zondag 15 maart 2009

Gekke Theo

Het was de week van de oude mannen op het podium. Haitink die het KCO dirigeerde vanaf een krukje. Theo Loevendie, die met een rollator op het podium verscheen, en toch een paar zeer vitale sopraansaxofoonsolo's blies.
De rollator was trouwens niet echt nodig maar een theatraal effectje. Bij het sloptapplaus kwam Loevendie nog behoorlijk vitaal op zijn 78-jaar oude benen het podium op, zonder hulpmiddel. De rug van Haitink is 80 en die vraagt soms een krukje, maar volgen de verhalen en recensies was er met de zeer geroemde 'slag' van Haitink niks mis. Theo Loevendie is er al heel lang in de Nederlandse muziek. In de vroege jaren '70 gingen we als middelbare scholier geregeld naar de 'Stamp-concerten' in Lantaarn/Venster. De 'Stichting Alternatieve Muziek-Praktijk' ging ervan uit dat de drempel tussen muziek en publiek geslecht moest worden, dat leverde verrassende en soms merkwaardge avonden/nachten op, op de late vrijdagavond in de L/V. Ik herinner me Anne Haenen die de Sequenze for Voice van Luciano Berio zong, zei, brulde, giechelde en kreunde.
Het Nederlands Blazers Ensemble gaf Loevendie de opdracht een requiem te schrijven. Loevendie zocht het niet ver weg, maar bij het requiem van Mozart en bij de aloude tegenstelling tussen Mozart en Salieri. Loevendie heeft met Mozart gemeen dat hij niet snobistisch bezig wil zijn met Hogere Kunst maar ieder muziekgenre in zijn eigen context wil zien. Vandaar ook de rol die het Orkest van de Straat speelde in deze productie.
'Lang zullen we doodgaan' luidde de titel van deze avond. Eerst het requiem van Mozart, bewerkt voor het NBE en het koor van de Nederlandse Bachvereniging door Clemens Kemme. Hij is een van de velen die zich waagde aan het voltooien van het werk dat net voor zijn dood door Mozart werd geschreven maar nooit afgemaakt. Die geheimzinnige man die we in de film 'Amadeus' zagen, was in werkelijkheid een bode van graaf Franz von Walsegg. Die bestelde het requiem om het onder eigen naam uit te brengen, dat deed hij wel vaker. Constanze, de weduwe Mozart, ontdekte dat pas 10 jaar na diens dood.
Na de prachtige koren in het Mozart-requiem (het leek soms net Bach) werd het ineens spannend op het podium: Fatum begon, zonder pauze, in een overgang vanuit Mozart.
De strikken van de zangers en musici gingen los, er was ander licht, de Dood, in een mantel en met een masker, kwam het podium op en stelde zich hoog en zichtbaar op, met een panfluit. De leden van het Orkest van de Straat kwamen erbij, Loevendie met zijn rollator, verkleed als dakloze, de cymbalomspeler reed een rondje op een fiets en eindigde bij zijn instrument.
Zangeres Curra Suarez, ooit door het Parool getypeerd met 'een stemgeluid waarmee je een brandkast kunt kraken', zong de teksten van Loevendie, gebaseerd op de hallucinaties van Mozart.
Het deed soms denken aan eerdere Nederlandse opera-werken (dit werk noemt Loevendie een mini-opera) als Reconstructie, dan weer was het musical, op het podium ontregelde de boel op een boeiende manier, soms hingen de koorleden achterover en zong het orkest, en langzaam werkte het stuk toe naar het einde, de hartslag op de trom waarmee het werk eindigt.
Loevendie kreeg het applaus dat hij verdiende, de musici hadden er zichtbaar plezier in en wie het wil zien kan het binnenkort op cultura zien, want de premiere, een avond eerder, is door de NPS opgenomen.

zondag 8 maart 2009

Zijn alle vrouwen zo? Die van de opera wel...

Haar geliefde Ferrano vertrekt die ochtend onverwacht als officier naar het front, en als er in de middag plotseling 2 Albaniërs opduiken in het vakantieoord, is ze in no time bereid haar geliefde te vergeten en met een van de Albaniërs te trouwen. Zo snel is Dorabella om, daarmee de stelling van Don Alfonso bewijzend, 'zo doen ze het allemaal', Cosi fan tutte.
Dorabella's zus Fiordiligi, maakt ongeveer hetzelfde mee, ze is verloofd met de vriend van Ferrano, Guglielmo. Ze stribbelt wat langer tegen als de andere Albaniër haar probeert te verleiden maar ook zij is bereid een nieuw leven te beginnen en te trouwen.
Don Alfonso heeft het allemaal verzonnen om zijn weddenschap te winnen die gaat over de vraag of alle vrouwen onbetrouwbaar zijn. Het kamermeisje Despina helpt een handje en zo trappen de zusjes in het bedrog, want de Albaniërs zijn gewoon hun verloofdes met andere kleren en een plaksnor. Ze willen zien hoe trouw de dames eigenlijk zijn.
Cosi fan tutte is een veel uitgevoerde opera, een van de drie die Mozart schreef samen met librettist Da Ponte. Waar de andere twee, Don Giovanni en Le nozze di Figaro aanleiding geven tot veel politiek-maatschappelijk ge-analyseer van de wetenschappers, is Cosi een lastige. Het gaat over trouw, zeden en de losheid daarvan, en dan vooral hoe de vrouw daar mee omgaat. De stukken in het uitgebreide programmaboek, een mooie gewoonte van de Nederlandse Opera, gaan vooral over dat thema: de rol van de vrouw, de maatschappelijke articulatie van opvattingen over trouw en liefde.
Deze Cosi is een reprise van 3 jaar geleden, toen in het Mozartjaar 2006 de Nederlandse Opera met de Mozart/Da ponte-cyclus kwam onder regie van het duo Jossy Wieler en Sergio Morabito. Ze situeerden Cosi in een jeugdherberg-omgeving in de jaren '60.
Die versie gaat nu weer een aantal keer in het Muziektheater. De decors en kostuums zijn van zolder gehaald en het gigantische draaiende podium is weer opgetuigd. Dat laatste zorgde vorige keer voor paniek. Uitgerekend op de middag dat de zaal vol zat, de tv-camera's klaar stonden voor een live-uitzending, er bioscoopzalen vol zaten met mensen die via de satelliet wilden kijken en de NPS voor het eerst een live-verslag tijdens de voorstelling zou doen - afgekeken van het voetbal- juist die keer liet de techniek van het podium het afweten en moest een half uur voor aanvang de voorstelling worden afgelast.Het podium draaide lekker, zij het wat krakerig, deze keer, en het Nederlands Kamerokest deed meer dan zijn best om de schrale indruk van vorige keer te doen vergeten. Toen was er alom groot bezwaar tegen de opvatting van dirigent Ingo Metzmacher. Ditmaal staat Gerard Korsten voor het orkest.
Toeval, of misschien juist helemaal in lijn met het verhaal, het waren uitgerekend de vrouwen die bij deze reprise niet trouw bleken. Terwijl de mannelijke cast dezelfde was als de vorige keer, 3 jaar geleden, waren alle vrouwenrollen nu door anderen bezet. Despina, vorige keer gezongen door de zeer geprezen Danielle Deniese, werd gedaan door de Zweedse sopraan Ingela Bohlin, die een Kim Holland-achtig type neerzette. Sally Matthews kreeg vorige keer als Fiordiligi daverende ovaties, maar dit maal was ze er niet bij.
Bij het slotapplaus bleek dat het publiek geen echte lieveling had, in deze voorstelling. Een beetje afgemeten klonk het, en zelfs de inmiddels vaste gast in het Muziektheater, Luca Pisaroni, kreeg niet meer dan een bescheiden applausje. Hij verdiende meer, vond ik.
We leerden in ruim vier uur veel over hoe de vrouwen zijn, collega J. die onlangs afstudeerde en ik zelf. Cosi fan tutte was immers het adagium, zo doen ze het allemaal...

