woensdag 14 juli 2010

North Sea Jazz Festival 2010: dag 3

'Don't you worry 'bout a thing', met dat nummer zou dit North Sea Jazz worden afgesloten, ergens ruim na 1 uur 's nachts. Maar voor die tijd zouden we nog heel wat zorgen hebben. Allemaal wel van het vrij luchtige soort, al schijnt voor veel mensen de finale van de WK, die deze dag op het programma stond, tot een zeer Hoog soort Zorgen te behoren.
We begonnen in de ruime, altijd wat kale hal die tijdens het festival 'Nile' heet. Het was buiten zonnig en warm, en binnen probeerde Katie Melua ons te boeien met haar wat nieuwe geluid, met dank aan producer William Orbitt. Ik had heus wel even geduld maar het wou niet binnenkomen. Na een paar liedjes had ik het al gezien. [Pic: (C)ois]
Het echtpaar Costello-Krall deed samen het festival aan. Meneer Costello deed 'the four o'clock shift', zoals mevrouw Krall het enigzins jaloers noemde, toen zij tijdens Nederland - Spanje moest optreden. Costello bracht zijn Sugarcanes mee, en speelde in de stijl die we ook van zijn meest recente cd kennen, blue-grass, country, zeg maar 'americana', zoals dat heet. Zouden ze het in de VS ook zo noemen?
Hier en daar een klassieker, soms een deuntje, en als afsluiter een dramatische, gedragen versie van 'I want you'. [Pic: (C)ois]
Echt klachten over de warmte had ik niet tijdens dit warme festival, ik vrees dat de musici het wat dat betreft veel zwaarder hadden. Maar in de zaal 'Darling' kon je tegen de hitte leunen, zo tegen 17 u 's middags. En er was niet eens muziek. Er was gepraat, veel gepraat. Maar wel tegen en door een van de allergrootste mannen uit de moderne muziek: Quincy Jones. Hij kreeg de Paul Acket Award, een soort lifetime achievement-prijs, voor zijn werk in de muziek. Er zou heel veel muziek niet geweest zijn zonder Quincy, en de kans is groot dat we zelfs nooit meer wat van Michael Jackson na de Jackson Five hadden gehoord zonder het werk van Jones. Zijn productie van het nummer 'We are the world' droeg bij aan het financieel resultaat van 90 miljoen dollar voor Africa. [Pic: (C)ois]
Alle reden voor een lovende speech, gevolgd door een uitgebreid dankwoord van de laureaat. Hij had zijn best gedaan zijn relatie met Nederland nog eens op een rij te zetten, en zo hoorden we dat hij voor allerlei management-trainingen van Philips in begin jaren '60 geregeld in Eindhoven en zelfs Baarn kwam.
Zijn verhaal over zijn jeugd, waarin hij voorbestemd leek om lid van een streetgang te worden, deed hij on-sentimenteel maar wel indringend.
Mooi om de muziek-legende zo dichtbij te zien en te horen praten.

We doken nog even de Hudsonzaal in. Die was vol, maar zoals dat wel vaker gaat bij wat modernere elementen in de programmering, was het verloop in het publiek groot en zaten we snel redelijk vooraan. Een van de concerten die 'artist in residence' Ornette Coleman gaf was opmerkelijk aangevuld met de 'Master Musicians of Jajouka'. Dat is een gezelschap dat voortkomt uit het Marokkaanse Rifgebergte en een traditie kent van meer dan 1300 jaar. Dichter William S. Burroughs noemde het ooit “a 4000 year old rockband". De heren hebben een hele historie en speelden o.a. op de lp 'Steel Wheels' van de Stones. Met Coleman traden ze al eerder op.
[Pic: (C)ois]
Ze speelden knetterhard en over die muziek impoviseerde Ornette Coleman met altsax en viool. Het was ffkes wennen, maar wel interessant. Gitarist James 'Blood' Ulmer was ook te gast in deze set.

We misten weer van alles op deze derde dag, ik had de historische blunder begaan om niet te reserveren voor het plus-concert van Sonny Rollins. Dat bleek geweldig te zijn, hoorde ik van mensen die er bij waren. Het geluid van Rollins heeft me nooit zo aangesproken, al is alleen die gedachte al van een grenzeloze blasfemie.
Mcoy Tyner met Joe Lovano, ook gemist, en zelfs Ricky Lee Jones lieten ik en mijn gezelschap (die ik ervan verdenk jarenlang vrijwel niks anders dan Ricky Lee Jones gedraaid te hebben) aan zich voorbijgaan, voor onze wegen zich scheidden, vanwege een voetbalwedstrijd die opmerkelijk veel aandacht kreeg, zelfs op North Sea Jazz.

Ik verwachtte parallel aan die wedstrijd een vrijwel lege zaal voor het plus-concert van Diana Krall, met haar trio. Er stond echter een enorme rij voor de Amazon, de kassa was uitverkocht en in plaats van een handel in kaarten van mensen die ze kwijt wilden, ging de prijs omhoog op het zwarte marktje dat naast de rij ontstond. Ik vond 30 euro, de officiele prijs, echt te hoog, zo'n grote fan ben ik niet van Ms Krall. Met wat manipuleren en ritselen had ik op het laatste moment nog een ticket, 20 euro en dan wel tweede rij.
Er hing vooral spanning bij de mensen van de organisatie, de zangeres is niet de makkelijkste en storende fotgrafen en andere zaken kunnen snel de toorn van de zangeres opwekken. Het was van een bijna hilarische malligheid dat uitgerekend de diva met de kleine stem en de grote piano met haar begeleiders in knal-oranje KNVB-shirts opkwamen. [Pic: (C)ois]
Van haar podiumperformance en haar killige stijl van communiceren met het publiek werd ik niet heel blij, maar spelen kan ze. Haar pianospel is grenzeloos subtiel, ze lijkt al spelend te zoeken naar de allermooiste akkoorden en die vindt ze moeiteloos. Het grote orkest van arrangeur Claus Ogerman, met dat hemelbed van strijkers onder de stem van Krall, miste je eigenlijk niet. En die stem, hij is niet groot, maar ze weet wel heel goed wat ze ermee kan doen. [Pic: (C)ois]
Het is een gigantisch contrast met wat DeeDee Bridgewater een dag eerder liet zien aan energie, soul en drukte. Dit is kamerjazz, maar wel erg goed gedaan. [Pic: (C)ois]
De spanning in Zuid-Afrika liep op, maar ik deed nog even een verbijsterende duik in een van de kleinste zalen van het festival. Daar stond een van de grootste musici uit de jazz, bassist Ron Carter, met een trio. Carter heeft naar schatting op niet minder dan 2500 albums meegespeeld, en is de levende norm van vrijwel elke contrabassist. [Pic: (C)ois]
Het trio dat in de doodstille zaal stond te spelen, met o.a. gitarist Russel Malone, deed dingen die zoooo subtiel waren en zo spannend dat je bijna niet durfde te bewegen. Ik kon er maar een kwartier van meeluisteren maar het maakte diepe indruk.
En toen....was er een voetbaldroom die uiteen spatte, heel veel drukte in de zalen van North Sea, een meer dan overvolle Nile, file in de gangen erheen, en eindigde ik voor een videoscherm. Niet voor voetbal, maar voor de supergast van dit festival: Stevie Wonder. Vitaal, druk, heftig, leuk, een beetje troostend en vooral: fantastisch. [Pic: (C)ois]
Wonder deed wat je hoopte, speelde veel van zijn successen, dolde een beetje en maakte veel muziek met zijn band. Een mondharmonicaversie van 'Take Five' die gierend uit de bocht ging, maar ook heel veel stukken uit zijn repertoire die je ontroeren, doen dansen of die je blij maken.
'Don't you worry 'bout a thing'...

