zondag 6 juni 2010

5 juni: Opera's met Yannick in de Doelen

De Rotterdamse Operadagen bieden allerlei soorten voorstellingen en producties. Niet alles wat wordt aangeboden spreekt me aan, en af en toe lees ik recensies van dingen die ik toch wel had willen zien.
Een vrij positieve recensie op internet van dag 1 bracht me op een warme zaterdagavond naar dag 2 van de vooorstellingen in de Doelen van 2 Franse opera's. Het was de avond van de naamlozen. De eerste opera was gebaseerd op het bijbelverhaal van de verloren zoon, waarin die zoon en zijn vader naamloos optreden. De tweede opera kent maar één speel-rol, die in het libretto alleen met 'Elle' wordt aangeduid.Claude Debussy
Debussy schreef als zeer jong componist L' enfant prodigue, gebaseerd op het bijbelverhaal van de zoon die het geld van zijn vader verbrast en berooid terugkomt. Thuis wordt hij liefdevol weer in het gezin opgenomen.
In het libretto van de opera was er een fraaie moederrol ingeschreven door Guinand. Jeroen Bosch: de verloren zoon
Yannick Nézet-Séguin voor het Philharmonisch orkest, dat kan niet fout gaan. Nézet is niet alleen een goede Bach-dirigent en weet hoe je Puccini's Turandot excellent kan uitvoeren, hij kan ook prima aan de slag met het Franse repertoire. De muziek, van een nog voorzichtige Debussy die refereert aan Massenet en Gounod, was prachtig. Mooi gezongen ook. De enscenering in de Doelen-zaal beviel maar matig, of eigenlijk: helemaal niet.
Er was zo’n veelheid aan zaken die je aandacht vroegen, dat ik maar probeerde me te concentreren op de muziek. Er was het orkest, de dirigent, de solisten, een grootbeeld video vol pretentie van Eric de Kuyper, de boventiteling en dan ook nog 3 acteurs die met stil spel een scene uit De Avonden zaten uit te beelden, compleet met schilderijtjes, pantoffels en sanseveria. Het leek een soort contrapunt, de dramatische ontwikkeling van de verloren zoon in de muziek aan de ene kant en de treurige saaiheid van het modale gezin aan de andere. Nog wel een raar detail was dat de tenor die de zoon-rol zong er een jaar of 30 ouder uit zag dan de bariton die de vaderrol zong.
Poulenc maakte muziek bij de beroemde monoloog van Cocteau van 'Elle', die met haar ex aan de telefoon is. 'La voix humaine' is als toneelstuk vaak gespeeld, onlangs nog in de Nederlandse zalen door Halina Reijn.Jean Cocteau
Mezzo Cora Burggraaf was door OT-leden Timmers en Koen geregisseerd in deze gezongen monoloog. Er stond een videocamera op, wat andere vormgeving die niet bijdroeg maar ook niet afleidde.
Er lopen bij het Rotterdamse Philharmonisch geloof ik wat mensen rond die helemaal vallen voor het medium video, zo zagen we vorig jaar ook al bij de Fidelio van Gergjev.
Heel mooi: het applaus. Ik hou erg van mooie applauzen als bekroning van de avond. Zeker bij het Poulenc-stuk werd dat een romantisch pas-de-deux voor dirigent Yannick en soliste Cora. Zulke goede kunstenaars gun je zo’n applaus.

zaterdag 5 juni 2010

4 juni Carré: Rufus Wainwright

Het is doodstil in Carré. hoewel de zaal bomvol is. Bijna volledige duisternis, niet eens de schermpjes van gsm's of camera's in het publiek. Dan licht het podium iets op. Een gestalte schrijdt met langzame passen naar de vleugel. Stap voor stap. Een lange sleep, aan de bovenkant pailletten en veren. Hij neemt plaats aan het klavier, en begint te spelen. Debussy-achtige muziek. Zijn stem knalt de donkere zaal in.
"Saw you on the corner,
saw you in the park,
saw you on the platform of Grand Central station"
Het zijn de eerste regels van het lied 'Who are you New York', openingstrack van het album 'All days are nights: Songs for Lulu', dat onlangs verscheen.
De 12 stukken worden achter elkaar uitgevoerd, als een echte cyclus. Het zijn eigen songs van Wainwright, maar ook zijn favoriete Shakespeare-sonetten. Geen toelichting, geen praatjes met de zaal, geen applaus. Op verzoek van de artiest waren camera's maar ook applaus afwezig. En ook aan het eind van dit deel werd de zaal verzocht niet te klappen want 'his exit is part of the piece', zo staat het op de website.
Hartverscheurend somber, dramatisch, met alleen de vleugel, en op een groot scherm projecties van het oog dat ook op de cd-hoes staat. Hoewel Rufus Wainwright er een handje van heeft alles te (over)dramatiseren, heeft hij nu alle reden voor drama. Zijn moeder, Kate McGarrigle, overleed op 19 januari van dit jaar na een lange strijd tegen kanker. Ze verloor die strijd, zo heette het, maar Rufus schreef op zijn website: 'her battle, though lost, was tremendously fruitful during these last three and a half years of her life'.

Het moet in 1976 geweest zijn dat ik Kate met haar zus Anne heb zien optreden, in de kleine zaal van de Doelen. Het was de periode van de merkwaardige hit 'Complainte pour Sainte Catherine'. Op mijn academie waren we allemaal verliefd op dat liedje. Ik herinner me een studentenfeestje op een kleine, overvolle zolder, waar we dat nummer een keer of twintig achter elkaar draaiden. In die tijd waren de McGarrigle Sisters op tournee en we gingen natuurlijk luisteren.

Zo'n 10 jaar later was Rufus een jaar of 13 en zong hij mee in de band van zijn moeder en tante. Op deze clip is dat te zien. Hij laat goed zien hoe opmerkelijk de ontwikkeling van Rufus is, van dit brave folk-jongetje naar Grote Stads Drama Queen.


Het tweede deel van het concert zou geheel anders van toon zijn, zo was ons beloofd, en dat klopte. Rufus kwam na de pauze op in een bloemtjespak van Victor&Rolf ('Don't you looove my suit?') en speelde een doorsnee van zijn repertoire, met gezellige en vaak erg grappige anecdotes, waar hij zelf ook wel een beetje om moest giechelen. Zoals zijn ontmoeting met Jeff Buckley, die veel mooier was dan Wainwright. 'I hated him, for being so handsome. But shortly after our day out he died, which is sad, but now I am the fairest'.Rufus in Carré - Foto (C)ois
Hij had de dag van het concert door de grachten van Amsterdam gevaren, was een tikje verbrand in de zon en legde uit hoe enorm veel moeite het dus kostte om zich voor het eerste deel van de voorstelling bleek en ongezond te schminken. 'It was allmost impossible for me to look that way'.
Nederland is favoriet, dat wel, en hij zou best een huis in Amsterdam willen hebben, 'but you have to be a millionaire for that and I am not a millionaire. Well, actually I am....before taxes.'Foto (C)ois
Wat bij klassieke concerten soms niet eens gebeurd, was hier wel zo: het publiek wachtte met klappen tot de laatste noot van ieder nummer was weggestorven en barstte dan pas los. Zeker tegen het einde, toen we het fraaie 'Cigarettes And Chocolate Milk' te horen kregen en het voor veel mensen favoriete 'Going to a town'.
Dat is ook mijn favoriete Rufus-lied. Het past perfect bij de wat nasale, bijna zeurderige toon van zijn zang die raakt en mij in elk geval ontroert.

