woensdag 30 maart 2011

Film: L'ascenseur pour l'échafaud

Het is een van die universele genoegens: een oude film die ineens opduikt in een festival of een speciale voorstelling van een bioscoop. LantarenVenster heeft af en toe van die klassiekers en zo zag ik op deze donkere woensdagavond de eerste speelfilm van Louis Malle, 'L'ascenseur pour l'échafaud', weer eens.
Glansrol van Jeanne Moreau, een tikje politiek, nozems die in de tijd van de film (1958) 'blousons noirs' genoemd werden en vooral die straatscenes met muziek die Miles Davis in één nacht inspeelde bij de film die al volledig gemonteerd was.
Zwart/wit, sfeer, zeer moderne locaties als een betonnen kantoorgebouw in Parijs en het eerste motel van Frankrijk.
Toen ik weer buiten kwam in het donker liet de regen de straten glimmen. Soms klopt alles.

________________________________________________
Ascenseur pour l'échafaud - Louis Malle
met o.a. Jeanne Moreau en Maurice Ronet

woensdag 23 maart 2011

356 musici en een dirigent: de Gurrelieder

Het had centraal gestaan in de voorpubliciteit en het getal schreeuwde van het programmaboekje: 356 musici en zangers voerden gisteren in de Doelen in Rotterdam de Gurrelieder uit. Size matters bij het uitvoeren van dit werk van Arnold Schönberg, dat vanwege de omvangrijke bezetting niet vaak live wordt gespeeld.
Het was de avond van Reinbert de Leeuw, gisteren bij de première in de Doelen, en het is hem meer dan gegund. De Leeuw verrijkte de Nederlandse cultuur met onnoemelijk veel muziek, concerten, initiatieven en ensembles. Hij stond met vier andere componisten aan de wieg van de opera Reconstructie in 1969, toen opera nog tot kamervragen kon leiden. Het Schönberg Ensemble ontstond op zijn initiatief, zijn opnamen van pianowerk van Satie bereikten veel huiskamers en hij dirigeerde opera bij De Nederlandse Opera (DNO) en de Nationale Reisopera.
Inmiddels is De Leeuw 73, maar hij is nog volop in actie. Hij was de laatste maanden te horen als pianist bij de gedanste Hugo Wolf-liederen van Hans van Manen en hij was – opmerkelijk – juist alleen te zién als pianist in De Wereld Draait Door. Daar kreeg hij met zijn uitvoering van John Cage’s werk voor piano 4’33’’ zelfs Matthijs en zijn studio meer dan vier minuten stil. Bij DNO dirigeerde De Leeuw verder de voorstellingen van Legende van Wagemans.
De orkesten voor deze uitvoering van de Gurrelieder waren afkomstig van de conservatoria van Rotterdam en Den Haag. De koren bestonden eveneens uit conservatoriumstudenten en werden aangevuld met Toonkunstkoor Amsterdam en het Brabant Koor.Het duurde overigens nog wel even voor die koren iets te doen hadden. Pas na pakweg vijf kwartier hadden ze precies één woord als tekst: ‘Holla’. Tot die tijd waren het orkest en enkele vocale solisten aan zet. De enorme orkestbezetting gaf een overweldigend geluid. Alsof je niet voor maar in het orkest zat als luisteraar. Er was duidelijk veel gerepeteerd en De Leeuw hield zonder al te veel misbaar het proces dat zich afspeelde volledig in de greep. Sopraan Melanie Diener zong de rol van het meisje Tove. Haar eerste lied was nog wat strak, maar later zong ze losser en met meer overtuigingkracht. Haar tegenspeler Daniel Kirch had als Waldemar veel meer moeite om te stralen, ook omdat de orkestpartituur bij zijn zang soms wel heel veel volume voorschreef. Daar hielp zelfs de versterking van de zangstemmen niet bij. Of die was gewoon niet zo adequaat ingeregeld. Tenor Eberhard Francesco Lorenz bracht humor en speelsheid in de uitvoering. Als Klaus-Narr stak hij zijn hoofd om de zaaldeur, trippelde naar het podium en zong daar zijn commentaar. Even daarvoor gaf mezzo Catherine Wyn-Rogers – de mooiste stem van de avond – een kort maar indrukwekkend optreden als Waldtaube.Het stuk vervolgde richting de ‘Wilde Jagd’, toen de mannenkoren ‘Und wir sind des Todes, der Sorge und des Todes, des Schmerzes und des Todes’ zongen. Dat maakte een verpletterende indruk.
Na een orchestervorspiel eindigde het werk bij de zonsopgang. In dat deel speelde de ‘sprechstimme’ van Alexander Oliver een grote rol. Oliver, onlangs uitgebreid aan het woord op Place de l’Opera over zijn Dutch National Opera Academy, deed heel wat meer dan ‘sprechen’. Zijn inbreng was muzikaal-eloquent.
Het was de verdienste van Reinbert de Leeuw dat al dat geluid, al die trilling van de lucht afwisselend dreunend, subtiel, snel en langzaam tot klinken kwam. Het donderende einde, toen de koren ‘Strahlenlockenpracht’ zongen, was één groot crescendo.
Wat zou het mooi zijn geweest als daarna de galm en de stilte van het uitklinken van de muziek geklonken had. Maar al voor De Leeuw het eindsignaal gaf, barstte een deel van het publiek uit in applaus. Rotterdam heeft geen poëzie, zo blijkt weer.
[Recensie ook gepubliceerd op 'Place de l'Opera']
______________________________
Codarts Symphony Orchestra
Symfonieorkest van het Koninklijk Conservatorium
koren van het Koninklijk Conservatorium en Codarts, het Brabant Koor en Toonkunstkoor Amsterdam onder leiding van Reinbert de Leeuw.
Solisten: Daniel Kirch, Melanie Diener, Eberhard Francesco Lorenz, Catherine Wyn-Rogers, Andrew Schroeder en Alexander Oliver.

zaterdag 29 januari 2011

Filmfestival dag 2

Dag 2 opende met Behind the red motel door. Meestal is de aanduiding 'freakshow' niet echt complimenteus in een recensie, maar de film die regisseur TheWorldFamous Ike (zo noemt hij zich echt) maakte is een buitengewoon aangename freakshow. Het motel beschikt aan de receptie over een nerd die betalingen aanneemt, die vaak meteen weer worden meegeroofd door de vaste overvallers.Als je het juiste arrangement neemt krijg je bij het inchecken de zeep voor in de badkamer gratis. Een roze hart aan een koordje, dat als attribuut door de hele film heen opduikt.
Het was een dag na de wereldpremiere, het was pas 12.15 en de zaal zat vol. Regisseur TheWorldFamous Ike mag dan gezien zijn naam niet overlopen van bescheidenheid, hij bleek daarover zo verbaasd dat hij, voor de film werd gestart, zijn camera pakte en een foto van het publiek maakte. We zwaaiden even naar de lens en zo werd dit unicum vereeuwigd.
Een motel vol rare mensen, bezig met drugs, drank of kinky sex. Grappig in beeld gebracht met een verhaal dat heel vaardig verteld werd.

Ze had 15 jaar geleden in Rotterdam gestudeerd en in Nederland haar eerste baan in de filmwereld gevonden. Ze was blij terug te zijn in deze stad, nu met haar eerste grote film als producente. De Chinese Jessica Kam-Engle legde voor de film uit waarom de vertoning in Rotterdam zo speciaal voor haar was. De film, The Piano in a Factory, was een wat klassiek gemaakte geschiednis over een man in scheiding met een dochter, in het Noord-Oosten van China. Veel oude industrie, werkoosheid. De dochter bepaalt dat ze na de scheiding bij de ouder wil wonen die een piano heeft. En zo gaat de man aan het werk, geholpen voor zijn eveneens op straat gezette collega's, om een piano te bouwen. Geen goed hout voor handen, dus het wordt een gietijzeren vleugel.
Qua vorm zit de film in tussen een VARA-dramaserie uit afgelopen decennia en het Spaanse Schaep. Origineel verhaal dat geen onnodige moeite doet om te charmeren en dat maakt het net zo charmant. Gaat die piano lukken....en hoe zal hij klinken?

