso kan, dan koop je snel een kaartje. Het werd wat laat, alles liep uit in de Amazon op de eerste avond. Er waren kennelijk toeters en bellen nodig, een wit projectiescherm, heftig licht. De man naast me vertelde dat de laatste cd van Veloso een nogal pop-achtig geluid had en dat het best zou kunnen dat we zoiets zouden gaan horen. [Pic: (C)ois] Veloso speelde met 3 jongeheren, op gitaar, keyboard en slagwerk. Opmerkelijk, leek me, dat een Braziliaans artiest werd begeleid door alleen een standaard Yamaha-drumstel. Het festival heeft een gigantische voorraad beschikbaar voor de musici die geen eigen materiaal meenemen. Op het podium een soort delta-vlieger, en projecties van ongetwijfeld het strand van Ipanema. En ja, er waren heus wel fans en liefhebbers, er zaten mensen die de teksten letterlijk meezongen, er was een fel lied over Guantanamo Bay, de taal was prachtig, maar het bleef een wat moeizaam liedjesprogramma dat maar niet loskwam en niet wilde vliegen, de delta-vlieger ten spijt. [Pic: (C)ois] Een dag later, toen ik nog wat zat te internetten over Veloso, ontdekte ik wat een wereldster de man geworden was sinds hij, samen met Gilberto Gil, het 'Tropicalismo' ontwikkelde. Daarin versmolten Braziliaanse pop, Rock & Roll en avantgardemuziek. Veloso schreef ook liedjes voor soundtracks van films als 'Hable con Ella' en 'Frida' van Pedro Almodovar. Ik hoorde en zag het er niet aan af, deze zingende boekhouder kon me niet boeien, hooguit met af en toe een lekker ritme en verwijzingen naar de bossa nova. En toen was het al een aardig eind in de nacht, al op weg naar dag 2 van North Sea Jazz.
Den Haag bij heel warm weer, dat heeft de sfeer van vakantie en nostalgie, van Veronica en Hommerson Sportland. Het was tegen de 30 vandaag, en aan het eind van de middag kwam de stad langzaam op adem van een van de warmste dagen van het jaar. De fontein op het plein van het Spui spoot oranjekleurig water, for obvious reasons, maar er was meer. De theaters sluiten voor de zomer, alleen in Amsterdam is er een volle programmering in het Concertgebouw. Nota bene met financiele ondersteuning van het Rotterdams Beleggers Consortium. Den Haag had nog een staartje seizoen met de opera 'La clemenza di Tito' van Mozart. In de zaal van het Haagse Lucent Danstheater deed de airco zeer hoorbaar zijn best. We keken naar de 3e van vier uitvoeringen die de Dutch National Opera Academy (DNOA) gaf. DNOA is een - zoals dat in het jargon heet- tweejarige tweede fase opleiding voor opera, in een samenwerkingsverband tussen het Conservatorium van Amsterdam en het Koninklijk Conservatorium Den Haag. Oerversie Wat rondlezend over 'Tito' kwam ik tegen dat het één van Mozarts' laatste werken was, in een paar weken gemaakt in opdracht, niet volgens iedereen even goed gelukt en zo verguisd dat hij lang niet werd opgevoerd. De Oostenrijkse keizerin zou hem na de wereldpremiere in 1791 als 'Duitse zwijnerij' hebben bestempeld. Sinds 1980 wordt hij weer vaker opgevoerd, er bestaan dvd's van o.a. Glyndebourne-versies. Deze DNOA-versie was de oer-partituur, in de volle lengte van bijna 3 uur. Men wilde er vroeger nog wel eens een als langdradig ervaren recitatiefje uithalen. Wel lang maar zeker niet langdradig vond ik deze complete versie. Dat lag aan de zangers en zangeressen van DNOA die het verhaal van de Romeinse keizer tot leven brachten. De spannende, wat abrupte opening was meteen raak: Vitellia zint op wraak voor de moord op haar vader Vitellius door de vader van Tito. De keizer heeft ook nog gekozen voor zijn geliefde Berenice, de niet-Romeinse. Rollen