Soms kan ik klassieke musici erg benijden om hun vak: je beheerst een instrument, er is repertoire voor je geschreven, je staat voor volle zalen die geconcentreerd luisteren, je werkt in stemmig zwart -dat ook nog lekker afkleedt- en je hebt de beste plek voor het geluid, midden in het orkest. Zondagavond, in het Concertgebouw in Amsterdam, had ik dat gevoel weer. Op het podium de dames en heren (de verhouding is pakweg 75 / 25%) van de Amsterdam Sinfonietta, het orkest dat zijn 20-jarig bestaan vierde met een weekend vol muziek in het Concertgebouw. Voor deze Robecozomerserie-zondagavond was gekozen voor de formule nieuw - oudst - oud, met respectievelijk muziek van de Kanter, Mendelssohn en Tsjaikovski. Het nieuwe werk van Fant de Kanter, 'Solace, Solitude', was spannend, beetje filmisch en in elk geval niet voorspelbaar. De inkt van de partituur was nog nat en het orkest speelde geconcentreerd en trefzeker. Je ziet het vaker, orkesten die bekend repertoire mengen met nieuwe stukken om ook die onder de aandacht te brengen. De componist werd, toen ie op het podium werd geroepen in het applaus, een beetje verlegen van zoveel waardering.Het werd mooi bij Mendelssohn, zijn 5e pianoconcert in een hoorbare Mozart-traditie, met solist Ronald Brautigam op de vleugel. Na de pauze 'Souvenir de Florence' van Tsjaikovski. De violisten van de Sinfonietta spelen staand, net als bijvoorbeeld de leden van het Freiburger Barockorchester. Het geeft een zekere zwierigheid aan de muziek en ik dacht die niet alleen te zien maar, als betrekkelijke leek, óók te kunnen horen.
Het concert is van Crosby, Stills, Nash and Young, de tour heet "Freedom of Speech". De heren, helden van de Woodstock-generatie, hebben besloten om in 2006 in het kader van het protest tegen de oorlog in Irak weer op tournee te gaan. Ze doen een aantal grote stadions en zalen aan en naast het bekende CSNY-repertoire staan de concerten nadrukkelijk in het teken van het protest tegen Bush en zijn oorlog in Irak. Die oorlog kostte in die tijd al ruim 2500 Amerikaanse militairen het leven. Als in Atlanta 'Let's impeach the president for lying' tot grote samenzang moet leiden, verlaten sommige mensen de zaal, not amused, boos, laaiend of ziedend. Dat het 'quite political' is wat ze doen is dan een nogal mild commentaar van een bezoekster. Mensen verscheuren hun tickets of razen over het onvaderlandslievende gedrag van de 'hippy-millionairs'. Tijdens de concerten staat een grote Freedom-of-Speech-microfoon prominent op het podium en op de achtergrond zie je beelden van Bush en de oorlog. De documentaire 'CSNY/ Deja Vu' focust meer op slachtoffers, hun nabestaanden en de veteranen in de VS en de humanitaire kanten dan op het politieke verhaal van de oorlog. De impact van die verhalen een beelden is groot, zeker als je kijkt naar lichamelijk en geestelijk beschadigde veteranen die soms in tranen zijn bij de concerten. Voor veel veteranen betekent het protest ook een erkenning van hun ervaringen in de woestijn en Bagdad. Hier en daar zijn er oude fragmenten te zien uit eind jaren '60, toen de song 'Ohio' een aanklacht was tegen de 4 doden die vielen bij protesten tegen de oorlog in Vietnam. Deze documentaire bevat betrekkelijk weinig echte concertopnamen. Die staan wel op de cd. Maar uit die fragmenten blijkt dat de heren, gemiddeld 62,5 jaar oud, op het podium nog heel goed meekomen. En dat ze een in mijn ogen integere keuze hebben gemaakt hun oude principes en opvattingen over de wereld via de muziek uit te dragen. Inhoudelijk biedt de film een blik op de verhoudingen in de VS anno nu (of anno 2006) en op de historie van de 'Woodstock-generatie' en hoe die verder ging. Zeker met het oog op de komende race tussen Obama en McCain is de film een aanrader, en dan zijn die wat korte muziekfragmenten wel een mooie plus. CSNY/Deja Vu, soon in a cinema near you...