L' illusion comique speelt zich af in een eenheid van plaats en tijd. Het is een bewerking van een stuk van Corneille en in die tijd was dat gangbaar. Opdracht aan regisseur Amalric was om met de acteurs in de reguliere productie van het stuk van Corneille uit de 17e eeuw, een versie te maken in een eigentijdse setting. De teksten, geschreven in alexandrijnen, moesten onaangetast blijven. Het idee is niet heel spectaculair - in de opera doen ze het geregeld - maar de uitwerking was prachtig. De alexandrijnen van Corneille die worden uitgesproken in de moderne setting van het Hotel du Louvre, niet ver van de Comedie-Francaise, met een gezicht op de Opera Garnier, zijn adembenemend. Het was wel goed opletten, de vertaling in het Engels van het Frans was in stijl en niet erg makkelijk.
Een film die indruk maakte.

De roem was Les amours imaginaires al vooruitgesneld. De nieuwe van Xavier Dolan, die vorig jaar de jongerenprijs won met zijn eerste film, was al bij voorbaat een hit. Deze keer ging het om Francis en Marie die beiden dodelijk verliefd worden op Nicolas. Die heeft niks in de gaten, zo lijkt het. Om zijn hart te winnen gaan Marie en Francis ver, ze duiken in de liefde van Nicolas voor Audrey Hepburn, zodat Marie met een klassiek Hepburn-sjaaltje gaat lopen en Francis leert citaten uit haar films uit zijn hoofd.En beiden hebben geen enkel idee wat er in het fraaie hoofd van Nicolas omgaat en hoe hij hen ziet en wat hij zou willen.
Nolan is net 21, lekker eigenwijs en schrijft, versiert en styled zijn film net zo lang tot hij het leuk vindt. Leuke muziekkeuze, met een Italiaanse versie van Bang-bang, door Dalida. Of de kijker ook enthousiast wordt van onderdelen als de nagespeelde interviews, die het verhaal nogal stil leggen, lijkt hem niet te interesseren. Genomineerd alweer voor de jongerenprijs dit jaar.

vrijdag 28 januari 2011

Het International Filmfestival Rotterdam is begonnen

Er is veel goed nieuws te melden over het Rotterdamse Filmfestival. Het bestaat 40 jaar, het is met een speciaal XL-programma uitgebreid en de stad laat nog duidelijker zien dat het festival over Rotterdam heerst deze dagen. De ontwerpers van de huisstijl hebben de zwart/witte-basisposter dit jaar, vergeleken met die van vorig jaariets minder verkloot en er met wat meer stijl een jubileumposter van gemaakt:Ook daarom ga je voor je lol veel en lang in het donker zitten.
De kaartverkoop verliep buitengewoon smooth en zo kon het voor mij beginnen.
Traditioneel is dat met de VPRO-Previewdag, waarop een aantal toppers van het programma voorbijkomen. We zaten voor het eerst sinds jaren niet in Pathe 1 maar in Luxor. Dat was even wennen, vooral omdat de stoelen en zitruimte van Luxor berucht zijn. Gebouwd voor 2 maal 3 kwartier zitten, en dat voel je aan je knieeen na enige tijd.
Gerhard Busch van de filmredactie van de VPRO, die de dag samenstelde, meldde in zijn openingswoorden dat het leuk zou worden en festival-directeur Wolfson liet weten dat we als zaal een topprestatie gingen leveren. Het lukt in de normale programmering vrijwel niet om meer dan 5 films op een dag in te plannen, en wij gingen er toch echt 6 zien.
En zo begon het.

Blue Valentine had niet zo'n heel origineel thema: relatiegedoe in een huwelijk dat na de eerste leuke jaren en het krijgen van een kind versleten raakte. Maar, beide hoofdrollen waren heel goed in het laten zien van hun leuke kant en de verzuurde versie die daarvan over was. Het acteren was uiterst naturel en dat gold ook voor het spelen met de tijd. Flashbacks lieten de mooie jaren zien en die schakelden heel organisch naar het heden. Dankzij de vanzelfsprekende behendigheid van de maker, Derek Cianfrance, vloog de tijd in de eerste uren van deze filmdag.

Essential Killing had een wat dubbelzinnig concept. Maker Jerzy Skolimowski wilde geen politieke film maken, daarom zien we wel een moslimstrijder, maar is die zonder en blijven de locaties vaag. Het lijkt te gaan over een Taliban strijder die door de Amerikanen wordt opgepakt, ontvlucht en uit de handen van zijn vijanden moet blijven. In het besneeuwde Oost-Europerse landschap valt dat niet mee. Het is niet politiek, en het is ook geen erg identificabel verhaal. Vincent Gallo, die vorige jaar in mijn favoriete film 'Testo' zat, is hier een zwijgende vluchteling. De ontberingen zijn zwaar en waar dat wellicht dramatisch bedoeld is, wordt het af en toe eerder een tikje lachwekkend. Korte omschrijving: een niet onaardige film, maar wel erg Jason-Bourne-met-pretenties.

Somewhere van Sofia Coppola, die enorm scoorde ooit met Lost in Translation, maakt met Somewhere een verhaal over een jonge, succesvolle acteur die het niet helemaal kan vinden in het leven. Dat leven bestaat uit hard in een snelle auto rijden, veel scharrels en als die er niet zijn het inhuren van strippers en paaldanseressen. De openingsscene van de film bestaat uit een prive-voorstelling van twee danseressen, die ondanks bloedserieuze pogingen om spannend te zijn vooral lachwekkend zijn.
Als zijn dochter door de ex bij hem wordt gestald omdat de ex zichzelf gaat zoeken, ontdekt de acteur dat er meer is, en dan....
Het was, ook bij deze film, de dag van de open eindes. Verder verklap ik niks.
Somewhere won een prijs in Venetie op het festival en is licht, onderhoudend, grappig en met een net wat minder spannend gegeven, bijna net zo leuk als Lost in Translation.

Black Swan, de film waarover vooraf het meest geschreven is. Vast een geweldige film, goed en extreem levensecht geacteerd door Natalie Portman.De zelfdestructieve obsessie van de ballerina voor perfectie in haar rol in het Zwanenmeer is heel kundig verfilmd, maar speelt in een wat ziek milieu en heeft naarmate de film vordert steeds meer horro-elementen. Too much, wat mij betreft.

Attenberg, net toen ik me afvroeg wat die titel betekende, kwam in de film het antwoord. Het meisje, Labed, kijkt naar liefde en sex zoals natuurfilmer David Attenborough naar dieren kijkt. Ze kan zijn naam niet onthouden en maakt er Attenberg van. Het is een absurd verhaal over Labed die haar vader ziet sterven, van haar vriendin de liefde leert begrijpen en met een man experimenteert. Nogal traag maar mooi, ouderwets-cinematografisch in beeld gebracht en af en toe behoorlijk grappig. Moderne Griekse cinema met eigenzinnige beelden en absurdistische kantjes.