dinsdag 3 maart 2009

Alweer Hamel

[foto: Felix van de Gein]
Moest dat nou alweer, een avondje luisteren en kijken naar zanger Wouter Hamel en zijn band? Ja, dat moest. Niet alleen om de aardige uitnodiging van D. die ik zeker niet wilde afslaan, maar ook omdat ik wel weer benieuwd was. Hamel heeft net een nieuwe cd uit, en doet als vervolg op de clubtour van afgelopen jaar nu een theatertour door Nederland.
De nieuwe cd, 'Nobody's Tune' staat alweer een tijdje op mijn Ipod. Altijd lastig, een tweede plaat na een succesvol debuut. En Wouter Hamel is zo eigenwijs zelf alles te willen schrijven. Covers, daar doet ie, sinds hij de Young Sinatras verliet, vrijwel niet niet meer aan.
Niet alle liedjes zijn even gedenkwaardig op de nieuwe plaat. De productie is soms zo subtiel dat de begeleiding een dun, vaag laagje vormt onder de stem van Hamel. Het lijkt erop dat de jazzpolitie full time bewaking instelde in de opnamestudio, want jazzy wil het niet erg worden op 'Nobody's tune'.
Live klonken veel nieuwe liedjes, met een wat lossere, jazzy stijl vaak beter dan op de plaat. De backing-vocals die op de cd een beetje tuttig klinken zijn live veel leuker en pittiger. Op het podium worden ze verzorgd door de muzikanten, die soms wat ongemakkelijk met kopstem zingen. Sven Happel op de bas, Gijs Anders van Straalen op percussie, de oude getrouwen swingen er lekker op los.
Het toneelbeeld in de Goudse schouwburg was simpel maar doeltreffend, met een grootbeeldprojectie van kleine, overal verstopte webcammetjes.
De teksten van Hamel hebben niet veel diepgang. Nauwelijks noemenswaardige relatie-dingetjes, de hij of zij wordt gemist want ver weg of gehaat want weggelopen en het moet nooit meer zijn dan een affaire 'ín between' want iemands 'everything' wil hij niet worden.
Het zou interessant zijn als Hamel het aan zou durven om af en toe wat meer op diepgang en emotie te werken. Een liedje in de derde persoon, dat zou al schelen tegenover al die gesprekken die hij zingend niet met de zaal voert maar met die vage 'ander'. Bijna alles wat Hamel schrijft staat in de eerste of 2e persoon en dat geeft beperkingen in de impact van een verhaal.
Verstilling lukt hem goed, bij de ballad 'Amsterdam', laatste nummer op de cd en een van de toegiften. De uitsmijter was 'What I wouldn't give, to see you once again', een van de leukste liedjes op Nobody's Tune. We moesten meezingen, D. als overtuigende sopraan en mijn bariton ernaast, en we vonden het niet eens erg. Ach, wie zegt er nee als Wouter Hamel je met die golden retriever-ogen dat vraagt?

vrijdag 27 februari 2009

Het duo Bilitis


Het is een mooie vinding: het lunchconcert. In Rotterdam bestaat het al heel lang, op woensdagmiddag in de Doelen. Ik was er nog nooit geweest. De hal van de Doelen zat deze woensdag tjokvol, zeker 400 mensen die binnen waren komen lopen voor het duo Bilitis. Twee harpistes die sinds 2004 een duo vormen, waarbij een van de twee, Ekaterina Levental, ook nog heel mooi zingt.
Ekaterina is een van de gasten op de benefiet voor het UAF, die op 17 mei zal plaatsvinden en waarbij ik betrokken ben in het organiserend commitee.
Goede reden om te gaan luisteren naar instrumentale muziek van Ravel en Prokofjev en naar de liederen die de componist Jeff Hamburg speciaal voor het duo schreef. Hamburger werd geboren in Philadelphia en woont in Amsterdam. Hij is getrouwd met fluitiste Eleonore Pameijer. De Yddish Lider gaan officieel in premiere tijdens een optreden in het Joods Historisch Museum, begin maart.
Ekaterina Levental zingt prachtig. Ze heeft een intense mimiek die zowel techniek als expressie laten zien en ze bereikte alle hoeken van de grote hal moeiteloos. Voor meer van haar en o.a. het Orionensemble moet je op 17 mei in Rotterdam zijn.
[Nokiapic: ©ois]

zaterdag 21 februari 2009

Angels in America, de binnen- en de buitenkant

De overgang was aanzienlijk. Van de arcadische thema's uit het Engeland van Purcell, Blow en Locke op zaterdagavond naar de harde werkelijkheid van het leven in New York in de jaren '80 op zondagmiddag. De grachtengordel (en voor hen die dat betalen kunnen ook de bewoners van de sjieke buitengebieden rond de hoofdstad) was uit, deze zondagmiddag. Van modekoning Frans M., tot tv-dokter Sjoukje H., van legende Kees van K. tot tv-persoon Hanneke G. Onze beste spot was het duo Katja S. en Thijs R.
Allemaal in de Stadsschouwburg voor wat op dit moment the talk of the town is: Angels in America, het stuk van Tony Kushner in een regie van Ivo van Hove.
Het stuk is uit '86 en plaatst de hoofdfiguren in het tijdperk van Reagan, symbool voor een wereld van eigenbelang, winst en het recht van de sterkste. Aids is een belangrijk thema, naast geloof, etnische afkomst, ethiek, liefde en leven. De omschrijving in het programmaboekje van de persoon Tony Kushner is veelzeggend: homoseksueel, agnost, democraat, neo-socialist, Jood, politiek activist en essayist. Het lijkt alsof hij de rode draden van al die levensterreinen heeft gezocht en daar het verhaal op heeft gebaseerd.
Van de buitenkant, het kijken naar de celebs en elkaar in lichte opwinding op de hoogte brengen van de nieuwste spot in de foyer, naar de binnenkant duurde maar een paar minuten. Zo snel werd ik gegrepen door het verhaal en het acteerwerk op het podium. Geen doek, nauwelijks decor, snoeiharde muziek van Bowie en de nietsverbloemende dialogen van schrijver Tony Kushner.

Prior Walter, voormalig drag-queen heeft aids, net als de conservatieve advocaat Roy Cohn. Prior moet, verlaten door zijn vriend Louis, in zijn eentje vechten tegen het verval en de moedeloosheid. Cohn doet alles om zijn imago te redden en davert met zijn cellphone aan zijn oor van zijn kantoor naar het ziekenhuis waar hij een eigen voorraad AZT bij elkaar belt. De twee hoofdfiguren en de mensen om hen heen spreken een taal die nooit dubbelzinnig is, ze schelden, vechten, lijden en hebben lief met een rauwheid die soms hard aankomt. De karakters treffen in het stuk niet alleen hun omgeving maar ook engelen, en demonen uit het verleden met wie ze het gevecht aangaan. Advocaat Cohn wordt bezocht door Ethel Rosenberg, die hij achter de tralies kreeg.
De rauwheid van de thema's, de taal en de karakters komt ook terug in het toneelbeeld. Er staat een tafel met draaitafels en elpees van Bowie, er hangen tl-balken en op een enkel zwart scherm na kijken we naar de bakstenen muren van het toneelhuis van de Stadsschouwburg: kaal. Veel dialogen, die op zijn New Yorks hard en snel zijn, hebben óók humor. Op de een of andere manier vindt Kushner altijd een vorm om situaties met humor aan te kleden. Als advocaat Cohn zijn eenzame, gruwelijke aids-dood sterft zijn er met moeite twee mensen te vinden die voor hem Kaddisj willen zeggen. Het gaat in rap Hebreeuws, maar het eindigt na het 'we-al kol benee adam, we-iemroe amen' met een tweestemming en hartgrondig: 'klerelijer'.
Terug naar de kern, dat is de beweging die Kushner maakt in zijn stuk. Mensen die gebonden en gevormd zijn door hun plek in de wereld en de opvattingen die ze daar over hebben, moeten veranderen omdat de omstandigheden ze daartoe dwingen.
Hoewel er over het Amerika van Obama anders wordt gedacht, en in elk geval anders wordt gehoopt, dan over het Amerika van Bush en Reagan, is het stuk door zijn universele thema's en de sterke dialogen en karakters zeker niet gedateerd.
Maar het blijft dode tekst als die niet tot leven wordt gebracht door de acteurs. De rollen zijn volledig bezet door vaste acteurs van Toneelgroep Amsterdam. Hans Kesting, de advocaat Cohn, die voor zijn rol al eerder een Louis d'Or kreeg. Hij buldert, beukt en schmiert zich door zijn rol heen met grote energie, als gevreesd advocaat maar ook als aidspatient, gebonden aan een infuus-installatie. Fedja van Huet, als Louis, de ex van Prior, die tobbend door de wereld gaat. Barry Atsma, de breekbare mormoonse advocaat die moet kiezen en Hadewych Minis als zijn vrouw.