Een paar dagen in Parijs als de stad -volgens iemand die het weten kan- op zijn rustigst is. Veel mensen op vakantie, wat stiller in de winkels en bioscopen en een enkel bedrijf doet zelfs nog de deur op slot en hangt een bordje 'congé anuelle' aan de klink. Fietsen door de stad, aangename ontmoetingen bij Le Dome en andere avonturen maar...dit is geen blog maar een klog, dus het moet over kunst gaan. In de Tuillerien staat het Jeu de Paume. Ik liep er ooit licht geshoqueerd doorheen, kijkend naar hoe de toenmalige collectie drie rijen hoog tegen de muren leek gemikt. Alle impressionisten hingen er vroeger, voordat de verzameling overging naar het veel ruimere Musée d'Orsay. Jeu de Paume is stevig verbouwd en brengt nu losse tentoonstellingen. Deze zomer is dat een overzicht van het werk van fotograaf Richard Avedon. Hij begon zijn loopbaan als maker van identiteitsfoto's voor de koopvaardij, werkte als glamourfotograaf voor Harpers Bazaar, Vogue en Life en maakte naam met zijn portretten. Hij maakte die altijd met een lichte, neutrale achtergrond, om alle aandacht op het model te richten. Eind jaren '40 kwam hij vanuit New York voor het eerst naar Parijs. Daar veroorzaakte hij een revolutie in de modefotografie door de modellen nadrukkelijk in beweging te brengen. Deze opname, met een creatie uit Dior's 'New Look', laat dat goed zien. Jaren later, begin van de jaren '80, verschoof Avedon's interesse van sterren en beroemdheden naar 'gewone' mensen. Zijn 'The American West' bestaat uit foto's van mijnwerkers, serveersters en boeren, meestal gemaakt met een papieren achtergrondscherm dat aan de zijkant van een truck hing. Dit is de 12-jarige Sandra Bennet, uit Colorado. Het driedelige werk 'Andy Warhol and Members of The Factory' uit 1969 is groot, indrukwekkend en vormt een fantastisch tijdsbeeld uit die periode van ontregeling en vrijheid. Het hing in volle glorie in een van de zalen.
Zijn motto staat prominent op zijn website: 'I feel best in that little space between a smile and a tear'. Toots Thielemans is 86, speelt alleen nog korte sets van 75 minuten en is bereid om met heel veel verschillende musici te werken. In het huidige halfjaar speelt hij - zo blijkt uit zijn agenda - met pianisten als Kenny Werner, Glauco Venier, Nathalie Loriers. Dat wordt niet zo snel routineus. Hier in het Amsterdamse Concertgebouw -in de Robecozomerserie- was het Karel Boehlee die Toots op piano begeleidde, tot merkbaar genoegen van de meester. Bassist was Hein van de Geyn, nationale trots in de jazzwereld, muzikaal kind aan huis bij o.a. Dee Dee Bridgewater. Er zullen niet veel muziekliefhebbers zijn die Toots niet kennen. En de kans dat je hem nog nooit hebt horen spelen is uiterst klein want hij werkte op ontelbare platen mee van anderen en maakte veel gedraaide eigen cd's als de Brasil Projects. Heel veel bossa nova zat er niet in het repertoire, deze avond in het Concertgebouw. Al was een tempowisselinkje in stukken als Days of wine and Roses en C-Jam blues nooit ver weg. Toots verkent ondanks zijn lange loopbaan nog steeds in elk stuk dat hij speelt de mogelijkheden en zoekt de melodische en harmonische randjes nog altijd met veel verve op. Het was snel, bluesy, het swingde en het gierde soms op de Hohner Chromonica in de solo's. Bij Rogier van Otterloo's muziek uit de film Turks Fruit hield ik het niet droog. De tear en de smile lagen ook nu weer dicht bij elkaar. Dit is in matige kwaliteit een clip van een tv-opname met van Otterloo voor het orkest. De zaal was blij met zoveel moois en de Brusselse musicus leek te zeggen: 'no big deal', en hij reisde verder over de wereld, zoals hij al 60 jaar doet.