Meek's cutoff wordt een anti-western genoemd. Toch zien we veel elementen uit de echte western, zoals kolonisten die met huifkarren door kurkdroge woestijngebieden trekken, paarden, honden. Maar een saloon komt er niet in voor, er is helemaal geen gebouw aanwezig in de film. Er vallen twee schoten maar die zijn niet spectaculair. Oh ja, en er is één indiaan.Traag ontvouwt zich het verhaal van de kolonisten die zich laten leiden door Meek, die het allemaal goed denkt te weten en helpt in de zoektocht naar water en een plek om zich te vestigen. Je zou dit ook een roadmovie kunnen noemen, al is er nergens sprake van een road. Dat heeft nog gevolgen voor de huifkar, aan het eind van de film.
De laag onder het verhaal in interessant genoeg om even te citeren:
"De filmmakers ontkennen niet dat er een allegorische parallel te trekken valt met het Bush-tijdperk. De kolonisten moeten kiezen tussen hun onbetrouwbare blanke leider en een gekleurde buitenstaander: een Indiaan in wie zowel een terrorist als president Obama te zien valt."

woensdag 19 januari 2011

Le Nozze rammelde

Het net 10 jaar bestaande gezelschap Barokopera Amsterdam heb ik, als ik me niet vergis, nog niet eerder op het podium gezien. Ze brengen kleinschalige producties van opera's uit de Barokperiode op de planken en dat lijkt veel succes te hebben. Hun verschillende Purcell-voorstellingen had ik graag gezien, en het recente Purcell-Gala van kort geleden liep ik mis door agenda-problemen. Dus het werd tijd!
Dit seizoen brengt Barokopera een kamerversie van Le nozze di Figaro van Mozart, een dan de 3 Daponte-opera's. Ik was - hoe 'fout' die versie ook was vanwege het nogal afwijkende interpreteren van het libretto- heel blij met de versie die Jossy Wieler en Sergio Morabito voor de Nederlandse Opera maakten. Vorig seizoen bracht Opera Zuid een niet onaardige versie, die muzikaal iets aangenamer was dan qua toneel en vormgeving.
De regisseur van die zuidelijke versie, Sybrand van der Werf deed ook de regie van deze kamer-versie. De bedoeling was een nieuw licht te werpen op het verhaal, omdat er veel aanknopingspunten in zitten voor een verhaal naar deze tijd.
Nou ja, dat idee was leuk. De zang was mooi en het orkest was zelfs heel prettig. Barokopera speelt 'authentiek', op oude instrumenten of kopieen daarvan. Zeker door de kleine bezetting (7 musici) krijg je dan een buitengewoon mooie klank, doorzichtig, met veel meer ruimte voor details dan met grote orkesten die een veel meer verzadigd geluid produceren. So far so good.Maar, er was ook erg veel jammer aan deze productie. De keuze van Richard Keen als verteller/Figaro bijvoorbeeld. Zijn spreekteksten waren vaak nauwelijks te verstaan, en zijn acteren vond ik zeer matig. Verder een wat moeizaam decortje, een slordig neergekwakte dia-projector op een Ikea-tafeltje*. Licht dat niet leek aangepast aan de omvang van het Schouwburg-podium. Alsof dat te groot was voor deze voorstelling.
Ongemakkelijk was het ontbreken van een ritme in de voorstelling, ik kreeg het idee dat er veel niet was getest voor publiek, al was dit al de 8e uitvoering.
De 'twist' in het verhaal was niet zo duidelijk, ik verwachtte ingenieus spel met bijv Cherubino die man was of vrouw en die daarmee voor een twist zou zorgen in het verhaal. Maar het bleek te draaien om de tuin-ontmoeting, die in het oorspronkelijke libretto plaatsvindt met een als Susanna verklede Gravin. In deze versie wás het Susanna. Niet echt wereldschokkend.
Mooie muziek, goede zang en veel, heel veel gerammel. Met een te groot podium en te dure kaartjes was het geen onverdeeld aangename kennismaking met Barokopera Amsterdam.
(* model Lack á € 4,95)

___________________________________________
Barokopera Amsterdam
Frederique Chauvet/Sybrand van der Werf
Le nozze di Figaro
Schouwburg Rotterdam
18 januari 2011

zondag 16 januari 2011

Liefdeselixer in kil Den Haag

Het was even doorbijten, een wandeling door de kantorenwoestenij van het Haagse stadscentrum, naar binnen bij het misantrope gebouw van het Koninklijk Conservatorium waar een knullige ontvangst wachtte, maar eenmaal in de Kees van Baarenzaal was het aangenaam, afgelopen zondag.
De Dutch National Opera Academy voerde ‘L’Elisir d’amore’ van Donizetti uit. De DNOA, de masteropleiding voor zang van de conservatoria in Den Haag en Amsterdam, selecteert streng bij de toelating en stelt als eindexameneis de deelname aan enkele geënsceneerde producties. In deze ‘Elisir’ konden de studenten hun tanden zetten. In lijn met de uitgangspunten van de DNOA-opleiding ging het om zowel de vocale als theatrale aspecten van het operavak. Het was wellicht niet zo groot (en duur) als de voorstellingen die DNO, de Reisopera of Opera Zuid doorgaans brengen, maar het was een echte opera met alles erop en eraan: koor en orkest met studenten van het Conservatorium, decor, licht, dans en beweging. Voor deze productie wordt gewerkt met 2 ensembles, ik zag cast B aan het werk.
Als we het nog niet wisten, dan maakte de ouverture het meteen duidelijk: ‘L’Elisir’ is gebaseerd op de Italiaanse commedia dell’arte, zo zagen we in de tableaux-vivants die een voorproefje gaven van het verhaal. Dat draait om landeigenaresse Andina, die haar stille liefde, de arme boer Nemorino, door het voorlezen van een verhaal over een liefdesdrank op een idee brengt. Die drank zou het hem mogelijk maken haar liefde te winnen. Concurrent in de liefde is sergeant Belcore die met zijn regiment het landelijke dorpje aandoet en de fraaie Andina wel even denkt te scoren. Rondreizend kwakzalver Dulamara heeft voor alles een oplossing en biedt Nemorino een elixer aan met gegarandeerd succes.Regisseur Javier López Piñón koos voor een realistische benadering, in een stijl die past bij de periode waarin het verhaal zich afspeelt. Een dorpsplein, een boom, een gebouwtje. Geen moderne gekkigheid, geen symboliek maar een degelijke weergave van het verhaal. Dat zoiets meer naar amusement neigt dan naar kunst is een tikje jammer, maar geen ramp.
Heel makkelijk is de rol die tenor Geoffrey Degives speelt niet. Na zijn rol in Albert Herring vorig jaar speelde hij nu een wat naïeve, goeiige en geregeld aangeschoten boer Nemorino. Balancerend op de rand van komedie en klucht, maar hij bleef steeds aan de komedie-kant en werd nooit flauw of plat. Zijn tenorstem is mooi en als hij zijn solo ‘una furtiva lagrima’ zingt is dat een beetje ingehouden, hier en daar met een minimaal hoorbaar tikje spanning maar vooral aandoenlijk in de emotie van de boerenjongen en zeer overtuigend.
Belcore, de zelfvoldane sergeant, werd gespeeld door bariton Laurent Deleuil uit Canada. Je kon het zien en horen: een getrainde baritonzanger die trefzeker zingt en acteert. ‘Vrouwen genoeg’ is zijn motto en dat droeg hij met veel kapsones uit.
Als ik zeg dat de zang van sopraan Elisabeth Meyer uitstekend was, dan doe ik meteen haar acteervaardigheid tekort. Die is namelijk óók uitstekend. Op het moment dat je haar ziet opkomen door de houten deur van haar huis, lijkt de belichting meteen iets warmer te worden. Adina speelt met veel plezier met de liefde, beheerst het spel en kan de mannen die allemaal iets van haar willen, moeiteloos aan. Meyer heeft een mooie sopraanstem waarmee ze makkelijk de hoogte ik kan, en die veel glans heeft. Het was bij haar nooit zingen of spelen, ze speelt zingend en zingt in haar spel. Een absoluut genoegen om naar te kijken en luisteren.
Bas Florian Bonneau speelde een rol die het sterkst verwijst naar de commedia dell’arte. Zijn kwakzalver Dulcamara was guitig, geestig maar vooral in zijn spel vaak meer commedia dan arte. Hij was in een pak gehesen waarvan zelfs Hans Ubbink zou schrikken en koos steeds voor een wat erg sterke mimiek die vooral deed denken aan problemen met zijn contactlenzen. Het zat hem wellicht ook in de regie, want met zijn stem is niks mis, maar de briljante Donizetti-loopjes die hij te zingen kreeg hadden niet helemaal de impact die ze zouden kunnen hebben. Op die momenten klonk het orkest ook wel erg hard.
Een kleine rol maar van grote vocale klasse was de Giannetta van Kristina Bitenc.
Veel mooie zang, al was er hier en daar nog iets te wensen in de vele duetten, trio’s en ensemblestukken.
Het koor zong goed, acteerde wisselend maar het moet gezegd dat de dames grote kwaliteit legden in de geestig geregisseerde scène waarin uitkomt dat de arme boer door een erfenis ineens miljonair geworden is. Van degelijke boerenmeisjes transformeerden ze in korte tijd naar volleerde ‘golddiggers’, vol spontane interesse in de eenvoudige Nemorino.
Het was buiten nog steeds kaal, koud en onherbergzaam in centraal Den Haag, maar met oren en ogen vol enthousiast geproduceerde operakwaliteit die nieuwsgierig maakt naar meer van deze jonge solisten, zág ik dat niet eens meer.
_________________________________________________
DNOA
L'elisir d'amore - Donizetti
Koninklijk Conservatorium Den Haag
16 januari 2011
Koor en orkest van het conservatorium Amsterdam

