Het is een vast ritueel, het uitzoeken van een kerst/nieuwjaarskaart, het vinden van een passende tekst die staat voor het jaar, het moment, mijn stemming. Het scheelde niet veel of ik had gekozen voor de platina-met-diamanten doodskop 'For the Love of God', het afgietsel van een schedel van een 18e eeuwse Europeaan, bezet met 8601 diamanten van kunstenaar Damien Hirst. Maar een schedel als nieuwjaarskaart, dat is wat morbide. Op een avond in november, in de schouwburg van Almere, hoorde ik het thema dat uiteindelijk op mijn nieuwjaarskaart terecht kwam: 'Geen grotere pijn dan geluk'. Wat mij betreft gaat het over de uitersten van het leven, die soms heel dicht bij elkaar liggen. En over nog heel veel dingen die niet in een weblog passen. Hier is het lied van Frank Boeijen waaruit het citaat komt: Geluk
Een béétje weblog zorgt in deze tijd van het jaar voor een overzicht, een terugblik en vooral: lijstjes. De leukste boeken, de mooiste woorden, de interessantste politicus, of gewoon: de lekkerste plaatjes van 2008. En dat lijstje met plaatjes is makkelijk te maken. Hieronder mijn keuze voor dit jaar, in de verschillende categorieen:
Mooie zangeres Categorie: Allermooiste liedjes van een weliswaar nogal corpulente zangeres die met een licht Londens accent over de ingewikkeldheden van het leven zingt: And the winner is.....Adele - Chasing pavements.
Hoge verwachtingen Categorie: Grote band uit de UK die een plaat maakte waarvoor de verwachtingen hoog waren en die helemaal werden waargemaakt: De winnaars: Coldplay met Viva la Vida.
Leuker dan het voetbal categorie: Band met een nummer dat onder de overzichten van Studio Sport van het WK stond en dat ik net voor ik wegzapte iedere avond hoorde: Een voltreffer voor: One night only met Just for Tonight.
Na de revalidatie Categorie: Zanger die na 2 jaar revalideren vanuit Sittard via Antwerpen ineens een hele mooie plaat maakt met ook nog een grote hit: De laureaat is: Novastar met Because.
Le vieu chanteur et l'épouse du president Categorie: ouwe Franse zanger die nog heel goed meekomt en dankzij Carla Bruni mooie teksten zingt: Et le prix est attribué a: Julien Clerc met Déranger les Pierres, hier in duet met Bruni.
Het is musical maar zonder de soms wat zware pathetiek van Phantom of the Opera en zonder het drama van Sunset Boulevard of Jesus Christ Superstar. Het is vooral swingen, er zijn visuele vondsten en woordgrappen, kortom, 'Joseph and the amazing technicolor dreamcoat' is zoals ze in het land van Baron Andrew Lloyd Webber zeggen, 'highly entertaining'. Als het dan geen klassieke musical is, mag het van mij wel een 'revusical' heten. De originele productie stamt uit 1968, toen het bijbelverhaal van Joseph voor een school werd bewerkt tot musical door componist Lloyd Webber en schrijver Tim Rice. Nog niet belast door het succes van latere hits als Phantom, Jesus Christ Superstar, Cats en Aspects of love maakte het duo een hilarische, bijna cabareteske voorstelling met heel veel soorten muziek en dans. Jason Donovan en Donny Osmond speelden de rol van Joseph in eerdere versies op West End, en vorig jaar ging de BBC in 'Any dream will do' op zoek naar een nieuwe Joseph. Het format van dat programma, al eerder gebruikt voor het vinden van een nieuwe Evita, werd door de Avro overgenomen en zo zochten we in Nederland afgelopen najaar naar een nieuwe Nederlandse Jospeh. Naast creatief is Lloyd Webber ook zakelijk nogal handig. Met zijn Really Useful Group verdiende hij een dikke 700 miljoen pond met alle producties en de rechten daarop. Interesant is dat het format van de 'Op zoek naar...'