dinsdag 13 juli 2010

North Sea Jazz Festival 2010: dag 2

Gisteren, op dag 1 bestond het schema vooral uit complete concerten, met hier en daar een korte duik in een zaal waar ik even wilde horen wat er was. Dat beviel me wel. De start van dag 2 bracht een concert in de 'Hudson', de zaal waar de wat grotere jazz-acts spelen.
Bob Brookmeyer (80), geregeld en eigenlijk zelfs vaak in Nederland, waar hij begin jaren '80 ook woonde, gewoon hier in Rotterdam. Hij speelt trombone, deed dat op platen en concerten met o.a. Gery Mulligan en Stan Getz. Was ook altijd actief als componist en arrangeur, o.a. voor de Thad Jones/Mel Lewis Orchestra, dat hier vorig jaar speelde onder de nieuwe naam The Vanguard Jazz Orchestra. Formeerde in Europa zijn eigen New Art Orchestra met musici uit Duitsland, Belgie en Nederland.
Ik hou er wel van, dit soort big band, met ingewikkelde arrangementen en verrassende klankkleuren.[Pic (C)ois]
Brookmeyer dirigeert zittend, draait zich af en toe half naar het publiek om harde, New Yorkse grappen te maken en zijn solisten voor te stellen. Duitser Paul Heller soleerde stevig op tenorsax.[Pic (C)ois]
Trompettist Ruud Breuls kwam vaak aan de beurt en pianist Kris Goessens was zeer aanwezig. Hij speelde buitengewoon mooie soli in het stuk 'Elegy'. Brookmeyer schreef het stuk voor de stervende Earle Brown, een collega-componist en goede vriend van Brookmeyer. Kippenvel. Na wat zoeken vond ik de cd 'Get well soon', waarop het stuk ook staat, met dezelfde pianist, op de cd-markt die altijd op Central Square te vinden is op het festival.

Dee Dee en Billie
Tegen de gewoonte in liepen er wat dingen uit, dus het wachten op het concert door Dee Dee Bridgewater duurde wel even. We konden zien hoe de tourmanager het tafeltje voor de zangeres prepareerde. Draperie over de kruk, klokje, waaier, een beker thee en een sjieke karaf water (zodat the Talent niet uit zo'n suf waterflesje hoefde te drinken).
Het concert begon en het was meteen feest, Bridgewater danste, zong en swingde het podium op, flirtte met de zaal en haar musici en kondigde aan dat het thema Billy Holiday was, net als op haar meest recente cd, 'To show to you that she was more than just a victim of life'.
[Pic (C)ois]
Dee Dee fladderde en kirde over het podium, en stond wat lang in de flirtmodus. Beetje té allemaal. Pas toen ze een immense versie van 'A foggy day' deed, ging ze over op zingen en swingen en wat minder op behagen. En daar hoorden we de zangeres die moeiteloos de groten van vóór haar, Ella, Sarah, Carmen, voor een moment kon doen vergeten. Haar secondanten, blazers James Carter en Craig Handy, vulden de ruimte die ze kregen met stoere soli. Beide heren keurig in pak met das, ondanks de hitte. [Pic (C)ois]
Bridgewater werd geboren in Memphis, Tennesee in 1950 en heeft allerlei kanten van de jazz en wereldmuziek onderzocht. Ze maakte een hommage-plaat over Horace Silver, voor wie haar eerste echtgenoot Cecil Bridgewater speelde, een cd met muziek van Ella, samen met Malinese musici de plaat Red Earth en onlangs 'Eleanora Fagan (1915-1959): To Billie with love from Dee Dee'.

De nieuwe generatie
Helemaal nieuw is hij niet, 'new kid in town' Christian Scott. Hij stond al eerder op North Sea Jazz, en speelde afgelopen jaar ook al eens in het BIM-huis in Amsterdam. Maar als winnaar van de Paul Acket Award 2010 ‘Artist Deserving Wider Recognition’ stond hij deze keer wat meer in de belangstelling.
Ik hoorde hem op vrijdag al met het Metropole, en op zaterdag gaf Scott met zijn eigen band een concert in de Yukon. Het extreme weer, donder en bliksem, dreigde even de boel te saboteren. Er was sprake van het afsluiten van alle buiten(tent)podia, maar net voor het zover kwam bereikte ik, rennend en doorweekt de Yukon. Een sfeer van verwachting, veel mensen, veel fotografen en een band die heel uitgebreid de tijd nam voor soundchecken. [Pic (C)ois]
Met een wat moeizaam praatje van de festival-organisatie kreeg Scott de trofee overhandigd die hoorde bij zijn prijs en toen ging het los. Scott, afkomstig uit New Orleans doet precies waar hij zin in heeft. Lijkt het op Miles? so be it, is het pop? no prob, zijn er hiphop-invloeden? cool.
[Pic (C)ois]
Recht voor de speakers stond ik, eerste rij, en -wat me niet vaak gebeurt- ik vergat de tijd en de omgeving en ging op in de energieke, spannende, harde en soms fluwelen muziek van Christian Scott en band. Musici die hij om zich heen verzamelde en met wie hij al lang samenwerkt. [Pic (C)ois]
Scott is 27, maakte al enkele solo-albums, waarvan het laatste, 'Yesterday you said tomorrow', heel vaak in mijn cd-speler zit. Die plaat werd vorig jaar opgenomen in de studio van recording-legend Rudy van Gelder die mee-produceerde.
Jazzmusici hebben eigen jargon, altijd al, en als je tegenwoordig vindt dat iemand goed is, dan noem je hem 'bad'. Nou, Christian Scott is 'more than bad'. Hieronder wat eigen opnamen van het concert.


Nog eens: Brazilie
Na het nogal teleurstellende optreden van Caetano Veloso wilde ik nog ik wel een stukje horen van het concert van Gilberto Gil. Vanuit de Yukon, door de regen naar de grote Maas-zaal, waar meneer de minister speelde. Gil was 6 jaar lang minister van Cultuur in Brazilie. Hij is, met Veloso, een van de leidende krachten van de nieuwe muziek in Brazilie, het 'Tropicalismo'. Gil zegt altijd dat de muziek voor zijn leven is en de politiek voor een periode.
Het swingde behoorlijk in de Maas-zaal, het klonk samba-achtig en het was leuk genoeg om even bij te blijven hangen.[Pic:(C)ois]
Hoewel ik graag wilde weten of organist Joey DeFrancesco er nog steeds, net als bij zijn eerste keer op NSJ, uitzag als Lee Towers, haalde ik de Hudson niet meer. Het was tijd om naar huis te gaan.

maandag 12 juli 2010

North Sea Jazz Festival 2010: dag 1

Vrijdagmiddag op de fiets, 10 minuten naar Ahoy. Beetje gespannen verwachting. Zoals altijd vooraf wat zitten staren op het klassieke blokkenschema van zalen en optredens in de hoop dat er een soort rode draad zou ontstaan. Uiteindelijk wist ik een paar dingen die ik persé wilde zien en zou het ook weer een beetje van het toeval afhangen.

