dinsdag 29 mei 2012

Operadagen Rotterdam begonnen in de hitte

Het jaarlijkse festival Operadagen Rotterdam is begonnen. De aftrap was j.l. vrijdag op het Schouwburgplein, waar drank en exotische bitterballen waren en waar het Spookhuis van de Geschiedenis de locatie vormde voor de openingstoespraken van festivaldirectie en de Vlaamse minister Joke Schauvliege.
Het Spookhuis der Geschiedenis met Twintowers en vliegtuig
Na een lang buffet in het nieuwe Luxor begon de openingsvoorstelling en dat iets waarover je het liefst iedereen per mail of twitter op de hoogte stelt. Dit móet je zien. De recensie van die dag moest nog wat geheimen over laten, want de dagen na vrijdag waren er nog wandelvoorstellingen onder de titel 'Distant Voices'. De recensie van dag 1 staat hier.
Distant Voices
Dag 2 was een marathon met een niet zo heel enthousiast makende Orlando in Arminius, een bijzonder optreden van Dietrich Henschel, een indrukwekkende Rheingold-bewerking door een Berlijns ensemble en als slot een optreden in de Laurenskerk met muziek van Harvey. Hier staat alles over dag twee.

Op dag 3 hoefde ik pas laat op pad, want Figaro Desire Machine begon om 22 u. in de Krijn Boon Studio, helemaal bovenin de Schouwburg. Een voorstelling waarvan je in het Duits dan zegt: 'gewöhnungsbedürftig'.
Speels, grappig en chaotisch, waarbij ik 's avonds thuis weer eens in lang vergeten teksten van de hippe Franse filosofen uit de jaren '70 en '80 ben gedoken, zoals Deleuze, Foucault en Guattari. Mijn poging de voorstelling te recenseren staat hier.
Concert in Alexander
Mooi weer voor een buitenconcert op dag 4, Tweede Pinksterdag. Een klein parkje in Alexander was de locatie voor een uiterst aangenaam optreden van twee studenten van de Opera Studio Nederland. Niet veel wind, weinig verkeerslawaai en hooguit een wat luid klaterende fontein vormden de achtergrond voor een medley van bekende operaklassiekers, die erg mooi gezongen werden. In de Schouwburg erna bijna het andere uiterste: spannend muziektheater in het donker van een vrijwel zwart podium met een verhaal van een vrouw met een man en een minnaar. Dag 4 was de dag van de variatie, zo blijkt hier.


woensdag 23 mei 2012

interview Thomas Oliemans online

Het gesprek via skype met bariton Thomas Oliemans staat online. Ik sprak de zanger in Londen tijdens een serie voorstellingen van 'La Boheme', waar Oliemans als Schaunard zijn Covent Garden-debuut maakte.
Oliemans bleek een buitengewoon betrouwbaar en interessant gesprekspartner die over het omgaan met spanning en het je niet laten afleiden daardoor hele behartenswaardige en realistische dingen zei. Niet alles kon in de eindmontage worden opgenomen, jammer genoeg.
Naast de website operamagazine.nl zijn de podcasts ook te vinden op iTunes (zoek 'operamagazine' in de iTunesstore) en ook via android apps als 'Beyondpod' in de Playstore van Google.
De podcast is hier te downloaden.
Photos © ROH 2012 / Mike Hoban
Thomas Oliemans (3e van rechts) als Schaunard

dinsdag 22 mei 2012

Aken's Schmuckkästchen met Tristan

Het was er nog nooit van gekomen, een bezoek aan de binnenkant van het Theater Aachen, dat je op weg naar het centrum onvermijdelijk tegenkomt. Er is toneel, van het eigen gezelschap, maar ook opera. Een echt ensemble met vaste zangers in dienst en als begeleiders het Sinfonieorchester Aachen, dat bepaald geen slechte naam heeft en in zijn geschiedenis dirigenten als von Karajan en Wolfgang Sawallisch in dienst had.
Het moest 21 mei 2012 worden, en er moest een opera als 'Tristan und Isolde' geprogrammeerd worden voor ik er een voet over de drempel zou zetten.
De kennismaking met theater, sfeer en de algemene kwaliteit viel me zeker niet tegen. Het theater is nogal klein, een echt 'Schmuckkästchen', maar er was weinig provinciaals aan wat ik op het podium zag en wat er uit de orkestbak kwam. De regie beviel me het minst maar de dik veertig euro was mijn bezoek aan vijf uur 'Tristan und Isolde' zeker waard.
De recensie staat op: Place de l'Opera

donderdag 17 mei 2012

Those were the days.....with Donna

Een clip uit 'a hot summer night' uit 1983.
 

donderdag 10 mei 2012

Stereo uit 1595

Het is een succes dat al een aantal jaren duurt: de reconstructie die dirigent Paul McCreesh maakte van een kroningsmis voor de doge van Venetie. In 1993 werd de cd-opname ervan bekroond met een Gramophone Award en een Edison.
Het is een reconstructie die niet de pretentie heeft een exacte weergave te zijn van de kroning van doge Marino Grimani, maar die wel erg in de buurt komt en die de pracht en praal van de Venetiaanse muziekpraktijk fraai weergeeft. Verrassende combinaties van vocale en instrumentale muziek, met op zijn minst een opmerkelijk samenspel van 6 koperblazers met een schelle altviool, brachten de muziek uit het Venetië van vóór Monteverdi tot klinken. Zo ongeveer klonk het in de San Marco aan het einde van de 16e eeuw. Met verschillende opstellingen en 'stereo'-effecten werd de ruimte van de kerk gebruikt. Men kwam van heinde en verre om te luisteren naar de geluidswonderen die Gabrieli verrichte.