- programma's ook verkocht wordt door de Really Useful Group, zodat men winst maakt met het programma dat uiteindelijk weer uitgebreid reclame maakt voor de voorstellingen. Box office magic, kortom. Een dag voor de premiere waren we in de Utrechtse Schouwburg. Benieuwd naar hoe Freek, de winnaar van de tv-wedstrijd het zou doen, hoe de vertaling van Martine Bijl zou zijn en hoe de productie, enigzins geplaagd door aanloopproblemen, eruit zou zien. Nou ja, hier en daar ging er een dingetje mis, maar zang, dans en acteren waren op hoog niveau, de tekst zat vol grappen en vondsten en het geheel was hilarisch. Het orkest, met 20 musici, speelde de aanstekelijke muziek behoorlijk poppy. Deuntjes die na twee keer horen in je hoofd blijven zitten. Lloyd Webber gebruikte rock, reggae, soul, jazz, country en nog wat andere soorten muziek om onder het verhaal een swingend klanktapijtje te leggen. Freek was als Joseph echt heel goed, speelde alle kleuren die voor de rol nodig zijn overtuigend, bijgestaan door nog 3 kandidaten van de Avro-zoektocht. Ze konden het niet laten, in een scene staan de 3 ex-Josephs met Freek op het podium, en dan volgt er een verwijzing naar het programma die voorspelbaar maar ook erg grappig is. Stanley Burleson deed de choreografie, met pasjes die er behoorlijk veel en ingewikkeld uitzagen. Het zat geramd, met nog maar een klein aantal gespeelde voorstellingen. De vertellers-rol, erg centraal in Joseph, werd in de filmversie uit 1999 gedaan door Maria Friedman, een in de UK zeer bekende actrice. Ik vond die rol enorm overtuigend en was benieuwd hoe de Nederlandse verteller, Renee van Wegberg het zou doen. Nou, een heel stuk minder. Renee kan goed en vooral hard zingen, maar ze loopt er in vooral het eerste deel bij als een Yolanthe-kloon in een Foxy Fashion outfit. Niet de dwars door het verhaal en de scenes heen wandelende verteller die extra kleur geeft aan het geheel. De voorstelling zit vol met geinige vondsten, zowel in de tekst als in de decors en props. Zo hebben de zonen van Jacob allemaal een tas in de voorstelling, met hun naam erop en in een zeer herkenbare vormgeving die knipoogt naar de tassen van Bas en Dirk.
In Almere is natuurlijk alles modern. De huizen, de straten, de restaurants en ook de nieuwe Schouwburg. De foyer heeft licht dat witter is dan Marco ooit bij elkaar kan zingen en de zaal heeft een misantrope vierkanterigheid, vormgegeven in stemmig zwart en grijs. Dat het op deze novemberavond toch nog leuk&mooi zou worden lag meer aan het gezelschap en aan het programma: Aardige jongens, het drietal Henny Vrienten, Frank Boeijen en Henk Hofstede op reis door Nederland. Op het podium lijkt het wel wat op een huiskamer, vol instrumenten en met op de achtergrond fraaie multimedia van Henk Hofstede. Aardige jongens, die een beetje ingehouden keten en die al die muziek met een grote vanzelfsprekendheid spelen. Oude hits van Boeijen, zoals 'Koud in mijn hart', Nits-klassiekers als 'JOS-days' (omdat het in het Nederlands moest werd het JOS-vlees) en 'Een nacht alleen' van Doe Maar. Verhalen achter de liedjes, grappen over de parallel met de Toppers en vooral mooie muziek. Niet achterhaald, eigenlijk ook niet nostalgisch, eerder tijdloos. Het deel na de pauze moest ik missen, jammer want het was mooi en inspirerend.
Het zal technisch wel niet kunnen, maar de ruim 5 minuten die 'Immortal Bach' van Knut Nystedt duurde, heb ik mijn adem ingehouden. Het koor van de Bachvereniging had zich in 5 groepen verdeeld over de zaal van het Muziekgebouw aan het IJ, en zong de muziek van Nystedt, gebaseerd op een koraal van Bach. Het klonk ijl, het was buitengewoon spannend en het was eigenlijk het hoogtepunt van het concert op deze. Deze opname op YouTube biedt ook nog de originele tekst van het koraal van Bach.
16 November, een koude zondag aan het IJ. Het koor en 3 solisten van de Nederlandse Bachvereniging, ooit opgericht om de muziek van JS zo authentiek mogelijk uit te voeren, speelden in Amsterdam. De najaarstoernee van de Bachvereniging had als thema 'Immortal Bach'. Muziek van Bach, maar ook werk van andere componisten. Josquin Des Prez (1451-1521), geboren in Noord-Frankrijk en als componist actief geweest in Aix-en-Provence en Parijs schreef een Stabat Mater en enkele mariamotetten. Des Prez was het stijlicoon van de periode voorafgaand aan die van Bach, de Renaissance. Bijzonder was het idee om ook werk te programmeren van de eigentijdse compinst Nystedt (1915), sterk beinvloed door Bach. Viool, cello en orgel als instrumenten en verder de fraaie stemmen van het koor. Ieder jaar natuurlijk in de Mattheus Passion te horen maar ook met thematische concerten als dit. Op de planning staat een tournee met de muziek van Henry Purcell, begin 2009.