zaterdag 15 januari 2011

Het Quator live

Er is een lijstje in mijn hoofd van muziekstukken die ik live wil hebben gehoord. Hoe het lijstje tot stand komt is lastig te zeggen en de samenstelling wisselt. Het 20ste pianoconcert van Mozart, kan er eigenlijk af maar blijft staan omdat het meer dan eens gehoord mag worden. Een van de pianotrio's van Rachmaninov staat erop. Idomeneo van Mozart, wat van die grote Bruckner-symfonieen. Zeker nog een live-versie van Tristan und Isolde van Wagner, en hup meteen ook maar Die Meistersinger en Rienzi en Lohengrin.
Het Quator pour la fin du temps ken ik al lang op plaat en de kans om het live te horen was er in het Muziekgebouw aan het IJ. Het Nederlands Kamerorkest transformeerde even in het Nederlands Kamerkwartet voor het stuk van Olivier Messiaen. De misschien wel belangrijkste componist van de Franse muziek in de 20e eeuw schreef het Quator onder extreme omstandigheden. Hij zat met enkele andere musici in een krijgsgevangenkamp in Silezie en voor die willekeurige bezetting, piano, viool, cello en klarinet componeerde hij het kwartet. Het thema werd bepaald door het gevoel van een grenzeloze tijd in gevangenschap, het tellen van de uren en de leegte. De ingredienten zijn erg Messiaen, met klanken uit verre landen, vogelgeluiden en diepe religiositeit als oplossing voor de uitzichtloosheid van het kamp.Live is het echt een andere ervaring dan op plaat. Allermooist was het gedeelte waarin de klarinet de boventoon voert, Abime des oiseaux. Mooi gespeeld door Rick Huls. Prima muzikant, net als de anderen. Ik vond het minder dan gehoopt een indrukwekkende uitvoering, meer van een zekere ambachtelijkheid. De muziek deed het werk en de musici deden dat ook, maar de muziek steeg niet op, om het maar spitiueel te duiden. Anderen in de zaal hadden overigens een heel andere ervaring, zo gaat dat met muziek.
Na de pauze trad het grote Kamerorkest aan voor het Mahler-arrangement - oops, in de klassiek heet dat een bewerking - van het strijkkwartet Der Tod und das Madchen van Schubert. Mooi, veel violen en celli. Maar net die subtiele klank en het samenspel met maar 4 instrumenten bij een strijkkwartet, dat zakt een beetje weg bij zo'n grote bezetting.
Goed orkest, fraaie muziek die wellicht nóg mooier had gekund dan hij werd uitgevoerd.

zondag 9 januari 2011

Hohe Messe van Bach

Het seizoen in 2011 voor wat betreft mijn planning, opende in de Doelen met een uitvoering van Bach's Hohe Messe door de Nederlandse Bachvereniging met dirigent Jos van Veldhoven.
Bach is er nooit voor gaan zitten om een Hohe Messe te schrijven, hij monteerde als het ware een aantal al gecomponeerde elementen tot een geheel dat als Hohe Messe bekend is geworden. Het vroege werk stamt uit 1724 en het laatste uit de tijd niet lang voor Bach's dood, uit 1749.
Kleine bezetting, authentieke instrumenten, darmsnaren en een manier van uitvoeren die heel transparant is, dat is het recept van van Veldhoven en de Bachvereniging. In mijn oren raakt dat soms ook de grenzen. Het klinkt zo doorzichtig dat er hier en daar een brij lijkt te ontstaan bij passages waar het tempo wat gaat slepen.
Er werd mooi gezongen, dat heus wel. Johanenette Zomer, die hoor ik graag. Charles Daniels, meer om naar te luisteren dan naar te kijken. Een onbekende verrassing was altus James Laing die mooi en zorgvuldig zong.
Nog maar een paar maanden en het Mattheus-seizoen begint weer. Om nu al naar uit te kijken.
_______________________________________
Koor en orkest Nederlandse Bachvereniging
Johannette Zomer, Dorothee Mields e.a.
De Doelen 6 - 1- 2011.

La Fanciulla in New York

Bij The Metropolitan Opera moeten ze gedacht hebben: bén je verismo, dan krijg je verismo. De productie van de jarige opera 'La Fanciulla del west' van Puccini was van een detaillering die meer raakte aan die van de film dan wat je normaal in het theater vindt. De camera's van The Met in HD, die de beelden leveren voor de wereldwijde uitzending, zaten dicht op de actie. De slotscene, in de straat voor de Polka Saloon, was door die realistische decors en belichting, opmerkelijk filmisch voor een productie in het theater.
In de pauzes van de Met in HD-uitzendingen wordt er vaak even gepraat met solisten, de dirigent of andere betrokkenen. Een van die gesprekken vond plaats in de kelder van the Met en daarin werd een medewerker voorgesteld die ook al in eerdere Met-producties te zien was geweest. Dat hij niet veel te melden had, kwam vooral omdat het hier om een paard ging. Een gespecialiseerd bedrijf levert voor theater en televisie in New York allerlei soorten dieren, van insecten als spinnen tot paarden en honden. Voor 'La Fanciulla' waren 5 paarden nodig, die getraind waren om niet te schrikken van pistoolschoten en applaus.
Puccini was in New York in 1907 voor de premiere van Madame Butterfly, vond daar het toneelstuk 'The girl of the golden west' van David Belasco en gebruikte het voor 'La Fanciulla', de opera die op 10 december 1910 de eerste wereldpremiere vormde voor The Met. In die versie was Toscanini dirigent en Caruso een van de solisten.
Deborah Voigt, die wel 'the sweetheart of the Met' wordt genoemd, zong in de jubileumproductie de zware hoofdrol van Minnie, de saloonhoudster. De combinatie van relatief veel laag en midden met soms wat onverwacht opduikende hoge c's maken de rol zwaar en niet heel goed te doen voor veel sopranen. Voigt, die naam maakte met rollen in het Wagner/Strauss-repertoire, beheerste de vocale kanten van haar rol, maar zeker ook de dramatische. Minnie is zowel stoer als kwetsbaar, heeft lol in wat ze doet maar kan ook bijna instorten van verdriet als haar geliefde Dick Johnson (die eigenlijk de bandiet Ramirrez blijkt te zijn) dreigt te worden opgehangen door de sherrif, Jack Rance. De sherrif wordt gezongen door Lucio Gallo, die de rol ook speelde in de Amsterdamse versie van 'La Fanciulla', die vooral door de bijdrage van Eva-Maria Westbroek een éclatant succes was.
Verismo, dan gaat het, met een link naar het naturalisme uit de literatuur, altijd om 'gewone' mensen, zonder de gelaagdheid van metaforen en mythische figuren die je bij pakweg Wagner of Verdi vindt. Het ontbreken daarvan wordt in deze Fanciulla ruimschoots gecompenseerd met het drama van die driehoeksliefde tussen de saloonhoudster, de boef en de sherrif die hem najaagt. Het happy end, met veelbelovend liefdesgeluk voor Minnie en Ramirrez en immense twijfel bij de sherrif die de boef moet laten gaan, was heel spannend vormgegeven en bewees door de manier waarop het in beeld werd gebracht nog eens de kwaliteit van deze voorstelling, én die van de regisseuse van de HDtv-versie. Je kon zien dat daar heel hard op gerepeteerd was.
___________________________________________
La Fanciulla del West
The Met in HD
8 jan 2010 - Pathe Rotterdam
o.a. Deborah Voigt, Nicola Luisotti, Marcello Giordani, Lucio Gallo