Het 35e North Sea Jazz Festival, de 5e keer, daarmee het eerste lustrum in Rotterdam. Je zou het Newport Jazz Festival dat in de jaren '70 jaarlijks Rotterdam aandeed een verre voorloper kunnen noemen.
De afgelopen week vond ik in de berging mijn 'jazz-archief'. Een doos vol bladen, knipsels en tickets van concerten uit het begin van de jaren '70 toen ik fanatiek van de jazz was. Nog altijd fan, maar er kwam zoveel meer bij door de jaren heen.
De 1971-versie van het New Port Jazz Festival in de Doelen kostte voor alle 5 concerten 30 gulden. Dan zat je achter het podium, bij het orgel. Meestal sneakten we wel naar voren, als er plaats was.
Hoogtepunten dat jaar waren de band van Duke Ellington, de Giants of Jazz en het kwartet van Ornette Coleman, met o.a. Dewey Redman en Charlie Haden. Na afloop, die in de nacht, stonden we bij de artiestenuitgang om een beetje verlegen handtekeningen te scoren. En ze staan er nog, op mijn programma: de krabbels van Dizzy Gillespie, Sonny Stitt en Thelonious Monk.
Allways a friend, dat schreef Ornette Coleman bij mijn naam boven zijn handtekening. Tenorist Dewey Redman tekende ook.


This is our music now
Het programma ging mee naar North Sea dit jaar, in de stille hoop dat ik de 'artist in residence' Ornette opnieuw zou kunnen spreken. Coleman is net 80 geworden maar reist nog rond en speelde dit weekend een aantal keren in verschillende formaties.
Zijn optreden op vrijdagavond was met een kleine bezetting, drummer Denardo Coleman, zijn zoon, bassist Tony Falanga en basgitarist Al Mac Dowell. Bijzonder waren zijn speciale gasten, bassist Charlie Haden, die er in 1971 in de Doelen ook bij was en Joshua Redman. Dat is de zoon van Dewey Redman, de saxofonist die jarenlang met Ornette werkte en in 2006 overleed. Het thema is: 'This is our music now'.
[Pic: (C)ois]
De oude meester is wat in zichzelf gekeerd als hij optreedt. Hij zit, speelt, gaat af en toe over van altsax naar trompet, en soms viool.
Josua Redman speelt veel 'experimenteler' dan we van zijn platen kennen. Interessant hoe de oude meester de jonge musicus tot de randen van zijn kunnen brengt.
[Pic: (C)ois]
De muziek is een soort van vrij, maar wordt na een tijdje altijd weer jazz. Coleman wordt wel als de wegbereider beschouwt van de 'free jazz', met gedenkwaardige albums als 'The Shape Of Jazz To Come' en 'Change of the Century' rond 1960.
Het is een mooi om de grote vernieuwer hier weer aan het werk te zien.
Helemaal spannend wordt het als Tony Falanga op zijn contrabas een kraakhelder begin speelt van een van de cello-sonates van Bach. Die muziek gaat over in compleze thema's en improvisaties. Coleman, in zijn merkwaardige kleurtjeskostuum, kijkt niet naar zijn mede-musici maar maakt duidelijke overgangen en hier en daar een staand einde.

'New York state of mind'
De dag was, naast de rituelen van het kopen van de dagflyer en bergen cateringmuntjes, begonnen met het Nederlandse Metropole Orkest. Dat speelt vast op de eerste festivaldag, deze keer in de sfeervolle Amazon. Een van de thema's van het festival was 'New York' en daarom bracht het Metropole ons in een 'New York state of mind' met werken uit en rond die stad en een aantal solisten die elders op het festival optraden. Jason Moran, het nieuwe pianotalent, deed mee, tenorist Eric Alexander, trombonist Clifton Anderson en twee solisten waar ik me erg op verheugde: oud talent Lee Konitz (83) en jong talent Christian Scott (27).


Af en toe speelden de solisten apart met het orkest, zoals Konitz die in de beste traditie van 'Metro's Midnight Music' een fluwelen versie speelde van 'It never entered my mind'. En hier en daar waren Scott en Konitz samen aan de beurt, tot beider genoegen. Mooie combi van oud en jong.
[Pic: (C)ois]
Er wordt altijd hoog opgegeven van de kwaliteiten van het Metropole, maar ook deze keer, in een mooie zaal met fraai geluid, was het weer fantastisch om de blazers en strijkers van het orkest te zien samenwerken.

Acht procent
Terwijl ik zat te luisteren naar het Metropole waren er louter grote namen op andere plekken aan het werk in de Ahoy. Jamie Lidell, Norah Jones, Pat Metheny en nieuwe ster Caro Emmerald. Naar NSJ gaan betekent ook vooral veel kiezen en véél missen. Ik heb wel eens berekend dat als je je best doet, zo'n 8 % van het aanbod kan volgen.
Good old Phil Woods speelde in een kleine zaal bovenin Ahoy, met Rein de Graaff en drummer Eric Ineke. Paar stukken van meegekregen, het leek me allemaal wat routineus.
In de bloedhete 'Darling' stond knuffel-crooner Matt Dusk.
[Pic: (C)ois]
Volle bak, leuke muziek maar ik kon er niet lang blijven. Ik wilde nog wat meepikken van Marcus Miller die het album 'Tutu' van Miles deed herleven.

Ehh, Brasil!
En toen, terwijl Joshua Redman in de 'Hudson' speelde, ging ik naar mijn tweede plusconcert (extra kaartje, verzekerde plaats in de fraaie Amazon): Caetano Veloso. Mijn eerste lp's in de jaren zestig en zeventig waren van Sergio Mendes, Astrud Gilberto, Stan Getz, Joao Gilberto. Op de een of andere manier zit de muziek uit Brazilie, samba en bossa nova, in mijn systeem. Dus als je naar een optreden van Caetano Veloso kan, dan koop je snel een kaartje.
Het werd wat laat, alles liep uit in de Amazon op de eerste avond. Er waren kennelijk toeters en bellen nodig, een wit projectiescherm, heftig licht. De man naast me vertelde dat de laatste cd van Veloso een nogal pop-achtig geluid had en dat het best zou kunnen dat we zoiets zouden gaan horen.
[Pic: (C)ois]
Veloso speelde met 3 jongeheren, op gitaar, keyboard en slagwerk. Opmerkelijk, leek me, dat een Braziliaans artiest werd begeleid door alleen een standaard Yamaha-drumstel. Het festival heeft een gigantische voorraad beschikbaar voor de musici die geen eigen materiaal meenemen. Op het podium een soort delta-vlieger, en projecties van ongetwijfeld het strand van Ipanema.
En ja, er waren heus wel fans en liefhebbers, er zaten mensen die de teksten letterlijk meezongen, er was een fel lied over Guantanamo Bay, de taal was prachtig, maar het bleef een wat moeizaam liedjesprogramma dat maar niet loskwam en niet wilde vliegen, de delta-vlieger ten spijt.
[Pic: (C)ois]
Een dag later, toen ik nog wat zat te internetten over Veloso, ontdekte ik wat een wereldster de man geworden was sinds hij, samen met Gilberto Gil, het 'Tropicalismo' ontwikkelde. Daarin versmolten Braziliaanse pop, Rock & Roll en avantgardemuziek. Veloso schreef ook liedjes voor soundtracks van films als 'Hable con Ella' en 'Frida' van Pedro Almodovar.
Ik hoorde en zag het er niet aan af, deze zingende boekhouder kon me niet boeien, hooguit met af en toe een lekker ritme en verwijzingen naar de bossa nova.
En toen was het al een aardig eind in de nacht, al op weg naar dag 2 van North Sea Jazz.