vrijdag 4 juni 2010

3 juni: Twools at the opera

Ieder jaar leuk en een mooi einde van het seizoen; de verzamelvoorstelling van Scapino, 'Twools'. Het format is een serie korte stukken, die met een rode draad tot een geheel worden gemonteerd. Je valt van de ene sfeer in de andere, van drama naar humor naar abstract naar concreet.
Dit jaar was Scapino vanwege de Operadagen Rotterdam in dat repertoire gedoken. Veel Puccini, een beetje Verdi en een fraai stukje Haendel op de geluidstrack, en veel verschillende configuraties op het podium.
Meestal leuk, soms zakte het een beetje in, niet alle choreografen leken evenveel affiniteit te hebben met opera.
De rode draad was een licht-pretentieus gedoe met een sprekende danseres die teksten deed, niet het sterkste deel van de avond en pratende en zingende dansers, dat zagen we al eens eerder.
Maar veel kwaad kan Scapino niet doen. Bijna alles is spannend, innovatief en knap en overtuigend gedanst. Je maakt in de schouwburg bij dit Rotterdamse gezelschap altijd wat bijzonders mee. Dus volgend jaar gaan we weer....

vrijdag 21 mei 2010

Dalida: Pour ne pas vivre seul

'Pour ne pas vivre seul
On vit avec un chien
On vie avec des roses'
De zanger komt op, hij zingt het lied van Dalida, 'Pour ne pas vivre seul' en zet de toon voor de avond.
Yolanda Gigliotti had een dramatisch leven dat in stijl tot een einde kwam met een overdosis en een afscheidsbriefje 'pardonnez moi, la vie m'est insupportable' op 3 mei 1987, in haar huis op Montmartre. De zanger, Luuck Droste, was onlangs finalist op Concours de la Chanson dat de Alliance Française jaarlijks organiseert en dat bij eerdere edities o.a. Wende Snijders als winnares opleverde.
Luuck Droste werd gevraagd door Paul Haenen en Dammie van Geest om in hun Betty Asfalt Complex een avond te verzorgen over Dalida.
En daar stond hij, in het zwart, met een sjaal als frivool accent. Een artistiekige jongen, niet veel glamour, weinig show, met die sjaal die wel een verbinding lijkt tussen de serieuze, intellectuele kant van de docent Frans en de showbusiness waar hij deze avond even voor ons in dwaalt.
Hij neemt ons mee naar Egypte, waar Dalida nog gewoon Yolanda heet, waar ze besluit na het winnen van de titel 'Miss Egypte' om actrice te worden en op de dag voor kerst 1954 vertrekt naar Parijs. Daar begint haar leven als actrice maar vooral als zangeres.
Een wereldster die een ongekend aantal hoogtepunten en diepe dalen kende, die zichzelf een aantal keren opnieuw uitvond en die twee keer haar einde regisseerde. In de periode ervoor zong ze de liedjes die daarnaar verwezen.
Ik ben geen superfan van Dalida, heb geen posters aan de muur maar wel veel muziek in de collectie en een dvd met tv-clips. Op Montmartre ben ik wel eens langs haar huis gelopen. Of ben je dan toch fan?Dat ik deze avond in het Betty Asfalt Complex was, kwam voort uit nieuwsgierigheid naar de blonde diva en haar verhaal. Dat verhaal vertelde Luuck Droste met verve. Soms bouwde hij de spanning op, vertelde wat er in het leven van de ster gebeurde en waar dat toe leidde. Tot immense populariteit maar ook tot drama en verlies. Haar grote liefde Luigi Tenco die na zijn nederlaag op het San Remo-festival een eind aan zijn leven maakt, net als twee andere grote liefdes van Dalida. Bij alle periodes in haar leven was er beeldmateriaal, videoclips en soms aangrijpende gesprekken in tv-interviews.
Luuck Droste vertelde hoe zijn fascinatie voor Dalida ontstond, hoe hij wonend in Parijs op de grote tentoonstelling over haar leven in het Hotel de Ville terechtkwam.
Over zijn presentatie is hij na afloop bescheiden: 'het was een soort spreekbeurt'. Dat was het, weliswaar aangekleed met veel beeld en geluid, maar ik kreeg kippenvel bij de liedjes die hij zong en vaak ook bij de verhalen over het leven van 'La Panthere Rose', zoals Dalida in de tijd dat ze zich verbond aan Francois Mitterand werd genoemd.
In de nazit ging het over vergelijkingen, was Dalida een soort Callas, een Piaf van de jaren '70-'80? Ik weet het niet, ik ben na alle verhalen wel meer gaan begrijpen van mijn eigen fascinatie. Het drama in het leven van Dalida, dat ze niet rauw en ongepolijst de zaal insmeet, zoals Piaf dat deed, maar dat ze styleerde en dat als een laag onder haar zang lag. Soms heel ver weg, bij de onafzienbare rij deuntjes en flutliedjes -vaak covers van Engelstalige hits- en soms heel manifest, bij Leo Ferré's 'Avec le temps' en 'Je suis malade' van Serge Lama.
Een mooie tekst over sterven in de spotlights op een eurodiscobeatje, dat is Dalida ten voeten uit. 'Je veux mourir sur scene' uit 1983 voorspelt bijna hoe het zal gaan. Dit is een clip uit een tv-programma van Michel Drucker:

In de beelden van haar laatste optredens zien we een gesloopte zangeres die genoeg krijgt van het leven en die haar einde aankondigt.
Mooi hoe Luuck Droste dat verhaal met zijn zang, zijn verhalen en zijn verzameling beeldmateriaal tot leven brengt. Hij sluit de avond af met een eigen vertaling van het lied waarmee de avond begon. Kippenvel.

vrijdag 14 mei 2010

Turandot: Breathtaking!

Adembenemend, dat is wel een correcte beschrijving van de ervaring op 13 mei, bij de opera Turandot in het Muziektheater Amsterdam. De Nederlandse Opera heeft de productie van een paar jaar geleden met regisseur Nikolaus Lehnhoff opnieuw op het programma genomen en het succces is enorm. De hele serie voorstellingen is uitverkocht en toen ik er was stonden er mensen met een hoopvolle blik en een bordje 'kaarten gevraagd' bij de ingang.
De kritieken zijn over het algemeen zeer lovend en dan met name over onze RPHO-dirigent Yannick Nezet-Seguin en zijn Rotterdams Philharmonisch.De kenners prijzen ook de kwaliteiten van de zangers, hoofdrol Lise Lindstrom, die de ijsprinses Turandot behoorlijk wat vuur geeft en in de loop van het verhaal ontdooit voor Calaf, een beetje hard gezongen door Lance Ryan.
Ik vond de rol van slavin Liu vooral erg mooi gezongen, zangeres Ana Maria Martinez kreeg een juichende ontvangst bij het applaus en bij haar opkomst aan het eind maakte het publiek het meeste lawaai. Veel spektakel bij deze 'Turandot', grote decors, een nogal massaal koor dat met liften op het podium verschijnt. Hoewel de meest logische beweging op een podium horizontaal is - je komt op en gaat af en tussendoor doe je iets - ben ik gek op liftjes die de spelers uit de grond doen komen, of bijvoorbeeld een enorme kroonluchter die uit de nok komt, zoals in Ercole Amante.
Licht, geluid, decor, grime, kapwerk en kleding, eigenlijk klopte alles aan deze productie. En als er dan wat te knorren valt is het dat, dat al die perfectie in de disciplines die samenwerken bij zo'n productie misschien een heeeel klein tikje afleidt van het drama, het verhaal en de ontwikkeling.