dinsdag 4 januari 2011

De nieuwjaarskaart 2010-2011

Het is ieder jaar weer even puzzelen: een passende tekst voor op de nieuwjaarskaart. Het moet een tikje abstract zijn, in elk geval de afzender raken en niet zo dramatisch klinken dat hij ook in een rouwadvertentie kan staan.
Dat valt dus nog niet mee. Meestal duikt er in een liedtekst wel eens iets op, of kom ik een gedicht tegen. Een paar jaar geleden vormden de slotzinnen van 'Le nozze di Figaro' de tekst van de kaart, en vorig jaar was het Herman de Coninck die de zinnen leverde.
Ergens in november j.l. was ik bij 'Hamlet', een prachtige voorstelling van theatergroep 'Oostpool'. Toen ik ze hoorde, wist ik dat de zinnen die vertaler Frank Albers en bewerker Joeri Vos uit de tekst van Shakespeare hadden bewerkt de tekst zouden moeten vormen voor de nieuwjaarskaart.
De originele tekst van Shakespeare, aan het eind van Hamlet luidt:
HAMLET
Not a whit, we defy augury: there's a special
providence in the fall of a sparrow. If it be now,
'tis not to come; if it be not to come, it will be
now; if it be not now, yet it will come: the
readiness is all: since no man has aught of what he
leaves, what is't to leave betimes?


Dit werd de bewerking van Albers/Vos, die ik uiteindelijk kon noteren vanuit dit filmpje dat bij de productie van 'Oostpool' hoorde:
'als het nu moet zijn, dan komt het later niet meer
als het niet later moet komen, dan zal het nu zijn
is het niet nu, dan komt het toch nog
de bereidheid, dat is alles'


De tekst zit in deze reportage, op 4'50''

maandag 20 december 2010

De nieuwe Woody Allen

'You Will Meet a Tall Dark Stranger', de nieuwe Woody Allen, staat in de IMDB onder de tags 'comedy' en 'romance'. Er valt best veel te lachen en glimlachen, maar romance lijkt in de levens van de hoofdfiguren niet echt te lukken. De man - Anthony Hopkins- heeft zijn echtgenote gedumpt door een blonde bimbo, de vrouw - Gemma Jones - zoekt haar heil bij een waarzegster, verrukkelijk ongeloofwaardig gespeeld door Pauline Collins. Dochter heeft een mislukte schrijver als man, die aan de scharrel gaat met het buurmeisje.
Je zou het een zedenschets kunnen noemen, met wel een flinke schep cynisme. Hoe Allen dat zelf doet met zijn voormalige pleegdochter weet ik niet, maar in de relaties en keuzes van zijn hoofdfiguren heeft hij niet veel vertrouwen. Ze hopen de partner van hun dromen tegen te komen, het succesvolle boek te schrijven, jong te blijven of een galerie te beginnen. En allemaal houdt die illusie hen op de been.
Tegen het aangename decor van Londen, net als in 'Match Point', maakte Allen een onderhoudende, grappige en nogal zure film over het leven zelf.

zondag 19 december 2010

Topfilm van Francois Ozon: Potiche

Francois Ozon is de regisseur van de fantasievolle film 8 Femmes, van het grote drama (Le temps qui reste) en van Swimming Pool. Altijd met grote actrices, zoals Fanny Ardant, Isabelle Huppert en Catherine Deneuve, in 8 Femmes, Jeanne Moreau in Le temps qui reste en nu, in zijn nieuwe film weer Catherine Deneuve.
Potiche (huissloof) is buitengewoon geestig, ironisch, soms een beetje camp en vooral erg onderhoudend. Het verhaal speelt in 1977, en de props en kostuum-afdelingen zijn losgegaan op auto's, kleding en interieurs van eind jaren '70.
Ozon is in staat een scene zowel een 'gewone' lijn mee te geven die past in het verhaal als een rare twist, overdrijving of knipoog. Stel je Deneuve voor, dansend met Gerard Depardieu in een seventies disco, perfect de Saturday Night Fever-pasjes nadoend. Dat soort elementen zitten veel in deze film en ze maken hem licht, luchtig en vooral erg grappig. Soms is het een beetje Alex van Warmerdam, een vleugje American Beauty en het zit vol verwijzingen naar de 70-er jaren, qua stijl en thematieken.
Deneuve bewijst dat ze niet alleen een grenzeloze stijl heeft maar ook genoeg zelfrelativering om de malle Susanne Pujol met gratie en humor neer te zetten.
Een verukkelijke film!

zondag 12 december 2010

Wagner's Parsifal in het Concertgebouw

Hoe spannend zou dat zijn: een bomvol Concertgebouw dat na de eerste akte van Wagners’ Parsifal zwijgend de zaal zou verlaten voor de eerste pauze. Die stilte zou verpletterend zijn. Maar het gebeurde niet, afgelopen zaterdag bij de NTR ZaterdagMatinee, die ons een concertante Parsifal bracht. Er waren niet eens zelfverklaarde Wagner-kenners die sissend protesteerden tegen de ongepaste reactie van het publiek. Al is het trouwens nog maar de vraag of de componist zelf nu echt wilde dat het publiek met stilte zou reageren op zijn eerste akte.
Ach, nu er zelfs in Bayreuth afgelopen zomer geklapt werd, zoals ik op een weblog las, is het misschien niet meer zo erg dat we laten merken dat we het mooi vonden. Want mooi was het!ZaterdagMatinee in het Concertgebouw
Met name de eerste akte, het langste deel van de laatste ‘opera’ die Wagner de wereld schonk, was van een hemelse schoonheid. Vanaf mijn plek, helemaal rechts vooraan, had ik goed zicht op dirigent Jaap van Zweden, die al een ovatie kreeg bij het afdalen van de trap. De ontspannen concentratie van de dirigent in combinatie met de muziek van het ‘Vorspiel’ was ontroerend. Het is een veelgebruikt cliché: iedereen die iets doet in het theater, de muziek of andere kunsten mag tegenwoordig graag melden dat hij/zij ‘een verhaal wil vertellen’. Maar Van Zweden deed het ook echt in deze Parsifal. Met zijn orkest, het Groot Omroepkoor en de mannen van het Staatskoor Latvija verklankte Van Zweden zijn visie op Wagners laatste werk met grote kwaliteit en inleving. Dit was Jaap van Zwedens derde Wagner-opera in de Zaterdagmatinee, na Lohengrin in 2008 en Die Meistersinger von Nürnberg in 2009. Die uitvoeringen waren op cd te koop in de pauzes, en ze vlogen weg.
Bij een concertante uitvoering van een opera, hoe beperkend dat ook werkt voor al die theatrale vormen, hebben zangers de mogelijkheid een meer ‘ambachtelijke’ wijze van zingen te kiezen. Ze worden niet gehinderd door kostuums, pruiken, regie en choreografie. Om er toch echt opera van te maken, is het daarbij soms een voordeel als een zanger door uiterlijk en voorkomen dichtbij zijn rol zit.
Klaus Florian Vogt
Hoofdrolspelers Robert Holl (Gurnemanz) en Klaus Florian Vogt (Parsifal) hebben hun uiterlijk mee.
Holl heerste op het podium. Hij straalde betrokkenheid uit, vulde alle hoeken met zijn stem en was ook aan het spelen als hij niet hoefde te zingen. Vogt was een blonde prins met lange manen, op en top een Parsifal. In het klanktapijt van donkere tonen viel zijn tenor extra op.Falck Struckmann
Bij de casting was duidelijk gezocht naar ervaren Wagner-vertolkers. Amfortas werd gezongen door Falck Struckmann, al vaak in Bayreuth te horen geweest. Zijn uiterlijk is minder uitgesproken maar met zijn stem en zijn espressie maakte hij grote indruk op me. Acteren in een concertante opera is werken op de vierkante meter. Toen het koor van Graalridders hem toezong, in de derde akte, draaide hij zich even om, een klein maar zeer effectief gebaar.
Katarina Dalayman als Kundry kon ik vooral horen en minder goed zien. Ze klonk als een ideale Wagner-sopraan, met warmte in de lage tonen en een fraaie en trefzekere hoogte. Krister St. Hill als Klingsor kreeg heel veel aandacht van dirigent Jaap van Zweden, alsof die het niet helemaal vertrouwde. Klingsor was in de vertolking van St. Hill een statige, arrogante tovenaar.Jaap van Zweden
Het gebeurde me weer, net als in september bij Die Walküre in Enschede: opnieuw werd ik geraakt, een moeilijk onder woorden te brengen vervoering. Het was niet het religieuze – ik ben boeddhist noch anderszins gelovig geworden in het Concertgebouw. Het was ook niet de gelaagdheid, die lawine aan betekenissen. Van Schopenhauer krijg ik doorgaans geen brok in de keel…
Het moet de verklanking zijn geweest van de grote dingen van het leven, zoals liefde, dood, lust en natuur. De manier waarop Wagner dat voluit orkestreert én de manier waarop het in deze Matinee tot leven werd gewekt. Zangers, koor, orkest en dirigent deden dat met zo’n kwaliteit en gedrevenheid, dat het applaus letterlijk door het Concertgebouw donderde en gierde.
In de wereld van het spirituele, waar men vanwege de thematiek ook wel belangstelling heeft voor een opera als Parsifal, bestaat een bijna fanatiek geloof in het belang en de kracht van de stilte. Dat moge zo zijn, maar zo lang er zulke hemelse muziek bestaat en ten gehore wordt gebracht, lijkt mij stilte vooral een kwestie van verloren tijd.
[foto's video NPS]
Deze recensie verscheen ook op: Place de l'Opera

