dinsdag 2 februari 2010

IFFR 2010: Do it again

Voordat ik zaterdag de film 'Do it again' zag, was ik maker Geoff Edgers al even tegengekomen in de wandelgangen van het festival. Hij was net klaar met een interview voor de radio. Hoorbaar nog een beetje hyper van de aandacht voor de festivalpremiere van zijn film, de avond ervoor. Waarom de radioverslaggever hem aan het eind van het gesprek vroeg om een liedje te zingen, begreep ik pas een dag later, na het zien van de film.
Edgers was erg blij met de positieve ontvangst van zijn productie (hij is voor 'Do it again' zowel scenarioschrijver, acteur als producer) en vertelde nog even hoe het begonnen was: als cultuurredacteur van de Boston Globe zocht hij een uitdaging en die vond hij in het voornemen de leden van de Kinks nog een keer bij elkaar op een podium te brengen.
Ik kreeg een button, een flyer en de vraag om na afloop van de film nog even te komen vertellen hoe ik hem vond. Edgers bleek zeer actief als button-uitdeler, bij alle screenings van zijn film stond hij bij de uitgang. [Nokiapic (ç)ois] Geoff Edgers in Cinerama
De nogal desperate, serieuze maar soms ook hilarische poging tot een reunie van de broers Ray en Dave Davies vormt de kern van het filmverhaal. Edgers studeert op eerdere herenigingen van bands die door broers gevormd werden, belt met Yoko Ono, interviewt oude bekenden, de voormalig manager van de Kinks en oud-bandleden. Het voornemen is om met iedere popartiest die hij interviewt ook even een Kinks-liedje te zingen. Dat gaat falikant mis met Paul Weller maar wordt een groot succes als Sting zijn gitaar pakt. Ter plekke ontdekt Sting een parallel tussen één van de Police-teksten en een nummer van Davies.
Geoff Edgers komt steeds dichterbij de echte Kinks-broers. Of het hem lukt ze te herenigen blijkt pas aan het eind van de film. Ik vond het geestig, levendig, bij vlagen hilarisch. Leo Blokhuis, eat your heart out!

IFFR 2010: Moscow

Er draaiden dit jaar twee films die Moscow (of Moscou) heten op het IFFR. In de haast bestelde ik kaarten voor de verkeerde, maar echt spijt kreeg ik er niet van. En zoveel maakte het niet eens uit. De film die ik wilde zien ging over een theatergroep in Rio die het stuk 'Drie Zusters' van Tsjechov opvoert. De film die ik op zaterdagmiddag in Pathé zag, ging over twee vriendinnen, waarvan één toneel wil spelen en gaat auditeren voor een rol in.....'Drie Zusters'. Bij beide films verwees de titel naar de stad Moskou, die in de stukken van Tsjechov symbool staat voor hoop, vrijheid en het echte leven.In Seoul treffen twee vriendinnen elkaar weer, na enkele jaren. De een is secretaresse bij een groot bedrijf, de ander strijdt in de vakbond verbeten voor betere werkomstandigheden. Die twee levens blijken lastig te verenigen, maar toneel is een gedeelde liefde.
De confrontatie met de verschillen, op de besneeuwde helling van een berg buiten Seoul, biedt prachtige scenes. De tekst gaat geleidelijk over van de eigen woorden van de meisjes naar de fraaie zinnen die Tsjechov schreef voor het eind van 'Drie Zusters'.

zondag 31 januari 2010

IFFR 2010: Reykjavik-Rotterdam

De eerste zaterdag van het 39e Film Festival Rotterdam, en meteen al een mega-event. Het is voor één avond Hollywood-aan-de-Maas in het oude Luxor. Voor de premiere van 'Reykjavik-Rotterdam' zijn veel Rotterdamse kopstukken verzameld. Havenbaronnen, wethouders, raadsleden, zelfs de Koningin-Moeder van de Nederlandse cinema, Willeke van Ammelrooy, is naar Rotterdam gekomen. Het is een Ijsland-Nederlandse co-productie die niet alleen Rotterdam in de titel heeft, maar voor een minuut of tien zelfs in onze prachtige stad speelt.
Dick Rijneke is er een beetje opgewonden van, en vindt dat het - op dit nogal engelstalige festival- om een Nederlandse premiere gaat en dat hij gewoon Rotturdams ken praten. Hij leest wat moeizaam van een blaadje boze dingen over het Filmproductiefonds en laat vervolgens raadslid Ronald Motta hetzelfde doen, tot hoorbaar ongenoegen van de zaal. Maar dan gaat toch het licht uit en zien we stoere gangsters en gangsters die dat eigenlijk niet meer willen zijn aan het werk op de smokkelroute. Pillen én pure alcohol, die in Ijsland gebruikt kan worden voor het maken van drank.
Beide steden uit de titel komen in beeld en er zitten fraaie plaatjes in van de reis van een containerschip tussen Rotterdam en Reykjavik. Een maritiem gangsterverhaal dat af en toe wat ontspoort in slapstick-achtige humor en soms net wat teveel geweld laat zien. Maar ook met goed gelukte spanningsbogen en écht leuke grappen. Nederlandse inbreng door Victor Löw die nogal schmierend een brullende, opgefokte gangsterbaas neerzet die voortdurend 'fucking Icelanders' roept.
En een gouden vondst met gehannes met een schilderij van Jackson Pollock.
Er komt een Amerikaanse remake van deze film, met Mark Wahlberg in de hoofdrol. Maar waarschijnlijk niet opgenomen in Rotterdam, en dat schijnt dan weer te liggen aan dat Productiefonds.
Voorlopig is deze eerste versie van 'Reykjavik-Rotterdam' leuk en spannend genoeg.