Collega W. was ook in de zaal, niet zo gewend aan opera en verklaard fan van Madonna. Mijn lichte zorg over de vraag of je het dan wel leuk zou hebben in de Stopera bij je eerste operavoorstelling verdween gedurende de avond. Deze voorstelling kon tot op grote hoogte concurreren met iets als de 'Blond Ambition Tour' of de recente 'Sticky & Sweet Tour' van het Amerikaans popfenomeen.
Dit filmpje van 'De Nederlandse Opera' geeft een goed beeld van deze voorstelling.

zondag 9 mei 2010

Bos Besik - opera in Dordrecht

Soms zijn het de details, die veelzeggend zijn. Bij het slotapplaus van de allerlaatste voorstelling van 'Bos Besik' staan alle spelers, orkestleden, dirigent en koorleden op het podium. Regisseur Cilia Hogerzeil wenkt iemand in de zaal, om ook naar het podium te komen en in het succes te delen. Die speciale gaste voorstellen, dat gaat niet lukken in het lawaai van het applaus. De regisseur maakt een snelle schrijfbeweging in de lucht, en zo weten we dat het om libretto-schrijfster Anne Vegter gaat. Een goede regisseur heeft altijd een idee voor een vorm om iets duidelijk te maken...
In de inleiding voorafgaand aan de voorstelling vertelde Cilia Hogerzeil hoe dit project tot stand was gekomen. Naast de fraaie culturele doelen bleek uit haar verhaal ook dat toevallige ontmoetingen in Turkije en elders tot het produceren van deze opera geleid hebben.
Niet makkelijk, samenwerken met een librettiste in Nederland, een Turkse zangeres in Berlijn en een componiste met een Koreaanse achtergrond die over de wereld reist. Daarnaast het formeren van het koor van 14 Dordtse amateurs, dat moest bestaan uit Nederlandse en Turkse vrouwen. Het overbruggen van tradities in zang en toonvorming bleek een hele klus.
Ondanks die amateurzangeressen die met gepaste trots op het podium stonden en danzkij wier deelname er meer Turkse Nederlanders dan meestal in de zaal zaten, was het zeker niet amateuristisch.

Het was, op 8 mei, de laatste voorstelling van deze productie in het Energiehuis, aan de rand van Dordrecht. De zaal van het Energiehuis is wel een meter of 15 hoog, en heeft de kale, industriële sfeer van videoclips uit de jaren '80 van pakweg Einstürzende Neubauten. Het is de verdienste van decorontwerper Robin van der Werff dat die grote, kille ruimte geschikt werd voor het dramatische verhaal van Bos Besik. Technisch moet waarschijnlijk alle licht en geluid ook speciaal in de kale ruimte worden ingehangen, maar dat was prima gelukt, inclusief boventiteling die je in tegenstelling tot in de Stopera hier wél vanaf alle zitplaatsen kon zien.

Ik had goede herinneringen aan 'De Waterman', de productie van vorig jaar van Hollands Diep uit Dordrecht. Dit was weer heel anders. Het oude volksverhaal uit het Taursugebergte vormde de basis voor een textuele bewerking door Anne Vegter, en de compositie van Seung-Ah Oh, van oorsprong uit Korea.
Bos Besik was al eens onderwerp van een zeer popualire speelfilm uit 1969 en leent zich heel goed voor opera, met alle drama, emoties en universele thematiek.
Goede solisten voor alle rollen, zoals Arnout Lems, vorig jaar in de Waterman een stijle gereformeerde huisvader, deze keer een gestyleerde magier. Ekaterina Levental, die al eens vaker op dit klog is genoemd, had een grote rol: de statige moeder van Nomad, een rol die ze met een grote voornaamheid neerzette. Recent afgetudeerd is deze mezzo hopelijk nog vaak te zien op de concertpodia in Nederland. Voor zover ik daar verstand van heb, voorspel ik een fraaie toekomst voor de uit Oezbekistan afkomstige Levental.
Romain Bischoff, van VocaalLAB, leidde het kleine orkest dat alle klankleuren voor dit verhaal in huis had. En als er nog ijlere klanken moesten zijn, waren de koorleden ineens voorzien van wijnglazen waarmee ze met een vinger draaiend extra geluid konden toveren.
De regie van Bos Besik is één van de elementen van de voorstelling die me zeer beviel. Cilia Hogerzeil verbeeldde een originele en kraakheldere visie op het verhaal en de beste manier om dat te vertellen. Mooie vondsten met licht en beweging.
Een relatief kleine productie, tenminste als je de focus neemt vanuit Bayreuth, The Met of de Stopera. Maar met net zoveel spanning, professionalitiet en impact als die grote operahuizen op het podium brengen. Waard om gezien en gehoord te worden.

dinsdag 4 mei 2010

4 en 5 mei 2010

Het is traditie om op dit klog aandacht te besteden aan 4 en 5 mei. Er is heel veel muziek en kunst rond het thema vrijheid. En met een beetje filosofie kun je ruimte voor kunst zonder veel moeite koppelen aan vrijheid.
'Rocking in the free world', van Neil Young, hoorde ik vanmorgen al op de radio op deze 4e mei. Voor vandaag kom ik uit op Mikis Theodorakis. Je hoort zijn muziek niet veel meer. Zangeres Maria Farantouri zingt hier een lied uit de 'Mauthausencyclus'
In Mauthausen zijn gedurende de oorlog 197.464 gevangenen gedetineerd geweest, vanwege hun politieke, religieuze opvattingen of instelling, vanwege hun seksuele geaardheid of vanwege hun criminele verleden of als krijgsgevangene. Meer dan 95.000 mensen werd in Mauthausen vermoord.
Bron: Wikipedia

Over de cyclus:
Een van de weinige Griekse overlevenden was Iakovos Kambanellis, een joods-Griekse schrijver afkomstig van Naxos. Hij werd in 1942 door de Gestapo gearresteerd en belandde in Mauthausen. Als één van weinigen overleefde hij dit kamp. Hij werd in mei 1945 bevrijd en keerde terug naar Griekenland. 20 jaar later publiceerde hij het boek 'Mauthausen'. De gedichten in dit boek werden door Theodorakis op muziek gezet en vormen de basis voor de Mauthausen-cyclus.

maandag 26 april 2010

Eurovision in concert 2010

Dat ik geen uitgesproken fan ben van het Eurovisie Songfestival wil nog niet zeggen dat ik het helemaal niks vind. Er zijn door de jaren merkwaardige, mallotige maar ook hele leuke liedjes gemaakt voor dit festival en in al zijn eenvoud is het concept nog altijd sterk: Europese landen kiezen in eigen land het leukste liedje dat ze kunnen produceren en daarna ze doen wedstrijdje wie het leukste liedje van heel Europa heeft.

Voor de tweede keer op rij was ik 'crew-member' bij 'Eurovision in Concert', de aankeiler van het festival die dit jaar in Zaandam gehouden werd. Behalve veel drukte met het in en uit bussen en taxi's krijgen van delegaties en andere uitvoerende klussen, had ik ook wel tijd om te zien wat de verschillende landen allemaal in stelling brengen voor Oslo, eind mei.
[Nokiapic (C)ois]
Mijn favoriet voor de finale is Albanie, omdat zangeres Juliana Pasha een aardige meid is, ze goed kan zingen en ze een lekker klassiek Eurovisieliedje neerzet. Dit is haar optreden tijdens Eurovision in Concert.