Het dagelijks leven in Lima, Peru. Wonen en werken van mensen in de horeca in de schaduw van het presidentieel paleis, kinderen die op allerlei manieren geld verdienen. Het was niet omdat ik daar meer van wilde weten dat ik van de week naar El Olvido ging kijken. De naam Heddy Honigmann, Nederlands documentairemaakster die in Lima werd geboren, maakte me wel nieuwsgierig. Haar vorige film, Forever, over de mensen op de Parijse begraafplaats Pere Lachaise, was in al zijn stilte en kalmte indringend en van een prachtige, trage melancholie. Op basis van die ervaring wilde ik de nieuwe Honigmann, net in premiere gegaan op het Nederlands Filmfestival, graag zien. Hoewel documentaires vooral voor tv worden geproduceerd - deze is een project van o.a. IKON en ZDF - is het eigenlijk een eerbetoon aan de maker als je ervoor naar de bioscoop gaat. Ongestoord en geconcentreerd in het donker, dat is toch een heel andere kijkervaring dan op tv thuis met alle afleiding van dien. El Olvido bestaat uit portretten van mensen die niet tot de elite van Lima behoren. Horecamensen, zoals de barman die aan de hand van de nationale cocktail de politieke verhoudingen en historie kan uitleggen. Kinderen op straat die blijmoedig voor de zoveelste keer die dag met acrobatiek wat kleingeld proberen te verdienen. En het jongetje Henry, afkomstig van het platteland, dat met schoenpoetsen de kost verdient en dus geen tijd heeft voor school. "Heb je mooie herinneringen? Nee.....Heb je slechte herinneringen?... Nee.....Heb je dromen?.....ik droom nooit." Alleen voor dat gesprek is het al zinvol om naar de bioscoop te gaan. En ook voor de fraaie beelden, de uitmuntende montage waarin elk shot raak is, de muziek, de mogelijkheid die Honigmann je geeft om te zien wat je normaal niet ziet, om in de ogen van de inwoners van Lima te kijken. En wat mij betreft worden alle makers van 'reality-tv' verplicht deze documentaire te zien. Om te zien hoe het ook kan.
Wie heeft er nou een hekel aan de cello? Niet veel mensen, denk ik. Cello staat voor melancholie, voor mooi, voor donkere lage tonen die veel meer het gevoel dan het verstand lijken te raken. Max Bruch schreef voor cello een Kol Nidrei, aangrijpend en melancholiek. Dvorak natuurlijk, het concert voor cello en orkest in B mineur. Eenmaal per twee jaar aandacht voor alles aspecten van de cello, dat is dus niet teveel gevraagd. De locatie is Amsterdam, het Muziekgebouw aan het IJ, de muziekzaal met het mooiste uitzicht van Nederland. Voor de tweede keer is er de Cello Biennale, met 9 dagen volop aandacht voor alles wat met de cello te maken heeft. Iedere dag begint met het hoogtepunt, zou je kunnen zeggen, want het is inmiddels traditie dat als een soort ochtendgebed er elke ochtend een cellosuite van Bach wordt gespeeld, onder het motto Bach & breakfast. De opening was zaterdag, met een concert door het Symfonieorkest van Vlaanderen onder Etienne Siebens. Toepasselijk opende de avond met de Ouverture Guillaume Tell van Rossini. De eerste maten worden gespeeld door de cello en dat maakte het werkje heel geschikt voor dit moment. Het is onderdeel van het ijzeren repertoire. Ik miste na afloop de beursberichten. Die hoor je wel als je naar Classicfm luistert. Overdag als ik aan mijn pc werk is klassiek de enige muziek die niet teveel afleidt dus Classicfm staat vaak aan. Weinig gesproken woord en veel muziek. Maar minstens een paar keer per dag erger ik me aan de muziekkeuze, het is echt te voorspelbaar voor woorden wat daar uit de computer rolt. Enfin, Wilhelm Tell komt geregeld voorbij op de playlist. Solist Joris van den Berg (de concourswinnaar van de vorige Biennale) speelde het eerste celloconcert van Milhaud. Ik moest erg wennen aan zijn verkrampte speelstijl, met veel gekreun, gehijg en grimassen. Het is meestal leuker als het er juist heel makkelijk uitziet op het podium, vind ik. Een van onze top-cellisten, Quirine Viersen, deed dat beter in een wat theatrale versie van het concert van Vieuxtemps, spannend en erg geconcentreerd. Na de pauze was er nog een modern werk van Dutilleux, 'Tout un Monde Lointain’, ooit geschreven voor Mstislav Rostropovitsj, geïnspireerd op de poëzie van Baudelaire. Uitkijkend over het IJ in de avond mijmerden we over de celli en vonden het jammer dat we niet gewoon een passepartout hadden voor het hele festival. Over twee jaar maar eens beter opletten...