zaterdag 30 januari 2010

IFFR 2010: VPRO Previewdag

Al een aantal jaren geven we ons lot op drie dagen van het International Film Festival Rotterdam in handen van Harry en Jannie. Zij wikken en wegen over wat ze het steeds groeiende publiek van de VPRO-dagen voorzetten. Harry Hosmann en Jannie Langbroek, van de VPRO-filmredactie, programmeren voor de Preview en de Discovery, en kiezen de 4 Tigerkandidaten. Je koopt lang tevoren een kaartje - de dagen zijn steeds eerder uitverkocht- en pas kort voor het festival krijg je het programma.
Festival-directeur Wolfson waarschuwde bij de opening van de Previewdag al even: vanwege de festivalthema's dit jaar wordt het veel oorlog, gevangenis en eenzaamheid. Het viel ons eigenlijk ook nog wel mee, gewend als we zijn aan dagen vol films over depressie, leed en vooral uitzichtloosheid. We gaan het desondanks toch graag aan, omdat we benieuwd zijn naar al die films, en omdat Harry en Jannie soms ook de nuance zoeken en er zo af en toe een vriendelijk, ontroerend of klein-menselijk juweeltje tussen zetten. En omdat de artistieke, wereldcinema-achtige films die Rotterdam centraal stelt op het IFFR het verdienen gezien te worden.

Donderdag 28 januari 2010: Dag 1 in de Pathé. Volle bak en niet alleen daar. In drie zalen loopt parallel het Preview-programma. In de zaal veel VPRO-programmamakers, en achter ons de van Goghjes. Zoals al vele jaren. Dit jaar mag de koffie mee de zaal in. Dat is een jaarlijks strijdpunt met de zaalwachten.
En dan begint het, ruim 13 uur film kijken. In ons hoofd ontstaat een verhaal op grond van de volgorde en het moment van de films.

La mujer sin piano
Een vrouw in Madrid heeft een leven dat niet heel erg spannend lijkt. De tv staat veel aan en we zien dezelfde belspellen als die bij RTL en SBS te zien waren. Haar man is taxichauffeur en niet echt gezellig. Ze pakt haar koffer in, gaat naar het busstation en probeert een kaartje te kopen. Iedereen is onaardig tegen haar, de lokettist zegt op haar vraag welke bussen nog gaan, dat ze even op het bord achter zich moet kijken. Als ze heeft besloten en zich weer omdraait pakt hij net het bordje 'gesloten' en gooit het loket dicht voor die dag.
Ze heeft een interessante ontmoeting met een Pool, die naar Katowice wil. Er gebeurt van alles in die nacht. De vraag is wat haar 'vlucht' oplevert. Met het antwoord op die vraag eindigt de film.
Een film die je meeneemt, die ondanks het niet zo heel originele gegeven, erg mooi is gemaakt en die met humor en gevoel de 'vlucht' van de vrouw in beeld brengt.

Lebanon
Ik heb in vorige jaren al eens geschreven dat het opmerkelijk is hoe weinig vorm-experiment je bij de films op het IFFR ziet. Dat kan je als commentaar zien, het is ook uiting van het feit dat filmtaal universeel is en dat die taal zich in zijn traditionele vorm goed leent voor het vertellen van verhalen.De film 'Lebanon' is vorm-technisch zeker wel nieuw en interessant. We volgen een paar Israelische militairen op hun weg door Libanon. Ze zitten in een tank en de camera blijft consequent in de tank. In die kleine ruimte maken de militairen van alles mee, er ontstaan conflichten, de commandant komt er zijn bevelen geven, er wordt een 'angel' (de term die in het radioverkeer wordt gebruikt voor een omgekomen soldaat) ingehesen. We zien buiten alleen door het scherm van het kanon.
Een harde, maar integere film die veel aandacht krijgt, en hoog scoort in de publieksenquetes.