Sopraan Deirdre Angenent zong, acteerde maar vooral: heerste over het podium. Met een tintelende aanwezigheid en welluidende stem maakte ze de aandacht voor haar rol onontkoombaar. In het eerste deel is ze wraakzuchtig en sterk, en zo ziet ze er ook uit, in een pak dat stoere powerdressing laat zien. Na de pauze is ze bezorgd over het uitkomen van haar plannen, als de dan aanstaande bruid van Tito. Dat deel draagt ze een wat poppige hoepeljurk, en ook die meer fragiele kant liet ze prachtig zien. Sextus, de vriend van de keizer, die verliefd is op Vitellia, was een prima rol van Eva Kroon. De mezzo is nog maar 27. Zeer tegen de gewoonte in stond in de bio's van de zangers ook hun leeftijd vermeld. Toch leuk om te weten. Als er iets op de keuzes van Mozart aan te merken is, zou dat voor mij het idee zijn om Sextus en Annio door vrouwen te laten spelen. Het schijnt in die tijd als erotisch spannend te hebben gegolden om met 'Hosenrollen' te werken. Ik dacht tijdens het eerste deel eerlijk gezegd dat de samenstelling van DNOA het noodzakelijk maakte zo met de bezetting om te gaan. Te weinig jongens en dan laten we de meiden maar de jongens spelen. Maar het was zo bedoeld door Wolfgang. Niet veel spannends, vond ik. Grootste nadeel is dat de kleuring van de mannen- en vrouwenstemmen ontbreekt in veel duetten en ik mezelf erop betrapte geregeld goed te moeten kijken wie er nu zong. En hoewel de dames-als-heren mannenpakken droegen, was het verwarrend en moest je bedenken: deze mevrouw is dus de beste vriend van de keizer. Prestaties De prestaties van de nog jonge, studerende zangers in deze productie werden ongetwijfeld opgestuwd door de ervaren mensen eromheen. Regisseur Floris Visser had een heldere en consequente visie op het werk en liet die met weinig middelen zien. De manier waarop hij het koor, in verpletterend witte pakken, van een choreografie had voorzien was prachtig. Hij wilde de voorstelling plaatsen op een 'Trap der Zuchten', een constructie van steigerwerk die een grote, hoge tribune vormde. Vormgever Niels Mathot maakte de trappen, en koos voor een bijna consequent zwart/wit beeld. Alleen Vitellia en Servilia droegen een enkele keer iets roods en blauws, voor de rest waren kleding, licht en decor in zwart/wit. De kostuums leken van Suit-Supply te komen, veel pakken met stropdas. Geen sandalen, geen Asterix-romeinen, maar een tijdloze (al wilde regisseur Visser dat we 'tijdvolle' dachten) aanpak die aangenaam was om naar te kijken en de muziek tot zijn recht liet komen. Decor Weinig decorstukken maar buitengewoon effectief. Aan de rook die het licht fraai filterde en wat andere licht-effecten kon je Mathots' activiteiten voor de musical-wereld terugzien. Hij deede o.a. de decors voor The full Monty. Die trappen waren heel functioneel, en soms ook spannend, zeker als Vitellia er met hoge hakken op en af rende. Muzikaal was het dik in orde, met oude muziek-specialist Richard Egarr voor het orkest. Ik zag hem een paar jaar geleden voor het koor en orkest van de Bachvereniging, bij de Mattheus. Met relatief simpele middelen, de modernistische vormgeving en een uitstekende zangers/koor-groep was het een indrukwekkende voorstelling. Hoopgevend als dit de nieuwe generatie is die de opera-podia gaat vullen. Mijn favoriete van de avond was Deirdre Angenent. Die studeert komende maand af, zo las ik in het programma. Die vrouw komt er wel. Benieuwd hoe we haar gaan terughoren op de podia en in welke rollen. Het lichte vibrato in haar stem was ruim voor Mozart maar past vast ook mooi op Puccini en Verdi.