In de 3/4 jaar dat dit klog bestaat heb ik nog maar heel weinig aandacht besteed aan boeken, literatuur zo u wilt. En ik lees heus wel eens letters die niet op een beeldscherm staan. Soms. Vandaag bij Selexys was het nota bene Toon Tellegen die mijn aandacht trok. Toon komt vaak voorbij in mijn leven, al ben ik eigenlijk geen fan. In de kringen waarin ik doorgaans verkeer is Toon populair en wordt hij veel gelezen en gewaardeerd. Er hoeft maar iemand te verjaren, dood te gaan of gewoon werkmatig afscheid te nemen, en Toon wordt geciteerd. Weer zo'n cute dierenverhaaltje dat met lichte triomfantelijkheid en een beetje olijk wordt voorgedragen. Die Toon, altijd zo raak. Toen onlangs mijn zeer gewaardeerde collega S. afscheid nam, vond ik het nodig een verhaal te maken om al haar kwaliteiten en eigenaardigheden te beschrijven. Het kon niet uitblijven, het werd een pastische van een Toon Tellegen-verhaal. Bij Selexyz vanmorgen lag het boekje, een nieuwe uitgave van een bundel gedichten van Toon, 'Er ligt een appel op een schaal'. Ik bladerde en het eerste wat ik las was een gedicht dat zo precies paste bij mijn stemming, dat kon geen toeval zijn. En zo kocht ik mijn eerste Toon Tellegen-boek, vanwege dit gedicht:
En heel toevallig
En heel toevallig, op een ochtend, een ochtend van niets, vergat ik nog lang en gelukkig te leven.
Ik dacht: wat ben ik nú toch vergeten? Ik ging alles na wat ik bezat, klampte me aan vermoedens vast, wees onwaarschijnlijkheden slechts met moeite af, trok rimpels, beet op nagels, draaide seconden om en om, zei: desnoods ...of: wat er ook gebeurt... of: ik zal had overal alles voor over,
maar ik vond niet wat het was wat ik toen, die ochtend, toevallig vergat.
Het is een boek, was een tv-serie, werd nu een film, maar eigenlijk....kun je Brideshead Revisited van Evelyn Waugh vooral beschouwen als een toneelstuk. Wat hoofdfiguren die een heftige ontwikkeling doormaken, decor dat er niet heel erg toe doet, uitgewerkte karakters en een spannende verhaallijn. Na het succes van de tv-serie, die legendarisch werd, is er nu de film. Het boek lezen kwam er nooit van, de serie was te lang voor me om te volgen dus ik kon me redelijk onbevooroordeeld in de film van Julian Jarrold storten. Buitengewoon aangenaam in de film is de weelderige omgeving, het oogverblindend mooie landhuis dat in de film als Brideshead figureert. En wat geweldig dat je in steden als Oxford en Venetie nog vrij grootschalig op locatie kunt draaien voor een film die zich afspeelt net voor de 2e wereldoorlog. Dat leven in de Engelse upperclass, beschreven door Waugh maar ook door iemand als E.M. Forster, heeft iets heel verleidelijks. Vooral het studentenmilieu, dat ook in films als Another Country en Maurice wordt geschilderd, lijkt te bestaan uit gesprekken op niveau, veel drank -in Brideshead is dat een glas champagne- en van cynisme doordesemde afstand van de gewone wereld. Veel rollen zijn mooi ingevuld, Emma Thompson - inmiddels oud genoeg om een geloofwaardige moeder neer te zetten - is de katholieke Mater Familias die verbeten reageert als de gast op Brideshead zich niet aan de regels houdt. Haar zoon Sebastian wordt door Ben Whishaw wat al te junkerig gespeeld maar mooi-dramatisch is zijn subtiele nichtenmimiek. Absoluut matig is Matthew Goode als Charles Ryder. Acteert met weinig diepgang, geen ontwikkeling en kennelijk hebben ze op het make-up-departement niet de opdracht gekregen iets te doen aan het feit dat het karakter over een aantal jaren te zien is in de film. Terwijl ze op de arme Lady Marchmain voluit losgaan als die ouder wordt. Geen topfilm, maar wel een lekkere middag/avond in de bios.
Niet zo slim, bij nader inzien. Het was bijna 12 uur, de zaal zou zo open gaan en er stonden honderden mensen voor de zaaldeuren van de Doelen. Ik stond bij de ingang in het midden van de zaal, waar je snel in het deel voor het podium kan komen. Niet eens zo druk, dacht ik nog. Eenmaal in de zaal, op een riante 10e rij snapte ik wat ik fout deed: als je de zeldzame kans krijgt een repetitie bij te wonen van het Rotterdams Philharmonisch onder Valery Gergiev, dan zorg je dat je op de plaatsen zit waar je normaal niet wilt zitten: recht achter het podium. Daar zat dus een groot deel van de pakweg 600 mensen die op deze zaterdagmiddag naar de Doelen waren gekomen. Maestro Gergiev, die dit jaar afscheid nam na ruim 12 jaar chef-dirigent te zijn geweest, is terug voor zijn eigen festival. Hij repeteerde vanmiddag voor het openingsconcert van deze avond met Mahler's 'Das Lied von der Erde'. Het orkest in grote bezetting op het podium, met rechts alleen maar zware, donkere instrumenten: 8 contra-bassen, de celli, basklarinet, basfagot en trombones. Mahler's aarde-lied is niet licht, hij schreef de liederen in de bergen van Tirol. Misschien dat het die bergen waren, die ervoor zorgden dat de muziek me soms deed denken aan de liederen van Richard Strauss. Diens Letzte Lieder werden geschreven in Garmisch, in de Oostenrijke bergen. De twee vocalisten, Ekaterina Gubanova, mezzosopraan en tenor Klaus Florian Vogt, gingen nog niet voluit maar wat klonk het mooi. En wat deed het Philharmonisch het geweldig met een orkestklank die subtiel was, haarscherp en melacholieker dan je vaak hoort. Gergiev greep niet veel in, liet soms een inzet over doen, maar dirigeerde vooral intens en met een soort kalmte die ik niet verwacht had. Zijn temperament is berucht, en hij heeft de naam het niet zo strak te nemen met de tijd. Zou het daarvoor zijn dat er, bijna verstopt in de karakteristieke marmeren toneelwand van de Doelen, een oerdegelijke keukenklok hing?