Het is een onzinnige vraag en toch vond ik hem vandaag relevant. Is er troost te halen uit kunst, bestaat er muziek die compenseert voor ramp of drama? Tv-maker Wim Kayzer maakte over deze vraag ooit een tv serie. Sinds de kerk niet meer de enige is die bepaalt hoe we afscheid nemen en rouwen, en we niet alleen meer Ave Maria zingen of U zijt de Glorie hebben we met veel ironie de crematie-toptien. Kan. Mag. Ironie helpt soms. Maar soms is zelfs ironie teveel van te weinig.
Peinzend over het onvoorstelbare dat collega A. overkomt, vroeg ik me af of er dan nog muziek is die expressie geeft, of troost, of rust. Niet. Of bijna niet. Ik kwam uiteindelijk op muziek van Olivier Messiaen, de Franse componist die dit jaar veel gespeeld wordt vanwege zijn honderdste geboortedag. Hij schreef in 1940 het 'Quator pour la Fin du temps' (kwartet voor het einde der tijden). Hij was krijgsgevangene in het concentratiekamp Stalag VIII-A in Görlitz. Onder zijn medegevangenen waren toevallig een klarinettist, cellist en violist. Messiaen speelde piano. Voor die bezetting schreef hij deze muziek onder extreme omstandigheden. Zijn 5000 mede-gevangenen waren bij de eerste uitvoering in het kamp in 1941. De muziek is ongemakkelijk, niet mooi en heeft een hoge drempel. Maar hoe ik ook pieker, ik kom niet op iets anders.
Het was in Berlijn ook zomer en dat betekende dat het aanbod aan theater en muziek niet zo gek groot was. In het dikke Zitty-magazine, dat het hele kunst- en uitgaansaanbod weergeeft, vond ik toch voor dinsdagavond een piepklein agendaberichtje: opera op video in Radialsysteem V, een 'hochsommerliches musikalisches Kinovergnuegen', volgens Zitty. Geen idee wat Radialsystem V was. Het bleek op nog geen 10 minuten fietsen aan de Spree te liggen. Een uit 1900 stammend pompstation van de Berlijnse waterleiding is onlangs vernieuwd en uitgebreid tot een kunstcentrum, met terras en grote theaterzaal. Een van de huisensembles van het centrum is de Akademie fuer Alte Musik Berlin. Van hen werden deze zomer grote producties op video getoond. Een eenvoudig maar doeltreffend concept: video op groot scherm, drankje erbij en een korte inleiding door de producent. Op de avond dat wij er waren werd de productie van de opera 'Dido and Aeneas' van Henry Purcell vertoond. De opera uit 1689 (het is officieel meer een toneelstuk met muziek, ook wel kameropera genoemd) behoort wat mij betreft tot het allermooiste dat de muziek in de laatste 400 jaar heeft voortgebracht. Barokopera's worden niet vaak scenisch opgevoerd, mogelijk omdat de verhalen nogal ingewikkeld en over the top zijn. En het accent bij de uitvoering ligt doorgaans meer op de opvatting die de dirigent heeft over de manier waarop deze muziek gespeeld moet worden. Over de uitvoeringspraktijk van barok is de laatste decennia veel geschreven en onderzocht. Je hoort grote verschillen tussen een recente opname van Emanuelle Haim en bijvoorbeeld de opname die begin jaren '50 werd gemaakt in Londen. Die opname vond ik op cd toevallig in een Berlijnse winkel, met de legendarische Kirsten Flagstad. De productie van de Akademie wordt al een paar jaar gespeeld. Er werd samenwerking gezocht met choreografe Sasha Waltz. Die pakte bij haar eerste opera-regie uit, liet grote waterbassins aanrukken en maakte het onderscheid tussen solist en koor, dansers en zangers bijna onzichtbaar. In 2006 stond de productie in het Holland Festival, waar ik met I. in het Muziektheater in Amsterdam erg onder de indruk raakte. De video is een heel goede weergave van het theaterspektakel, dat in de herfst nog een paar keer gaat in de Staatsoper in Berlin. Daar werd deze versie ook opgenomen. Zo waren we, via de video, toch nog even in dat uitnodigende gebouw -waar we geregeld langsliepen dezer dagen- aan Unter den Linden. Komend jaar is Henry Purcell's 350e geboortejaar. Dat levert vast nog een heleboel Purcell-muziek op. Ik kan niet wachten!