zondag 28 november 2010

Opera Die Soldaten

Na 'Les vêpres siciliennes' en 'Roméo et Juliette' was 'Die Soldaten' van Bernd Alois Zimmermann (1918-1970) de derde DNO-productie dit seizoen. 'Die Soldaten' wordt, met o.a. 'Wozzeck' en 'Lulu' tot de belangrijkste operawerken van de 20ste eeuw gerekend. Ze zullen ook later overleven, zo voorspelt Michael Gielen, die de wereldpremiere van 'Die Soldaten' in 1965 in Keulen dirigeerde.
Zimmerman breekt met de eenheden tijd, plaats, handeling. Niet voor niks staat als regie-aanwijzing in het script: 'Zeit: gestern, heute und morgen'.Waar Shakespeare's 'Hamlet', die ik laatst zag van Theatergroep Oostpool, met een open decor werd gespeeld, waar je de wanden van het toneelhuis kon zien met wachtende acteurs en kledingrekken, was dit decor het tegenovergestelde. Alles speelde zich af in een beeldvullende kijkdoos, die alleen op passende momenten uitgangen kende en die zelfs tegen het einde van de voorstelling een spectaculaire kanteling maakte.Decor, kostuums, licht en choreorafie, ze waren - zoals wel vaker bij DNO- van een superieure kwaliteit. Regisseur Willy Decker, die deze productie al eerder maakte en die een enorme naam heeft in de operawereld, koos voor een heel gestyleerde aanpak.
Het werk van Zimmerman, zoals het in premiere ging in Keulen was complex. De eerste, niet bewaarde versie van de opera gaf zoveel problemen dat er bij de wereldpremiere niet één, zoals gebruikelijk, maar 10 generales moesten worden gehouden. Dat was dan weer zo belastend voor de musici dat een tweede orkest werd ingehuurd. Zimmerman's muziek is gebaseerd op het Twaalftoonssysteem van Arnold Schonberg. Complex, niet makkelijk in het gehoor liggend, soms een tikje hysterisch, maar vaak ook verstild. Voor de muziek van deze 'Soldaten' was een groot bezet Nederlandse Philharmonisch orkest nodig, aangevuld met een jazzcombo en muziek en ander geluid op band. Hartmut Haenchen stond voor het orkest, de vocale cast werd aangevoerd door Claudia Barainsky als Marie. Moeilijke rol die ze prima zong.
Het getuigt van veel klasse als je moeilijke muziek en een lastig libretto voor een relatief groot publiek aantrekkelijk en verteerbaar kunt maken. 'Die Soldaten' was op dat punt in alle opzichten geslaagd.
[foto's: DNO - Hans van den Boogaard]
____________________________________
Die Soldaten
Bernd Alois Zimmermann
De Nederlandse Opera
Hartmut Haenchen
Willy Decker
Nederlands Philharmonisch Orkest

zaterdag 27 november 2010

Shakespeare's Hamlet

Het interview met regisseur Marcus Azzini dat voorafging aan de voorstelling van 'Hamlet' door Oostpool, ging kort even over de vraag of en hoe je 'Hamlet' in deze tijd zou moeten spelen. Het was de eerste keer dat de regisseur het stuk deed en gezien de leeftijd van de acteurs zullen die ook niet veel 'Hamlets' op hun cv hebben. Oostpool heeft een vast cast een vooral jonge acteurs die vanuit Arnhem opereren.
De regie, acteurs en productie van deze versie leken niet veel last te hebben van de ballast die de eeuwenlange uitvoering van Shakespeare's werk betekent voor theatermakers die beginnen aan 'Hamlet'. De tekst was een bewerking door Joeri Vos van de vertaling van Frank Albers, die deze maakte voor Het Nationale Toneel. Er werd vrij radicaal gesneden in het aantal personages, van 25 bij Shakespeare naar 8 in deze voorstelling. De versvorm verdween voor moderne, maar toch vaak mooie 'Shakespeare-achtige' taal. Het thema 'theater' dat in het verhaal zit, was wat groter gemaakt. En tot slot, zo was in het programmaboekje te lezen, kregen de acteurs de kans om 'in het kader van de gewenste autonomie van hun kunstenaarschap, zich de tekst en zo ook de voorstelling, daadwerklijk eigen te maken'.
Dat lijkt me een nette formulering voor inspraak van de spelers in wat ze gingen zeggen.
Het kan met bovengeschetste benadering gierend misgaan met zo'n voorstelling, maar het tegendeel bleek waar. De avond vloog om, de bijna 3 uur toneel zonder pauze kende weinig momenten van verveling en de acteurs waren spannend, inventief en ook geregelde buitengwoon geestig. Mooi, grote zinnen in de traditie van Shakespeare maar ook gekke zinnetjes, geluidjes, bewegingen.
Het drama, de zoon die de moord op zijn vader, de koning van Denemarken, wil wreken, kwam voluit aan bod, met als dramatische einde het degengevecht tussen Hamlet en Laertes.De regisseur vertelde in het gesprek vooraf dat hoofdrolspeler Sanne den Hartogh iedere avond opnieuw zocht naar een onbevangen benadering, naar zichtbare kwetsbaarheid. Dat lukte hem op deze Rotterdamse avond volop. Geen standaard-acteur, met een groot naturel, humor en levendigheid. Een grote acteur spelen, dat kon hij wel in een Albert van Dalsum-achtige satire in de scenes met de acteurs die de moord op zijn vader komemn naspelen.
'De bereidheid, dat is alles' is volgens regisseur Azzini het antwoord op de vraag die zo beroemd werd in dit stuk: 'te zijn, of niet te zijn'.Over grote kwesties waarover je moet nadenken, over zijn, over waanzin, over waarachtigheid, trouw en over de bereidheid, daarover ging dit stuk. Ze werden met veel humor en integriteit, soms ondersteund door snoeiharde muziek en een interessant decor, met grote kwaliteit de zaal ingeslingerd.
[foto's: stills uit video Oostpool]__________________________________________
Oostpool - Hamlet
William Shakespeare
bewerking Joeri Vos, op basis van de vertaling van Frank Albers
Michiel Bakker, Aafke Buringh, Sanne den Hartogh,
Ali Ben Horsting, Maria Kraakman
regie Marcus Azzini