In de Doelen was het weer een beetje behelpen. Ideaal voor het grote symfonische werk maar net zoals bij Bach en andere oude componisten heeft de zaal een minimaal-passende sfeer en klank voor deze muziek, al viel de galm me niet eens tegen. Mooi en imposant waren de binnenkomsten van de delen van het ensemble, het Gabrieli Consort & Players. Die beweging bleef tijdens het hele concert een rode draad en maakte de avond echt bijzonder. Af en toe vroeg ik me af hoe deze opzet zou hebben gewerkt in bijvoorbeeld de Laurenskerk.
Los van de locatie was het vooral een meer dan prachtige stroom muziek, zowel gregoriaans als polyfoon, instrumentaal en met de koren. De opzet van deze reconstructie was volgens de officie, een mis van introïtus tot de postcommunio. De muziek kwam vooral van Andrea Gabrieli, aangevuld met werk van diens neef Giovanni, die het messcherpe motet componeerde waarmee het concert eindigde.
De cd uit begin jaren '90 was na afloop te koop in de hal van de Doelen. De enorme rij kopers deed recht aan de kwaliteit van de muziek en de liefdevolle uitvoering door het ensemble van Paul McCreesh. Een mooie avond Venetië anno 1595, gewoon op woensdag in Rotterdam.
Hier staat een niet-insluitbaar filmpje met de muziek van A Venetian Coronation.

woensdag 2 mei 2012

Een Russische reus

Het was een verplichting zoals die er wel vaker zijn. Een bekende zanger komt naar Nederland, er moet een recensie komen en dus wordt de trein genomen en ga ik naar een concert waar ik zelf niet snel voor de deur uit zou gaan. Toch bleek tijdens de research - ik zoek meestal het een en ander uit vooraf- dat het in elk geval om iemand ging uit een productie die me zeer aansprak. Bariton Sergej Leiferkus zong een hoofdrol in de uitmuntende opera A Dog's Heart bij De Nederlandse Opera, dat kwam weer in de herinnering en dat maakte het al minder een opgave om naar het Muziekgebouw aan het IJ te gaan.

Een halfvolle zaal was er voor de bariton die al 42 jaar op de concertpodia staat, zowel in de opera als in het lied. Het werd, met een geheel Russisch programma, een avond met een weliswaar wat eenzijdig maar wel mooi en sfeervol programma. Niks spannends, geen vernieuwing, geen fratsen. Mooie muziek uit het Oosten.
De recensie staat op Place de l'Opera.

donderdag 26 april 2012

1001 nachten samengevat in dik 2 uur

Het radiospotje was niet erg overtuigend - en slecht verstaanbaar - en dat de kaarten voor 'Vertellingen van 1001 Nacht' ruim vantevoren in de aanbieding gingen, leek me verdacht. Maar gisteravond bleek in een redelijk gevulde Rotterdamse Schouwburg dat de productie van het Zuidelijk Toneel, met de Ashton Brothers en Marc-Marie Huijbregts, alle kwaliteiten had om een avond aansprekend theater te zijn.
Dat lag aan de rol van verteller/hoofdrolspeler Huijbregts, die zijn tekst kende maar vooral beheerste en met veel gemak schakelde van drama naar humor naar mooie taalvondsten. Deze voorstelling zat vol met mooie volzinnen, die vooral gingen over lust, liefde en alle gedoe dat daarvan komt.
Acrobatiek en bijna absurde vondsten, wat onvoorspelbaarheden zoals een stokoud echtpaar met bejaardenerotiek op een stalen kabel en effecten die soms bijna te snel zijn om ze op te merken.
Allemaal gemaakt met merkbaar plezier. En heel goed gelukt. Nog tot 12 mei in een paar zalen te zien.

zondag 22 april 2012

Mariska en Robbie even terug op tv

De serie Classic Albums biedt een mooie terugblik op de productie van albums in de popmuziek die er toe doen of deden. Deze keer had maker Dirk Jan Roeleven met veel moeite componist en bandlid Robbie van Leeuwen van Shocking Blue voor de camera gekregen voor een terugblik op het album 'Shocking Blue at home'. Alleen hij en bassist Klaasje van der Wal van de originele bezetting zijn nog in leven. Mariska Veres, de zangeres die een volstrekt uniek bijdrage leverde aan de muziek van Shocking Blue in de jaren '70, is in 2006 overleden. Ook Cor van der Beek leeft niet meer.
De documentaire geeft een geweldige indruk van de (Haagse) beat in de jaren '70 en het succes van Shocking Blue, met herinnering van de manager Cees van Leeuwen, Willem van Kooten en de man die tot nu toe zelden in de media wilde, Robbie van Leeuwen.
Nog tot 5 mei te zien op Uitzending Gemist