Het North Sea Jazzfestival heeft zelfs een fietsenstalling en die is nog gratis ook. Met die blijde gedachte liep ik op dag drie (voor mij 2) de Ahoy binnen. Er waren nog dagkaarten dus mijn onvoorziene bezoek aan het festival zondag kon doorgaan. Weer het blokkenschema, vol met bekende maar ook volslagen onbekende acts. Het plan was 'echte' jazz te mengen met de meer moderne vormen als pop, soul en hiphop. En af en toe mocht er ge-sampled worden (ff een zaal in, kijken of het wat is en dan eventueel weer verder) maar er moesten ook complete concerten bezocht worden. Als er overlappen waren werd dat soms nog lastig. Toen ik even na 12 uur ’s nachts mijn fiets weer vond -hij stond er nog dankzij de bewaking- zaten oren en ogen weer vol met echt van alles.
Rima De dag begon met een poging de blik te verruimen. Zangeres Rima Khcheich (kunt u even spellen?) trad op in Missouri, begeleid door Nederlandse jazzmusici van naam als Tony Overwater en Yuri Honing. Geen idee wat het zou worden. Ze bleek Libanees, mengde volgens de aankondiging jazz met Arabische muziek. Dat mengen was niet zo merkbaar, de begeleiders speelden jazzy en Rima deed me terugdenken aan de nachtelijke programma's op de Turkse tv, eindeloos gezang van dames in foute jurken en teveel maquillage die over de Liefde jengelen. Deze Rima jengelde ook, had geen podiumperformance, dus na een paar nummers was ik weg.
Gnarls Barkley Een vleugje Joe Jackson, maar die heeft zijn smoeltje niet mee, nog 2 maten Alicia Keyes, een fragmentje Youssou N' Dour en toen was het tijd voor Gnarls Barkley. De band in nette college-look, de heren Cee-Lo en Danger Mouse in witte outfit onder een bruin colbertje. Ik kende vooral de hit Crazy, en werd erg blij van al andere stevige deunen, mixen van soul en R&B, geloof ik. Jammer dat het de techniek niet lukte om binnen 4 nummers het geluid in orde te krijgen. Pas toen klonk de stem van Cee-Lo goed. Het was hard, het was lekker en het was een beetje raar.foto: Max Tollworthy Als het al ooit was weg geweest is, is het terug: het Hammondorgel. Bij Gnarls, bij Maceo Parker en bij Mark Ronson deed het Hammond lekker mee.