Un Prophète
Er werd veel verwacht van deze film. Grote, lange film over het gevangenis leven in een complex niet ver van Parijs. Geen aanklacht tegen het systeem, zei Jacques Audiard, de maker in een interview, maar een verhaal over mensen in de gevangenis. Het idee voor de film kreeg de regisseur toen hij één van zijn eerdere films ging vertonen in de gevangenis (cultuur moet in Frankrijk overal, ook in de gevangenis). Het script was hem al eerder aangeboden maar na dat bezoek aan de claustrofobische omgeving van een gevangenis nam hij het besluit de film te gaan maken. Het snoeiharde systeem van macht, privileges en geweld tussen bendes gevangenen is briljant in beeld gebracht. Tussen de leider en de nieuweling ontstaat een bijna Shakespeare-achtige situatie van loyaliteit, macht en strijd.
De camera staat geen moment stil, er is voortdurend geluid, drukte en actie. Het verhaal is prachtig in beeld gebracht, zelfs de tussentitels die het verhaal structuur geven zijn mooi. Imposante film die met een ruim promotiebudget zijn weg wel zal vinden naar de Nederlandse zalen.

White material
Niet zo heel origineel, blanke kolonialen in een zwarte wereld die het lastig krijgen. De Afrikanen, inwoners van een niet nader genoemd land zijn voortdurend boos en gedecideerd en de Francaise en haar gezin zijn verwarde westerlingen in smeulende en oplaaiende vuren. De Francaise, die van geen wijken weet, wandelt, regelt en praat zich met veel drama door het verhaal heen. Met Isabelle Hupert als de Francaise is het vooortudrend raak. Ze is -zoals we van haar kennen- een wandelend lage druk gebied. Ik ben er niet tegen ingeent....

Zarte Parasiten
Enigzins pretentieus filmpje over twee jongeren. Ze zijn een stel maar werken ieder apart in hun rol: ze mengen zich in het leven van mensen waar plaats is voor een dochter of zoon. Het meisje komt dagelijks bij een oude vrouw die vereenzaamt is, de jongen werkt zich binnen in een gezin dat een zoon verloren heeft.
Op beide plekken gaat het mis, waarbij er spanningen ontstaan en de jongeren ontmaskerd worden. De verwachte plot, de wending, de moraal of de loutering...je verwacht hem wel maar hij komt niet. Aardig maaar niet meer dan dat.

woensdag 27 januari 2010

Le Nozze in Amsterdam


Het eigenwijze productie-duo Sergio Morabito en Jossi Wieler werd een jaar of 3 geleden door de Nederlandse Opera gevraagd een nieuw verfje te zetten op het aloude repetoire van de 3 Mozart-Daponte opera's.
Ze deden het spraakmakend en nogal omstreden. Don Giovanni in het Beddenpaleis - een voorstelling die het door zijn detaillering beter deed op tv dan in de zaal- met een nogal opmerkelijke opvatting over de Don Juan-figuur. Cosi fan tutte werd gesitueerd in een vakantiekolonie en Le nozze di Figaro verplaatste zich van het kasteel van de graaf naar de showroom van een automerk. De graaf van Almaviva uit het libretto van Daponte werd het automerk Almaviva, met als paradepaardje een fonkelend groene cabrio.
Ik heb in 2006 alle drie de opera's gezien in een periode van net 3 maanden. Nu ieder jaar één van de drie producties wordt hernomen, wil ik graag nog eens kijken, met wat minder de nieuwigheid en verbazing van de eerste keer.

Le nozze is een verhaal vol liefde, bedrog en verzoening. Mozarts muziek zit vol fraaie melodieen en indrukwekkende aria's. Charlotte Margiono was er, net als 3 jaar geleden weer bij. En hoofdrol Luca Pisaroni was opnieuw geengageerd door DNO. Deze Italiaanse bas, bruut en groot in Ercole amante, begin vorig jaar, zette weer de door het regisseursduo wat sullig gebeeldhouwde rol van Figaro neer.
De autoshowroom, groot, hard verlicht en met de cabrio als stralend middelpunt, is het grootste deel van de voorstelling het decor voor alle verwikkelingen. Het duo Wieler-Morabito houdt er kennelijk niet van om de thema's van de opera's die ze onder handen nemen, te abstraheren. Ze kiezen voor een soort gelaagde concreetheid waarin details belangrijk zijn. Alle sigaretten in deze voorstelling komen bijvoorbeeld uit een soort wereldbol, zoals je die in de jaren '60 wel zag. En de as gaat in zo'n typische asbak uit die tijd, een glazen bakje in een klein model autoband. Nog zo'n vondst: alle buitenscenes, zoals de vlucht van Cherubini uit het kasteel, zien we op het podium als beelden van de bewakingscamera's.
Toch...dacht ik gisteren in de Stopera dat het wel leek alsof de regisseurs helemaal niet naar de muziek hebben geluisterd bij het maken van deze voorstelling. Het is heel erg toneel, iedereen zingt nogal terloops, zeker in het eerste deel. En omdat het allemaal stemmen zijn die zonder pathos en vrij naturel kunnen zingen en spelen, werkt het ook. Maar de aandacht voor de muziek was er wat te weinig in de enscenering. Waarbij het feit dat dirigent Constantinos Carydis het Nederlands Kamerorkest wat vlakjes liet spelen, nog eens extra bijdroeg aan het wat weinig spectaculaire muziekgehalte van deze voorstelling.
Je kon het aan het applaus horen, Amsterdam gaf deze voorstelling een zeventje. En ik was het deze keer wel met Amsterdam eens.
[foto's (c) DNO]