De Belgische inzending is voormalig X-factordeelnemer Tom Dice, die met een serieus, zelf geschreven singer/songwriter liedje een nogal kwetsbare act heeft. Doodkalme jongen die deze week zijn eigen album 'Teardrops' uitbrengt in Belgie.[Nokiapic (C)ois]
Diep in de nacht zat ik met een wonderlijke combinatie in de bar van het hotel waar 'Eurovision in concert' neerstreek afgelopen week. Aan een tafel met de Engelse vertegewoordiger Josh, een 19-jarige post-puber uit Engeland en met Jon Lillygreen, een Welshman die voor Cyprus uitkomt. Josh zat aan de cola en ik legde hem uit wat hij kon verwachten die volgende middag bij zijn optreden in 'Life for You' van Rtl 4. Ook aan tafel dus Jon Lillygreen met voor zich 2 halve liters bier, die moeiteloos naar binnen gingen, slechts onderbroken voor zeer geestige foute grappen. De sfeer was melig. Hieronder een clip van de repetitie in de Lexion in Zaandam
Niet veel glamour achter de schermen, waar een dag van een kandidaat voor het Songfestival vooral bestaat uit wachten, repeteren, reizen en vooral veel pers. Die ook allemaal willen dat je even je liedje doet. InCulto, de Litouwse inzending van een wat ongeregeld stel jongens, heeft iets straatmuziek-achtigs en klonk tijdens de ochtend al een keer of 5 live door het Intell-hotel.[Nokiapic (C)ois]

zondag 18 april 2010

Klassiek klassiek in het Concertgebouw

Na alle Bach, toneel, musical, opera en jazz was ik ineens toe aan een ouderwets concert in een nette zaal met beschaafd klassiek repertoire door een groot orkest, met graag enige bombast, romantiek en pathos. Zo kwam ik op een zonnige zaterdagmiddag in april in het Concertgebouw in Amsterdam terecht. De Zaterdagmatinee bood een geheel Russisch programma, met het Nederlandse Radio Filharmonisch Orkest dat onder leiding van gast-dirigent Vasily Petrenko stond. Petrenko, nog geen 35 geleden geboren in St. Petersburg, is een dirigent met een aardige staat van dienst. Tegenwoordig staat hij als chef voor het Royal Liverpool Philharmonic Orchestra en hij was al een aantal keer in Nederland te horen bij de Nationale Reisopera.Het eerste werk wan een Nederlandse premiere, Wings of the Wind, van de Russische componiste Victoria Borisova-Ollas. Ze woont in Zweden en heeft dus Russische roots maar, zo lazen we het in het programmaboekje: 'haar klantaal is niet specifiek Russisch(..) bij weinig westerse componisten hoor je zo'n bereidheid om beelden of literaire indrukken in klank te vertalen, zondat dat er een opzichtige systematiek aan te pas komt.'
We deden ons best en we hoorden ook niet echt een opzichtige systematiek, maar vooral welluidende, spannende muziek met soms stevige accenten, erg veel percussie en klanken van de wind.
In een ver verleden was ik bestuursvoorzitter van een gezelschap dat moderne muziek uitvoerde. Er werden vaak afspraken gemaakt met componisten die in opdracht werkten en meer dan eens deden we ons best een componist af te houden van het schrijven van partijen voor grote trommen, pauken en ander muziekgerei. Om heel prozaische redenen -de kosten van de huur van die instrumenten- hoopten we dat de componist genegen zou zijn zich te beperken tot het instrumentarium dat al aanwezig was, zoals piano, klarinet en cello. Een paar ferme tikken op een pauk konden per concert al extra kosten van een paar honderd euro opleveren.
Bij het Radio Filharmonisch mocht het wat kosten, er stond een flinke batterij slaginstrumenten op het podium.

Rachmaninov's Tweede pianoconcert werd gespeeld door de Rus Denis Matsuev. Hij is sterk betrokken bij het werk van de Rachmaninov Foundation, die het werk van de componist beheert. Je kon zien en horen dat hij het werk goed beheerste. Het concert kent een spannend begin waarin de pianist een aantal maten speelt voor dat het orkest inzet. Die maten stonden meteen goed en met een prettig soort vanzelfsprekendheid klonk dit uiterst romantische -of is het mierzoete- werk, waaruit popmusicus Eric Carmen zo ruim citeerde voor zijn hit 'All by myself'.
De kwalificatie is even juist als saai: mooi.
Na de pauze was er Prokofjevs Vijfde symfonie. Een behoorlijk recent werk, dat in 1945 onder de componist als dirigent in premiere ging. Hij wilde er 'de vrije, gelukkige mens' in bezingen, met al diens kracht, zuiverheid en ruimhartigheid. Resultaat was een nogal ondubbelzinnig werk, met grote kracht en stevige accenten, dat door het Concertgebouw gierde en donderde. Bijna alle delen werden besloten met een staand einde dat een enorme kracht gaf aan het werk.
We hadden in het café kunnen zitten, we hadden zelfs een gevecht om een terrasstoel kunnen aangaan, maar we waren deze middag in het Concertgebouw en we waren er tevreden mee.

donderdag 15 april 2010

Muzikaal verhaal: Het feest

Het was nog best spannend, afgelopen zondagmiddag in de Doelen. Het leek een gewoon concert, met een volle zaal, het Rotterdamse Philharmonisch op het podium en mooi licht vanuit het plafond. Boven het orkest hing een megagroot videoscherm.
Maar beneden in de hal vertelden musici over hun instrumenten en je kon zelf een schild of een zwaard maken in de knutselhoek. Dat is heus niet altijd.
De koffie stond klaar en ik dacht er heel veel glazen rosé naast stonden maar dat bleek ranja.
De zaal zat vol mensen en kinderen van alle leeftijden. Het werd donker, het werd maar een klein beetje stiller en er kwam een meneer op die voor het orkest ging staan en een mevrouw die in een hele grote stoel ging zitten. Die stoel leek wel een troon.
De mevrouw begon te vertellen over Lars, zoon van de koning, die zich verveelde en graag een echt ridderfeest wilde organseren, met échte ridders en zwaarden. Ze praatte eerst een beetje vlug maar later ging ze iets langzamer vertellen. Als ze voorlas dat bijvoorbeeld de koning in het verhaal iets zei, dan deed ze raar met haar stem en was het nét of je de koning zelf hoorde. Ze kon heel mooi vertellen en we zaten al snel helemaal in het verhaal. Dat Lars op de boot naar Amerika ging om daar koning Arthur te vragen of hij op zijn ridderfeest wilde komen, dat zagen we zo gebeuren. Af en toe ging het licht dat op de mevrouw stond uit, en begon het orkest ineens te spelen. Op het scherm zagen we filmpjes van het verhaal en soms zag je de orkestleden van dichtbij.
In het verhaal ging op een bepaald moment het ridderfeest echt beginnen en toen droegen alle orkestleden ineens mooie gouden kronen.
Dat het nog een heel gedoe was, dat ridderfeest met échte ridders en échte zwaarden en een draak die vuurspuwde, nou dat was ons wel duidelijk geworden door het verhaal van de mevrouw in de stoel.
De muziek aan het einde klonk heel erg feestelijk. Ik kende die muziek niet, maar S. die mee was zei dat het muziek was van Assepoester, en dat ze een dvd had daarvan. Handig om tien-jarigen die er echt verstand van hebben, bij zoiets in de buurt te hebben.
S., die met broer en zus, haar ouders en ik in die bomvolle Doelenzaal zat, was al vaker naar zo'n concert als dit gweest. Toen ik vroeg hoe ze het vond, zei ze dat ze dit het állerleukste vond van álle dingen die ze in de Doelen gezien had. En je kon aan haar gezicht zien dat ze het meende.