Zelden zoveel gelachen om zoveel treurigheid. Maar wat achterblijft na de marathon van 5 uur is het gevoel geraakt te zijn over de dingen die er toe doen in het leven. Acteur Fedja van Huêt zegt het zo in een interview: ‘De jaren ’80 lijken in veel opzichten heel erg op de huidige tijd. Opnieuw heerst er een heel kil, hard en individualistisch klimaat, het is weer ik-ik-ik en geld-geld-geld. Wat Kushner daar tegenover zet – het klinkt heel soft, dat weet ik – is medemenselijkheid en voor elkaar zorgen. Dat is de enige manier om te overleven in een harde stad, in een harde wereld. Daar geloof ik ook wel in.’

zondag 15 februari 2009

Music, the food of love op Valentijn

Een verlaat verjaarskado, op Valentijnsdag, in aangenaam gezelschap, toepasselijker kan het toch niet. De koude zaterdagavond bracht ons naar de St Jan in Maastricht. Niet ver van de Momus, de Britannique en de Perroen, waar op zaterdagavond tout Maastricht op stap gaat. In het stille hoekje van het Vrijthof was de St Jan uitverkocht voor het optreden van de de Nederlandse Bachvereniging. Naast de vaste uitvoering van de Mattheus Passion (nog maar 6 weken wachten...) brengt de vereniging ook andere, vaak kleinere producties in de concertzalen. Immortal Bach, onlangs in het Muziekgebouw aan het IJ, was zo'n productie.
Rond Valentijn reisde een kleine gezelschap door Nederland met deze kleinschalige voorstelling met muziek van Henry Purcell en zijn tijdgenoten. Voor de pauze liederen van Johnn Blow, vriend en leermeester van Purcell en liederen van Matthew Locke, de voorganger van Purcell als hofcomponist.Het contiuo bestond uit luitist Fred Jacobs en vaste NBV-klavecinist Siebe Henstra. De solisten waren de bas Mattijs van de Woerd en sopraan Nicola Wemyss. Ze zongen solostukken maar ook dialogen, uit o.a. Twelfth Night en Richard the Second van Shakespeare.
Purcell schreef de muziek van 'Hence, fond deceiver; a Dialogue between Love and Despair'. De eerste regels van Despair, gericht aan Love, zijn een mooi tegenwicht tegen de Valentijn-fondanterie die ons deze weken via de media bereikt:
Despair:
Hence, fond deceiver, hence begone!
Hence; and some tamer captive find;
Since Hope, thy best companion's flown,
Away, why lin'grest thou behind?

Met de eloquente muziek in de oren, en met de lessen in het hoofd over de liefde die -al zijn ze meer dan driehonderd jaar oud- altijd hun geldigheid behielden, fietsten we door het donkere Maastricht, de eloquente melodielijnen nazingend bij het stoplicht.

zaterdag 7 februari 2009

ART Rotterdam

De Cruise Terminal, ooit de plek waar de passagiers van de HAL naar New York vertrokken, is locatie voor allerlei beurzen en evenementen. Hoe saai, voorspelbaar of oninteressant ze ook zijn, je hoeft maar even uit een van de vele ramen te kijken en je ziet de Nieuwe Maas, die dwars door Rotterdam stroomt. Rustgevend én dynamisch, melancholiek en bruisend, het beeld kent vele gezichten.
Vandaag was er weinig reden voor verveling. ART Rotterdam, de jaarlijkse kunstbeurs waarop kunsthandelaren en galeries uit ruim tien landen hun aanbod laten zien. Veel, heel veel kunst, met naast schilderijen ook weer veel foto- en print werk.
Ik kijk als een echte leek, als een echte Hollander en als een echte Rotterdammer: 'Spreekt het me aan? Wat kost het? Wat koop je ervoor?" De handel draait goed, naast veel werk hangt een bemoedigend rood stickertje.
Kunst kijken is leuk, mensen kijken is leuk en de koffie was goed binnen te houden. Ik was blij dat ik een enkele naam herkende, zoals Gert Brenner (die ik onlangs bij Galerie Delta ontdekte met fraaie, grote werken), Willem Diepraam, Hans Wilschut en Philip Akkerman.
Wat bleef hangen? (bij mij dan, de werken blijven nog maar een dag in de CTR).
Zeker de grote schilderwerken op papier bij Galerie Rob Malasch van Pieter de Kok. Portretten van militairen, maar met een twist.
Mijn kennis van de kunst is veel te beperkt om in termen van kwaliteit naar al dat aanbod te kijken. Boeiende discussies daarover met een ook aanwezige bevriende kunstenaar. Die ziet het wel, maar die heeft er in doorgeleerd.

maandag 2 februari 2009

International Filmfestival Rotterdam 2009


Het filmfestival zorgt ervoor dat Rotterdam ieder jaar zo rond eind januari zijn leukste dagen beleeft. Drukte op het Schouwburgplein, waar makers en kijkers heen en weer bewegen tussen Schouwburg, Doelen en de Pathé. Uit de ruim 25 films (van de 300 in het aanbod) die ik dit jaar zag hieronder een selectie.

Tussen Holywood en het filmhuis
Rachel Getting Married
Jonathan Demme (Stop Making Sense, The Silence of the Lambs) maakte een supersnelle film met alle ruimte voor de acteurs (w.o. Anne Hathaway) om te schitteren.
De beschrijving in het programma was zo treffend dat ik hem graag zelf bedacht had willen hebben: 'Festen Light'. De sfeer en thema's die we van Festen kennen maar de dialogen alsof ze uit een Amerikaanse comedy komen. Die dialogen kwamen uit de pen van scenariste Jenny Lumet (dochter van).

Deze film zit op het snijpunt van Hollywood en arthouse. Dynamisch, zo u wilt neurotisch, camerawerk met een beeld dat nooit statisch is, en met geloofwaardige acteurs die het familietrauma bijna terloops onthullen. De tijd vloog om. Echte aanrader.