maandag 5 juli 2010

26 juni 2010: La clemenza di Tito


Den Haag bij heel warm weer, dat heeft de sfeer van vakantie en nostalgie, van Veronica en Hommerson Sportland. Het was tegen de 30 vandaag, en aan het eind van de middag kwam de stad langzaam op adem van een van de warmste dagen van het jaar. De fontein op het plein van het Spui spoot oranjekleurig water, for obvious reasons, maar er was meer. De theaters sluiten voor de zomer, alleen in Amsterdam is er een volle programmering in het Concertgebouw. Nota bene met financiele ondersteuning van het Rotterdams Beleggers Consortium. Den Haag had nog een staartje seizoen met de opera 'La clemenza di Tito' van Mozart.
In de zaal van het Haagse Lucent Danstheater deed de airco zeer hoorbaar zijn best. We keken naar de 3e van vier uitvoeringen die de Dutch National Opera Academy (DNOA) gaf. DNOA is een - zoals dat in het jargon heet- tweejarige tweede fase opleiding voor opera, in een samenwerkingsverband tussen het Conservatorium van Amsterdam en het Koninklijk Conservatorium Den Haag.
Oerversie
Wat rondlezend over 'Tito' kwam ik tegen dat het één van Mozarts' laatste werken was, in een paar weken gemaakt in opdracht, niet volgens iedereen even goed gelukt en zo verguisd dat hij lang niet werd opgevoerd. De Oostenrijkse keizerin zou hem na de wereldpremiere in 1791 als 'Duitse zwijnerij' hebben bestempeld. Sinds 1980 wordt hij weer vaker opgevoerd, er bestaan dvd's van o.a. Glyndebourne-versies.
Deze DNOA-versie was de oer-partituur, in de volle lengte van bijna 3 uur. Men wilde er vroeger nog wel eens een als langdradig ervaren recitatiefje uithalen. Wel lang maar zeker niet langdradig vond ik deze complete versie. Dat lag aan de zangers en zangeressen van DNOA die het verhaal van de Romeinse keizer tot leven brachten. De spannende, wat abrupte opening was meteen raak: Vitellia zint op wraak voor de moord op haar vader Vitellius door de vader van Tito. De keizer heeft ook nog gekozen voor zijn geliefde Berenice, de niet-Romeinse.
Rollen
Sopraan Deirdre Angenent zong, acteerde maar vooral: heerste over het podium. Met een tintelende aanwezigheid en welluidende stem maakte ze de aandacht voor haar rol onontkoombaar. In het eerste deel is ze wraakzuchtig en sterk, en zo ziet ze er ook uit, in een pak dat stoere powerdressing laat zien. Na de pauze is ze bezorgd over het uitkomen van haar plannen, als de dan aanstaande bruid van Tito. Dat deel draagt ze een wat poppige hoepeljurk, en ook die meer fragiele kant liet ze prachtig zien.
Sextus, de vriend van de keizer, die verliefd is op Vitellia, was een prima rol van Eva Kroon. De mezzo is nog maar 27. Zeer tegen de gewoonte in stond in de bio's van de zangers ook hun leeftijd vermeld. Toch leuk om te weten.
Als er iets op de keuzes van Mozart aan te merken is, zou dat voor mij het idee zijn om Sextus en Annio door vrouwen te laten spelen. Het schijnt in die tijd als erotisch spannend te hebben gegolden om met 'Hosenrollen' te werken. Ik dacht tijdens het eerste deel eerlijk gezegd dat de samenstelling van DNOA het noodzakelijk maakte zo met de bezetting om te gaan. Te weinig jongens en dan laten we de meiden maar de jongens spelen. Maar het was zo bedoeld door Wolfgang. Niet veel spannends, vond ik. Grootste nadeel is dat de kleuring van de mannen- en vrouwenstemmen ontbreekt in veel duetten en ik mezelf erop betrapte geregeld goed te moeten kijken wie er nu zong. En hoewel de dames-als-heren mannenpakken droegen, was het verwarrend en moest je bedenken: deze mevrouw is dus de beste vriend van de keizer.
Prestaties
De prestaties van de nog jonge, studerende zangers in deze productie werden ongetwijfeld opgestuwd door de ervaren mensen eromheen. Regisseur Floris Visser had een heldere en consequente visie op het werk en liet die met weinig middelen zien. De manier waarop hij het koor, in verpletterend witte pakken, van een choreografie had voorzien was prachtig. Hij wilde de voorstelling plaatsen op een 'Trap der Zuchten', een constructie van steigerwerk die een grote, hoge tribune vormde. Vormgever Niels Mathot maakte de trappen, en koos voor een bijna consequent zwart/wit beeld. Alleen Vitellia en Servilia droegen een enkele keer iets roods en blauws, voor de rest waren kleding, licht en decor in zwart/wit. De kostuums leken van Suit-Supply te komen, veel pakken met stropdas. Geen sandalen, geen Asterix-romeinen, maar een tijdloze (al wilde regisseur Visser dat we 'tijdvolle' dachten) aanpak die aangenaam was om naar te kijken en de muziek tot zijn recht liet komen.
Decor
Weinig decorstukken maar buitengewoon effectief. Aan de rook die het licht fraai filterde en wat andere licht-effecten kon je Mathots' activiteiten voor de musical-wereld terugzien. Hij deede o.a. de decors voor The full Monty.
Die trappen waren heel functioneel, en soms ook spannend, zeker als Vitellia er met hoge hakken op en af rende.
Muzikaal was het dik in orde, met oude muziek-specialist Richard Egarr voor het orkest. Ik zag hem een paar jaar geleden voor het koor en orkest van de Bachvereniging, bij de Mattheus.
Met relatief simpele middelen, de modernistische vormgeving en een uitstekende zangers/koor-groep was het een indrukwekkende voorstelling. Hoopgevend als dit de nieuwe generatie is die de opera-podia gaat vullen. Mijn favoriete van de avond was Deirdre Angenent. Die studeert komende maand af, zo las ik in het programma. Die vrouw komt er wel. Benieuwd hoe we haar gaan terughoren op de podia en in welke rollen. Het lichte vibrato in haar stem was ruim voor Mozart maar past vast ook mooi op Puccini en Verdi.

donderdag 17 juni 2010

16 juni: Pygmalion van Rameau in het Holland Festival

Hoewel sommigen vinden dat het Holland Festival zijn beste tijd wel gehad heeft, blijf ik blij met dat aanbod in juni van bijzondere voorstellingen en producties. In Amsterdam, dat wel. Helaas is men ooit met spreiden van activiteiten over het land gestopt.
In Amsterdam was het druk met grote namen van de week. Pierre Boulez, inmiddels 85, dirigeerde in het Muziekgebouw aan het IJ, maar wij waren in Carré.
Les Arts Florissants voerde 'Pygmalion' uit, een dansopera van Jean-Philippe Rameau.
Frankrijk heeft het getroffen met William Christie, de Amerikaan die zoveel betekende voor de herontdekking van de Franse barok. Inmiddels Fransman geworden, onderscheiden en in deftige colleges opgenomen, gaat Christie ook als 65-jarige door met vernieuwen van wat oud en interessant is. Ik schreef al eerder over hem op dit klog.