vrijdag 2 april 2010

Afkicken van Bach

Na de twee Mattheusen van de afgelopen weken was het nog niet op. Geheel in tegenstelling tot het idee van vasten en onthouden, roept de muziek die bij de passietijd hoort, een soort onmatigheid op. Bij de eerste tonen van Bach komt er een verder onschuldig virusje dat pas weer rond Pasen verdwijnt.
Toen er onvoorzien een avond vrij kwam en de Doelen die avond muziek van Bach in de aanbieding had, zat ik dan ook op een sjiek balkonnetje in de grote Doelenzaal. Mooie aanvulling op de Mattheus was de Joahnnes Passion, die Bach enkele jaren voor zijn Mattheus schreef. "
'Onze' Yannick, de dirigent van het Rotterdams Philharmonisch die Gergiev opvolgde, deed zijn versie met een klein bezet Philharmonisch en het Nederlands Kamerkoor. Eerlijk gezegd had ik ook wel heel graag de versie willen horen - eerder deze week- van het Orkest van de 18e Eeuw onder Frans Brüggen met o.a. Michale Chance en Thomas Oliemans.
Niet dat Yannick van de straat is als het om Bach gaat. Hij was 19 jaar toen hij in Montreal zijn eigen koor en barokorkest oprichtte voor het uitvoeren van de Johannes.
Maar helemaal enthousiast kon ik niet worden van het RPHO. In het eerste deel speelden ze nogal hard, waardoor de solisten overstemd werden. En je hoort het toch, als musici die gewend zijn het grote symfonische repertoire te spelen, barok moeten gaan doen. Het is interpretatie van een leek, maar het zag er naar uit dat vooral het Kamerkoor als een verlengstuk van de dirigent helemaal op zijn plek was. Nézet-Séguin danste, zwaaide en zong koor en orkest door het werk heen. Paul Agnew, de tenor, had het zwaar, met zoveel partijen te zingen. De muze van Haitink, zoals ze wel genoemd wordt, de mezzo Christianne Stotijn, deed de alt-partijen.
Minder dramatisch en minder het lijdensverhaal dan in de Mattheus, is de Johannes Passion muzikaal soms wat flitsender. Meer koor, een hoger tempo, minder statig dan het bekendste werk van Bach.
Volgend jaar gaat Ton Koopman, zo kondigde hij in een tv special op eerste Paasdag aan, de Johannes doen met zijn Amsterdam Baroque Orchestra. Ook wel weer iets om zeer naar uit te kijken.

dinsdag 30 maart 2010

La Bohème in Luxor

"Okay jongens, orkest is okay, spelen goed, kennen hun partijen. Zangers, allemaal goed bij stem, nou ja, Mimi hoest een beetje maar dat hoort bij haar rol, iedereen kent zijn tekst en spreek het Italiaans goed uit. Dusse...eh... "
Maar chef, je bent de regisseur, hoe gaan we dit nou brengen?
"Nou ja, we doen een decortje. Iets met praktikabels, dat neemt lekker mee. En verder wat losse spullen. Als het sneeuwt in het verhaal leggen we er witte kleden over. En er zijn nog wel wat statafels voor de caféscene. Oh ja en dan hangen we achteraan op het podium wat witte bomen en een silhouet van de Sacre Coeur. Lekker artistiek, en dan weet het publiek zeker dat het in Parijs speelt".
Maar, je bent regisseur, hoe gaan we het spelen, hoe gaan we het verhaal brengen?
"Nou dit verhaal vertelt zichzelf, dus. Mja, als Mimi nou in het eerste bedrijf van links opkomt en in het tweede van rechts. Oh ja en als ze dood gaat, gaat iedereen gewoon om haar heen staan. Nou, verder nog vragen?"

Zo moet het ongeveer gegaan zijn, toen de productie van La Bohème werd voorbereid voor een Nederlands/Vlaamse toernee. De Stichting Internationale Operaproducties brengt geregeld opera in de Nederlandse theaters en maakt daarbij vaak gebruik van gezelschappen uit het oosten. Voor deze voorstelling werd gekozen voor het Nationaal Bolsjoi Theater uit Minsk, Wit-Rusland. Goede zangers, keurig orkest, niks mis mee. Op dat punt was het een zeer genietbare versie van Puccini's opera.
Maar ja, net deze opera wordt gezien als een van de meest ontroerende en romantische van het operarepertoire. Puccini, die o.a. ook Turandot (binnenkort bij de Nederlandse Opera) schreef en Madame Butterfly, gebruikte het boek 'Scènes de la vie de bohème' uit 1849 van Henri Murger als basis voor het libretto. Maar van de romantiek en het drama merkte ik weinig. Het was een regie zonder enig gevoel voor theater en voor het idee dat je een zaal mee moet nemen in het verhaal.
Het was buiten al zomertijd, en niet meer zo winters als de laatste maanden. Binnen, in het redelijk gevulde Luxortheater viel de sneeuw op Parijs en zagen we Mimi langzaam ten onder gaan aan haar slopende ziekte. Rodolfo, Marcello, Schaunard en Colline omringden haar. Het orkest, niet zo groot bezet, speelde fraai.
En ik kreeg in elk geval een indruk van wat ik nog wel eens wil zien, maar dan in een volwassen productie, met een visie en een richting.