Eurovision in Concert 2012: Jedmania

Mijn jaarlijkse duik in de wereld van vlotte liedjes en commerciële deunen die eind mei -dit jaar in Bakoe - wedstrijdje doen wie het beste scoort bij het publiek en de vakjury, dat is EIC. Het Eurovisie Songfestival krijgt in Amsterdam al vier jaar een pre-view en pre-hear tijdens 'Eurovision in Concert'.
Meer dan 20 landen waren aanwezig in de Melkweg gisteravond voor een optreden met hun liedje dat naar Bakoe wordt ingezonden.
In de marge van zo'n dag gebeuren merkwaardige dingen, die je achter de schermen meekrijgt. De Ierse inzending is door de tweeling Jedward, die al erg populair zijn bij de doelgroep: piepjonge meisjes.
De heren hebben eh...markant haar. De zanger die buurland Engeland zal vertegenwoordigen is Engelbert Humperdinck. Hij was niet in Amsterdam, maar zijn beeltenis werd meegebracht door The Schlagerboys, een paar Londenaren die extreem fan zijn van het Songfestival en die alles weten. Zelfs namen als Corry Brokken, Conny Vink hebben geen geheimen voor de heren, en 'Ringeding dag' van Therese Steinmetz zingen ze moeiteloos mee. Op de foto Jedward met de foto's van hun concurrent bij de persconferentie.

De meisjes-fans waren uit Ierland maar ook Duitsland naar Amsterdam gereisd. Ze zaten met enkele tientallen de hele dag in de lobby van het hotel, om kort even hun idolen te ontmoeten. Op verzoek van een filmploeg deden ze, begeleid door de muziek uit een iPhone, het nummer van de heren Grimes. Jedmania in een Nederlands hotel:



woensdag 18 april 2012

De Operamagazine podcast


Sinds een week heeft Place de l'Opera een nieuwe feature: podcasts. Zo is er niet alleen in tekst maar nu ook in geluid berichtgeving over wat er gebeurt in de wereld van opera en vocale muziek. De eerste twee afleveringen, over de presentatie van de Opera Dagen Rotterdam en over de Open Dag van het Muziektheater staan nu online. Abonneren kan ook, via iTunes.




vrijdag 6 april 2012

Yannick dirigeert fluwelen Bach

Yannick Nézet-Séguin kan veel. Hij dirigeert vaak het symfonische repertoire en brengt dan wat licht en doorzicht  in stukken van Mahler en Bruckner. Een voor zijn leeftijd imposante staat van dienst bouwde de Canadees op met opera. Hij dirigeerde tot groot enthousiasme van het publiek in 020 bij De Nederlandse Opera Turandot van Puccini en bij The Met in New York was zijn Carmen een groot succes, maar ook Don Carlos van Verdi en Faust van Gounod. In februari jongstleden maakte de dirigent zijn debuut in het Royal Opera House als dirigent van de omstreden Rusalka-productie.

Nézet-Séguin begon echter met Bach, en die componist is hij trouw gebleven. Er is in Rotterdam inmiddels in de Paastijd een traditie met uitvoeringen van afwisselend de Johannes- en de Matthäus Passion-Passion. Dit jaar leidt Yannick het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het RIAS Kammerchor en het Jongenskoor Rivierenland in twee uitvoeringen van de Matthäus.

Gisteravond, bij de première, was het bijna vol en vanavond voor de tweede uitvoering is geen kaart meer te krijgen. Rotterdam loopt altijd uit voor Yannick, die structureel beloond wordt met een extra hard opkomstapplaus.

Met het openingskoor zet een dirigent eigenlijk al meteen zijn handtekening voor de rest van de avond. De basiskeuzes voor tempo, klankkleur en volume kun je aflezen aan de eerste maten. Het eerste wat gisteravond in mijn hoofd opkwam was: 'fluweel'. Een lichte, transparante Bach kwam uit de instrumenten en uit de kelen van de zangers. Vocaal was het programma vrij zwaar bezet, met 30 leden van het -gemengde- jongenskoor en samen 36 zangers in de koren I en II. De benadering van Nézet-Séguin doet veel van de discussie over hoe je Bach moet spelen snel vergeten.
bron: website RPHO

Niet dat het allemaal groot en romantisch was. Prominent was de theorbe onderdeel van het continuo. De levendigheid van de dirigent zat in het vrij hoge speeltempo, en daarom was het mooi om te horen hoe Yannick geraffineerde stiltes liet vallen, die zo gedoseerd een enorm dramatisch effect hadden.
Zoals je vaker ziet hadden de jongens en meiden van het 'jongenskoor' wat moeite om lang stil te zitten. Alleen daarom al was het een goed idee dat de jongeren op meer plaatsen in het eerste deel werden ingezet. Dat zie je zelden maar het klinkt prima.

De zangers, daarover was ik wisselend tevreden. Paul Agnew was een expressieve evangelist, die af en toe dingen deed die je niet vaak hoort in die rol. Thomas Oliemans heeft alles, uitstraling, stem, volume en expressie, om een hele fraaie Christus-rol te zingen. Dat bleef hij consequent doen, ook in het laatste deel als er in de strofe ''Eli, Eli, lama sabachthani' veel van de zanger gevraagd wordt.