Vibrafonist Bobby Hutcherson Snel weg van de volle tribunes in de Ahoy naar een oude jazzcat, Bobby Hutcherson. Hij speelde in de Hudsonzaal, een met veel aankleding erg geschikt gemaakte zaal voor dit soort muziek. Hutcherson maakte in de jaren '60 platen voor Blue Note, o.a. met tenorist Harold Land, die ik me nog goed herinner. Kijkend en luisterend naar het geluid van zijn vibrafoon raak je gefascineerd door het feit dat iemand als 16-jarige besluit dat instrument te kiezen om zich muzikaal en expressief te uiten en dat zo iemand dan al 50 jaar op die paar stalen bars met 2, 3 of 4 stokken speelt en daar steeds nieuwe muziek uit krijgt. Het is niet hard, het is niet ruig en hij zei niks. En toch was er contact met het publiek, swingde het, en werd het zeker geen cocktailjazz. Hoogtepunt was een verstilde uitvoering van "What are you doing the rest of your life” van Michel Legrand. Kippenvel. Het gebeurde niet veel dezer dagen maar dit concert had wel wat last van de buren. Daar had iemand kennelijk gedacht "let's make some noise for Bobby’ en dat lukte iets te goed.
Amy's eigen Mark Om Mark Ronson en de Version Players kon ik als laatste act van de dag niet heen. De roem van deze wonderboy van de hedendaagse muziek is te groot, en ik was te benieuwd wat hij zou gaan doen met een band die in het programma 'to be announced' was. Het werd net als bij Bootsy Collins bonte avond. De band bestond uit een kopersectie en 4 violistes. Aangename dames die als ze niet hoefden te spelen bevallige choreografietjes deden, zittend op hun stoelen. Foto: Naäma. Ronson was blij met het publiek dat staand en zittend de Ahoy tot de nok vulde. "I thought we were going to play a jazzfestival but this looks like the fucking CBGB in New York." En hij bleef zich verbazen over het enthousiasme van het jazzpubliek. Maar eerlijk gezegd kostte ons het als publiek niet veel moeite enthousiast te worden van het optreden. Het begon al met Eleanor Rigby van de Beatles en van zijn album ‘Versions’ speelde hij o.a. de Kaiser Chiefs-cover ‘Oh my god’ en met een paar rappers kwam er een nummer voorbij dat gebaseerd was op samples van Boney M's Sunny. Live gespeeld door de violistes. Gastzanger Daniel Merriweather deed ‘Stop me’ van het Versions-album en natuurlijk moest dé hit van dit moment voorbij komen, ‘Valerie’, waarbij een zangeres uit de band ons met enige moeite de versie met Amy Winehouse deed vergeten. Van Mark Ronson gaan we nog veel horen, oa. als producer van de derde cd van de Kaiser Chiefs.
Het was al meer dan 10 jaar geleden, dus het werd wel tijd om weer eens te gaan kijken, zeker nu het NSJ bijna letterlijk op loopafstand een weekend lang voortdendert in de Ahoy in Rotterdam. Veel zaken bleken gelukkig niet veranderd ten opzichte van de Haagse versie: groot, druk, erg goed geregeld, meestal heel goed geluid dat door schijnbaar 18- jarige jochies vanaf de enorme mengtafels de zaal in wordt geblazen. Ruimer dan Den Haag, wel steeds meer muziek aan de randen van de jazz. Met de Ahoyzaal en de JVC/Nile-hal zijn er twee grote kale bakken die hetzelfde gebrek aan sfeer hebben als de oude Statenhal in het Haagse Congresgebouw. En nog altijd dat enorme brede aanbod aan drank en eten, van gevulde koeken en Indiase curry tot zalm en sushi.
Zuco 103 Nederlands en Braziliaans, Zuco 103 stond met zangeres Lilian Vieira in de grote JVC/Nile-hal. Ze bleven goed overeind met pittige beats en nummers in het Portugees die netjes door Vieira werden toegelicht. Ze bleken vooral te gaan over dood en ellende naar aanleiding van relatieleed. Maar het klonk hartstikke vrolijk en erg electro-samba.