dinsdag 1 december 2009

zondag 22 november 2009

Salomé bij de Nederlandse Opera: Bravo en Boe!

Donderdag, 19 november, tegen tienen, Amsterdam, het Muziekgebouw. Nog geen 5 dagen geleden was ik hier ook en bedacht dat de dansvoorstelling van die avond -hoe mooi ook- niet echt een intellectuele uitdaging vormde.
Vanavond op mijn wenken bediend: Salomé van Richard Strauss, een opera uit 1905 die toen voor ophef zorgde en hier en daar verboden werd. De intendant-generaal van de koninklijk-keizerlijke Hofoper van Wenen verbood opvoering op 'religieuze en zedelijke gronden'. De omstreden opera was trouwens een groot succes op andere plaatsen, zoals op 16 mei 1906 in Graz, waar Gustav Mahler, Arnold Schonberg, Alexander Zemlinksy én Alban Berg in de zaal zaten. Still uit video van DNO

Anno 2009 is er nog steeds ophef. Het applaus in de Stopera klatert en duurt lang, maar de voor- en tegenstanders roeren zich: fanatiek klinkt het bravo maar de boe-roepers doen er alles aan om gehoord te worden. Een wedstrijdje in voor- en afkeur.
Eigenlijk is het niet helemaal eerlijk. Bravo bekt gewoon beter en zeker als je volume wilt maken zijn die klanken veel geschikter. Boe laat zich slecht vocaal versterken. En boe mist een lettergreep. Zullen we afspreken dat er bij de opera voortaan bravo (en voor de mensen die weten hoe het hoort: brava bij de dames) wordt geroepen door de liefhebbers en "oh nee" door de haters?
Ik kijk bij het slotapplaus altijd naar de gezichten van de spelers, effe checken hoe zij er bij staan. Soms zie je opluchting, uitputting, routine of oprechte vermoeidheid. Hier kijkt de cast op het podium vooral triomfantelijk. Zangeres Doris Soffel, die Herodias zong, blijft nog even in haar rol en maakt een vals, sarcastische dansje: dikke neus als je het niks vond. Er was deze avond veel om aan te wennen. Toen het doek om 20 u opging zagen we niet het terras van het paleis van Herodes, zoals in het libretto staat, maar een Abu Ghraib-achtige bunker. Betonnen, massieve wanden, een plafond waar de wapening van het beton hier en daar doorzakt en harde tl-verlichting. De maan, die in de setting van het verhaal een grote rol speelt, wordt hier verbeeld door een ballon.
De feestdis is gedekt, Salome aan de tafel, evenals haar moeder en haar stiefvader Herodes. Die heeft een koptelefoon op en zit stevig mee te swingen op wat hij hoort. Het feest verloopt treurig, er is geweld, drank, ruige sex en heroine.
Still uit video van DNO

Het valt niet mee om het als toeschouwer te vatten. 'Nou heb je me even', denk ik en ik kijk op mijn horloge. We zijn 70 minuten in de voorstelling als ik een theatraal effect zie dat me echt aanspreekt. Salomé wil het feest en de bunker ontvluchten, tekent met krijt een deur op het beton en probeert die met alle macht te openen. De anderen volgen haar, tekenen deuren en proberen die vergeefs in te rammen. In al zijn eenvoud een briljante theatrale vondst.
Een dik half uur later is de slotscene. Salomé staat met Jochanaan (Johannes de Doper), wiens lippen ze wilde kussen, alleen op het podium. In het verhaal is het hoofd van Jochanaan haar op haar bevel op een zilveren schaal aangeboden. Zijn afgehakte hoofd zweeft boven het podium maar daaronder hebben Salomé en hij een bijna romantische slotscene. Niet heel gangbaar, dit einde.Ze sluiten samen het toneeldoek, het zaallicht gaat al aan en op de voorste rij staat een man op: 'die vrouw moet dood'! roept hij naar het toneel.
Het is de tekst die haar vader, Herodes, in het oorspronkeljke libretto zegt. De man hoort erbij, dat is duidelijk, maar het effect is er niet minder om.
Still uit video van DNO