Dezer dagen had Amsterdam de eer van de wereldpremière van de productie die gemaakt is voor het festival van Aix-en-Provence. Christie zocht samenwerking met de Amerikaanse choreografe Trisha Brown. Als het woord nog niet bestond, dan bij deze: de voorstelling zou je wel een ‘danscènering’ kunnen noemen. Voor de pauze zagen we een sterk ingekorte Hippolyte et Aricie, na de pauze de complete ‘acte de ballet’ Pygmalion.
De setting van Carré is bijzonder. Het orkest zat vooraan, maar niet in een bak zoals doorgaans bij operavoorstellingen. Wij zaten hoog in de zaal en keken op het orkest dat in het beeld erg centraal stond. Wel aardig als contrast met al die verstopte musici in veel operazalen.
Bij Hippolyte lukte het me niet er ‘in’ te komen. Al waren orkest, koor en solisten fraai, ik kon de aansluiting tussen dans en muziek niet goed maken. Het tweede stuk, niet ingekort, was een mooie eenheid. Trisha Brown heeft kennelijk hard gewerkt met de zangsolisten en hun zang en beweging geïntegreerd in de voorstelling. Het zag er eigenlijk heel natuurlijk uit. Zanger Ed Lyon bewoog bijvoorbeeld met schijnbaar gemak. Zijn bewegingen waren niet de gewone ondersteuning van de zang, hier werd echt dans bedreven.
Dat het zo vanzelfsprekend was, is wellicht het grootste compliment aan de zangers, wiens rollen in de voorstelling organisch versmolten met die van de dansers.
De begeleiding van het orkest, het koor en de solisten, vond ik mooi en indrukwekkend.
Op een zomeravond aan de Amstel was het een bijzonder optreden, dat pas hierna naar het prestigieuze festival gaat van Aix-en-Provence.
Na het concert sprak ik William Christie nog even. Hij signeerde de cd van 'Pygmalion' en bleek net zo enthousiast als ik over zijn uitvoering van het oratorium 'Susanna' dat met zoveel succes in het Concertgebouw ging dit seizoen en eind dit jaar op cd uitkomt.

maandag 14 juni 2010

Toch maar eens cabaret!

Het komt zelden of nooit voor op dit klog: cabaret. Vaak leuk maar ook nogal vaak niet leuk genoeg. En een heel enkele keer leuker dan leuk. Deze keer dus. Henry van Loon die een DWDD-persiflage doet die een ruim optreden in DWDD zou rechtvaardigen.
Gaat dat zien. Hier.

zondag 13 juni 2010

13 juni: A Dog's Heart op het Holland Festival

De aankondiging van de nieuwe opera 'A Dog's heart', die in opdracht van de Nederlandse Opera werd geschreven, bracht me niet meteen van mijn stoel. Heel modern, daar ben ik soms een beetje te lui voor. En moderne, of zo u wilt avantgardistische, klassieke muziek wil nog wel eens tot piep/knor leiden. En dan ook nog een verhaal over een hond die mens wordt.....ik wist het niet. Op een laat moment, naar aanleiding van de veelal juichende recensies, toch nog een kaartje gekocht. Plek zat, want dit soort producties trekt niet altijd een volle zaal. Alexander Raskatov
Componist Alexander Raskatov was gevraagd in het kader van het Holland Festival zijn eerste opera te componeren. Hij besloot het boek 'Hondenhart' van de Russische schrijver Boelgakov als basis te nemen, en bewerkte dat verhaal vrij letterlijk tot muziektheater.
Het boek - een absurdistische satire op de maatschappij in Rusland rond 1925 - gaat over een hond die door een operatie mens wordt en de gevolgen die dat heeft. Het verhaal zit vol kritiek op de maatschappij en was in Rusland tot 1987 verboden.



De voorstelling in de Stopera begon....en het leek bijna een film. De eerste scene speelde zich af op straat, in een sneeuwstorm. Door een transparant voordoek en projectie op het achterdoek werd die sneeuwstorm bijna echt. De hond, bewogen door 3 mensen, sprak met twee stemmen, een 'aangename' door countertenor Ivo Posti en een onaardige, gezongen door een sopraan die voor extra effect door een megafoon zong. Origineel en effectvol. Clip DNO
De hond raakt gewond door kokend water. Hoe laat je een pop als hond zo'n ongeluk krijgen? Niet goed uit te leggen maar met plastic en rode tape onstond een heel geloofwaardig idee van een gewonde hond. De regisseur wist daar wel raad mee.
De opera bestond uit een groot aantal scenes die het boek exact volgenden. De hond Sjarik werd mens, dankij de transplantatie van testikels en de hypofyse van een net overleden persoon door de toverprofessor Filippovitsj, een soort Pavlov. En zo werd Sjarik als mens Polygraf Polygrafovitsj (Leugendetector Leugendetectorszoon). Boelgakov richtte zijn satire op de 'ideale mens' zoals de proletarier door het regiem werd gezien.
De mens die hond was ging zich misdragen, werd hoofd kattenbestrijding in Moskou en keerde aan het eind weer terug naar zijn hondenmodus.
De hond was een pop, uiteraard, die werd bewogen door 3 animatiespelers die zowel onzichtbaar waren als vaak ook weer onderdeel vormden van de handeling. Zelfs de kwispelende staart had een choreografietje. Eigenlijk net als de mensen die een paar keer in het verhaal boekenkast speelden. Het klinkt erger dan het is. Fraai ook was de scene in een droom dat het appartement onder water loopt. Dat gebeurde niet echt maar er was water en er waren slimme effecten. Het had allemaal een West-End-achtige kwaliteit die regisseur Simon McBurney meebracht uit Londen.
Het zal de volstrekte congruentie wel zijn tussen inhoud van het verhaal, de muziek en de vorm die het voor mij zo meeslepend maakte. Zoals het knalharde en wat bombastische einde de tranen deden prikken. Het woord 'fenomenaal' kwam nog niet eerder voor op dit klog. Nu wel.

woensdag 9 juni 2010

8 juni: Le Nozze di Figaro

Opera Zuid toert door Nederland met Le Nozze di Figaro en dat is een voorstelling die volle zalen verdient. Voor de voorstelling was er een inleiding, die aardige informatie gaf over de plaats van de opera in het werk van Mozart en schrijver Da Ponte. En waar we hoorden hoe modern en ongehoord sommige elementen waren in een tijd dat de adel en het gewone volk nog zo weinig mogelijk mengden.
De vorige producties die ik zag van Opera Zuid, de Purcell-opera 'Dido and Aeneas' en de sprookjesopera van Humperdinck, waren aangenaam en maakten me benieuwd naar hun versie van Le Nozze.
Het werd een prettige avond. De muziek was meer dan in orde. Het was echt Mozart, muzikaal gezien, vanwege het geluid uit de orkestbak en de zang uit de kelen van de zangers/zangeressen. Met een prettig soort onnadrukkelijkheid begeleidde het Brabants Orkest de solisten en het koor. Geen zwaar orkest maar lekker modern transparant.
De solisten waren goed gecast. Lijkt me lastig bij een vast gezelschap, waar je moet werken met de aanwezige mensen. Vrijwel iedereen is geloofwaardig in zijn rol, maakt er zingend en acterend een levend personage van. De zangeressen Karin Strobos (Cherubino) en Kim Savelsbergh (Susanna) die het ook al zo goed deden in 'Hänsel und Gretel', waren beiden prima op dreef. Martijn Sanders was een stoere Figaro die stem en looks heeft voor die rol. Meeste indruk op mij maakte Johanni van Oostrum als de contessa. Ze speelde en zong met een statig soort dramatiek, een ‘Frau mit Vergangenheit’.Kim Savelsbergh zong Susanna
In het tweede deel zakte de actie een beetje in, al begon dat tweede deel zo actief met de scene waarin Figaro ontdekt wie zijn ouders zijn. Die scene was een tikje hilarisch maar vloog vervolgens volkomen uit de bocht. Ik waande me even bij het Mestreechs Vollekstejater.
Minste punten scoorden decor en kostuums, het leek wel musical. Alsof op elk moment een klein roodharig meisje kon opkomen dat in 'Tomorrow' zou uitbarsten. De kleding was modern maar had een hoog Trevira 2000-gehalte.
En hééeééééél erg: de boventitels. Het viel me ook al op bij de vorige productie. Daar deden de titels alsof een van de spelers iemand typeerde als ‘zingend als Beyoncee’, kan ik me nog herinneren.
Deze keer zou de graaf zingen dat Susanna met een ‘lulhannes’ ging trouwen. En vond iedereen dat de tuinman die over zijn geknakte petunia’s komt klagen ‘zo stoned als een garnaal’ was.
Dat zongen ze natuurlijk niet. Suffe guitigheden waren het, die afdoen aan de muzikale, theatrale en operale kwaliteit van deze Nozze.
Maar strak overeind blijft de geweldige muziek, in solo's, duo's en in ingewikkelde ensemblezang.