zondag 21 november 2010

Daniel Hope op zondagochtend in Rotterdam

Dat Nederland schreeuwt om cultuur, dat is dezer dagen wel duidelijk geworden. Maar of Nederland ook bereid is er wat vroeger voor op te staan, dat is nog wel de vraag. Het zondagochtendconcert vandaag in de Doelen, in de kleine zaal, was zeker niet uitverkocht. Nog maar een paar weken nadat de oude Menahem Pressler van het voormalige Beaux Arts Trio in deze serie optrad, was het nu de beurt aan de violist die als laatste lid werd van dat vermaarde trio, de engelsman Daniel Hope. Hij vormt al jaren een duo met pianist Sebastian Knauer, ik hoorde de heren al eerder, een paar jaar geleden in de Haagse Schouwburg.
De bijna ideale zichtlijnen van de Doelenzaal en de dito akoustiek maakten het heel goed te volgen wat de musici deden, met alle subtiliteiten in hun spel. Pianist Knauer is een uiterst precieze begeleider, die ook het bekende repertoire van blad speelde. Waarschijnlijk niet bij gebrek aan een goed geheugen maar om zorgvuldig muziek te maken. Violist Hope speelt ook vrij veel van blad, maar komt iets losser van de partituur zo af en toe. Grote passie en drama op het podium, soms is dat mooi, maar het is ook wel verukkelijk als een musicus niet het drama in zijn spel en optreden stopt, maar de muziek zijn werk laat doen. Daniel Hope doet dat bij uitstek, heel zorgvuldig, met doordacht gebruik van vibrato (hij nam o.a. op met vibrato-hater Roger Norrington) en andere stijlmiddelen. Hij speelt met grote bedachtzaamheid en dat is erg fraai.
Mooi om te horen was de bewerking die het duo zelf maakte van Mahlers' 'Urlicht' uit diens 2e symfonie. Herkenbaar Mahler en toch een geheel andere schaal dan het grote orkest. Franck's sonate voor viool en piano was ook al zo mooi.
De gebruikelijke onderdelen bij een concert van het duo, stukken van Gershwin, ontbraken ook deze keer niet. Keurig en licht swingend gespeeld, maar in de handen van Hope en Knauer komen de klassieke stukken, zoals een Mendelsohnstuk in de toegift, toch het allermooist tot hun recht.
_______________________________________
Daniel Hope - Sebastian Knauer
Dans van de ridders uit 'Romeo en Julia' (bew. Hope/Knauer)
Schubert An die Musik D547; Auf dem Wasser zu singen D774 (bew. Hope/Knauer)
Mahler 'Urlicht' (uit Symfonie nr.2); Ich bin der Welt abhanden gekommen (bew. Hope/Knauer)
Franck Sonate voor viool en piano in A
Gershwin It ain't necessarily so; Summertime; I got Rhythm (bew. Hope/Knauer)
De Doelen - 21 nov 2010

woensdag 17 november 2010

Tweemaal Don Pasquale

In de Bredase Pathé is het ook al mogelijk om de opera's uit the Met in New York te zien, op groot scherm en met fraai geluid. Het was een beetje houtje-touwtje met de organisatie op de avond dat we Don Paquale bezochten, maar de techniek deed het en uiteindelijk zaten we net op tijd in de zaal.
De Don Pasquale die regisseur Otto Schenk tot leven liet komen was een malle oude man, hij leek een kruising tussen Piet Bambergen en Frank Lammers. Anna Netrebko, inmiddels een grote ster op de opera-podia zong Norina en dat deed ze zo overtuigend dat ze met haar sopraan bijna de bassen en baritons van het podium blies. Deze keer werd de gang van zaken achter de schermen in de verschillende pauzes uitgebreid in beeld gebracht. Waar het New Yorkse publiek in de korte pauzes tussen de actes naar het voordoek moest kijken, konden wij zien hoe de decorwisselingen vorm kregen achterin het toneelhuis.
De enscenering was mooi, het orkest onder maestro Levine speelde prima, en als er al wat op deze productie viel aan te merken, dan was het dat hij wel een erg hoog niks-aan-de-hand-gehalte had. Er was niet diep gegraven er waren geen verassende inzichten die ten grondslag lagen aan de regie. Wel mooi en heel goed gedaan.

Dat was anders bij de Don Pasquale die een paar dagen later in de Rotterdamse Schouwburg ging. De Nationale Reisopera had regisseur Wim Trompert gevraagd met de al gevormde cast een eigen versie van de opera te maken. In de inleiding vertelde de regisseur dat hij had gezocht naar een vorm om de niet altijd even aardige personages in het verhaal een raison-de-etre te geven. De setting was een sjiek bejaardenhuis geworden waar Norina als een soort activiteitenbegeleidster werkzaam was. Het Reisopera-koor kreeg de kans een zeer overtuigende menigte bejaarden op het podium te zetten.De Dottore beviel me het beste, de nog jonge Quirijn de Lang heeft een hoge cute-factor en net dat beetje onhandigheid om zijn rol overtuigend te spelen en zingen. Hij zal de Christus-rol gaan doen als de Reisopera later in het seizoen de Johannes Passion van Bach gaat opvoeren.
Zhang Huiyong kwam all the way uit China, ze was al eens eerder gecast door de RO bij de openingsproductie van het Muziekkwartier in Enschede. Haar hoge tonen waren fenomenaal, maar heel veel breedte had ze niet in haar zang.
Het waren eigenlijk onvergelijkbare producties, met wel elk een eigen soort 'charme'.
_______________________________________________
The Metropolitan Opera: 13-11
Don Pasquale
Conductor: James Levine
Norina: Anna Netrebko
Ernesto: Matthew Polenzani
Malatesta: Mariusz Kwiecien
Don Pasquale: John Del Carlo

De Nationale Reisopera
Rotterdamse Schouwburg 16-11
Muzikale leiding-Jeremy Carnall
Regie-Wim Trompert
Koor van de Nationale Reisopera
Orkest van het Oosten
Carmelo Corrado Caruso
Tuomas Katajala
Zhang Huiyong
Quirijn de Lang
Hein Meens
Eleanor David

maandag 15 november 2010

De Cello Biennale 2010

Het is een mooie uitvinding, de Amsterdamse Cellobiennale die half november voor de derde keer werd gehouden. Een dikke week staat de cello centraal in het Muziekgebouw aan het IJ, met concerten, workshops, een markt van bouwers van celli en strijkstokken en zelfs een studio voor 'air-cello'. Dat is een variant op het luchtgitaar spelen, waarbij je even kan doe of je Rostropovitsch of Janos Starker bent.
We waren er slechts twee dagen maar hoorden veel moois. Het eindigde met een Bach-ontbijt, zoals dat elke dag van het festival wordt gehouden. Eerst een croissantje met koffie en dan een van de werken voor cello die Bach schreef. Er zijn voor de ochtenden verschillende uitvoerders, wij troffen het, met Dimitri Ferschtmann die ongelofelijk technisch én muzikaal de Suite nr. 2 in d tot klinken bracht. Zo kom je de dag wel door.
De eerste middag werden we aangenaam verrast door - vooral onbekende- muziek van componisten als Jalbert en Miaskovski en wat bekendere namen als Barber en Martinu. Het motto van het concert was 'The winner takes it all', en deze ABBA-esque naam sloeg op het verschijnen van veel winnaars van andere cello-concoursen.