Angie Stone, the souldiva Hoe vermijd je in dit soort recensie-achtige teksten het cliché? Niet dus. Angie Stone, uiteraard begonnen als gospelzangeres blijkt live een soul-diva die op het podium heerst. Een diva die gepaste ruimte biedt aan band en backing vocals om hun eigen geluid te laten horen. Die de 'kings and queens' in het publiek emancipatorisch opzweept en die het licht laat doven op het podium om verlicht door honderden gsm's te zingen. We waren inderdaad ook gekomen voor de hit Wish I Didn't Miss You" die ze nu zong met citaten uit het originele nummer waarvan ze de sample leende, Back Stabbers van The O'Jays'. We liepen langs het Oxymore quintet, dat voor een bijna lege zaal speelde en langs Lee Ritenour die volle bak had. Zo veel aanbod, de avond vloog om.
Bootsy Collins De finale van dag 1, Bootsy Collins, moest -als we dan toch in de clichés mogen- het dak eraf blazen. Collins maakte deel uit van de originele JB's, de begeleidingsband van James Brown. Op o.a. Sexmachine en Superbad speelde Bootsy bas. Hij zat in Parliament en Funkadelic en toert nu door de VS, Japan en een beetje Europa met het 'Tribute to James Brown' met veel artiesten van zijn Bootzilla-label. Het werd bonte avond, met een juffrouw in hotpants die met enige moeite de aankondigingen deed, optredens van het raptrio I-Candi en zangeres Vicky Anderson Byrd die haar best deed geliefd te raken bij het publiek "Dont you all loooooove Vicky Anderson, let me hear you say yeah” en dan wilden we heus als publiek wel even "yeah" roepen al meenden we het niet echt heel erg. Dankzij de close-ups op de videoschermen wist ik ineens aan wie ze me deed denken: Therese Steinmetz. En dat lijkt me geen compliment voor een ex-backing vocal van de hardest working corpse in showbusiness. Al die gasten die speelden voordat Bootsy zelf opkwam, het was allemaal snoeihard en dankzij een zeldzaam strakke kopersectie en enkele leden van Public Enemy vet-strak. Er was een special appearance van de man die verantwoordelijk was voor het omhangen van de cape van James Brown bij diens optredens. Bootsy had een bus vol Bootzilla-collegaatjes meegebracht. In wit pak, net als de meester zelf vaak deed, verscheen zanger Toni Wilson, door JB aangewezen als zijn opvolger, zeg maar de Drétje Hazes van de soul. De beelden van zijn optreden staan al online. En dan eindelijk Bootsy zelf, extravagant als altijd, beetje maf en regerend koning van de moddervette funk. Het dampte, stampte en funkte, hard en heftig. Het dak ging er net niet af, maar dat lag waarschijnlijk vooral aan de betrekkelijk degelijke constructie van de JVC/Nile hal. Wat een lekker dagje, aangenaam gezelschap, veel verschillende soorten muziek en dat deed me denken aan de uitspraak van Fats Waller, vaak geciteerd later: Als je nu nog niet weet wat jazz is, rot dan maar op”.
Vorige week nog op de digitale televisie en nu hier: podiumkunst van enige tijd geleden. Filmer Rob de Vries droeg onlangs zijn materiaal over aan het Gemeentearchief van Rotterdam en daar maakten ze er een montage van. In februari j.l. in Lantaren/Venster in premiere, vorige week op het digitale kanaal GeschiedenisTV en internet. Dankzij de moderne techniek van Photoshop Elements een still uit de documentaire. F. Frigidaire die gespannen in de kleedkamer zit, schminkt en zich concentreert voor de voorstelling die zo begint. Optredens in Nederland, in Paradiso, maar ook Belgie in het sportpaleis in Gent en zelfs in Marseille. In het Frans, in de salle St George, met veel glitter en gedoe. Ach ja, il etait une fois.....