zondag 6 juni 2010

6 juni: de '565' in de remix

De deur valt net dicht achter de Rotterdamse Operadagen en de Orgeldagen zijn alweer begonnen. Nou ben ik niet zo'n orgelfan. Als koorzanger in de toenmalige kathedraal stond ik er wel eens naast, het grote orgel met die enorme schuiven. Liefde is het nooit geworden, ik word hooguit blij van het geluid van een Hammondorgel.
Maar het idee waarmee muziekkenner J. aankwam, de middag over de '565', dat leek me wel een leuk idee.
En het was leuk. De Doelen vormde deze middag een soort markt, waar 5 'kramen' hun waar aanboden. Allemaal dezelfde waar, namelijk de 'Toccata en Fuga in d' van Johann Sebastian Bach, door kenners 'de 565' genoemd. Niet de orgelversie maar wel bewerkingen voor vierhandig piano en voor altviool. Daarna waren er de 16 trombonisten van Codarts die een arrangement speelden, en DJ Legowelt die met de muziek van Bach aan de slag ging. Sommige mensen vonden die muziek wel een beetje hard. Legowelt is een behoorlijk beroemde DJ aan wie je dat niet zo heel goed kon merken.
Dj Legowelt doet Bach
De Marinierskapel speelde op het podium van de Grote zaal het stuk van Bach voor blaasorkest.
We vonden het een prima idee, vijf keer hetzelfde en toch anders en in eigenlijk alle versies bleef de muziek van Bach fier overeind.

5 juni: Opera's met Yannick in de Doelen

De Rotterdamse Operadagen bieden allerlei soorten voorstellingen en producties. Niet alles wat wordt aangeboden spreekt me aan, en af en toe lees ik recensies van dingen die ik toch wel had willen zien.
Een vrij positieve recensie op internet van dag 1 bracht me op een warme zaterdagavond naar dag 2 van de vooorstellingen in de Doelen van 2 Franse opera's. Het was de avond van de naamlozen. De eerste opera was gebaseerd op het bijbelverhaal van de verloren zoon, waarin die zoon en zijn vader naamloos optreden. De tweede opera kent maar één speel-rol, die in het libretto alleen met 'Elle' wordt aangeduid.Claude Debussy
Debussy schreef als zeer jong componist L' enfant prodigue, gebaseerd op het bijbelverhaal van de zoon die het geld van zijn vader verbrast en berooid terugkomt. Thuis wordt hij liefdevol weer in het gezin opgenomen.
In het libretto van de opera was er een fraaie moederrol ingeschreven door Guinand. Jeroen Bosch: de verloren zoon
Yannick Nézet-Séguin voor het Philharmonisch orkest, dat kan niet fout gaan. Nézet is niet alleen een goede Bach-dirigent en weet hoe je Puccini's Turandot excellent kan uitvoeren, hij kan ook prima aan de slag met het Franse repertoire. De muziek, van een nog voorzichtige Debussy die refereert aan Massenet en Gounod, was prachtig. Mooi gezongen ook. De enscenering in de Doelen-zaal beviel maar matig, of eigenlijk: helemaal niet.
Er was zo’n veelheid aan zaken die je aandacht vroegen, dat ik maar probeerde me te concentreren op de muziek. Er was het orkest, de dirigent, de solisten, een grootbeeld video vol pretentie van Eric de Kuyper, de boventiteling en dan ook nog 3 acteurs die met stil spel een scene uit De Avonden zaten uit te beelden, compleet met schilderijtjes, pantoffels en sanseveria. Het leek een soort contrapunt, de dramatische ontwikkeling van de verloren zoon in de muziek aan de ene kant en de treurige saaiheid van het modale gezin aan de andere. Nog wel een raar detail was dat de tenor die de zoon-rol zong er een jaar of 30 ouder uit zag dan de bariton die de vaderrol zong.
Poulenc maakte muziek bij de beroemde monoloog van Cocteau van 'Elle', die met haar ex aan de telefoon is. 'La voix humaine' is als toneelstuk vaak gespeeld, onlangs nog in de Nederlandse zalen door Halina Reijn.Jean Cocteau
Mezzo Cora Burggraaf was door OT-leden Timmers en Koen geregisseerd in deze gezongen monoloog. Er stond een videocamera op, wat andere vormgeving die niet bijdroeg maar ook niet afleidde.
Er lopen bij het Rotterdamse Philharmonisch geloof ik wat mensen rond die helemaal vallen voor het medium video, zo zagen we vorig jaar ook al bij de Fidelio van Gergjev.
Heel mooi: het applaus. Ik hou erg van mooie applauzen als bekroning van de avond. Zeker bij het Poulenc-stuk werd dat een romantisch pas-de-deux voor dirigent Yannick en soliste Cora. Zulke goede kunstenaars gun je zo’n applaus.

zaterdag 5 juni 2010

4 juni Carré: Rufus Wainwright

Het is doodstil in Carré. hoewel de zaal bomvol is. Bijna volledige duisternis, niet eens de schermpjes van gsm's of camera's in het publiek. Dan licht het podium iets op. Een gestalte schrijdt met langzame passen naar de vleugel. Stap voor stap. Een lange sleep, aan de bovenkant pailletten en veren. Hij neemt plaats aan het klavier, en begint te spelen. Debussy-achtige muziek. Zijn stem knalt de donkere zaal in.
"Saw you on the corner,
saw you in the park,
saw you on the platform of Grand Central station"
Het zijn de eerste regels van het lied 'Who are you New York', openingstrack van het album 'All days are nights: Songs for Lulu', dat onlangs verscheen.
De 12 stukken worden achter elkaar uitgevoerd, als een echte cyclus. Het zijn eigen songs van Wainwright, maar ook zijn favoriete Shakespeare-sonetten. Geen toelichting, geen praatjes met de zaal, geen applaus. Op verzoek van de artiest waren camera's maar ook applaus afwezig. En ook aan het eind van dit deel werd de zaal verzocht niet te klappen want 'his exit is part of the piece', zo staat het op de website.
Hartverscheurend somber, dramatisch, met alleen de vleugel, en op een groot scherm projecties van het oog dat ook op de cd-hoes staat. Hoewel Rufus Wainwright er een handje van heeft alles te (over)dramatiseren, heeft hij nu alle reden voor drama. Zijn moeder, Kate McGarrigle, overleed op 19 januari van dit jaar na een lange strijd tegen kanker. Ze verloor die strijd, zo heette het, maar Rufus schreef op zijn website: 'her battle, though lost, was tremendously fruitful during these last three and a half years of her life'.

Het moet in 1976 geweest zijn dat ik Kate met haar zus Anne heb zien optreden, in de kleine zaal van de Doelen. Het was de periode van de merkwaardige hit 'Complainte pour Sainte Catherine'. Op mijn academie waren we allemaal verliefd op dat liedje. Ik herinner me een studentenfeestje op een kleine, overvolle zolder, waar we dat nummer een keer of twintig achter elkaar draaiden. In die tijd waren de McGarrigle Sisters op tournee en we gingen natuurlijk luisteren.

Zo'n 10 jaar later was Rufus een jaar of 13 en zong hij mee in de band van zijn moeder en tante. Op deze clip is dat te zien. Hij laat goed zien hoe opmerkelijk de ontwikkeling van Rufus is, van dit brave folk-jongetje naar Grote Stads Drama Queen.