zaterdag 27 maart 2010

De Mattheus van de Utrechtse Oratorium Vereniging

De uitvoering van de Mattheus Passion in de St Aloysiuskerk in Utrecht gisteravond, was een mooi pleidooi voor de traditionele uitvoering van Bach's werk in Nederland. In de Paastijd worden niet alleen in concertzalen, maar ook in kerken en andere locaties uitvoeringen gegeven. Op Palmzondag zendt de Avro traditiegetrouw de uitvoering uit van het Concertgebouworkest.
De Rotterdamse zangvereniging 'Toonkunst' was in 1870 de allereerste in Nederland die een (verkorte) versie uitvoerde. Pas veel later ontstond het idee dat het aanbeveling verdiende de ongeknipte versie uit te voeren.
De 70-jarige Utrechtse Oratorium Vereniging (UOV) nam de Mattheus dit jaar ook weer op het repertoire. Collega D. zingt op projectbasis bij dit koor en dat was reden voor ons, het voormalige MT om -met speciale gasten- naar Utrecht te gaan. We doen al een aantal jaren een Mattheus.
De UOV is degelijk en niet hip. Hip staat in dit geval voor de term waarmee musici worden aangeduid die op authentieke instrumenten spelen, die dus een 'historically inspired practice' aanhangen. De Bachvereniging is dus erg hip en veel andere ensembles soms wat minder.
Aan de eerste maten van het openingskoraal 'Komt Ihr Töchter' hoor je vaak al de signatuur van de dirigent. Deze Johan van de Camp koos voor een betrekkelijk laag tempo. Dat geeft de muziek meteen iets gedragens, en ik denk dat veel melodielijnen soms wat beter uitkomen in dit lage tempo. Veel zangers op het podium, een mens of 80.
Coro 2, dat van de week bij de Bachvereniging nog maar 4 zangers telde, had hier een tienvoudige bezetting. Dat geeft een grote, gezwollen koorklank die in de galmende akoustiek van een kerk nog versterkt wordt.
Zo te zien legde de dirigent veel nadruk op volume, dat hij met typische gebaren bij koor en orkest leek te regelen. Dat spelen met de klank, soms heel ingehouden zingen, zoals in het koraal na de sterfscene, gaf een mooi dramatisch effect.
De evangelist was adequaat, de andere zangers konden er mee door maar de zangeressen maakten meer indruk. Alt Louise Rijs deed zichtbaar haar best om haar aria's mooi te intoneren. Het duet met Ellen Schuring klonk niet alleen mooi, het zag er ook fraai uit door de aandacht die beide solisten besteedden aan het kleuren van de stemmen. Schuring was indrukwekkend, ze heeft een statige podiumuitstraling en maakte van haar aria's kleine, dramatische hoogtepunten, zeker van 'Aus Liebe'.
Het zijn twee verschillende grootheden, de klassieke, ruimbezette versie in Utrecht en de kleine van de Bachvereniging. Muzikaal wint die laatste dan op punten, maar het mooie van Utrecht is dan weer dat er meer drama, emotie en beweging was.[Nokiapic (C)ois]

woensdag 24 maart 2010

De Mattheus van de Bachvereniging

Iedere dirigent die ooit voor de partituur van de Mattheus Passion (BWV 244) zat om een uitvoering voor te bereiden, zal het wel eens geprobeerd hebben. Zich in gedachten verplaatsen naar Leipzig, naar de Thomaskirche waar Bach op Goede Vrijdag 11 april 1727 voor het eerst zijn Paaspassie uitvoerde. Dat was niet de definitieve versie. Een aantal keren veranderde de componist nog onderdelen van het werk, tot hij het in 1736 goed genoeg vond om er een gekalligrafeerd manuscript van te maken, met de evangelietekst in rode inkt.

Hoe dirigent Jos van Veldhoven -artistiek leider van de Nederlandse Bachvereniging-, die dit jaar de Mattheus Passion dirigeerde, zijn voorbereiding doet, komt enigzins in de buurt van mijn verondersteling. Uit zijn bijdrage aan het boek 'De geheimen van de Mattheus Passion' blijkt dat. 'Ik open de partituur en probeer me dan in gedachten te veplaatsen naar het moment dat het papier nog leeg is en de componist op het punt staat te gaan schrijven. Waarom kiest hij deze maatsoort, waarom deze toonsoort, deze bezetting'
Koor en orkest van de Bachvereniging voeren de Mattheus uiteraard in de weken voor Pasen een paar keer uit in Naarden, maar gelukkig gaan ze ook op tournee. Naast Tilburg, Utrecht en Aardenburg wordt ook Rotterdam aangedaan, en daarom waren we in de Doelen en luisterden we met een volle zaal naar het werk van Bach. Volgens J., die mee was en als jong en eigenwijs valt te typeren, is het een opera. Volgens mij, oud en verstandig natuurlijk, is het een oratorium. Jammer voor mij dat in de zeer informatieve inleiding vóór het concert door Huib Ramaer de term opera letterlijk in zijn eerste zin viel.
In die inleiding zat veel achtergrond bij het werk van Bach, anekdotes over de Nederlandse uitvoeringen sinds 1870 en natuurlijk aandacht voor de eeuwige strijd over de uitvoeringspraktijk. We luisterden nog eens naar het begin van de Mengelberg-uitvoering uit 1939 in Amsterdam en hoorden hoe die zich voortsleepte in een tempo dat we nu als buitengewoon traag ervaren. Dit is een filmpje met die beroemde geluidsopname van 2 april 1939.

Mengelberg was van de katholieke kant, die een romantische, dramatische en gezwollen versie van het werk van Bach voorstond.
Groot contrast met hoe dirigent van Veldhoven het dit jaar aanpakte. De kleine bezetting, dat waren wel al wel gewend van de Bachvereniging, maar nu ook een een a-symmetrische opstelling. Dat was de nieuwigheid van de versie van dit jaar. Musicoloog Daniel Melamed stelt dat die dubbelkorigheid bij Bach helemaal niet bedoeld is voor het stereo-effect, maar dat de Coro (koor en orkest) 1 een heel andere taak en betekenis heeft dan Coro 2. Dat nieuwe inzicht bleek uit de opstelling op het podium, links een groot bezet orkest, de solisten en 8 koorzangers, rechts een koor met per stem slechts een lid en een kleiner orkest.
Bijna frivool was in deze sfeer de bijdrage van het Kampen Boys Choir, dat 6 zangers leverde als 'ripienisten', ondersteunende zangers. Gekleed in rode pijen met daarover een witte superplie (ooit droeg ik die dingen ook nog als koorzanger), traden ze in het openingskoor en het slot van het eerste deel aan.

Bij de Bachvereniging en zeker bij van Veldhoven, gaat het om de muziek en de zeggingskracht daarvan in de religieuze elementen. Daaraan is het theatrale, het drama verre ondergeschikt. En in die opvatting is het niet zo raar dat de bas die de Jesus-partij zingt, ook heel andere rollen doet. De dirigent doet ook niet mee met de gewoonte van veel dirigenten om de stilte na de allerlaatste noten stevig te rekken. De dirigent houdt vaak de spanning even aan, het is oorverdovend stil in de zaal en pas als er een soort ontspanning komt in de houding van de dirigent, komt het applaus. Hoewel ook dat applaus volgens sommigen ongepast is.
Geen mis, geen theater, geen opera en geen opgelegd drama in de Doelen deze week. Wel een érg mooie Bach op authentieke instrumenten, met houten blaasinstrumenten, oude violen en een theorbe voor het ritme. Bijna analytisch, met als grote verdienste dat je alle thema's, motieven, lijnen en contrapunt uitstekend kunt horen. Bach zoals de componist het waarschijnlijk bedoeld heeft.
Vrijdag naar een hele andere uitvoering door de Utrechtse Oratorium Vereniging. Maar wel weer met de muziek van Bach die -excuser le cliché- onder je huid gaat zitten, zo tegen Pasen.
Het boek 'De geheimen van de Matthäus-Passion, ambacht en mystiek van een meesterwerk' bevat artikelen over allerlei aspecten van de Mattheus Passion. Net verschenen bij uitgeverij Balans en de Nederlandse Bachvereniging.

dinsdag 23 maart 2010

In afwachting van...

Vanavond in De Doelen in Rotterdam, de eerste opvoering van de jaarlijke MP-tour van de Bachvereniging. Ook in Naarden natuurlijk en ook op cd binnenkort.


- Posted using Mobypicture.com

zaterdag 20 maart 2010

Gainsbourg, une vie heroique?