Markus Werba bleek een bariton met een lichte rock 'n roll-uitstraling. Hij kon slecht stilzitten en tikte enthousiast mee met sommige stukken van het orkest. Goede stem.
Nogal teleurstellend waren de dames. Dat viel vooral tegen bij het aandeel van Miah Persson. Die heeft, halverwege de 40, een enorme reputatie op de Europese opera-podia. Hier in de Doelen, opgesteld achter het orkest, kwam ze niet goed uit de verf. Dat gold ook voor alt Renata Pokupic. Mooi, maar met te weinig volume om over het orkest uit te komen. De nuances vallen weg als je alleen de hoge passages hoort.





dinsdag 3 april 2012

'Stop eating, start singing'

In de doorgaans nogal serieuze wereld van de berichtgeving over opera en vocale muziek mag het soms even losser. Place de l'Opera plaatste afgelopen zondag, op de eerste dag van de maand, een bericht over een Engelse arts die zich zorgen maakte over de eetpatronen van operazangers en -zangeressen. Alle slechte voedingsmiddelen weg uit de kantines van operahuizen en concertzalen, dat wilde mevrouw Giovannesta Bartolo.
,,Een Violetta die meer weegt dan 75 kilo is ridicuul. En gezien zijn extreem actieve seksuele activiteiten kan een Don Giovanni simpelweg niet meer wegen dan pakweg 80 kilo”
Place de l'Opera
Zangers en publiek wonden zich nogal op over de uitspraken van de arts, gedaan in een interview met de BBC Radio 3, de klassieke muziekzender. Enkele reacties op de website van de BBC waren:
-'Uw opmerkingen zijn buitengewoon beledigend'

-'Blimey… Gordon Ramsay vloekt voortdurend in de keuken, maar eigenlijk doet u precies hetzelfde in het operatheater!'

Ze legde de schuld overigens vooral bij het publiek, dat voor, tijdens en na operavoorstellingen veel en slecht zou eten.
'Hoe kan je van operazangers verwachten dat ze slank blijven terwijl hun publiek voortdurend eet? Men eet uitgebreide maaltijden voorafgaand aan het bezoek aan een voorstelling, er is patisserie in de pauzes en een stevig glas na afloop. Ik was onlangs in Nederland. Daar drinkt men in de pauze grote hoeveelheden koffie, met flink wat suiker. Er worden candybars verkocht in de pauze en men dient te beseffen dat ook pepermunt vol calorieën zit'.

Niet de zangers zijn het probleem, het is het publiek dat de eetcultuur rond opera in stand houdt, zo luidt de analyse van Giovannesta Bartolo. Voor het Engelse operapubliek heeft ze een ‘survey’ opgesteld, zodat in kaart kan worden gebracht hoe het zit met de eetzucht van operabezoekers. Ze eist op basis daarvan actie van de National Health Service.

Het bericht vermeldde dat speciaal voor de lezers van Place de l’Opera de ‘Fat singers survey’ naar het Nederlands vertaald was, zodat ook zij kunnen meten of ze ongewenst eetgedrag vertonen dat het probleem van te dikke zangers in stand houdt.
Het complete verhaal over dokter Bartolo staat hier
Place de l'Opera
Er werd door een aantal lezers gereageerd en twintig mensen klikten de survey aan en gaven antwoord op de vragen naar hun eetgewoonten. Een paar dagen later publiceerde Place de l'Opera de uitkomsten van het onderzoek.

Conclusie: veel lezers hebben een gezond eetpatroon. Een meerderheid van 58 procent gaf aan slechts een lichte maaltijd voor een opera-uitvoering te eten. En maar liefst 72 procent toonde zich zeer wilskrachtig door nooit in de verleiding te komen door de gebakjes van Holtkamp in de foyer van De Nederlandse Opera. 

Opvallend genoeg krijgen maar weinig lezers honger bij het beluisteren van Maria Callas of dorst bij de stem van Juan Diego Flórez. Maar gelukkig controleert bijna driekwart van de lezers wel altijd de datum als een bericht de dag na 31 maart verschijnt…

De 'Fat singers survey' staat hier.

Net voor het verschijnen van het tweede artikel werd op Radio 4 het programma Podium uitgezonden. Dat bracht het bericht over dokter Giovannesta Bartolo ook. Maar....hadden ze nou door dat het niet helemaal serieus was? Oordeel zelf bij een korte montage van het programma van dinsdag 3 april.



zondag 1 april 2012

'In manus tuas...'

Het podium hoeft niet altijd vol te staan met dikbetaalde en hoogopgeleide musici om een mooie avond te hebben in een muziekzaal of een theater. Dat bleek weer eens bij de uitvoering van het Utrechts koor Decibelle, waar ik gisteravond was. Een concert in paasstemming, maar zonder de te voorspellen muziek van Bach, Händel of een andere bekende passie-schrijver. Bach klonk wel, maar de zang was uitsluitend instrumentaal. De Sonate in g en de Partita nr 2 van Bach werden door violiste Quirine van Hoek tussen de koorstukken door gespeeld.


Componisten die mij niet bekend voorkwamen, zoals Anerio, Lotti en Homilius, bepaalden de toon in het eerste deel van het concert. De talen waren Duits en Latijn, het geluid complex, zoals in de meerstemmige compositie 'Crucifixus á 8' van Antonio Lotti, die vanaf 1689 organist en zanger was in de San Marco in Venetië.

'Ad sextam autem horam' was een modern lied van Lenneke Oudkerk, dat ze componeerde op tekst uit het Mattheus-evangelie. Ze had de spanning in dat moment uit het lijdensverhaal op magnifieke wijze vertaald naar muziek in een lied dat voor mij langer had mogen duren. Lenneke Oudkerk was bij het concert aanwezig en deelde in het slotapplaus.

De grootste compositie van het concert was 'Les sept paroles du Christ sur la croix' van Charles Gounod. Gounod's toonzetting van de 'Kruiswoorden' is op zijn minst beïnvloedt door zijn studie van het werk van Palestrina, tijdens een verblijf van drie jaar in Italië.