Filmkunst uit Verweggistan
Tulpan
We kwamen terecht op de steppen van Kazachtstan. Vergeet Ali G., denk aan een ex-matroos die schaapherder wil worden met een eigen kudde. Daarvoor moet hij die eigen kudde wel eerst hebben. Zijn dappere poging om een meisje te krijgen -die zijn op de steppen niet makkelijk te vinden- lopen spaak. Hij praat met de ouders over de gewenste deal, het meisje kijkt vanachter een gordijn voor hem onzichtbaar toe. Ze wijst hem af op zijn flaporen en het extra aanbod van een glazen kroonluchter mag niet helpen.
Merkwaardig toeval was dat we in de korte pauze voorafgaand aan deze film onder anderen de thema's flaporen en Boney M bespraken. U snapt dat we tijdens zo'n festival diepgaande en kunstzinnige gesprekken hebben. Binnen de eerste tien minuten van deze film kwamen die voorbij. Boney M schalde uit de speakers van de autoradio, al kun je je vragen of een opgepimpte tractor wel een autoradio kan hebben.
Leukste beeld van deze dag was dat van de dierenarts die over de steppen reed met een motor met zijspan. In het zijspan een klein kameeltje, ingezwachteld vanwege verwondingen, er achter de moeder kameel die volgens de dierenarts al honderd kilometer achter hem aan liep.
Of Tulpan, het meisje dat de bruid moest worden, alsnog 'ja' gaat zeggen, weten we niet. En of de matroos weet wat hij mist weten we ook niet, want de wat traditionele wetten en gewoonten in Kazachstan staan niet toe dat de bruid voor het huwelijk onder ogen komt van de huwelijkskandidaat. Helemaal aan het eind, als de matroos al bijna op weg gaat naar de stad, draait hij zich om en besluit te blijven. Een echt film-einde dus.
Geen grote aanrader, wel een mooie film.


Film goed, teacher fout
A Country Teacher
Niet veel gekkigheid in deze film qua montage, beeld en andere vormaspecten. Niet te snel maar zeker niet traag gemonteerd, goed gespeeld en wat mij betreft vraagtekens over de moraal in het verhaal en over de boodschap van de maker.
Het platteland van Tsjechie, daar gaat de onderwijzer heen om bij te komen en afstand te nemen van zijn leven in Praag. Een verleden met een vriendin, een vriendje en genoeg gedoe met zijn geloof om er even uit te willen gaan. In het niet-onvriendelijke klimaat van het dorp komt hij tot rust.Een boerin met een zwaar leven achter de rug en haar zoon Lada vormen zijn eerste contacten. Hij doet het geweldig, zijn werk als docent wordt zeer gewaardeerd, hij burgert goed in bij de andere bewoners die zingend bij grote glazen bier hun vrije tijd doorbrengen.
De onderwijzer is een vriendelijke, bescheiden mens. Hij doet denken aan de kapelaan uit een KRO-drama serie van lang geleden. Het dorpje waar het verhaal zich afspeelt heeft ook die sfeer.
Als hij na een feest in het dorp aangeschoten met de stomdronken Lada alleen thuis is schuift ie langzaam tegen de zoon aan en trekt hem af. Mooi, romantisch gefilmd en daar lijkt het alsof de maker een wel erg roze/rooskleurig beeld geeft van wat we doorgaans als aanranding beschouwen. Jongen boos, moeder bedroefd. De film eindigt met de thuiskomst van de jongen na wat zwerven door Tsjechie. Hij is anarcho-punk geworden, dreigt onmiddelijk op te stappen als hij de onderwijzer in huis treft, maar de gezamelijk uitgevoerde bevalling van een koe lijkt alles goed te maken.


Chinese musical
12 Lotus
Wat hier een festival/arthousefilm is, zal wellicht in het land waar hij vandaan komt tot de mainstream behoren. De film lijkt wel wat op Mamma Mia!, maar dan verder naar het oosten. Het verhaal van Lian Hua is dat van een mateloos populaire zangeres. Ze zingt de zogenoemde Ge-tai-liederen. De liederen worden in het Hokkien gezongen, een Zuid-Chinees dialect dat ook op Taiwan veel gesproken wordt, maar in Singapore marginaal is. Het zijn nostalgische liederen en de liefhebbers ervan vormen een kleine, maar fanatieke minderheid. Zij dragen Lian Hua op handen.
Haar succes, gevolgd door de dramatische neergang (het lijkt soms wel wat op Sunset Boulevard) komt in beeld in grote baletten, kleurrijke kostuums en acteurs die opeens in een lied uitbarsten.
Haar successen zijn kleurrijk en haar neergang is treurig. Ze sluit zich op in haar huis, de telefoon gaat zelden meer en het contact met wat er in de wereld om haar heen gebeurt is wat beperkt omdat haar tv niet erg flatscreen maar vooral een aquarium is.
De muziek is zo aanstekelijk met al die Chinese teksten dat ik al even gezocht heb naar de soundtrack van deze film. Leuk, zeker voor musical-liefhebbers die eens wat anders willen zien.

De schoenen van Deneuve
Absoluut de film die me het meest aansprak in al deze dagen was Je veux voir. Catherine Deneuve staat in een hotelkamer in Beiroet, Libanon. Ze kijkt uit over de gehavende stad en zegt gedecideerd: 'Je veux voir, ik wil het zien'. Ze gaat op pad met een cameraploeg en een Libanese collega, de acteur Rabih Mroué. Haar blik, als ze het hotel verlaat en in de auto stapt, is een combinatie van nerveuze bezorgdheid en nieuwsgierigheid. De camera blijft heel lang op haar gericht. Soms gaat hij naar de andere acteur en soms zie je de interactie. Niet veel chemie. Ze begint een paar keer over de autogordel, die ze was vergeten vast te maken en ze vraagt of het verplicht is hier. 'Ja', zegt haar reisgenoot, 'maar niemand houdt zich eraan en er is geen controle'. 'Okay, maar doe hem maar wel om, dat lijkt me een stuk veiliger hier. Wanneer is de oorlog lang genoeg voorbij om zulke regels weer te gaan toepassen?', vraagt ze. De beelden van de gebouwen achter haar geven het antwoord. Het zal nog wel even duren.
Het reisdoel van deze ene dag in Libanon, waar ze is vanwege een gala van de ambassade, is het zuiden van het land, de geboorsteplaats van Mroué.
Een paar auto's, de cameraploeg en haar bodyguard. Die ziet er heel authentiek uit. Maar de rest is niet echt. Dat wil zeggen, ze rijdt door Libanon, de verbijstering in haar ogen zal wel echt zijn, maar het is feitelijk een speelfilm over een documentaire. 'Deneuve speelt zichzelf', zo staat het in de informatie. En zoals dat hoort bij sterren, staat op de aftiteling wie haar kleedde, de juwelen en ook natuurlijk welke ontwerper de tassen maakte die ze draagt. Zowel die van de tas van overdag als die van de avondtas worden genoemd. Het sjieke maar bescheiden broekpak wordt niet vermeld. Ik kon niet zo snel vinden of de ontwerper van de schoenen werd vermeld. Die schoenen vielen me juist zo op. In de film, na een dik halfuur, zien we Deneuve naast haar begeleider door de puinhopen van Beiroet lopen. Ze loopt op een soort combinatie van sportieve sandalen op plateauzolen. Ik betrap mezelf erop dat ik dat opmerk. Nogal idioot om in een film over een oorlogsgebied te letten op schoenen. Al is het erg modern ook om zelfs hier stijl- en merkbewust te zijn.

Het concept van deze film is eigenlijk heel bijzonder. De makers vertelden in de Q&A na afloop dat ze zich tijdens de oorlog in Libanon, die ze zelf noodgedwongen vanuit Parijs volgden, afvroegen hoe het zou zijn als de gruwelijke maar ook afstompende beelden uit de media zouden verdwijnen en wat er dan zou komen Ze besloten Deneuve te vragen mee te werken en die zei 'ja'. Deneuve is voor de makers een symbool van de filmhistorie dat ze graag wilden associeren met hun verhaal. 'Het gezicht van Catherine, zo zei de regisseur, 'vertelt het verhaal'.
Omdat het geen echte docu is, zie je ook het gedoe bij de grens met Israel over de vraag of er gefilmd mag worden. De camera draait bij de discussie met de Unifil-militairen over de vraag of de camera aan mag en wat wel en niet in beeld mag.