Serge Gainsbourg was ongetwijfeld de kleurrijkste en meest spraakmakende tekenaar, zanger, regisseur, componist en acteur van de Franse muziekscene in de jaren '50, '60, '70, '80 en '90.
Nu, 19 jaar na zijn dood, is er de biopic over het leven van Gainsbourg, die zeker nog niet vergeten is in Frankrijk. Om de zoveel jaar komt er wel een tribute op de markt van artiesten die de grote meester van het lied eren met eigen versies van zijn nummers.
De film begint met Gainsbourg die, als kind in de oorlog, eigenwijs naar het stadhuis gaat om als de eerste jood in Parijs een ster te mogen dragen. Hij tekent, maar leert muziek maken en wordt steeds belangrijker als componist voor mensen als Juliette Greco en France Gall, voor wie hij het songfestival-succes 'Poupée de cire' schreef.
De film doet nogal veel moeite om vanuit een soort psychologisch perspectief de ontwikkeling en het leven van Gainsbourg te duiden. Er wordt zelfs een soort alterego opgevoerd, die als een karikatuur van de hoofdrolspeler met hem af en toe in discussie gaat. Gainsbourg was in zijn leven een provocateur van ongekende grootte. Die kant wordt in de film goed belicht.
Het is mooi gemaakt, er is goed nagedacht over de aanpak en de casting is uitstekend gedaan. Waarbij ik op de aftiteling zag dat de acteur die zo'n geloofwaardige imitatie van George Brassens gaf, de regisseur Joann Sfar zelf was.

De belangrijke vrouwen in het leven van Gainsbourg komen uitgebreid in beeld. Juliette Greco, niet zo heel look-a-like neergezet, Jane Birkin, door Lucy Gordon en Brigitte Bardot. Laetitia Casta komt als BB werkelijk de film binnendenderen in de gang van het appartement van Serge Gainsbourg. Ze is een zeer goed gelukte Bardot, die alle zinnelijkheid en raffinement uit de kast trekt in een overdonderende rol.
In '68 en '69 schreef Gainsbourg veel voor Bardot. In al zijn simpelheid vind ik dit liedje bloedstollende mooi, geschreven voor een tv-special die op oudejaarsavond '67 werd uitgezonden. Bardot bezingt het einde van de zomer en dat doet ze prachtig melancholiek:
En toch blijf ik vinden wat ik altijd vond, als ik Gainsbourg met trillende handen, kettingrokend en licht-beneveld in de Franse talkshows voorbij zag komen. Geen leuke man, teveel zuipen, roken en vaag gedoe met dames.
Maar....zijn werk als componist en vooral als zanger, dat in de film wat mij betreft een te kleine rol speelt, is absoluut beeldbepalend in de Franse popmuziek en het chanson. We zien hoe hij 'La Javanaise' maakt voor Greco, hoe hij het naieve meisje France Gall in de maling neemt met zijn lollypop-liedje. De albums waarvoor Gainsbourg naar Nassau ging om met Sly&Robbie op te nemen, met daarop het zeer omstreden 'Aux armes etc', komen uitgebreid in de film aan de orde. De twee platen uit die tijd, met de vette reggaebas van Robby Shakespeare hebben een fantastisch broeierig-geile sfeer.
Acteur Eric Elmosnino brengt een levensechte Gainsbourg tot leven, die met veel Gitanes en Jim Beam al die ingewikkelde afffaires had, maar vooral ook al die prachtige liedjes schreef.
Zijn allermooiste is een lied-over-een-lied-over-een-lied: 'La chanson de Prévert', dat gaat over het chanson 'Les feuilles mortes'. Het zit niet in de film maar is wat mij betreft de mooiste bijdrage van Gainsbourg aan de Franse muziek. Deze versie van Cora Vaucaire staat op een zeer gekoesterde opname van haar optreden in het Theatre de la Ville in Parijs in 1975. Er is geen beeld van dat concert maar het filmpje is bij de audio-opname gemaakt:

Jazz uit San Francisco: SFJAZZ Collective

De kop boven dit stukje had niet mogen eindigen met 'San Francisco Jazz Collective', of nog erger: 'SF Jazz Collective'. Dat weet ik uit de 'rider' waarop ik de hand wist te leggen bij het concert van -let op- het SFJAZZ Collective. In die 'rider' staan de aanwijzingen voor concert-organisatoren en zaaleigenaren bij het programmeren van de concerten van het collectief. Ook over de schrijfwijze van de naam op affiches staan er gedetailleerde aanwijzingen.
De 8 heren uit San Francisco zijn op tour door Europa en jagen langs een aantal steden. Ze doen 7 landen en 9 steden in 11 dagen. Net klaar met 2 dagen Bimhuis in Amsterdam waren ze een avond in de Rotterdamse Lantaren.
Het collectief - dat zich ook echt als zodanig gedraagt - neemt zijn werk heel serieus. Ieder jaar kiezen ze een held van de moderne jazz in wiens repertoire ze duiken en wiens muziek ze arrangeren. Ik had het graag gehoord, hun aanpak van de muziek van McCoy Tyner, Thelonious Monk of John Coltrane in de afgelopen jaren. Maar mijn kennismaking met het octet werden hun bewerkingen van de muziek van pianist/componist Horace Silver. Horace Silver richtte met Art Blakey de Jazz Messengers op en was een belangrijk componist in wat 'hard-bop' heette. Die stijl vormde de aftakking van de 'bebop', waarbij sterkere invloeden van blues en gospel hoorbaar waren.
Geheel in collectief-stijl hadden alle leden van de band een eigen Silver-compositie onder handen genomen. De arrangementen stonden op de grote lessenaars waarvan de heren hun muziek speelden. Hele lastige, verrassende bewerkingen van bekende Horace Silver-thema's als 'Baghdad Blues', 'Sister Sadie' en 'Lonely woman'. Het mooiste Silver-thema - en het bekendste- is 'Song for my father', hieronder in de originele versie.
Pianist Edward Simon, wiens vader in de zaal zat, maakte er een hoogst ingewikkeld arrangement voor, met een tempo dat voor een leek klonk als 12/8e maat of iets dergelijks. [Nokiapic: (C)ois]
Strakke muziek, met ruimte voor soli en een benadering waarin je de roots van Silver hoorde maar waaraan je ook kon horen dat de tijd er overheen gegaan is.
Uit de 'rider' bleek dat de heren bij het soundchecken de aanwezigheid op prijs stelden van 'raw vegetables, fruit (bananas, apples, oranges and pears), pretzels, and nuts'. Geen grote drinkers kennelijk, met de wensen voor 'both regular and de-caffeinated coffee and tea (herbal and black), bottled spring water (still), bottled unflavored mineral water, assorted fruit juices (including cranberry, orange and apple) and soft drinks, twelve (12) or more bottles of premium beer, red and white wine and clean ice.'
Als je avond aan avond zulke mooie en moeilijke muziek speelt, verdien je dat wel.