Het werk kreeg een vlekkeloze uitvoering, die in de Utrechtse Geertekerk een bijna ideaal akoestisch decor had. Na de voorlaatste woorden, 'het is volbracht' was er niet, zoals bij Frans Bruggen afgelopen donderdag in de Doelen, een stilte, maar wisselden de zangers even van plaats voor het slotdeel, dat een andere muzikale setting vroeg.

Het Paas-concert van Decibelle was een mooie, zeer eigen benadering van de passie-tijd en de muziek die daarin past. Voor de uitvoering en die originele aanpak verdienen koor en dirigent Marc Hoogsteden groot respect.

zaterdag 31 maart 2012

Johannes-Passion in de Doelen

De Grote Zaal van de Doelen is groot. Té groot voor vrijwel elk muzikaal evenement, als het om het aantal verkochte kaarten gaat. Een uitverkocht huis, dat komt minder vaak voor dan vroeger, zo lijkt het. Zelfs grote dirigenten als Gergiev en Zubin Mehta, die hier afgelopen seizoen stonden, verkopen niet meer altijd uit. Yannick-Nézet Séguin lukt het soms wel, gelukkig.

Je kunt ook zeggen dat de zaal aardig bezet was, afgelopen donderdag, toen het Orkest van de Achttiende Eeuw onder leiding van Frans Brüggen (1934) op het podium van de Doelen zat. Met een overweldigend aanbod aan passies van Bach, en van andere componisten, mag je als musicus al blij zijn met een redelijke kaartverkoop in de tijd voor Pasen.

Brüggen was dit seizoen veel te horen in Rotterdam. Hij bracht met zijn orkest een goed ontvangen Beethoven-cyclus, waarvan de opname van alle symfonieën binnenkort verschijnt, een half-concertante Entführung van Mozart en nu de Johannes-Passion van Bach. Met dat werk zijn orkest en solisten ook op toernee. Het ensemble was al in Zwitserland en Italie en gaat na Rotterdam nog naar Parijs, enkele Nederlandse steden en Innsbruck.

De grote Doelenzaal was voor koor, orkest en solisten wat groot, maar dan gaat het over de klank en niet over de tickets. Vooral bij de eerste aria van altus Michael Chance was er een probleem met de klank. Hoewel hij voor het orkest stond, droeg zijn stem niet ver genoeg. Dat ging na de pauze overigens beter. Het openingskoor had toen al geklonken, waarbij Bruggen - en koordirigent Daniel Reuss tijdens de repetities- koos voor een heel organisch geluid. Dat was ook bij het slotkoor het geval. De koorklank en die van het orkest smolten samen in een geheel dat daarmee niet spectaculair was -sommige dirigenten laten het koor flink uitpakken - maar wel mooi.
Persfoto Anders Dahlin
Een jonge evangelist, Anders Dahlin (1975), had een heldere en kleurrijke tenor en vormde muzikaal een aangename rode draad. Ook Thomas Oliemans zong een fraaie Christus-partij. Aan de uithaaltjes die Marcel Beekman zijn partij meegaf moest ik even wennen. Bas/bariton André Morsch had het in een van zijn aria's niet zo getroffen met de continuo-begeleiding. Die dreigde te ontsporen en dan kan Bach - zelfs in de handen van zulke ervaren musici-  een tikje lelijk en moeizaam klinken.

Het was, met een hele club collega's en andere bekenden, een aangename avond. De muziek was mooi geschreven, netjes uitgevoerd maar kreeg niet altijd de artistieke hoogglans die Bach eigenlijk wel verdient.



donderdag 29 maart 2012

Het Grote Interview Gala 2012

Ivo Niehe was er niet. En Mart Smeets liet verstek gaan wegens ziekte. Een enkeling had een goed excuus want moest werken (Matthijs, Jeroen, Paul) maar verder was vrijwel iedereen er in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Wie in Nederland af en toe een microfoon voor het hoofd van een ander houdt, of de pen hanteert om de antwoorden op te schrijven, kortom, wie wel eens interviewt, kon in Amsterdam gevoelsgenoten treffen. De liefde voor het metier van het interviewen werd bij de opening van dit tweede Gala ondubbelzinnig beleden door organisator Frénk van der Linden. Het zelfgekozen openingsliedje was 'Dedicated to the one I love', en daarna vertelde Frénk van der Linden hoe leuk het was en met hoeveel liefde hij het deed: interviewen. Thema van dit tweede gala was: het droominterview.

Vragen aan Adriaan van Dis
Veel geinterviewd maar vooral ook beroemd als de man die de literaire wereld aan zijn tafel kreeg, Adriaan van Dis, was de hoofdgast in het eerste deel. Hij vertelde over zijn ervaringen - en soms het gebrek daaraan- bij de tv-interviews met schrijvers. Over de onhandelbare W.F. Hermans en over het belang een boek zelf goed gelezen te hebben. Het boek dat de aanleiding vormt voor een interview moet op tafel liggen. Maar dat de lezer - getuige de bladwijzer- overduidelijk bleef steken bij pagina 30 is geen prettig detail voor de geïnterviewde schrijver.

Via de telefoon - op een bandje- stelden bekende interviewers vragen aan van Dis. Matthijs van Nieuwkerk wilde weten of het nog wat geworden was met Annie Cohen-Solal, met wie Adriaan van Dis ooit een zwoelig gesprek had. In de vraag kwam het woord 'ledikant' voor. 'Dat niet', kon van Dis melden, 'maar ik heb vorige week nog met haar gegeten'.