Fotografie is in deze wereld zo vanzelfsprekend, en toch: het is naast informatie, documentatie en entertainment ook kunst. Niet gemaakt door heel doordacht in een blok hout te werken of verf op papier te brengen maar door een moment, blik, detail of overzicht vast te leggen. Er wordt geensceneerd of niet en zo onstaat het beeld. Bijna iedere dag staan er wel foto's in de krant die indruk maken, blijven hangen of die een plek op het prikbord verdienen. En soms is het meteen kunst.
Kunst zijn bijvoorbeeld de jazzfoto's van Ed van der Elsken, die hier in een bijna vergaan origineel boekje in de kast staan en die onlangs zijn her-uitgegeven. Foto's gemaakt met aanwezig licht tijdens nachtconcerten in het Concertgebouw eind jaren '50. Jazz in zwart en wit.
Pianist Youri Egorov werd ooit derde op het Concours Reine Elisabeth in Brussel (vroeger voluit op tv maar kennelijk hebben ze bij Canvas ook netmanagers). Twee jaar later haalde hij op het Van Cliburnconcours niet eens de finale en daar was het publiek zo boos om dat ze zelf het prijsbedrag van 10.000 dollar bijeenbrachten. Egorov had, zo lees je uit de verhalen van toen, nogal een ego. 'Persoonlijk en poëtisch', zo werd zijn spel vaak omschreven. Hij ontvluchtte het benauwde klimaat van het Moskous conservatorium om in Nederland te wonen en werken. "Rusland is een onleefbaar land. Het is ronduit ridicuul dat je bepaalde boeken niet kunt lezen of bepaalde muziek niet mag spelen – Schoenberg bijvoorbeeld of Stockhausen: decadente kapitalistische kunst. Bovendien ben ik homoseksueel. In Rusland beschouwen ze homoseksualiteit als een vorm van krankzinnigheid." Hij kwam naar Amsterdam, vond er de liefde en vond er zijn einde, hij overleed op 16 april 1988 aan de gevolgen van Aids, 33 jaar oud. De eerste opname die ik van Egorov kocht was zijn uitvoering van het 20e pianoconcert van Mozart, kv 466. Van Mozart heb ik veel, ook wel dingen dubbel en van dit 20e piaonoconcert staan er waarschijnlijk wel 8 versies in de kast. Het heeft een veel somberder, dramatischer geluid dan veel andere muziek van W.A. Je hoort er de donkere tragiek in van Don Giovanni, de opera die hij twee jaar in 1787 zou schrijven. EMI bracht onlangs een doosje uit met 7 cd's vol opnamen van Egorov. Het Mozart-concert staat er op, Het 'Emperor'-pianoconcert van Beethoven en vooral veel solowerk voor piano van Chopin, Schumann en Debussy. Aan Chopin kan ik slecht wennen maar vooral de Debussy-stukken hebben de spanning en het vernieuwende dat je bij een componist uit het impressionisme kan verwachten. Al beviel die omschrijving Debussy allerminst. "Muziek is gemaakt van kleuren en afgepaste ritmes". Er is een actieve club mensen die via de website het bestaan en de muziek van Youri Egorov in de herinnering houden. Het nieuwe doosje toont aan hoe zinvol dat is.
Het begint met een hoesje: op de voorkant de titel Viva la Vida met wilde verfstreken gekalkt over het schilderij 'La Liberté guidant le peuple' uit 1830 van Eugène Delacroix. En verder veel nietszeggend artwork van de band zelf, de teksten verstopt in een wild ontwerpje, en een instrumentaal openingsnummer met sitar-achtige instrumentatie. Ik las dat het wordt gebruikt als intro voor de concerten. Het titelnummer Viva la Vida is een sterke popsong, begeleid met een soort strijkers (dat weet je bij Brian Eno nooit). Mooist - na een paar keer beluisteren - is 42. Je kan het wel aan zanger Chris Martin overlaten om met zijn hoge, karakteristieke stem een zin zo te zingen dat ie niet meer uit je hoofd gaat. In '42' lukt dat volledig met: 'Those who are dead are not dead, They're just living my head'. Erg Coldplay, en toch ook lekker aan de slag gegaan met nieuwe invloeden van wereldmuziek en medeproducer Brian Eno. Wel pretentieus maar niet topzwaar en wel veel ellende en dood enzo maar ook gewoon een mooie plaat. Mediamarkt, nog geen 10 euro. Heb je ook het schilderwerk van de band erbij. Voor wie dat zou willen....