donderdag 18 maart 2010

De sprookjesopera van Engelbert Humperdinck: Knibbel, knabbel, knuisje

Op enig moment besloot Arnold Dorsey in Engeland dat die naam hem niet zou helpen bij het opbouwen van een zangcarriere. Om onbekende redenen koos hij de naam van een Duitse compinist en zo werd hij Engelbert Humperdinck. De erven van de echte Humperdinck hebben nog getracht die keuze tegen te houden maar dat blijkt niet gelukt te zijn. Gevolg is wel dat veel mensen de naam kennen. De Engelse zanger verkocht zo'n 150 miljoen platen.
De échte, de componist Humperdinck (1854 - 1921) was ook nog dirigent en gaf veel les in zijn leven. Hij werkte een tijd samen met Richard Wagner en doceerde aan conservatoria in veel grote Duitse steden. Hij componeerde rond de 170 werken voor orkest, koorwerken, wat kamermuziek en een aantal opera's. De sprookjesopera 'Hänsel und Gretel' is zijn beroemdste en meest uitgevoerde werk. Het werd na de première in 1893 in Weimar een groot succes in de hele wereld, wat Humperdinck ook financieel onafhankelijk maakte. De première, op 23 december 1893, stond onder leiding van de componist Richard Strauss, niet de eerste de beste.
Met een last-minute kaartje zat ik in de Rotterdamse Schouwburg, in een zaal met de bedoelde samenstelling: zeer oud en veel zeer jong. Niet vol, helaas, en dan is het toch een schrijnend beeld: de bus uit Aachen waarin het koor op en neer reisde, en de Maastrichtse bus die het Limburgs Symfonie Orkest en de solisten vervoerde.
Deze grote productie van Opera Zuid, die zijn thuisbasis heeft in Maastricht, reist door het land voor 12 voorstellingen.
Het is echt opera, deze voorstelling die op een aardige manier aanleunt tegen toneel en musical. De vormgeving is prachtig, met de Ikea-achtige kinderkamer waar Hans en Grietje hun eigen verhaal lezen, het bijna echt eetbare huis van de Knusperhexe en het bos waarin de bomen op raadselachtige wijze van plaats veranderen. De vertaling, die bij dit overbekende verhaal niet zo heel erg nodig is, was een beetje mal. Hans zingt volgens de boventitels 'mijn moeder is depri' en Grietje zegt dat ze zingt 'zoals Beyoncé'. Maar verder is het erg leuk gedaan, decor en licht zijn mooi en het tempo zit er goed in. De muziek, hier en daar gebaseerd op volksmuziek, is niet zo gek makkelijk, een soort Wagner-light. Hoewel ik niet goed weet of het voor jonge kinderen aantrekkelijk is om naar een opera te gaan, is de drempel laag gelegd, zonder concessies aan kwaliteit en artistiek gehalte.
Na de 'Dido' aan het begin van het seizoen in Maastricht was dit de tweede productie van Opera Zuid die me zeer beviel. En met een beetje mazzel lukt het om naar de volgende productie te gaan, Mozarts 'Le nozze di Figaro' met grotendeels dezelfde solisten, zoals Karin Stroobos (hier als de jongen Hänsel), Kim Savelsbergh (Grietje) en zeker ook Mark Omvlee die dan Don Basilio zal zingen en in het sprookje van Grimm de sprookjesachtige rollen van Sandmännchen en Taumännchen fraai neerzette.
[foto's Opera Zuid]

zondag 14 maart 2010

Jean Ferrat

Oh ja, die stond natuurlijk ook op mijn lijstje van artiesten die ik graag een keer live wil zien. Maar Jean Ferrat leefde al heel lang nogal teruggetrokken, en zong nog nauwelijks.
Hij maakte die plaat, met teksten van Louis Aragon. Die ik voor het eerste hoorde nadat ik hem leende bij de Centrale Discotheek. Op band gezet en veel gedraaid. Later kocht ik de elpee, teksten meelezen. En weer later, in Parijs in de Rue des Ecoles, de cd. Die een stuk beter klonk dan de elpee. Franse persingen, vooral Barclay, waren berucht.De plaat uit 1971 verkocht 2 miljoen exemplaren. Producent Alain Goraguer gooide er wel heel veel galm in, dat zou nu anders gedaan worden. Maar de teksten van Aragon en de muziek van Ferrat zijn buitengewoon mooi. Mijn favoriet is: 'Que serais-je sans toi', hier in een hele oude versie.
Jean ferrat-que serais-je sans toi

Ferrat overleed op 13 maart in Aubenas, hij werd 79 jaar.

donderdag 4 maart 2010

Chanson op loopafstand - Michel Fugain

Dat je voor het Franse chanson moet reizen, is niet zo heel raar natuurlijk. Al kun je ook zo reizen dat je het chanson vermoedelijk wel tegenkomt. Zo hoorde ik op een warme zomeravond in het openluchttheater, net achter de Boulevard des Anglais in Nice, Gerard Lenorman. Geen Grote Naam van het chanson, maar alleen al zijn liedje 'Michelle' rechtvaardigt zijn plaats in het spectrum van het Franse Lied.
Op een festival in Marseille keek ik met veel plezier naar het wonderlijke duo 'Les Etoiles'.
In Parijs, in L'Olympia, zag ik Julien Clerc, en in Chatelet was ik op de verjaardag van Juliette Greco, twee jaar geleden. Oh ja, en ooit zaten we wat ongemakkelijk in een klein zaaltje van een Parijs Café-Theatre voor een zanger wiens naam ik vergeten ben.
Antwerpen, ook voor JC, en een aantal keer Luik, dat vaak in het tourschema zit van Franse artiesten. Daar zag ik in het Theatre Forum o.a. Maurane, de geweldige Claude Nougaro en twee keer mijn idool Veronique Sanson. [foto (C)ois]
Maar je kon en kan soms gewoon in Nederland blijven. Mijn eerste chanson-concert, ik was een jaar of 17, met de niet zo heel bekende zangeres van het politiek/literiare chanson Francesca Solleville. Een paar jaar later in de Doelen, volstrekt uniek, een van de grote Drie, Leo Ferré.
In Vredenburg-Utrecht, Serge Lama. Julien Clerc in Carré. In de Amsterdamse RAI zag ik een nog beginnende Patricia Kaas en er was een zeldzaam optreden in Maastricht van Nicolas Peyrac.
En toen, zomaar ineens in 2010, stond Michel Fugain in Rotterdam, het nieuwe Luxor. Ruim over de 60 inmiddels. Begonnen tijdens wat in Frankrijk "les annees Yé-Yé" heette: de periode begin jaren '60. Van de platen kennen we de jaren van Michel Fugain et le Big Bazar. Voorstellingen waar je graag heen wilde maar die in Parijs altijd volgeboekt waren. Le Printemps, Attention mesdames et messieurs, Bravo monsieur Le Monde.
Zoveel jaren later, een echte tour-de-chant van Fugain in een vol Luxortheater. Pittig bandje achter hem, een wat eigenwijze mevrouw van de Alliance Francaise voor het ter plekke vertalen van zijn verhalen. Mooie conferences over Fugain's loopbaan. "L'amour, L' amitié, le soleil", daar gaat het volgens hem om in het leven.
Op een bandje Charles Aznavour, en verder veel liedjes. 'Fais comme un oiseau' en natuurlijk 'un Beau romance'. Mooi gezongen, maar zijn grappen eromheen gingen toch vooral over de hypotheek die hij zo makkelijk kon betalen van de opbrengsten ervan. Een briefje dat op iemand op het podium gooide, ging over hoe het nu was met de leden van de Big Bazar. Ook inmiddels ouuuuudddddd, meldde Fugain met enige ironie.
Een tv-reunie van Michel Fugain met Le Big Bazar tijdens een uitzending van Patrick Sabatier in 1989 was een emotioneel weerzien.

Die lichte toon, soms wat zelf-ironie, en een prettig soort nostalgie maakte het een mooie avond. Michel Fugain was prima bij stem, klonk vitaal en energiek en teerde niet op zijn oude roem. Leuke man, die leerde van het leven en lekker doorzong, in goede en slechte tijden.[Nokiapic (C)ois]