Zoals Nederland sinds eind jaren ’40 het Holland Festival heeft (als je sjiek wilt zijn leg je de klemtoon op -fes-, ik hoorde het vorige week Reinbert de Leeuw nog doen in Nova), zo heeft België het Festival van Vlaanderen. In feite is dat een verzameling stadsfestivals die verspreid over de zomer door heel België worden georganiseerd.
De Antwerpse variant heet Laus Polyphoniae. Vorig jaar min of meer per ongeluk kwam ik er terecht en het bleek zeer voor herhaling vatbaar. De muziek van de Frans/Vlaamse polyfonisten staat traditioneel centraal. Dan gaat het om muziek uit de 15e en 16e eeuw. Achter het festival zit een wereld van musicologisch onderzoek naar oude handschriften en bibliotheken. Er is op het gebied van de muziek nog heel veel niet bekend uit de 15 en 16e eeuw. Musicologen doen onderzoek naar die muziekpraktijk, vinden natuurlijk oude partituren maar moeten soms anderen wegen bewandelen om tot kennis te komen. Zo weten we uit de bezoldigingsregisters van het hof van Albrecht van Brandenburg (1490-1545) de omvang van de hofkapel van Koningsberg (tegenwoordig Kaliningrad). Het was een voor die tijd groot gezelschap in een bloeiend muziekleven. Dat muziekleven van Albrecht en zijn echtgenote Dorothea, de zus van de Deense koning Christian III, stond centraal bij het eerste concert dat ik bezocht. De muziek is overgeleverd via een kistje met stemboeken dat in zeer goede staat verkeert en dat tientallen composities uit de periode 1500 – 1550 bevat. Het bleek een gouden greep om deze muziek uit te voeren in de vorm van een ‘vertelconcert’. Ensemble La Caccia en acteur Jurgen Delnaet (binnenkort te zien in de film ‘Aanrijding in Moskou”- groot uitgebracht op het komende Nederlands Filmfestival) maakten er een fraaie reis van tussen heden en de periode waarin deze muziek werd geschreven. Het verhaal was indringend en de muziek (van veel onbekende componisten maar ook van bekendere namen als Desprez en Jacob Obrecht) illustreerde maar had ook zijn eigen verhaal.
Naar Elzenveld Het is een dikke kilometer lopen van de Amuz naar Elzenveld, een oud stadshospitaal uit de 13e eeuw waarvan delen zoals de kapel bewaard zijn gebleven. De zomerse vrijdagavond, met volle terassen, was buiten, binnen was de verstilling van de kapel en de muziek van Zefira Torna, een gezelschap van Vlaamse musici dat deze avond muziek uit Finland uitvoerde.
Het boek “Piae Cantiones ecclesiasticae et scholasticae veterum episcoporum” werd uitgegeven in 1582 en bevat liederen die soms al veel ouder waren, mogelijk uit de periode rond het jaar 1000. Het waren meest kerstliederen, maar dat hoor je er in het Latijn en Fins niet altijd aan af. Zo oud, uit zo’n andere wereld en nu weer tot klinken gebracht, ik vond het indrukwekkend.
Idols Het festival heeft guests of honour, artists in residence en meer van dat eigentijdse gedoe. En een wedstrijd: jonge ensembles worden gecoached en spelen allemaal een kort concert. Een Idols-achtige jury beoordeelt de prestaties en bepaalt een winnaar, die een cd opname mag maken. De dames van het Nederlands gezelschap Red Rose Four hadden hun allermooiste japonnen aangetrokken, heur haar in model laten brengen en ze speelden de sterren van de hemel, op hun authentieke blokfluiten. Zangeres Kitty de Geus wisselde soms af en bleek een erg mooie stem te hebben. Ik ben geen jury en heb er au fond veels te weinig verstand van, maar van mij mochten ze winnen. Ze bleken door de strenge jury een tweede plaats toebedeeld gekregen te hebben, met een andere kandidaat gedeeld. De eerste plaats was niet bepaald dit jaar. Dus winnaars.