Het is fantastisch om Deneuve een soort van zichzelf te zien spelen in de kleine anderhalf uur die de film duurt. De documentaire waar de film overgaat zou je kunnen vergelijken met het vaste recept dat tegenwoordig door inzamelacties wordt gevolgd. Je stuurt een BN-er naar een ver land en laat hem of haar schijnbaar niet gehinderd door de camera door de zieke mensen of zielige kinderen dwalen. De camera pakt natuurlijk mooi close de onvermijdelijke tranenscene die altijd op 3/4 van het item zit en die natuuurlijk ook de trailer van het programma vormt.
Zou Deneuve ook...?, vroeg ik me af. Maar nee, zo makkelijk maken de regisseurs en scenarist het zichzelf niet. Droefheid, melancholie en ander emoties zijn wel mooi zichtbaar bij de actrice. Op dit moment is ze te zien in Un conte de Noel, die nu in de filmhuizen draait.
Film die zoveel moois van Deneuve bij zoveel treurigs van de oorlog laat zien, dat je hoe dan ook geraakt wordt. Heel erg aanbevolen.


Biopic over Joe Meek, de maker van een wereldhit
Telstar
Het is donker. Hier en daar schemert een groen lichtje. Plots klinkt een mannenstem: "stop, stop, this has to stop"! De man rent de trappen op naar een kleine cabine. Er is geroezemoes, gelach. Een vrouwenstem zegt: please stay seated, it's not over yet.
Spannend. En het is niet eens een filmscene. Dit is echt.
Regisseur Nick Moran, die bij de eerste continentale screening van zijn film 'Telstar' in Rotterdam is, heeft net ontdekt dat de epsiodes van zijn film bij het monteren tot één rol verwisseld zijn.Na een paar minuten komt hij de zaal in en meldt het probleem. Er is een oplossing en zo meteen zal de epsiode met de laatste 5 minuten alsnog vertoond worden. Ik had wel een vaag idee dat er iets raars was met de volgorde maar bij een film die snel heen en weer springt in de tijd ben je niet meteen verbaasd. Nog natrillend van de stress vertelt Moran in de Q&A na afloop hoe deze film tot stand kwam. Hij maakte eerst een toneelstuk over het leven van Joe Meek, en bewerkte dat tot een filmscript voor zijn eerste film.
Een van de redenen waarom ik benieuwd was naar 'Telstar' was de hoofdrol, door Con O’Neill. Die zag ik in '88 op Westend in het Albery Theatre in de musical 'Bloodbrothers'. Hij straalde als Mickey naast Kiki Dee die de rol van mrs. Johnstone speelde. Bloodbrothers begon als een matig succes met Barbara Dickson in 1983 maar werd een groot succes dankzij de 1988-versie op Westend. Hij loopt daar nog steeds.Gezien zijn fraaie rol in de muscial wilde ik graag meer zien van Con O'Neill. Het heeft even geduurd maar dankzij deze film kunnen we zien hoe O'Neill zich ontwikkeld heeft. Ruim 20 jaar na Mickey zet hij de eigenzinnige producer van novelty-hits Joe Meek indringend neer. Een maffe man die in het appartement boven de tassenwinkel in London een studio bouwde en met grote bezetenheid, veel coke en veel jonge artiesten zijn hits produceerde. Meek wordt bekend als hij een paar hits scoort, waaronder 'Johnny, remember me' maar raakt in opspraak als hij een soort George Michael-incidentje (in het engels heet dat 'cottaging') meemaakt en daardoor onaangenaam in de krant komt.
De film is zo exact mogelijk conform hoe het toen ging. Regisseur Moran maakte veel werk van de details en dat levert een bijna documentair tijdsbeeld op van de swingende jaren '60 in Londen.
Telstar van The Tornados, het nummer vond ik als kind prachtig. Bijzonder om te zien hoe het tot stand kwam. En treurig dat de rechten, vele miljoenen, pas aan Joe Meek werden toegewezen na een plagiaat-rechtszaak. Meek was op het moment van de uitspraak al dood. Hij doodde eerst zijn hospita en daarna zichzelf. Hij werd maar 37.

woensdag 21 januari 2009

If music be the food of love, play on

Het Purcelljaar is begonnen! Het is 350 jaar geleden dat hij geboren werd. We gaan er veel van merken in de concertzalen dit jaar.
Purcell is de componist bij wie ik vermoedelijk het dichtst in de buurt ben geweest.
Natuurlijk, ik sprak vroeger in Maastricht wel eens met een van de componisten die werkte voor het ensemble voor moderne klassieke muziek waar ik bestuurlijk bij betrokken was. Het ensemble voerde doorgaans muziek uit waarvan de inkt op de partituur nog nat was. Genoemde componist schreef ingewikkelde en langdurige stukken en het was mijn taak hem steeds nadrukkelijk te laten weten dat hij er toch echt liever geen marimba of pauken in moest schrijven. Ook voor 3 maten pauk of bijv. Chinese gong moet je zo'n instrument inhuren dat kost bakken geld.
Oh ja, ik zat onlangs in een zaal waar componist Louis Andriessen ook zat. En ik heb natuurlijk de maker van enkele fraaie solostukken voor piano, Mischa S., wel eens een hand gegeven.
Maar Purcell, daar was ik ooit heel dicht bij. Jaartje of 15 geleden, in Westminster Abbey in Londen. Ik met mijn walkman met zijn muziek. Hij in zijn graf onder mijn voeten, middenin de Abbey. Hij was weliswaar toen al 335 jaar dood, maar een dooie componist telt ook.
In de verhalen in programmaboekjes en bij cd-recensies gaat het altijd over de belangrijke rol die Henry P inneemt in de Engelse muziekhistorie. Hij is, in het rijtje Elgar, Vaughn-Williams en vooral Britten, dé componist. Het gaat meestal over de invloed van de Franse en Italiaanse muziek uit zijn tijd. Het gaat bijna nooit over hoe mooi en indringend zijn muziek is. Dat hij zo'n bijna peilloze melancholie kent, droevig en toch weer mooi, bijna blues of tango.
Voor mij begon het Purcell-jaar in De Doelen, waar een combinatie van het Deense barokensmeble Ars Nova en het koor Concerto Copenhagen op 20 januari een programma deden met vocale en instrumentale muziek. Veel theatermuziek uit Abdelazer, Dioclesian en gelukkig ook een kein dansje uit Dido and Aenas. Over die opera later in het jaar meer.
Het ensemble speelde vakkundig, met een mooi rafelrandje dat hoort bij muziek uit een tijd dat de uitvoeringstechnieken ongetwijfeld minder ontwikkeld waren en de instrumenten veel minder goed dan nu.
Maar ik moest denken aan een observatie van iemand die net terug was uit Denemarken en me onlangs vertelde dat Denen nogal stug lijken. Dan waren dit dus echte Denen...want het klonk wel goed, maar ook een soort van stug. De muziek kreeg maar zelden echt glans. Ook brave oude muziek kan de zaal -excusez le mot- inknallen, maar dat deed het zeker niet.
Er komt nog veel meer dit jaar, allemaal dankzij good old Henry, die in Westminster Abbey in alle rust ligt na te genieten van zijn korte maar muzikaal rijke leven.
'If music be the food of love', luidt de tekst van Shakespeare, op muziek gezet door Purcell. 'Play on, play on, until I am filled, am filled with joy', gaat het dan verder. Ik bedoel maar.