Experimenteel en meer nieuw dan leuk was het onderdeel met Giel Beelen, die vanachter een dj-tafel door de zaal via Twitter geïnterviewd werd.

Gast in een talkshow
Moeder en zoon Groenteman (Hanneke en Gijs) hadden pas eenmaal eerder samen op een podium gestaan. Ze knokten af en toe om ruimte bij elkaar maar voerden een snel, soms licht-hilarisch gesprek over de ervaringen van het geïnterviewd worden met drie talkshow-regulars, Rob Oudkerk, Paulien Cornelisse en Peter Plasman. Het ging over begrepen worden, gegeneerd zijn, de zegeningen van radio- en tv-interviews ten opzichte van geschreven verhalen ('het gesprek is soms lang en saai en het resultaat valt meestal tegen'). Het motief voor ja-zeggen tegen de uitnodiging in een praatprogramma te komen? Iets te verkopen hebben, of 'mediageilheid'. Plasman wilde wel graag eerlijk zijn.

Minimasterclass
Bij binnenkomst had ik me aangemeld voor een 'blind date'. Er was een hele lijst mensen beschikbaar waar je - als was het tafeltjesavond op school- tien minuten mee kon praten. Het aanbod was zo imposant en het idee was zo onwerkelijk dat ik even moest bedenken of ik me zou aanmelden en voor wie. Je kon kiezen uit namen als Antoinette Hertsenberg, Jeroen van Inkel, Magriet van der Linden of Peter van der Vorst, just to mention a few.

Ik had voor de avond in mijn achterhoofd vragen over het minst glamourous van de vele vormen, het geschreven interview. Gijs Groenteman maakt die, voor onder andere de VARAgids. Er was nog ruimte in het grote planningsschema bij de ingang en toen had ik ineens een date, over een dik uur, met de schrijver/journalist/tv-maker.
VARAgids week 13 - 2012


Uit mijn mini-privé-masterclassje leerde ik dat goed voorbereiden moet, maar een lijstje met vragen daarna liever niet op tafel ligt. Dat Groenteman nog niet denkt aan de uiteindelijke vorm van het verhaal tijdens het gesprek. Dat een op het oog en oor saai gesprek met een verveelde zangeres na het uitwerken toch nog heel leuk bleek te zijn in geschreven vorm. Geinterviewden hebben weinig tijd, neem niet meer dan nodig is en laat echt merken dat je geïnteresseerd bent.
Still AT5
Attent zijn, prima, maar mijn fantasie over enorm leuke en toepasselijke locaties zodat het thema dat ik in mijn hoofd had voor het gesprek nog beter tot zijn recht komt: niet doen. Mensen kiezen graag zelf een locatie, dan is de aanslag op hun agenda minder.

Voorbereiding
In een forumgesprek tussen Pieter Jan Hagens (Gesprek met de minister-president, Buitenhof), Pieter Webeling (o.a. Nieuwe Revu en Volkskrant) en Leonie van Oudenhoven (researcher en samensteller van programma's als Barend en Witteman en 30 Hoog) ging het over de voorbereiding en research voor een interview. Voorbereiding kan weken kosten voor een gast, met goede voorbereiding graaf je dieper en na slecht huiswerk kan je genadeloos door de mand vallen als interviewer. Pieter Webeling gaf voorbeelden van interviews die dieper gingen omdat er 'om de gast heen' was gebeld en er zo dingen op tafel kwamen die je niet uit de knipselmap haalt.
Still uit Pauw & Witteman
Aan het eind van de avond kregen Herman Meijer en twee redacteuren van Pauw & Witteman de 'Luis', de nationale persprijs voor het beste interview. Het gesprek met Mauro en  Henk Bleeker werd bekroond. Daarna was er La Grande Parade waarin Ad Fransen heel vaak het woord 'neuken' gebruikte, Danielle Pinedo minutieus verslag deed van een klus voor de NRC en Klaas Drupsteen aandoenlijk en met veel gevoel zijn liefde voor het interview beleed.

Omgeven door makers, geïnterviewden en andere betrokkenen snapte ik na Het Grote Interview Gala die liefde weer een stuk beter.





zondag 25 maart 2012

Mathilde Santing 30 jaar in de muziek


Er was een moment dat Mathilde Santing vanuit het niets werd gelanceerd. Kort daarvoor had ze in een muziekwinkel een modern kastje gekocht. Daarmee kon ze zichzelf begeleiden. Het ding is te horen op die eerste mini-lp die letterlijk iedereen in de kast leek te hebben. De plaat verscheen in april 1982. Kort daarvoor was er het inmiddels legendarische tv-debuut bij Sonja Barend.

Dertig jaar later maakt Santing de 'Given' tour door Nederland. Op zondagmiddag zat de muziekzaal van LantarenVenster helemaal vol. Het werd een middag met een lauwe zaal, een zangeres die haar verbindende teksten nog niet helemaal zo op orde had dat ze de lach kon timen. Maar het was ook een middag bomvol prachtige liedjes, gezongen door een vocaliste die vertelde het zingen na dertig jaar eigenlijk pas echt leuk te vinden.