Capilla Flamenca Zaterdagavond was het de combinatie van zangers en orkest van de Capilla Flamenca die muziek uit Danzig speelde. De 4 zangers en het ensemble waren hoorbaar goed ingespeeld. Ook hier waren weer, zoals in dit festival vaker gebeurd, theatrale elementen ingebouwd. Het werd er een beetje olijk van, het samenspel tussen zang en orkest. Belgen gaan niet staan bij een applaus maar hier was een toegift onvermijdelijk. Een soort serieus/jolige ambiance.
Later op de avond, weer in Elzenveld, zag ik het hoogtepunt van deze dagen; het ensemble Heinavanker uit Estland. Stel je een zaterdagavond voor, de stad is wat broeierig van nazomerhitte maar in de kapel, ver van de drukte, is het koel. Zangers in enigszins priesterlijke gewaden. De taal is Lets en soms wat Latijn. Het repertoire bestaat uit liederen die overgeleverd zijn, geen datering hebben maar vaak zijn vastgelegd in de 16e eeuw.
Het was bijna magisch, zelfs wel spiritueel en het heeft ‘t effect dat je je voor een moment verzoent met het leven en alles wat daarin zo al fout gaat. Van de schoonheid en de troost, nog onlangs hier op dit klog aan de orde geweest.
Het was een mooi bezoek, het festival duurt 10 dagen en ik kon er een paar dagen van meebeleven. Goede organisatie, een programmaboek met bijna 300 pagina’s toelichting, inleidingen over de muziek, je kunt met alle zintuigen en op allerlei manieren genieten in het centrum van Antwerpen. Volgend jaar weer in de laatste week van augustus.
Soms kan ik klassieke musici erg benijden om hun vak: je beheerst een instrument, er is repertoire voor je geschreven, je staat voor volle zalen die geconcentreerd luisteren, je werkt in stemmig zwart -dat ook nog lekker afkleedt- en je hebt de beste plek voor het geluid, midden in het orkest. Zondagavond, in het Concertgebouw in Amsterdam, had ik dat gevoel weer. Op het podium de dames en heren (de verhouding is pakweg 75 / 25%) van de Amsterdam Sinfonietta, het orkest dat zijn 20-jarig bestaan vierde met een weekend vol muziek in het Concertgebouw. Voor deze Robecozomerserie-zondagavond was gekozen voor de formule nieuw - oudst - oud, met respectievelijk muziek van de Kanter, Mendelssohn en Tsjaikovski. Het nieuwe werk van Fant de Kanter, 'Solace, Solitude', was spannend, beetje filmisch en in elk geval niet voorspelbaar. De inkt van de partituur was nog nat en het orkest speelde geconcentreerd en trefzeker. Je ziet het vaker, orkesten die bekend repertoire mengen met nieuwe stukken om ook die onder de aandacht te brengen. De componist werd, toen ie op het podium werd geroepen in het applaus, een beetje verlegen van zoveel waardering.Het werd mooi bij Mendelssohn, zijn 5e pianoconcert in een hoorbare Mozart-traditie, met solist Ronald Brautigam op de vleugel. Na de pauze 'Souvenir de Florence' van Tsjaikovski. De violisten van de Sinfonietta spelen staand, net als bijvoorbeeld de leden van het Freiburger Barockorchester. Het geeft een zekere zwierigheid aan de muziek en ik dacht die niet alleen te zien maar, als betrekkelijke leek, óók te kunnen horen.