zondag 18 januari 2009

Ercole amante: smaakvol over-the-top


Het is misschien niet de allersjiekste reden om naar een opera te gaan, maar de spannende verhalen in de Volkskrant over de decor- en rekwisietenafdeling van de Nederlandse Opera waren intrigerend. Voor 'Ercole amante' van de Nederlandse Opera moest er veel uit de kast worden getrokken. Het verhaal van rekwisiteur Fernando Vidal Ferreira in de Volkskrant zorgde ervoor dat ik snel een last-minute kaartje regelde.
Francesco Cavalli werd als Italiaans componist gevraagd om het huwelijk van de Franse Louis Quatorze met Maria Theresia van Spanje in 1660 in Parijs met een opera op te luisteren. Het werd helaas twee jaar later. De 'Salle des Machines' die in de Parijse Tuilerieen in aanbouw was, bleek niet af en het zou 2 jaar duren voor de zaal beschikbaar zou zijn. Cavalli weigerde zijn oorspronkelijke opera op te voeren omdat hij teveel mogelijkheden voor speciale effecten miste. Uiteindelijk zaten er op 7 februari 1662 zo'n 7.000 bezoekers in de zaal, in hedendaagse termen een dikke HMH vol.
Cavalli staat in een traditie van Monteverdi en zou later worden nagevolgd door de engelse componist Henry Purcell, die zich sterk liet beinvloeden door de Italiaanse opera. Daarmee startte hij in Engeland een nieuwe kunstvorm.
Volgens de overlevering maakten de hemelse machines (het was de tijd van de deus ex machina) enorm veel lawaai en werd er druk door de opera heengekletst. In dat licht bezien mag ik niet echt klagen over de camera-assistent van Dutchview, aanwezig voor tv-opnamen, die af en toe kletste met zijn collega-cameraman en een paar keer zat te bellen onder de voorstelling. Hij sliep door het grootste deel van de avond heen, wat dan weer grote rust gaf in de rij waarin ik zat.
De recensies geven soms een ander beeld, maar ik vond de spectaculaire effecten, toneelbeelden en kleding die door regisseur David Alden werden ingezet opmerkelijk stijlvol in al hun over-the-topperigheid. Het wankele evenwicht tussen saai en statisch enerzijds en doorgeslagen effectgedoe anderzijds bleef keurig in stand. Cavalli had zelf ook wilde plannen met de opvoering, zo blijkt uit aanwijzingen in het liberetto als: "de maangodin Cynthia daalt uit de lucht in een grote toneelmachinerie die haar hemelsfeer uitbeeldt".
Het lijkt me niet makkelijk voor de zangers, die waarschijnlijk ooit naar het conservatorium zijn gegaan omdat ze zo'n lekkere strot hadden en tegenwoordig vaak dansend, wippend of motorrijdend op het podium staan danwel bewegen. Ik denk nog even aan de arme zanger die de Commandatore speelde in Don Giovanni. Hij moest in de productie van een paar jaar geleden na zijn dood in het eerste kwartier van de opera nog dik een uur onbeweeglijk -inherent aan het dood zijn- op het podium blijven liggen.
Bas-bariton Luca Pisaroni transformeert kort na zijn opkomst als Louis Quatorze naar Hercules, die er in deze regieopvatting bijloopt als zo'n jongens-Barbie die gewapend met een mes het onrecht te lijf gaat. Op het podium gaan de hoge leren laarzen met giga plateauzolen aan, met het kunststof bodyharnas dat de acteur oppompt tot een uit de kluiten gewassen bodybuilder.De uitstekende zanger Pisaroni, prominent aanwezig in de Mozart/Daponte serie van enkele jaren geleden, speelt met humor, drama en stoer machismo de dubbelrol, met een niet geringe parodie op het koningschap.
En verder draven er acteurs/zangers op als een groot aantal allegorische figuren, in glimmende kostuums, in wit doodsgewaad -als op het podium 40 morbide doodskisten staan- of helemaal aan het eind in knalgeel. Die slotscene, als er nog wat aardigs gezegd moet worden over de opdrachtgever Louis Quatorze, brengt ruim 40 spelers op het podium, allemaal in het knalgeel van de Zonnekoning. Het mocht wat kosten, deze keer. De muziek van Concerto Koeln is fantastisch, de zang geweldig en het acteren overtuigend.
En al dat fraais in een omgeving met gigantische decorstukken, uit de lucht zakkende Amors, dansende babies, radiografisch bestuurde vissen en een perspex kroonluchter die geregeld uit het plafond zakt en dan en passant een acteur/zanger meeneemt.
Ook als het toneel bijna leeg is, staat er altijd een pittig hard lichtje op, zijn de achterwanden tientallen meters hoog en breed en zie je dit soort lekkere behangetjes.
Acht keer gaat Ercole amante in het Amsterdamse Muziektheater. En gelukkig is er dan nog de video. De allereerste ooit van deze opera. Vast heel mooi, ondanks die Dutchview-jongen met zijn ge-bel. Eigenlijk óók een special effect, goedbeschouwd.
En als mensen zich er al aan ergerden, dan kunnen ze troost vinden in de slotzin van deze 3,5 uur durende opera: 'een mens die lijdt verdient tot slot genade. De hemel biedt hem plaats voor zijn triomfen'.

zondag 21 december 2008

Geluk in 2009

Het is een vast ritueel, het uitzoeken van een kerst/nieuwjaarskaart, het vinden van een passende tekst die staat voor het jaar, het moment, mijn stemming. Het scheelde niet veel of ik had gekozen voor de platina-met-diamanten doodskop 'For the Love of God', het afgietsel van een schedel van een 18e eeuwse Europeaan, bezet met 8601 diamanten van kunstenaar Damien Hirst.
Maar een schedel als nieuwjaarskaart, dat is wat morbide.
Op een avond in november, in de schouwburg van Almere, hoorde ik het thema dat uiteindelijk op mijn nieuwjaarskaart terecht kwam: 'Geen grotere pijn dan geluk'. Wat mij betreft gaat het over de uitersten van het leven, die soms heel dicht bij elkaar liggen. En over nog heel veel dingen die niet in een weblog passen.
Hier is het lied van Frank Boeijen waaruit het citaat komt:
Geluk

Verplicht Lijstje

Een béétje weblog zorgt in deze tijd van het jaar voor een overzicht, een terugblik en vooral: lijstjes. De leukste boeken, de mooiste woorden, de interessantste politicus, of gewoon: de lekkerste plaatjes van 2008. En dat lijstje met plaatjes is makkelijk te maken. Hieronder mijn keuze voor dit jaar, in de verschillende categorieen:

Mooie zangeres
Categorie: Allermooiste liedjes van een weliswaar nogal corpulente zangeres die met een licht Londens accent over de ingewikkeldheden van het leven zingt:
And the winner is.....Adele - Chasing pavements.


Hoge verwachtingen
Categorie: Grote band uit de UK die een plaat maakte waarvoor de verwachtingen hoog waren en die helemaal werden waargemaakt:
De winnaars: Coldplay met Viva la Vida.


Leuker dan het voetbal
categorie: Band met een nummer dat onder de overzichten van Studio Sport van het WK stond en dat ik net voor ik wegzapte iedere avond hoorde:
Een voltreffer voor: One night only met Just for Tonight.


Na de revalidatie
Categorie: Zanger die na 2 jaar revalideren vanuit Sittard via Antwerpen ineens een hele mooie plaat maakt met ook nog een grote hit:
De laureaat is: Novastar met Because.