Zingen is een ambacht en er is niemand in Nederland die dat in het popgenre beter laat zien dan Mathilde Santing.
De Nederlandse teksten van Frank Boeijen doen het goed in het repertoire van Santing. Het nummer 'Vaderland' was mooi, héél erg mooi.





zaterdag 24 maart 2012

Berlioz viel mee

Het boek dat op mijn middelbare school werd gebruikt bij het muziekonderwijs was 'Muziek spelen, luisteren, zingen' van Magda Evertse. Ik herinner me veel aandacht voor programma-muziek, stukken met een ingebouwd verhaaltje, zoals de 'Danse Macabre' van Saint-Saëns.

De Franse componist Hector Berlioz kwam ook in het boek voor. Hij werd afgebeeld op een cartoon, waarin hij omgeven was door toeters, strijkers, en slagwerkers. Je kon zien dat het een teringherrie moest zijn. Ik vond op een site die helemaal gewijd is aan cartoons over Berlioz een tekening die wel wat lijkt op wat ik me herinner uit het schoolboek.


Door die cartoon was ik bij voorbaat niet erg gecharmeerd van de muziek van Berlioz. Gek genoeg associeer ik de maker van onder andere de Symphonie Fantastique nog altijd met lawaai. Ten onrechte, natuurlijk.

Gisteravond was ik in Utrecht, bij de 'Vrijdag van Vredenburg'. De symfonie voor orkest en koor 'Roméo et Juliette' werd uitgevoerd door het Radio Philharmonisch Orkest en als solist onder andere Thomas Oliemans. Diens optreden maakte de meeste indruk.

Het was een avond van subtiele effecten, pizzicati door de strijkers en verhalende muziek. Het verhaal van Romeo en Julia zit niet in de vocale stukken (begin en einde) maar in de vijf symfonische delen. Het licht in Vredenburg was sterk genoeg om mee te kunnen lezen, zodat je goed kon volgen wat er in de muziek qua verhaal gebeurde. Dat was wel nodig, zo veelzeggend is orkestmuziek meestal niet.

De recensie van de avond staat op Place de l'Opera.

zondag 18 maart 2012

Schuld, boete, misdaad en straf in de Eendrachtstraat


De titel waaronder ik de roman van Dostojevski uit 1866 ken, is 'Schuld en Boete', maar dat is de oude vertaling, uit de tijd dat Russische romans vanuit het Duits in het Nederlands vertaald werden. Nu het direct Russisch - Nederlands is, heet het boek 'Misdaad en Straf'. In mijn ogen is het niet hetzelfde, maar er is door de vertalers vast over nagedacht.
Voor wie de naam Dostojevski op de juiste wijze wil uitspreken, is er Wikipedia, dat de uitspraak als geluidsbestandje levert.
'Misdaad en Straf', niet gelezen, natuurlijk, naast heel, heel veel andere klassiekers die ik graag op mijn boekenlijst had willen hebben. Op die lijst is de Russische bibliotheek zeer matig vertegenwoordigd.

Had ik maar verstandig moeten zijn, vroeger, en niet zoveel tijd besteden aan andere dingen dan lezen. Zoals die keer, ergens in 1973 ongeveer, dat ik op een vrijdagavond naar Dexter Gordon luisterde, die met zijn kwartet in het Rotterdamse jongerencentrum Exit optrad. De Amerikaanse saxofonist, toen veel gehoord in Nederland, is een inmiddels al lang niet meer levende jazzlegende.

In het gebouw waar Exit toen zat, in de Eendrachtstraat in Rotterdam, was ik sinds die tijd niet meer geweest. Dat is toch zo'n 39 jaar. Het 'open jongerencentrum' - je mocht in die tijd ook sentrum schrijven- is al lang geleden verhuisd en recent failliet gegaan. Sinds een paar jaar zit Bonheur er. Het toneelbedrijf maakte al veel producties en scoort nu met een bewerking van het boek van Dostojevski door Peter Sonneveld.

Sonneveld maakte van het boek een kleine bewerking, voor drie acteurs. Een grote rol voor Joost Dekker als Raskolnikov, de student die in het boek de moorden pleegt. Twee andere rollen zijn er voor de jonge vrouw Sonja (Sarah Jonker) en de politierechter (Ruurt de Maesschalck).
Ik vond het een prachtige voorstelling, meeslepend gespeeld en erg mooi vormgegeven.Hoofdrolspeler Joost Dekker zegt op het blog van Bonheur dit over het spelen van de rol van Raskolnikov:

Er wordt over het spelen van een rol vaak gezegd dat een acteur ‘in de huid kruipt’ van zijn personage, dat hij zich ‘inleeft’. Ik heb me nooit kunnen vinden in die verwoordingen; ik zou eerder zeggen dat ik me de rol ‘indenk’ – dat wil zeggen, dat ik probeer mezelf datgene te laten denken, waarvan ik meen dat mijn personage het in zijn situatie denken zou. Deze gedachten zijn de kern van het personage, mijn fysieke expressie wordt erdoor gestuurd.

vrijdag 16 maart 2012

Deidamia als echte theaterproductie

De vorige productie die David Alden voor De Nederlandse Opera maakte was 'Ercole Amante'. Ik kocht er een paar jaar geleden een last minute-kaartje voor. Niet na lovende recensies over de zang of het orkest, maar na een beeldend verhaal in de Volkskrant over het aandeel van de eigen decorafdeling van DNO. De verwachtingen werden toen meer dan waargemaakt, met verrukkelijk theaterspektakel vol kleur, effecten en grappen.
Alden nam het vrijwel identieke team aan medewerkers mee voor het nieuwe project, 'Deidamia', de onbekende, laatste opera die Handel in Londen schreef.
Foto DNO/Ruth Walz - Deidamia