Zoals wel vaker lees ik na afloop in het uitgebreide programmaboek dat DNO altijd verzorgt wat ik óók had kunnen zien en mogelijk wat eerder had kunnen begrijpen. Dit verhaal, de symboliek en zelfs de historie van deze opera staan bol van de betekenis. Regisseur Peter Konwitschny, die een enorme staat van dienst heeft, maakt het zijn publiek niet makkelijk. Hij wrijft de thema's die Strauss bij de toneeltekst van Oscar Wilde op muziek zette stevig in: de femme fatale, de hysterische zangeres, de lust van de vrouwen die elkaar en de mannen verleiden, exotiek en erotiek. De heroine-spuitende Herodes, zijn vrouw die met een champagnefles wordt gepenetreerd, de gangbang over de dode Narraboth, Grease-achtige dansjes, het is allemaal niet heel feestelijk en heeft een laag feelgood-gehalte.
Konwitschny kiest harde manieren om zijn visie op dit werk van Strauss neer te zetten. Ontluistering lijkt voortdurend het thema, net als verlies van decorum.

Uit de bak klinkt het ruim honderd-koppige orkest, muziek van Strauss die schatplichtig is aan Wagner. Zo heel af en toe hoor je er de Strauss van later doorheen, meer harmonisch en lyrisch.
Salome was een hit, aan het begin van de 20e eeuw. Strauss kocht van de opbrengst van zijn opera een huis in Garmisch-Partenkirchen. Daar bracht hij zijn laatste jaren door en daar componeerde hij 40 jaar na Salomé de zoveel lieflijker muziek van de '4 letzte Lieder'.

zondag 15 november 2009

Verse Prins in het Muziektheater

Foto: Christopher Wheeldon in Vanity Fair

Het heet echt zo: bewonerstheater. Het Muziektheater, dat doorgaans 'De Stopera' genoemd wordt, is het 'bewonerstheater' van het Nationale Ballet en de Nederlandse Opera. Als die twee gezelschappen niet optreden, is er ruimte voor andere programmering. En dat staat op een site met ook al zo'n wilde naam: www.gastprogrammering.nl. Je merkt dat de fantasie regeert in de Amsterdamse kunsten...
Veel dans wordt geprogrammeerd, zoals het Nederlands Danstheater, als de hoofdbewoners er niet zijn, en soms theater, zoals in mei.
Tussen de avonden van de opera Salomé door (daarover later meer op dit klog) stond een Engels gezelschap dat voor het eerst in Nederland optrad: Morphoses/The Wheeldon Company. Een nieuwe combinatie, opgericht door wat men de meest veelbelovende choreograaf van dit moment noemt, Christopher Wheeldon. Dat vinden de kenners en zelfs is hij ook redelijk overtuigd van zijn eigen kunnen. Tegen The Guardian zei hij: 'I want to become the Serge Diaghilev of the 21st century', al slaat dat meer op het feit dat hij een eigen gezelschap startte, Morphosis/The Wheeldon Company. Het heeft zijn thuisbasis op twee plekken, New York en het Londense Saddlers Wellstheater. Wheeldon werd in 'Vanity Fair benoemd tot de 'Fresh Prince of Ballet'.
Neerlands trots was in het Muziektheater Rubinald Pronk. Hij danste 'Softly as I leave you', een pas-de-deux met de Amerikaanse Drew Jacoby. Het ballet was gezet op op muziek van Arvo Pärt en Bach, wiens 'Air' klonk.

Foto: Rubinald Pronk en Drew Jacoby

H., met wie ik in de Stopera was, vond dit prachtig en was geraakt. Ik kwam niet verder dan het oordeel 'sentimenteel'. Een ander werk, 'Bolero' op de muziek van Ravel vond ik wél interessant, omdat choreograaf Ratmansky - voormalig directeur van het Bolsjoiballet in Moskou- buiten de voor-de-hand-liggende cliché's bleef. H. vond het niet veel, kon niet loskomen van beelden van ijsdanskuren op deze muziek en Bo Derek.
En zo werden we afwisselend geraakt of bleven we wat onaangedaan door wat we zagen.
Het meeste indruk maakte het laatste werk van deze avond, 'Fools' Paradise. Nieuwe muziek van Joby Talbot, live gespeeld door Sinfonia Rotterdam. Voldragen groepswerk met veel ruimte voor solo's. Het was fraai gedanst, erg gebaseerd op traditioneel ballet en het was in dat idioom ongetwijfeld behoorlijk vernieuwend. Maar, als ik zo vrij mag zijn de grenzen van mijn snobisme nog wat verder op te rekken, een intellectuele uitdaging, zoals moderne dans soms wel eens is, dat wilde het niet worden op deze avond in Amsterdam.

maandag 9 november 2009

Het regent en...