Het concert is van Crosby, Stills, Nash and Young, de tour heet "Freedom of Speech". De heren, helden van de Woodstock-generatie, hebben besloten om in 2006 in het kader van het protest tegen de oorlog in Irak weer op tournee te gaan. Ze doen een aantal grote stadions en zalen aan en naast het bekende CSNY-repertoire staan de concerten nadrukkelijk in het teken van het protest tegen Bush en zijn oorlog in Irak. Die oorlog kostte in die tijd al ruim 2500 Amerikaanse militairen het leven. Als in Atlanta 'Let's impeach the president for lying' tot grote samenzang moet leiden, verlaten sommige mensen de zaal, not amused, boos, laaiend of ziedend. Dat het 'quite political' is wat ze doen is dan een nogal mild commentaar van een bezoekster. Mensen verscheuren hun tickets of razen over het onvaderlandslievende gedrag van de 'hippy-millionairs'. Tijdens de concerten staat een grote Freedom-of-Speech-microfoon prominent op het podium en op de achtergrond zie je beelden van Bush en de oorlog. De documentaire 'CSNY/ Deja Vu' focust meer op slachtoffers, hun nabestaanden en de veteranen in de VS en de humanitaire kanten dan op het politieke verhaal van de oorlog. De impact van die verhalen een beelden is groot, zeker als je kijkt naar lichamelijk en geestelijk beschadigde veteranen die soms in tranen zijn bij de concerten. Voor veel veteranen betekent het protest ook een erkenning van hun ervaringen in de woestijn en Bagdad. Hier en daar zijn er oude fragmenten te zien uit eind jaren '60, toen de song 'Ohio' een aanklacht was tegen de 4 doden die vielen bij protesten tegen de oorlog in Vietnam. Deze documentaire bevat betrekkelijk weinig echte concertopnamen. Die staan wel op de cd. Maar uit die fragmenten blijkt dat de heren, gemiddeld 62,5 jaar oud, op het podium nog heel goed meekomen. En dat ze een in mijn ogen integere keuze hebben gemaakt hun oude principes en opvattingen over de wereld via de muziek uit te dragen. Inhoudelijk biedt de film een blik op de verhoudingen in de VS anno nu (of anno 2006) en op de historie van de 'Woodstock-generatie' en hoe die verder ging. Zeker met het oog op de komende race tussen Obama en McCain is de film een aanrader, en dan zijn die wat korte muziekfragmenten wel een mooie plus. CSNY/Deja Vu, soon in a cinema near you...
Een paar dagen in Parijs als de stad -volgens iemand die het weten kan- op zijn rustigst is. Veel mensen op vakantie, wat stiller in de winkels en bioscopen en een enkel bedrijf doet zelfs nog de deur op slot en hangt een bordje 'congé anuelle' aan de klink. Fietsen door de stad, aangename ontmoetingen bij Le Dome en andere avonturen maar...dit is geen blog maar een klog, dus het moet over kunst gaan. In de Tuillerien staat het Jeu de Paume. Ik liep er ooit licht geshoqueerd doorheen, kijkend naar hoe de toenmalige collectie drie rijen hoog tegen de muren leek gemikt. Alle impressionisten hingen er vroeger, voordat de verzameling overging naar het veel ruimere Musée d'Orsay. Jeu de Paume is stevig verbouwd en brengt nu losse tentoonstellingen. Deze zomer is dat een overzicht van het werk van fotograaf Richard Avedon. Hij begon zijn loopbaan als maker van identiteitsfoto's voor de koopvaardij, werkte als glamourfotograaf voor Harpers Bazaar, Vogue en Life en maakte naam met zijn portretten. Hij maakte die altijd met een lichte, neutrale achtergrond, om alle aandacht op het model te richten. Eind jaren '40 kwam hij vanuit New York voor het eerst naar Parijs. Daar veroorzaakte hij een revolutie in de modefotografie door de modellen nadrukkelijk in beweging te brengen. Deze opname, met een creatie uit Dior's 'New Look', laat dat goed zien. Jaren later, begin van de jaren '80, verschoof Avedon's interesse van sterren en beroemdheden naar 'gewone' mensen. Zijn 'The American West' bestaat uit foto's van mijnwerkers, serveersters en boeren, meestal gemaakt met een papieren achtergrondscherm dat aan de zijkant van een truck hing. Dit is de 12-jarige Sandra Bennet, uit Colorado. Het driedelige werk 'Andy Warhol and Members of The Factory' uit 1969 is groot, indrukwekkend en vormt een fantastisch tijdsbeeld uit die periode van ontregeling en vrijheid. Het hing in volle glorie in een van de zalen.
Zijn motto staat prominent op zijn website: 'I feel best in that little space between a smile and a tear'. Toots Thielemans is 86, speelt alleen nog korte sets van 75 minuten en is bereid om met heel veel verschillende musici te werken. In het huidige halfjaar speelt hij - zo blijkt uit zijn agenda - met pianisten als Kenny Werner, Glauco Venier, Nathalie Loriers. Dat wordt niet zo snel routineus. Hier in het Amsterdamse Concertgebouw -in de Robecozomerserie- was het Karel Boehlee die Toots op piano begeleidde, tot merkbaar genoegen van de meester. Bassist was Hein van de Geyn, nationale trots in de jazzwereld, muzikaal kind aan huis bij o.a. Dee Dee Bridgewater. Er zullen niet veel muziekliefhebbers zijn die Toots niet kennen. En de kans dat je hem nog nooit hebt horen spelen is uiterst klein want hij werkte op ontelbare platen mee van anderen en maakte veel gedraaide eigen cd's als de Brasil Projects. Heel veel bossa nova zat er niet in het repertoire, deze avond in het Concertgebouw. Al was een tempowisselinkje in stukken als Days of wine and Roses en C-Jam blues nooit ver weg. Toots verkent ondanks zijn lange loopbaan nog steeds in elk stuk dat hij speelt de mogelijkheden en zoekt de melodische en harmonische randjes nog altijd met veel verve op. Het was snel, bluesy, het swingde en het gierde soms op de Hohner Chromonica in de solo's. Bij Rogier van Otterloo's muziek uit de film Turks Fruit hield ik het niet droog. De tear en de smile lagen ook nu weer dicht bij elkaar. Dit is in matige kwaliteit een clip van een tv-opname met van Otterloo voor het orkest. De zaal was blij met zoveel moois en de Brusselse musicus leek te zeggen: 'no big deal', en hij reisde verder over de wereld, zoals hij al 60 jaar doet.