Het tweede deel van het concert zou geheel anders van toon zijn, zo was ons beloofd, en dat klopte. Rufus kwam na de pauze op in een bloemtjespak van Victor&Rolf ('Don't you looove my suit?') en speelde een doorsnee van zijn repertoire, met gezellige en vaak erg grappige anecdotes, waar hij zelf ook wel een beetje om moest giechelen. Zoals zijn ontmoeting met Jeff Buckley, die veel mooier was dan Wainwright. 'I hated him, for being so handsome. But shortly after our day out he died, which is sad, but now I am the fairest'.Rufus in Carré - Foto (C)ois
Hij had de dag van het concert door de grachten van Amsterdam gevaren, was een tikje verbrand in de zon en legde uit hoe enorm veel moeite het dus kostte om zich voor het eerste deel van de voorstelling bleek en ongezond te schminken. 'It was allmost impossible for me to look that way'.
Nederland is favoriet, dat wel, en hij zou best een huis in Amsterdam willen hebben, 'but you have to be a millionaire for that and I am not a millionaire. Well, actually I am....before taxes.'Foto (C)ois
Wat bij klassieke concerten soms niet eens gebeurd, was hier wel zo: het publiek wachtte met klappen tot de laatste noot van ieder nummer was weggestorven en barstte dan pas los. Zeker tegen het einde, toen we het fraaie 'Cigarettes And Chocolate Milk' te horen kregen en het voor veel mensen favoriete 'Going to a town'.
Dat is ook mijn favoriete Rufus-lied. Het past perfect bij de wat nasale, bijna zeurderige toon van zijn zang die raakt en mij in elk geval ontroert.

vrijdag 4 juni 2010

3 juni: Twools at the opera

Ieder jaar leuk en een mooi einde van het seizoen; de verzamelvoorstelling van Scapino, 'Twools'. Het format is een serie korte stukken, die met een rode draad tot een geheel worden gemonteerd. Je valt van de ene sfeer in de andere, van drama naar humor naar abstract naar concreet.
Dit jaar was Scapino vanwege de Operadagen Rotterdam in dat repertoire gedoken. Veel Puccini, een beetje Verdi en een fraai stukje Haendel op de geluidstrack, en veel verschillende configuraties op het podium.
Meestal leuk, soms zakte het een beetje in, niet alle choreografen leken evenveel affiniteit te hebben met opera.
De rode draad was een licht-pretentieus gedoe met een sprekende danseres die teksten deed, niet het sterkste deel van de avond en pratende en zingende dansers, dat zagen we al eens eerder.
Maar veel kwaad kan Scapino niet doen. Bijna alles is spannend, innovatief en knap en overtuigend gedanst. Je maakt in de schouwburg bij dit Rotterdamse gezelschap altijd wat bijzonders mee. Dus volgend jaar gaan we weer....

vrijdag 21 mei 2010

Dalida: Pour ne pas vivre seul

'Pour ne pas vivre seul
On vit avec un chien
On vie avec des roses'
De zanger komt op, hij zingt het lied van Dalida, 'Pour ne pas vivre seul' en zet de toon voor de avond.
Yolanda Gigliotti had een dramatisch leven dat in stijl tot een einde kwam met een overdosis en een afscheidsbriefje 'pardonnez moi, la vie m'est insupportable' op 3 mei 1987, in haar huis op Montmartre. De zanger, Luuck Droste, was onlangs finalist op Concours de la Chanson dat de Alliance Française jaarlijks organiseert en dat bij eerdere edities o.a. Wende Snijders als winnares opleverde.
Luuck Droste werd gevraagd door Paul Haenen en Dammie van Geest om in hun Betty Asfalt Complex een avond te verzorgen over Dalida.
En daar stond hij, in het zwart, met een sjaal als frivool accent. Een artistiekige jongen, niet veel glamour, weinig show, met die sjaal die wel een verbinding lijkt tussen de serieuze, intellectuele kant van de docent Frans en de showbusiness waar hij deze avond even voor ons in dwaalt.
Hij neemt ons mee naar Egypte, waar Dalida nog gewoon Yolanda heet, waar ze besluit na het winnen van de titel 'Miss Egypte' om actrice te worden en op de dag voor kerst 1954 vertrekt naar Parijs. Daar begint haar leven als actrice maar vooral als zangeres.
Een wereldster die een ongekend aantal hoogtepunten en diepe dalen kende, die zichzelf een aantal keren opnieuw uitvond en die twee keer haar einde regisseerde. In de periode ervoor zong ze de liedjes die daarnaar verwezen.
Ik ben geen superfan van Dalida, heb geen posters aan de muur maar wel veel muziek in de collectie en een dvd met tv-clips. Op Montmartre ben ik wel eens langs haar huis gelopen. Of ben je dan toch fan?Dat ik deze avond in het Betty Asfalt Complex was, kwam voort uit nieuwsgierigheid naar de blonde diva en haar verhaal. Dat verhaal vertelde Luuck Droste met verve. Soms bouwde hij de spanning op, vertelde wat er in het leven van de ster gebeurde en waar dat toe leidde. Tot immense populariteit maar ook tot drama en verlies. Haar grote liefde Luigi Tenco die na zijn nederlaag op het San Remo-festival een eind aan zijn leven maakt, net als twee andere grote liefdes van Dalida. Bij alle periodes in haar leven was er beeldmateriaal, videoclips en soms aangrijpende gesprekken in tv-interviews.
Luuck Droste vertelde hoe zijn fascinatie voor Dalida ontstond, hoe hij wonend in Parijs op de grote tentoonstelling over haar leven in het Hotel de Ville terechtkwam.
Over zijn presentatie is hij na afloop bescheiden: 'het was een soort spreekbeurt'. Dat was het, weliswaar aangekleed met veel beeld en geluid, maar ik kreeg kippenvel bij de liedjes die hij zong en vaak ook bij de verhalen over het leven van 'La Panthere Rose', zoals Dalida in de tijd dat ze zich verbond aan Francois Mitterand werd genoemd.
In de nazit ging het over vergelijkingen, was Dalida een soort Callas, een Piaf van de jaren '70-'80? Ik weet het niet, ik ben na alle verhalen wel meer gaan begrijpen van mijn eigen fascinatie. Het drama in het leven van Dalida, dat ze niet rauw en ongepolijst de zaal insmeet, zoals Piaf dat deed, maar dat ze styleerde en dat als een laag onder haar zang lag. Soms heel ver weg, bij de onafzienbare rij deuntjes en flutliedjes -vaak covers van Engelstalige hits- en soms heel manifest, bij Leo Ferré's 'Avec le temps' en 'Je suis malade' van Serge Lama.
Een mooie tekst over sterven in de spotlights op een eurodiscobeatje, dat is Dalida ten voeten uit. 'Je veux mourir sur scene' uit 1983 voorspelt bijna hoe het zal gaan. Dit is een clip uit een tv-programma van Michel Drucker:

In de beelden van haar laatste optredens zien we een gesloopte zangeres die genoeg krijgt van het leven en die haar einde aankondigt.
Mooi hoe Luuck Droste dat verhaal met zijn zang, zijn verhalen en zijn verzameling beeldmateriaal tot leven brengt. Hij sluit de avond af met een eigen vertaling van het lied waarmee de avond begon. Kippenvel.

vrijdag 14 mei 2010

Turandot: Breathtaking!