De maand november is geen veelbezongen of -beschreven maand. Hoewel het niet eens tegenvalt als je wat rond-googlet: Eva Cassidy bezingt november, er is natuurlijk
'November Rain' van Guns 'n Roses, en ook Tom Waits heeft een nummer dat 'November' heet. In een Franse platenzaak zag ik ooit een lp van Barbara met een lied over de 11e maand. In Kurt Weill's September Song zit een verwijzing.
Allemaal leuk voor een novemberkind als ik. Maar niemand maakte ooit een mooiere beschrijving van de spleen en melancholie van de herfst in november dan de dichter J.C. Bloem.

November

Het regent en het is november:
Weer keert het najaar en belaagt
Het hart, dat droef, maar steeds gewender,
Zijn heimelijke pijnen draagt.

En in de kamer, waar gelaten
Het daaglijks leven wordt verricht,
Schijnt uit de troosteloze straten
Een ongekleurd namiddaglicht.

De jaren gaan zoals zij gingen,
Er is allengs geen onderscheid
Meer tussen dove herinneringen
En wat geleefd wordt en verbeid.

Verloren zijn de prille wegen
Om te ontkomen aan den tijd;
Altijd november, altijd regen,
altijd dit lege hart, altijd.


J.C.Bloem

vrijdag 6 november 2009

van Wassenaerconcours 2009

Het verhaal rond Unico Wilhelm rijksgraaf van Wassenaer Obdam (1692-1766) klinkt als een introductie van Jambers. De stem moet je er zelf even bijdenken: 'overdag is hij een respectabel heer van adel, een graaf zelfs, maar 's nachts geeft hij zich over aan zijn echte passie, het componeren. In het gezelschap van zijn clavecimbel werkt hij tot diep in de nacht aan zijn composities'.
Pas in 1980 ontdekte de musicoloog Dunning dat de Concerti Armonici, die altijd waren toegeschreven aan Pergolesi, eigenlijk door van Wassenaer waren geschreven. De partituren werden ontdekt in de archieven van Kasteel Twickel, het familiebezit van de van Wassenaers. Het werd in die tijd als ongepast beschouwd voor een edelman om het beroep van componist uit te oefenen. Vandaar dat hij zijn composities onder andere namen liet uitbrengen.
Via de muziek hebben we aan Graaf van Wassenaer ook een klein, compact oude muziek-festivalletje te danken. De familiestichting van Wassenaer, bestaande uit nazaten van de graaf, bemoeit zich nog met dit festival en levert financiele bijdragen.
Op zondagmiddag 1 november was de finale van het concours dat parallel aan het festival gehouden wordt. De vier finalisten, ensembles voor oude muziek, kregen ieder een half uur om zich voor de jury te presenteren. Het maakte de middag zeer gevarieerd en zelfs wel spannend. Als publiek mochten we ook een stem uitbrengen.
Ik moest weg voordat de jury, waarin respectabele namen als Fabio Biondi -ook artist in residence tijdens dit festival- en Barthold Kuijken de uitslag bekend zou maken.
Daarom mijn leken-oordeel.Mijn 3e plaats: Een wonderlijk duo vormde Tempo Rubato met de Japanse Megumi Tanno en de Italiaan Antonio Piricone. Ze speelden quatre-mains op een forte piano, eerst werk van Mozart en daarna een komisch stuk van Haydn, 'Il maestro e lo scolare', dat een act werd voor een strenge leraar en een verveelde leerlinge. Tegen het einde ging de gsm van de leerlinge ook nog af, een moderne noot in dit soms wat al te guitige, maar muzikaal niet zo interessante, werkje. Mijn favorieten waren: 'Ensemble Diamanté', met leden uit Japan en en Engeland. Opgericht in Nederland tijdens de studie aan de conservatoria van Den Haag en Amsterdam.Ze speelden mooie muziek van Telemann en Corelli en musiceerden met een losse stijl die me aansprak.
Terwijl ik deze impressie in de trein uit Amsterdam typ, worden de prijswinnaars in het Muziekgebouw aan het IJ bekend gemaakt. Hierboven staat mijn volgorde. Ik ben benieuwd wat de kenners ervan vonden.

Aanvulling
Later op de avond heeft de jury gesproken:

zondag 1 november 2009

In the mix: Peggy en Iggy

Ooit, heel lang geleden, waren er discotheken waar discjockey's platen draaiden. Tussen de plaatjes door babbelden de dj's en kondigden plaatjes aan en af. Dat vonden we toen heel gewoon, dat gebabbel. Het werd ooit fraai gepersifleerd door de band Noodweer in het nummer 'Disco'. "Allllemaaaalllll een hééél goeienavond en harrrrrtelijk welkom hier in de SunshineCorrrrneerr". Ergens in de jaren '70 bedacht iemand dat het leuker was om niet te praten maar de plaatjes naadloos in elkaar over te laten lopen. De mix was geboren. Twelve inch-versies van nummers werden zo geproduceerd dat er een break in zat zodat je een ander plaatje kon instarten. De BPM (beats per minute) stond aangegeven op het label, en je kon de platenspeler iets sneller of langzamer laten lopen voor een ideale overgang.
En na mixen kreeg je sampling, het gebruik van stukjes uit een nummer om er een nieuwe productie van te maken. En er ontstond de mash-up, het doormekaar gooien van nummers.
Ik zet hier niet vaak zomaar een filmpje neer, maar deze mash-up van 2 nummers is waanzinnig. Peggy Lee en Iggy pop samen. Zij met de klassieker 'Fever', hij met 'The Passenger'. Zo klinkt het:

zaterdag 24 oktober 2009

Joelende arbeiders voor Georg Friedrich Händel

In 1961 nam de Vara het initiatief tot een serie klassieke concerten op de zaterdagmiddag in het Amsterdamse Concertgebouw. Toen de 48-urige werkweek was afgeschaft wilde de Vara zijn aanhang van arbeiders verantwoorde cultuur bieden in hun vrije tijd.
De 'Vara Matinee op de vrije zaterdag' werd een begrip. Een kaartje kostte in de begintijd 3 gulden, aangepast aan het weekloon van de werknemer in die tijd. Omgerekend betaalde ik vanmiddag 100 gulden meer, 48 jaar later.
Het ziet er somber uit voor de economie en de bedrijvigheid in Amsterdam: het arbeiders-publiek dat ik zaterdagmiddag aantrof was gemiddeld ruim boven de 60 en bestond grotendeels uit oudere dames en nichten. De aanwezige heren in de zaal wilden nog wel eens wegdommelen tijdens het concert. Is dit het schrikbeeld van de leeftijdsverhoging voor de AOW? Moet Amsterdam zijn arbeidsproductiviteit op peil houden met deze volgelingen van Domela Nieuwenhuis? Het leek me veelzeggend dat de VARA inmiddels uit dit project is gestapt en dat het nu gerund wordt door de AVRO en NPS.
Zonder dollen: het was een muzikaal feest, dit concert in de Grote Zaal. Het Franse ensemble Les Arts Florissants onder William Christie voerde het oratorium 'Susanna' van Händel uit. Oratorium, geen opera. Een geestelijk onderwerp, een simpele plot en geen enscenering, dat zijn de kenmerken van dit genre, dat in zijn dramatische vorm door Händel is uitgevonden. Het verhaal van 'Susanna' maakt deel uit van de 'apocriefe' geschriften die als een soort bijlage bij het OT horen. Hieronder een schilderij van Rubens.
Het klinkt saai, maar het was verukkelijk. Mooie, dramatische liefdesthema's tussen hoofdfiguur Susanna en haar man Joacim. Komische scenes tussen de Oudsten die achter Susanna aanzitten en haar bijna veroordeeld krijgen. Maar aan het eind blijkt ook het recht hier te zegevieren: Susanna wordt vrijgesproken van de beschuldiging van overspel en herenigd met haar Joacim.
De keuze van de rollen is qua stemvak soms logisch, maar roept ook vragen op. Onze eigen Maarten Koningsberger (bas) had als de vader van Susanna een kleine rol maar mooie rol. Susanna was de sopraan Sophie Karthauser, maar de rol van haar echtgenoot werd gezongen door de countertenor Max Emanuel Cencic, die zijn loopbaan begon als Wiener Sängerknabe. In het originele libretto wordt de rol aangegeven als alto, en zo zal die ook geklonken hebben bij de premiere van dit werk, op 10 februari 1749 in Covent Garden.
Ik ben absoluut fan van William Christie en zijn Arts Florissants, genoemd naar een opera van Charpentier. Christie is de man die de Franse muziek uit de 17e eeuw heeft helpen herontdekken en een wezenlijke rol speelt bij de uitvoering van muziek van Charpentier, Rameau, Lully en Couperin, maar ook van Bach, Purcell en Händel. Het is pikant dat de sleutelfiguur in de herwaardering van de Franse Barok een Amerikaan was. Christie, die met een sjiek accentje Frans spreekt, is inmiddels Frans staatsburger en zal binnenkort toetreden tot de Academie des Beaux-Arts.