Het liep af en toe langs het randje van camp en een enkele grap was zelfs wat plat, maar ik vond het weer net zo goed als 'Ercole Amante'. Echt, bruisend en levendig theater. Zang, orkest en de kleine ensemble-stukjes waren op hoog niveau.
Mijn complete recensie staat op Place de l'Opera.

maandag 5 maart 2012

Avondje klassiek lied met Anne (en Bastiaan)

Het is nog maar een kwestie van tijd. Wat ik lang als über-tuttig en saai beschouwde, begint me steeds beter te bevallen. De liedkunst in de klassieke muziek, heel soms met een orkest maar vaker met alleen een piano, heeft kanten die een avondje luisteren interessant maken.
Het optreden van Anne Schwanewilms in het Muziekgebouw aan het IJ op zaterdagavond gaf aanleiding mijn mening te herzien.

Zoals opera altijd wel een associatie oproept met muscical, zo is een liederenavond wel te vergelijken met een tour-de-chant. Die aan het Franse chanson ontleende vorm, waarin een cabaret-achtige meneer of mevrouw een avond lang liedjes zingt met Betekenis en met soms zelfs een Boodschap, bestaat nog volop. Al lang niet meer zingt iemand een avond vol met door Ernst van Altena vertaalde Brel-chansons, er wordt op maat geschreven na lange gesprekken tussen vocalist en schrijver. Die vinden, als we de interviews mogen geloven, doorgaans plaats aan de keukentafel van een van beiden, waar de koffie al snel wordt ingeruild voor iets sterkers.

Legendarisch zijn de programma's die zangeressen als Adèle Bloemendaal, Jasperina de Jong en Jenny Arean in het land brachten. Er werd vooraf druk geschreven door mensen als Jan Boerstoel, Hans Dorrestijn of Willem Wilmink, die vaak met teksten kwamen die gebaseerd waren op de levens van interprètes.
Adele Bloemendaal
Het verval van de vleselijke woning, gezongen door Adèle, over het ouder worden, is een voorbeeld.

Want een mens woont in zijn lichaam
Maar hij heeft het maar te huur
En de grote stille huisbaas
Blijkt hardvochtig op den duur
(Tekst: Hans Dorrestijn)


In een tour-de-chant zat een rode draad en er werd goed nagedacht over de opbouw daarvan. Het moest om te lachen zijn en soms ontroeren. Ik herinner met een tussenzin in een verhaal van Adèle  waarmee ze een lied over haar prille jeugd inleidde. Ze vertelde over hoe ze als kleuter gefascineerd in volle onwetendheid naar de binnentrekkende Duitse soldaten keek aan het begin van de oorlog. 'Ik was de jongste moffenhoer van Nederland'.

Het klassieke lied lijkt geen verbindende teksten te verdragen, al wordt er merkbaar wel nagedacht over een opbouw, op basis van de sfeer en de muziek. Sommige componisten schreven cycli van liederen, zoals Schubert in de Winterreise, waarmee de volgorde meteen vastligt. Bij Mahler is het weer anders, het is aan de zanger(es) zelf om te bepalen hoe de vijf liederen van de Rückert-cyclus aan elkaar worden geregen. Al leiden tekst en sfeer van 'Ich bin der Welt abhanden gekommen'  wel tot de voor de hand liggende keuze met die spirituele tekst het blokje af te sluiten.


Ich bin gestorben dem Weltgetümmel,
Und ruh' in einem stillen Gebiet!
Ich leb' allein in meinem Himmel,
In meinem Lieben, in meinem Lied!

Het is ernstig verboden om bij een liederen-avond tussendoor te applaudisseren. Gebruikelijk is om dat per geprogrammeerd blokje te doen, dus je mag klappen na de 3 Schubert-liederen en dan weer als er vier van Hugo Wolf zijn geweest. Na elk blokje verlaten solist en begeleider het podium, om vrij snel weer terug te komen.

Bij de recital van gisteravond viel me op hoe geforceerd dat klap-taboe soms is. De zangeres werkt toe naar een climax, die pianist doet zijn best voor een dramatisch einde, en dan is er de applausreflex. Die wordt in de zaal gesmoord door, vooral dan de dames, kreetjes, hijgjes en kreuntjes.

Praten, iets uitleggen, inleiden of toelichten, het komt een enkele keer voor, maar een liederenavond van een grote ster voltrekt zich doorgaans in stilte op dat punt. Prettig voor de recensent is dat de eventuele toegift meestal wel wordt genoemd. Niets meer, niets minder. Geen zangeres of zanger bezondigt zich aan het dweperig melden dat het 'nice is to be in Amsterdam' of andere ontboezemingen.
Anne Schwanewilms
De Duitse sopraan Anne Schwanewilms hield zich keurig aan de code. Al keek ze soms minder diva-achtig dan je van iemand met haar staat van dienst mag verwachten. Sterker nog, na drie stappen op het podium veroorloofde ze zich een schouderophaaltje dat een neiging tot relativering aangaf. Het was een beweging die je Mies Bouwman nog al eens zag doen, om haar koninginnenstatus te relativeren. De sopraan kan bogen op een koninginnestatus, zeker waar het gaat om de opera's van Strauss en Wagner.

Het verslag van het optreden van Anne Schwanewilms en voorprogramma-zanger Bastiaan Witsenburg staat op Place de l'Opera.