Adembenemend, dat is wel een correcte beschrijving van de ervaring op 13 mei, bij de opera Turandot in het Muziektheater Amsterdam. De Nederlandse Opera heeft de productie van een paar jaar geleden met regisseur Nikolaus Lehnhoff opnieuw op het programma genomen en het succces is enorm. De hele serie voorstellingen is uitverkocht en toen ik er was stonden er mensen met een hoopvolle blik en een bordje 'kaarten gevraagd' bij de ingang.
De kritieken zijn over het algemeen zeer lovend en dan met name over onze RPHO-dirigent Yannick Nezet-Seguin en zijn Rotterdams Philharmonisch.De kenners prijzen ook de kwaliteiten van de zangers, hoofdrol Lise Lindstrom, die de ijsprinses Turandot behoorlijk wat vuur geeft en in de loop van het verhaal ontdooit voor Calaf, een beetje hard gezongen door Lance Ryan.
Ik vond de rol van slavin Liu vooral erg mooi gezongen, zangeres Ana Maria Martinez kreeg een juichende ontvangst bij het applaus en bij haar opkomst aan het eind maakte het publiek het meeste lawaai. Veel spektakel bij deze 'Turandot', grote decors, een nogal massaal koor dat met liften op het podium verschijnt. Hoewel de meest logische beweging op een podium horizontaal is - je komt op en gaat af en tussendoor doe je iets - ben ik gek op liftjes die de spelers uit de grond doen komen, of bijvoorbeeld een enorme kroonluchter die uit de nok komt, zoals in Ercole Amante.
Licht, geluid, decor, grime, kapwerk en kleding, eigenlijk klopte alles aan deze productie. En als er dan wat te knorren valt is het dat, dat al die perfectie in de disciplines die samenwerken bij zo'n productie misschien een heeeel klein tikje afleidt van het drama, het verhaal en de ontwikkeling.

Collega W. was ook in de zaal, niet zo gewend aan opera en verklaard fan van Madonna. Mijn lichte zorg over de vraag of je het dan wel leuk zou hebben in de Stopera bij je eerste operavoorstelling verdween gedurende de avond. Deze voorstelling kon tot op grote hoogte concurreren met iets als de 'Blond Ambition Tour' of de recente 'Sticky & Sweet Tour' van het Amerikaans popfenomeen.
Dit filmpje van 'De Nederlandse Opera' geeft een goed beeld van deze voorstelling.

zondag 9 mei 2010

Bos Besik - opera in Dordrecht

Soms zijn het de details, die veelzeggend zijn. Bij het slotapplaus van de allerlaatste voorstelling van 'Bos Besik' staan alle spelers, orkestleden, dirigent en koorleden op het podium. Regisseur Cilia Hogerzeil wenkt iemand in de zaal, om ook naar het podium te komen en in het succes te delen. Die speciale gaste voorstellen, dat gaat niet lukken in het lawaai van het applaus. De regisseur maakt een snelle schrijfbeweging in de lucht, en zo weten we dat het om libretto-schrijfster Anne Vegter gaat. Een goede regisseur heeft altijd een idee voor een vorm om iets duidelijk te maken...
In de inleiding voorafgaand aan de voorstelling vertelde Cilia Hogerzeil hoe dit project tot stand was gekomen. Naast de fraaie culturele doelen bleek uit haar verhaal ook dat toevallige ontmoetingen in Turkije en elders tot het produceren van deze opera geleid hebben.
Niet makkelijk, samenwerken met een librettiste in Nederland, een Turkse zangeres in Berlijn en een componiste met een Koreaanse achtergrond die over de wereld reist. Daarnaast het formeren van het koor van 14 Dordtse amateurs, dat moest bestaan uit Nederlandse en Turkse vrouwen. Het overbruggen van tradities in zang en toonvorming bleek een hele klus.
Ondanks die amateurzangeressen die met gepaste trots op het podium stonden en danzkij wier deelname er meer Turkse Nederlanders dan meestal in de zaal zaten, was het zeker niet amateuristisch.

Het was, op 8 mei, de laatste voorstelling van deze productie in het Energiehuis, aan de rand van Dordrecht. De zaal van het Energiehuis is wel een meter of 15 hoog, en heeft de kale, industriële sfeer van videoclips uit de jaren '80 van pakweg Einstürzende Neubauten. Het is de verdienste van decorontwerper Robin van der Werff dat die grote, kille ruimte geschikt werd voor het dramatische verhaal van Bos Besik. Technisch moet waarschijnlijk alle licht en geluid ook speciaal in de kale ruimte worden ingehangen, maar dat was prima gelukt, inclusief boventiteling die je in tegenstelling tot in de Stopera hier wél vanaf alle zitplaatsen kon zien.

Ik had goede herinneringen aan 'De Waterman', de productie van vorig jaar van Hollands Diep uit Dordrecht. Dit was weer heel anders. Het oude volksverhaal uit het Taursugebergte vormde de basis voor een textuele bewerking door Anne Vegter, en de compositie van Seung-Ah Oh, van oorsprong uit Korea.
Bos Besik was al eens onderwerp van een zeer popualire speelfilm uit 1969 en leent zich heel goed voor opera, met alle drama, emoties en universele thematiek.
Goede solisten voor alle rollen, zoals Arnout Lems, vorig jaar in de Waterman een stijle gereformeerde huisvader, deze keer een gestyleerde magier. Ekaterina Levental, die al eens vaker op dit klog is genoemd, had een grote rol: de statige moeder van Nomad, een rol die ze met een grote voornaamheid neerzette. Recent afgetudeerd is deze mezzo hopelijk nog vaak te zien op de concertpodia in Nederland. Voor zover ik daar verstand van heb, voorspel ik een fraaie toekomst voor de uit Oezbekistan afkomstige Levental.
Romain Bischoff, van VocaalLAB, leidde het kleine orkest dat alle klankleuren voor dit verhaal in huis had. En als er nog ijlere klanken moesten zijn, waren de koorleden ineens voorzien van wijnglazen waarmee ze met een vinger draaiend extra geluid konden toveren.
De regie van Bos Besik is één van de elementen van de voorstelling die me zeer beviel. Cilia Hogerzeil verbeeldde een originele en kraakheldere visie op het verhaal en de beste manier om dat te vertellen. Mooie vondsten met licht en beweging.
Een relatief kleine productie, tenminste als je de focus neemt vanuit Bayreuth, The Met of de Stopera. Maar met net zoveel spanning, professionalitiet en impact als die grote operahuizen op het podium brengen. Waard om gezien en gehoord te worden.

dinsdag 4 mei 2010

4 en 5 mei 2010

Het is traditie om op dit klog aandacht te besteden aan 4 en 5 mei. Er is heel veel muziek en kunst rond het thema vrijheid. En met een beetje filosofie kun je ruimte voor kunst zonder veel moeite koppelen aan vrijheid.
'Rocking in the free world', van Neil Young, hoorde ik vanmorgen al op de radio op deze 4e mei. Voor vandaag kom ik uit op Mikis Theodorakis. Je hoort zijn muziek niet veel meer. Zangeres Maria Farantouri zingt hier een lied uit de 'Mauthausencyclus'
In Mauthausen zijn gedurende de oorlog 197.464 gevangenen gedetineerd geweest, vanwege hun politieke, religieuze opvattingen of instelling, vanwege hun seksuele geaardheid of vanwege hun criminele verleden of als krijgsgevangene. Meer dan 95.000 mensen werd in Mauthausen vermoord.
Bron: Wikipedia

Over de cyclus:
Een van de weinige Griekse overlevenden was Iakovos Kambanellis, een joods-Griekse schrijver afkomstig van Naxos. Hij werd in 1942 door de Gestapo gearresteerd en belandde in Mauthausen. Als één van weinigen overleefde hij dit kamp. Hij werd in mei 1945 bevrijd en keerde terug naar Griekenland. 20 jaar later publiceerde hij het boek 'Mauthausen'. De gedichten in dit boek werden door Theodorakis op muziek gezet en vormen de basis voor de Mauthausen-cyclus.