Le vieu chanteur et l'épouse du president
Categorie: ouwe Franse zanger die nog heel goed meekomt en dankzij Carla Bruni mooie teksten zingt:
Et le prix est attribué a: Julien Clerc met Déranger les Pierres, hier in duet met Bruni.

vrijdag 12 december 2008

Jo-Jo-Jo-Joseph de Revusical

Het is musical maar zonder de soms wat zware pathetiek van Phantom of the Opera en zonder het drama van Sunset Boulevard of Jesus Christ Superstar. Het is vooral swingen, er zijn visuele vondsten en woordgrappen, kortom, 'Joseph and the amazing technicolor dreamcoat' is zoals ze in het land van Baron Andrew Lloyd Webber zeggen, 'highly entertaining'. Als het dan geen klassieke musical is, mag het van mij wel een 'revusical' heten.
De originele productie stamt uit 1968, toen het bijbelverhaal van Joseph voor een school werd bewerkt tot musical door componist Lloyd Webber en schrijver Tim Rice. Nog niet belast door het succes van latere hits als Phantom, Jesus Christ Superstar, Cats en Aspects of love maakte het duo een hilarische, bijna cabareteske voorstelling met heel veel soorten muziek en dans.
Jason Donovan en Donny Osmond speelden de rol van Joseph in eerdere versies op West End, en vorig jaar ging de BBC in 'Any dream will do' op zoek naar een nieuwe Joseph. Het format van dat programma, al eerder gebruikt voor het vinden van een nieuwe Evita, werd door de Avro overgenomen en zo zochten we in Nederland afgelopen najaar naar een nieuwe Nederlandse Jospeh. Naast creatief is Lloyd Webber ook zakelijk nogal handig. Met zijn Really Useful Group verdiende hij een dikke 700 miljoen pond met alle producties en de rechten daarop. Interesant is dat het format van de 'Op zoek naar...'- programma's ook verkocht wordt door de Really Useful Group, zodat men winst maakt met het programma dat uiteindelijk weer uitgebreid reclame maakt voor de voorstellingen. Box office magic, kortom.
Een dag voor de premiere waren we in de Utrechtse Schouwburg. Benieuwd naar hoe Freek, de winnaar van de tv-wedstrijd het zou doen, hoe de vertaling van Martine Bijl zou zijn en hoe de productie, enigzins geplaagd door aanloopproblemen, eruit zou zien.
Nou ja, hier en daar ging er een dingetje mis, maar zang, dans en acteren waren op hoog niveau, de tekst zat vol grappen en vondsten en het geheel was hilarisch. Het orkest, met 20 musici, speelde de aanstekelijke muziek behoorlijk poppy. Deuntjes die na twee keer horen in je hoofd blijven zitten. Lloyd Webber gebruikte rock, reggae, soul, jazz, country en nog wat andere soorten muziek om onder het verhaal een swingend klanktapijtje te leggen.
Freek was als Joseph echt heel goed, speelde alle kleuren die voor de rol nodig zijn overtuigend, bijgestaan door nog 3 kandidaten van de Avro-zoektocht. Ze konden het niet laten, in een scene staan de 3 ex-Josephs met Freek op het podium, en dan volgt er een verwijzing naar het programma die voorspelbaar maar ook erg grappig is.
Stanley Burleson deed de choreografie, met pasjes die er behoorlijk veel en ingewikkeld uitzagen. Het zat geramd, met nog maar een klein aantal gespeelde voorstellingen.
De vertellers-rol, erg centraal in Joseph, werd in de filmversie uit 1999 gedaan door Maria Friedman, een in de UK zeer bekende actrice. Ik vond die rol enorm overtuigend en was benieuwd hoe de Nederlandse verteller, Renee van Wegberg het zou doen. Nou, een heel stuk minder. Renee kan goed en vooral hard zingen, maar ze loopt er in vooral het eerste deel bij als een Yolanthe-kloon in een Foxy Fashion outfit. Niet de dwars door het verhaal en de scenes heen wandelende verteller die extra kleur geeft aan het geheel.
De voorstelling zit vol met geinige vondsten, zowel in de tekst als in de decors en props. Zo hebben de zonen van Jacob allemaal een tas in de voorstelling, met hun naam erop en in een zeer herkenbare vormgeving die knipoogt naar de tassen van Bas en Dirk.

zondag 30 november 2008

Aardige jongens

In Almere is natuurlijk alles modern. De huizen, de straten, de restaurants en ook de nieuwe Schouwburg. De foyer heeft licht dat witter is dan Marco ooit bij elkaar kan zingen en de zaal heeft een misantrope vierkanterigheid, vormgegeven in stemmig zwart en grijs. Dat het op deze novemberavond toch nog leuk&mooi zou worden lag meer aan het gezelschap en aan het programma: Aardige jongens, het drietal Henny Vrienten, Frank Boeijen en Henk Hofstede op reis door Nederland.
Op het podium lijkt het wel wat op een huiskamer, vol instrumenten en met op de achtergrond fraaie multimedia van Henk Hofstede. Aardige jongens, die een beetje ingehouden keten en die al die muziek met een grote vanzelfsprekendheid spelen. Oude hits van Boeijen, zoals 'Koud in mijn hart', Nits-klassiekers als 'JOS-days' (omdat het in het Nederlands moest werd het JOS-vlees) en 'Een nacht alleen' van Doe Maar. Verhalen achter de liedjes, grappen over de parallel met de Toppers en vooral mooie muziek. Niet achterhaald, eigenlijk ook niet nostalgisch, eerder tijdloos. Het deel na de pauze moest ik missen, jammer want het was mooi en inspirerend.

dinsdag 18 november 2008

Immortal Bach

Het zal technisch wel niet kunnen, maar de ruim 5 minuten die 'Immortal Bach' van Knut Nystedt duurde, heb ik mijn adem ingehouden. Het koor van de Bachvereniging had zich in 5 groepen verdeeld over de zaal van het Muziekgebouw aan het IJ, en zong de muziek van Nystedt, gebaseerd op een koraal van Bach. Het klonk ijl, het was buitengewoon spannend en het was eigenlijk het hoogtepunt van het concert op deze. Deze opname op YouTube biedt ook nog de originele tekst van het koraal van Bach.


16 November, een koude zondag aan het IJ. Het koor en 3 solisten van de Nederlandse Bachvereniging, ooit opgericht om de muziek van JS zo authentiek mogelijk uit te voeren, speelden in Amsterdam.
De najaarstoernee van de Bachvereniging had als thema 'Immortal Bach'. Muziek van Bach, maar ook werk van andere componisten. Josquin Des Prez (1451-1521), geboren in Noord-Frankrijk en als componist actief geweest in Aix-en-Provence en Parijs schreef een Stabat Mater en enkele mariamotetten. Des Prez was het stijlicoon van de periode voorafgaand aan die van Bach, de Renaissance. Bijzonder was het idee om ook werk te programmeren van de eigentijdse compinst Nystedt (1915), sterk beinvloed door Bach.
Viool, cello en orgel als instrumenten en verder de fraaie stemmen van het koor. Ieder jaar natuurlijk in de Mattheus Passion te horen maar ook met thematische concerten als dit. Op de planning staat een tournee met de muziek van Henry Purcell, begin 2009.

dinsdag 4 november 2008

El Olvido - Vergetelheid

Het dagelijks leven in Lima, Peru. Wonen en werken van mensen in de horeca in de schaduw van het presidentieel paleis, kinderen die op allerlei manieren geld verdienen. Het was niet omdat ik daar meer van wilde weten dat ik van de week naar El Olvido ging kijken. De naam Heddy Honigmann, Nederlands documentairemaakster die in Lima werd geboren, maakte me wel nieuwsgierig. Haar vorige film, Forever, over de mensen op de Parijse begraafplaats Pere Lachaise, was in al zijn stilte en kalmte indringend en van een prachtige, trage melancholie. Op basis van die ervaring wilde ik de nieuwe Honigmann, net in premiere gegaan op het Nederlands Filmfestival, graag zien.
Hoewel documentaires vooral voor tv worden geproduceerd - deze is een project van o.a. IKON en ZDF - is het eigenlijk een eerbetoon aan de maker als je ervoor naar de bioscoop gaat. Ongestoord en geconcentreerd in het donker, dat is toch een heel andere kijkervaring dan op tv thuis met alle afleiding van dien.
El Olvido bestaat uit portretten van mensen die niet tot de elite van Lima behoren. Horecamensen, zoals de barman die aan de hand van de nationale cocktail de politieke verhoudingen en historie kan uitleggen. Kinderen op straat die blijmoedig voor de zoveelste keer die dag met acrobatiek wat kleingeld proberen te verdienen. En het jongetje Henry, afkomstig van het platteland, dat met schoenpoetsen de kost verdient en dus geen tijd heeft voor school. "Heb je mooie herinneringen? Nee.....Heb je slechte herinneringen?... Nee.....Heb je dromen?.....ik droom nooit."
Alleen voor dat gesprek is het al zinvol om naar de bioscoop te gaan. En ook voor de fraaie beelden, de uitmuntende montage waarin elk shot raak is, de muziek, de mogelijkheid die Honigmann je geeft om te zien wat je normaal niet ziet, om in de ogen van de inwoners van Lima te kijken.
En wat mij betreft worden alle makers van 'reality-tv' verplicht deze documentaire te zien. Om te zien hoe het ook kan.