Het is een onzinnige vraag en toch vond ik hem vandaag relevant. Is er troost te halen uit kunst, bestaat er muziek die compenseert voor ramp of drama? Tv-maker Wim Kayzer maakte over deze vraag ooit een tv serie. Sinds de kerk niet meer de enige is die bepaalt hoe we afscheid nemen en rouwen, en we niet alleen meer Ave Maria zingen of U zijt de Glorie hebben we met veel ironie de crematie-toptien. Kan. Mag. Ironie helpt soms. Maar soms is zelfs ironie teveel van te weinig.
Peinzend over het onvoorstelbare dat collega A. overkomt, vroeg ik me af of er dan nog muziek is die expressie geeft, of troost, of rust. Niet. Of bijna niet. Ik kwam uiteindelijk op muziek van Olivier Messiaen, de Franse componist die dit jaar veel gespeeld wordt vanwege zijn honderdste geboortedag. Hij schreef in 1940 het 'Quator pour la Fin du temps' (kwartet voor het einde der tijden). Hij was krijgsgevangene in het concentratiekamp Stalag VIII-A in Görlitz. Onder zijn medegevangenen waren toevallig een klarinettist, cellist en violist. Messiaen speelde piano. Voor die bezetting schreef hij deze muziek onder extreme omstandigheden. Zijn 5000 mede-gevangenen waren bij de eerste uitvoering in het kamp in 1941. De muziek is ongemakkelijk, niet mooi en heeft een hoge drempel. Maar hoe ik ook pieker, ik kom niet op iets anders.
Het was in Berlijn ook zomer en dat betekende dat het aanbod aan theater en muziek niet zo gek groot was. In het dikke Zitty-magazine, dat het hele kunst- en uitgaansaanbod weergeeft, vond ik toch voor dinsdagavond een piepklein agendaberichtje: opera op video in Radialsysteem V, een 'hochsommerliches musikalisches Kinovergnuegen', volgens Zitty. Geen idee wat Radialsystem V was. Het bleek op nog geen 10 minuten fietsen aan de Spree te liggen. Een uit 1900 stammend pompstation van de Berlijnse waterleiding is onlangs vernieuwd en uitgebreid tot een kunstcentrum, met terras en grote theaterzaal. Een van de huisensembles van het centrum is de Akademie fuer Alte Musik Berlin. Van hen werden deze zomer grote producties op video getoond. Een eenvoudig maar doeltreffend concept: video op groot scherm, drankje erbij en een korte inleiding door de producent. Op de avond dat wij er waren werd de productie van de opera 'Dido and Aeneas' van Henry Purcell vertoond. De opera uit 1689 (het is officieel meer een toneelstuk met muziek, ook wel kameropera genoemd) behoort wat mij betreft tot het allermooiste dat de muziek in de laatste 400 jaar heeft voortgebracht. Barokopera's worden niet vaak scenisch opgevoerd, mogelijk omdat de verhalen nogal ingewikkeld en over the top zijn. En het accent bij de uitvoering ligt doorgaans meer op de opvatting die de dirigent heeft over de manier waarop deze muziek gespeeld moet worden. Over de uitvoeringspraktijk van barok is de laatste decennia veel geschreven en onderzocht. Je hoort grote verschillen tussen een recente opname van Emanuelle Haim en bijvoorbeeld de opname die begin jaren '50 werd gemaakt in Londen. Die opname vond ik op cd toevallig in een Berlijnse winkel, met de legendarische Kirsten Flagstad. De productie van de Akademie wordt al een paar jaar gespeeld. Er werd samenwerking gezocht met choreografe Sasha Waltz. Die pakte bij haar eerste opera-regie uit, liet grote waterbassins aanrukken en maakte het onderscheid tussen solist en koor, dansers en zangers bijna onzichtbaar. In 2006 stond de productie in het Holland Festival, waar ik met I. in het Muziektheater in Amsterdam erg onder de indruk raakte. De video is een heel goede weergave van het theaterspektakel, dat in de herfst nog een paar keer gaat in de Staatsoper in Berlin. Daar werd deze versie ook opgenomen. Zo waren we, via de video, toch nog even in dat uitnodigende gebouw -waar we geregeld langsliepen dezer dagen- aan Unter den Linden. Komend jaar is Henry Purcell's 350e geboortejaar. Dat levert vast nog een heleboel Purcell-muziek op. Ik kan niet wachten!