Het was me even ontgaan maar Rotterdam had afgelopen week echte operadagen 2008. Het was al de derde keer maar in een stad waar we soms leiden aan een embarras du choix van cultuur en we zoals bekend enorm hard werken, mist een mens wel eens wat. Toch nog 2 voorstellingen kunnen meepakken, beide niet erg traditioneel maar op hun eigen manier interessant en spannend.
De Materie Op donderdag 29 mei zag ik een groot werk van Louis Andriessen. Nadat we in september als bij De Tijd waren geweest doken we nu in de Materie. De Materie is een uiterst complex, niet vaak uitgevoerd werk. De Tijd en De Materie behoren tot het grote oeuvre van Andriessen. Uitgevoerd door het Asko / Schonbergensemble onder Reinbert de Leeuw met solisten, in de Doelen. Het werk begint met een serie van 144 identieke fortissimo-klappen. Wel in een varierend empo, wat me voor een dirigent en orkest nog een hele opgave lijkt. Als je erover leest is het werk bijna topzwaar van de erudietie maar als opera(?) is het ook zonder al die achtergrond zeer genietbaar. Mooie teksten, fascinerende muziek en ondanks de cerebrale achtergrond komt de muziek vaak los van zijn context. Een redelijk volle zaal klapte de handen rood voor koor, orkest en aanwezige componist die zijn werk niet vaak ziet uitgevoerd. Hier staat een cursus opera voor beginners: http://noviafacts.digi-magazine.nl/luxor/magazine.html
Bowling In het kader van de Operadagen maakte het RO-theater een voorstelling die je met enige fantasie wel met opera kunt associeren maar die vooral erg origineel was. Een verteller/zanger, 2 musici en een man en een vrouw. Het speelt zich af in een bowlingbaan, met weinig tekst en veel muziek en een nogal absurde 'verhaallijn'. Volgens de recensent van de Volkskrant was het "eigenzinnig, lekker gek en swingend". En dat zag de Volkskrant wel goed. De makers gaven aan dat er muzikale inspiratiebronnen waren als Rufus Wainwright, LCD Soundsystem, Björk en Serge Gainsbourg. Maar ook Mozart, Stockhausen, Duke Ellington en Ennio Morricone waren nooit ver weg, zo zeiden ze. Persoonlijk vond ik het vooral lekker dramatische Britpop en een vleug Steppenwoolf met Born to be wild. Kleine voorstelling zoals ze ook op de Parade wel eens staan, maar erg de moeite waard. Nog even in Rotterdam te zien.
De dvd van de film 'Paris je t'aime' is uit. De film bestaat uit een aantal losse filmpjes die allemaal in vijf minuten het verhaal vertellen van een romantische ontmoeting in één van de wijken van Parijs. Het resultaat is een collectief werk over de liefde, het moderne Parijs gezien door de ogen van internationaal vermaarde regisseurs. Absoluut hoogtepunt is: '14th Arrondissement'. Regisseur Alexander Payne schreef het speciaal voor de Texaanse actrice Margot Martindale en het is het enige deel waarin het niet gaat over liefde tussen mensen maar over liefde van en voor een stad. In aandoenlijk Frans vertelt 'Carol', een postbode die voor het eerst en alleen in Parijs is over haar ervaringen aan haar mede-cursisten thuis in de USA. Op het net vond ik in redelijke kwaliteit dit fragment