zondag 19 oktober 2008

Cello Biennale 2008

Wie heeft er nou een hekel aan de cello? Niet veel mensen, denk ik. Cello staat voor melancholie, voor mooi, voor donkere lage tonen die veel meer het gevoel dan het verstand lijken te raken. Max Bruch schreef voor cello een Kol Nidrei, aangrijpend en melancholiek. Dvorak natuurlijk, het concert voor cello en orkest in B mineur.
Eenmaal per twee jaar aandacht voor alles aspecten van de cello, dat is dus niet teveel gevraagd. De locatie is Amsterdam, het Muziekgebouw aan het IJ, de muziekzaal met het mooiste uitzicht van Nederland. Voor de tweede keer is er de Cello Biennale, met 9 dagen volop aandacht voor alles wat met de cello te maken heeft. Iedere dag begint met het hoogtepunt, zou je kunnen zeggen, want het is inmiddels traditie dat als een soort ochtendgebed er elke ochtend een cellosuite van Bach wordt gespeeld, onder het motto Bach & breakfast.
De opening was zaterdag, met een concert door het Symfonieorkest van Vlaanderen onder Etienne Siebens. Toepasselijk opende de avond met de Ouverture Guillaume Tell van Rossini. De eerste maten worden gespeeld door de cello en dat maakte het werkje heel geschikt voor dit moment. Het is onderdeel van het ijzeren repertoire. Ik miste na afloop de beursberichten. Die hoor je wel als je naar Classicfm luistert. Overdag als ik aan mijn pc werk is klassiek de enige muziek die niet teveel afleidt dus Classicfm staat vaak aan. Weinig gesproken woord en veel muziek. Maar minstens een paar keer per dag erger ik me aan de muziekkeuze, het is echt te voorspelbaar voor woorden wat daar uit de computer rolt. Enfin, Wilhelm Tell komt geregeld voorbij op de playlist.
Solist Joris van den Berg (de concourswinnaar van de vorige Biennale) speelde het eerste celloconcert van Milhaud. Ik moest erg wennen aan zijn verkrampte speelstijl, met veel gekreun, gehijg en grimassen. Het is meestal leuker als het er juist heel makkelijk uitziet op het podium, vind ik.
Een van onze top-cellisten, Quirine Viersen, deed dat beter in een wat theatrale versie van het concert van Vieuxtemps, spannend en erg geconcentreerd. Na de pauze was er nog een modern werk van Dutilleux, 'Tout un Monde Lointain’, ooit geschreven voor Mstislav Rostropovitsj, geïnspireerd op de poëzie van Baudelaire.
Uitkijkend over het IJ in de avond mijmerden we over de celli en vonden het jammer dat we niet gewoon een passepartout hadden voor het hele festival.
Over twee jaar maar eens beter opletten...

zondag 12 oktober 2008

zaterdag 4 oktober 2008

De wraak van Toon

In de 3/4 jaar dat dit klog bestaat heb ik nog maar heel weinig aandacht besteed aan boeken, literatuur zo u wilt. En ik lees heus wel eens letters die niet op een beeldscherm staan. Soms.
Vandaag bij Selexys was het nota bene Toon Tellegen die mijn aandacht trok. Toon komt vaak voorbij in mijn leven, al ben ik eigenlijk geen fan. In de kringen waarin ik doorgaans verkeer is Toon populair en wordt hij veel gelezen en gewaardeerd. Er hoeft maar iemand te verjaren, dood te gaan of gewoon werkmatig afscheid te nemen, en Toon wordt geciteerd. Weer zo'n cute dierenverhaaltje dat met lichte triomfantelijkheid en een beetje olijk wordt voorgedragen. Die Toon, altijd zo raak.
Toen onlangs mijn zeer gewaardeerde collega S. afscheid nam, vond ik het nodig een verhaal te maken om al haar kwaliteiten en eigenaardigheden te beschrijven. Het kon niet uitblijven, het werd een pastische van een Toon Tellegen-verhaal.
Bij Selexyz vanmorgen lag het boekje, een nieuwe uitgave van een bundel gedichten van Toon, 'Er ligt een appel op een schaal'. Ik bladerde en het eerste wat ik las was een gedicht dat zo precies paste bij mijn stemming, dat kon geen toeval zijn. En zo kocht ik mijn eerste Toon Tellegen-boek, vanwege dit gedicht:

En heel toevallig

En heel toevallig, op een ochtend,
een ochtend van niets,
vergat ik nog lang en gelukkig te leven.

Ik dacht: wat ben ik nú toch vergeten?
Ik ging alles na wat ik bezat,
klampte me aan vermoedens vast,
wees onwaarschijnlijkheden slechts met moeite af,
trok rimpels, beet op nagels,
draaide seconden om en om,
zei: desnoods ...of: wat er ook gebeurt...
of: ik zal
had overal alles voor over,

maar ik vond niet wat het was
wat ik toen, die ochtend,
toevallig vergat.

vrijdag 3 oktober 2008

Brideshead visited

Het is een boek, was een tv-serie, werd nu een film, maar eigenlijk....kun je Brideshead Revisited van Evelyn Waugh vooral beschouwen als een toneelstuk. Wat hoofdfiguren die een heftige ontwikkeling doormaken, decor dat er niet heel erg toe doet, uitgewerkte karakters en een spannende verhaallijn.
Na het succes van de tv-serie, die legendarisch werd, is er nu de film. Het boek lezen kwam er nooit van, de serie was te lang voor me om te volgen dus ik kon me redelijk onbevooroordeeld in de film van Julian Jarrold storten.
Buitengewoon aangenaam in de film is de weelderige omgeving, het oogverblindend mooie landhuis dat in de film als Brideshead figureert. En wat geweldig dat je in steden als Oxford en Venetie nog vrij grootschalig op locatie kunt draaien voor een film die zich afspeelt net voor de 2e wereldoorlog. Dat leven in de Engelse upperclass, beschreven door Waugh maar ook door iemand als E.M. Forster, heeft iets heel verleidelijks. Vooral het studentenmilieu, dat ook in films als Another Country en Maurice wordt geschilderd, lijkt te bestaan uit gesprekken op niveau, veel drank -in Brideshead is dat een glas champagne- en van cynisme doordesemde afstand van de gewone wereld.
Veel rollen zijn mooi ingevuld, Emma Thompson - inmiddels oud genoeg om een geloofwaardige moeder neer te zetten - is de katholieke Mater Familias die verbeten reageert als de gast op Brideshead zich niet aan de regels houdt. Haar zoon Sebastian wordt door Ben Whishaw wat al te junkerig gespeeld maar mooi-dramatisch is zijn subtiele nichtenmimiek.
Absoluut matig is Matthew Goode als Charles Ryder. Acteert met weinig diepgang, geen ontwikkeling en kennelijk hebben ze op het make-up-departement niet de opdracht gekregen iets te doen aan het feit dat het karakter over een aantal jaren te zien is in de film. Terwijl ze op de arme Lady Marchmain voluit losgaan als die ouder wordt.
Geen topfilm, maar wel een lekkere middag/avond in de bios.