De finale van de cello-concours was op vrijdagavond. De Amsterdam Sinfonietta met eerste violiste Candida Thomspon en dirigent Daan Admiraal begeleidde de solisten die waren geselecteerd in eerdere ronden deze week. Het werd een spannende finale van het concours voor jonge cellisten, die in Nederland moeten wonen en studeren, maar dus ook uit het buitenland afkomstig mogen zijn. Bas Jongen, uit Eijsden, opende met het niet eenvoudige Celloconcert van Sjostakovitsj. Dat deed hij heel overtuigend. Twee finalisten hadden geloot voor muziek van Tsjaikovksi, de Portugees Pedro Vaz en de Koreaanse Joann Wang.Het werd de Koreaanse, die zowel met de publieksprijs als de juryprijs naar huis ging. De prijsuitreiking, met veel humor ingeleid door Job Cohen, was verder een klassiek-oenige bedoening, zoals we daar in Nederland patent op lijken te hebben. Zo werd de publieksprijs alleen in het Nederlands vermeld, zodat de arme Joann geen idee had waar ze applaus voor kreeg.
De cello moet blijven en de Cello Biennale moet zeker blijven!
_______________________________________________

Cello Biennale 12 en 13 nov. 2010
Breakfast
Dmitry Ferschtman cello
Suite nr. 2 in d


The Winner Takes It All
Maja Bogdanovic cello
Amber Docters van Leeuwen cello
David Requiro cello
István Várdai cello
Maria Belooussova piano
Stefan Petrovic piano piano

Nationaal Cello Concours 2010 Finale
3 finalisten cello
Amsterdam Sinfonietta
Daan Admiraal dirigent

zondag 31 oktober 2010

Strong voices- Het Nationale Ballet

[Foto: Angela Sterling]
Het grote Muziektheaterpodium is leeg. In het midden zit een jonge vrouw op de grond, de benen opgetrokken, armen om de knieen gevouwen. Er komt een danser op en de vrouw staat op. Er is waarschijnlijk niemand in Nederland die dat zo stijvol en gracieus kan als deze vrouw, Igone de Jongh. De sterdanseres van het Nationale Ballet is de nieuwe muze van choreograaf Hans van Manen. Van Manen maakt zijn werk vaak rond de dansers met wie hij werkt, zo ging het ook met Rachel Beaujean, die als balletmeester aan dit nieuwe 'Without Words' meewerkt.
Zoals bij veel dingen die Hans van Manen doet, zijn ook hier weer de ideeen simpel maar briljant. Dat de muziek van 'Without Words' bestaat uit alleen de begeleiding van de Mignon-liederen van Hugo Wolf is overigens een idee van Reinbert de Leeuw. Hij speelt de muziek live op een grote Steinway op het podium.
Dankzij de informatieve inleiding vooraf snapten we nog beter wat we zagen: ingehouden beweging, en sterke mannen én vrouwen. 'Verlangen is het thema van dit stuk. Verlangen is verslavend, maar helaas schiet je er vaak zo bar weinig mee op', is de typische van Manen-observatie bij dit werk.
We zien een vrouw die serieel monogaam is, zoals dat tegenwoordig heet. Ze gaat relaties aan met 3 mannen, soms met passie en soms teder. En af en toe is het ruzie, en slaat de danspartner letterlijk met zijn hand op de vloer.
Geen decor, subtiel licht en die perfecte choreografie van de vier lichamen van de dansers.
Van Manen is 78, maar maakt nog nieuw werk dat wat mij betreft meteen bij de klassiekers mag worden gerekend.Voor 'Without Words' was er werk van de huischoreograaf van het Nationale Ballet, Krzystof Pastor. Zijn 'Moving Rooms' zijn grote lichtvlakken op het podium, waar de dansers hun ruimte zoeken, en soms strijd voeren. Intrigerende muziek van Gorecki en Schnittke, live gespeeld door een groot orkest, vormde de begeleiding.

Nico Muhly is een van de nieuwe Amerikaanse componisten die naam maken. Hij schreef o.a. de muziek bij de film 'The Reader'. In opdracht van het Nationale Ballet componeerde hij een werk waarop Benjamin Millepied (een passende naam voor een danser) een choreografie maakte. Millepied is danser, op dit moment eerste solist bij het New York City Ballet. [Foto: Angela Sterling]
Niet minder dan 24 dansers wervelen over het toneel in een stuk dat steeds losser wordt en daarmee, tot genoegen van de maker, bijna niet als productie te herhalen valt. Er waren sporen van Afrikaanse dans maar ook de Broadway-invloeden in dit stuk waren te herkennen.
Zoveel moois op een avond, terwijl niet ver van de Stopera schrijver Harry Mulisch op dat zelfde moment mogelijk de hemel ging ontdekken. Een portretje als eerbetoon aan de schrijver hieronder.

____________________________________________
STRONG VOICES - He Nationale Ballet
moving rooms
choreografie: Krzysztof Pastor | muziek: Alfred Schnittke, Henryk Mikolaj Górecki
without words (wereldpremière)
choreografie: Hans van Manen | muziek: Hugo Wolf
one thing leads to another (wereldpremière)
choreografie: Benjamin Millepied | muziek: Nico Muhly (compositie-opdracht)
muzikale begeleiding: Reinbert de Leeuw/Holland Symfonia o.l.v. Benjamin Pope

Roméo et Juliette van Gounod bij de Nederlandse Opera

Eindelijk kon ik het zelf gaan bekijken, na het lezen van alle recensies en de commentaren, zoals hierboven. Er was, zoals vaker over producties van de Nederlandse Opera, zowel lof als gemor over de aanpak van de regie, in dit geval die van Olivier Py. Man met ervaring, in het verleden o.a. directeur van het Theatre Odeon in Parijs.
Als je als regisseur het meest bekende liefdesverhaal uit de geschiedenis, in 1867 op muziek gezet door Charles Gounod, gaat vormgeven, moet je anno 2010 wel even nadenken. Py, die zich nadrukkelijk met de oorlog in Bosnie heeft beziggehouden en daarover ook het toneelstuk 'Requiem pour Srebrenica' schreef, koos voor een oorlogsachtergrond. Geen kastelen, de balkons uit het verhaal bleven buiten beeld, het drama speelde zich af in een sfeer van puin en verval.
Het decor, groot en met veel gebruik van de liften die in het Stopera-podium ingebouwd zijn, werd belicht door vooral veel hard zijlicht. Op geen enkel moment stond een scene of een solist in mooi, warm licht. Het versterkte het gevoel van kilheid. Ik vond regie behoorlijk sterk, vooral in de scenes die voor een regisseur altijd lastig zijn, zoals vechten en vrijen. Creatieve oplossingen waren gevonden om dat geloofwaardig in beeld te brengen.
Hoewel er goed gezongen werd, maakte niet veel van de zangers op het podium op mij vocaal grote indruk. De Romeo, tenor Ismael Jordi, was soms een beetje nasaal. Hij zorgde wel voor een fraai visueel beeld, met Spaanse latin-lover kwaliteiten. De Julia werd gezongen door een Russische sopraan, Lyubov Petrova, die dat mooi deed, ook in de lastiger passages.
De andere rollen waren allemaal niet zo groot, wat vooral voor de Nederlandse inbreng van o.a. Maarten Koningsberger en Henk Neven (vorig jaar nog gezien als een bijzondere Leporello in Don Giovanni) betekende dat ze niet veel konden laten zien. Cora Burggraaf was, zoals vaker, mooi en indrukwekkend. Een naam om te onthouden was Nicolas Testé als Frère Laurent, die klonk heel erg mooi.
De muziek van Gounod staat niet zo hoog in mijn persoonlijke toptien. Toch vond ik het, met de gearticuleerde regie van Py, een interessante avond.
__________________________________________________

Roméo et Juliette - Charles Gounod
Residentie Orkest o.l.v. Marc Minkowski
Lyubov Petrova, Ismael Jordi, Henk Neven, Nicolas Testé, Philippe Rouillon, Maarten Koningsberger, Cora Burggraaf, Doris Lamprecht, e.a.
Regie: Olivier Py
Oktober 2010 in Het Muziektheater - Amsterdam