Zijn koor en orkest klonken prachtig en zoals je aan Christie kunt overlaten, was de keuze van de solisten uitstekend. Alle solisten en het koor deden dit lange werk uit hun hoofd. Alleen het orkest speelde van blad.
Al bij de pauze werd er gestampt en ge-bravoot door het publiek, en het slotapplaus was lang en hevig. Toen als een soort van functionele toegift Christie de zaal vertelde dat deze uitvoering was opgenomen voor cd en dat er een aantal retakes nodig waren, bleek dat met een minuut of tien extra muziek zo geregeld. Wie wilde, kon blijven voor de laatste opnamen, die voor continuiteit in de akoustiek bij voorkeur met een goed gevulde zaal opgenomen moesten worden. Vrijwel iedereen bleef zitten en na de stukken die overgedaan moesten worden, was er opnieuw donderende waardering.
Over hun productiviteit kun je twijfelen, maar joelen kunnen die Amsterdamse arbeiders goed op hun vrije zaterdagmiddag.

donderdag 22 oktober 2009

Ruwhouten Karamazov bij het Ro-theater

Alle acteurs zitten rond de houten tafel. Vader Karamazov, zijn 3 zonen en de andere rollen. Het ziet er vermoeid uit, uitgeblust. Het soort scene waar toneelstukken soms mee eindigen. Alles is gezegd, alle gevechten zijn geleverd.
Een enkeling praat en wie niet praat kijkt glazig voor zich uit. In die sfeer leren we de familie Karamazov kennen. Vader Fjodor, een rol van Jack Wouters, die gewond raakt bij een gevecht met zijn zoon Dmitri. Naast de glazige blikken en de oneindige leegte die boven de tafel van de Karamazovs hangt, zijn er ook momenten van grote heftigheid. Monologen die de acteurs soms direct de zaal inslingeren. Zoon Ivan, die bijna stikt in de emotie bij een verhaal over kinderen die mishandeld worden. Fragmenten uit het pleidooi van advocaat Fetjoekovitsj, dat met grote impact door Jack Wouters wordt gedaan.
Mooi, als in esthetisch mooi, dat zit er niet in. De acteurs niet, hun kleding niet, het decor is ruw hout. Het is geen voorstelling die verleidt. De teksten van Dostojevski, die zijn mooi. Uitspraken die tot nadenken stemmen. Het meeste indruk maakte actrice Fania Sorel, die verrassend werd gecast voor de rol van de jongste zoon, Aljosja. Zij brengt de dromerige, goedwillende jongen tot leven, met grote ogen en een aandoenlijke, naive kijk op de wereld en schuld en boete. 'Als ik God was, dan zou ik álle mensen vergeven'. Zulke zinnen.
Er is veel tekst, en niet altijd heel veel toneel. Maar de serieuze, diepgravende aanpak van regisseur Alize Zandwijk verdient aandacht.
Op zaterdag 17 oktober was de premiere, daarna tournee tot eind december.

woensdag 14 oktober 2009

Das Rheingold van Wagner

De Nationale Reisopera reist, maar niet met hun Ring-cyclus. Daarom moest ik op weg naar Enschede, op een herfstige zondag. In de trein stelde ik mezelf verschillende vragen: weet ik waar ik aan begonnen ben, met deze verre reis voor muziek die ik nog nauwelijks heb leren kennen? Ben ik niet te jong voor Wagner? Heb je als ex-Havo-scholier wel de bagage voor het beluisteren van al dat mythologische gedoe met de goden en hun wereld? En had ik me wel goed voorbereid op mijn Wagner-vuurdoop? Op die laatste vraag was het antwoord in elk geval 'neen'. Geen tijd gehad.

Das Rheingold, 'Vorabend des Bühnenfestspiels', is nog maar een kort deel van de cyclus 'Der Ring des Nibelungen'. Het duurt 2,5 uur, in Enschede zonder pauze gespeeld. De volgende episode, die over een jaar wordt gedaan, Die Walküre, gaat 5 uur duren.
Het thema van de hele 'Ring', waaraan Wagner voor tekst en muziek meer dan 25 jaar schreef, is hebzucht, voortkomende uit begeerte als oerdrift. In de totale 'Ring'- cyclus gaan de goden ten onder, en één van de gebeurtenissen die daartoe leiden is de diefstal door Wotan van de ring. Die werd gesmeed met het gestolen goud van de Rijndochters. Ze heten lekker Wagneriaans Woglinde, Wellgunde en Flosshilde. Ik ken een tweeling waarvan de jongen Porgy heet (inderdaad de acteur) en het meisje Bess. Zouden er ook ouders zijn die hun meisjesdrieling deze namen gaven? Wellicht lopen er wel zulke drielingen rond, in Saksen-Anhalt of ergens in de buurt van Bayreuth.

De zwaarste rol is in deze productie ongetwijfeld voor Machteld Baumans als de godin Freia. Speciaal voor haar werden 15 goudbrokaten jassen geproduceerd met dikke voering. In de scene waarin ze terugkeert na ontvoerd geweest te zijn, krijgt ze die jassen aan. Over elkaar....
Als Alberich van een klif in de Rijn valt is dit zijn tekst:
"Garstig glatter
glitschriger Glimmer!
Wie gleit ich aus!
Mit Händen und Füßen
nicht fasse noch halt ich
das schlecke Geschlüpfer!"
De hele opera zit vol met dit soort gezwollen taal.

Er zijn in de Wagner opera's wel thema's,Leitmotiven, maar aria's zoals we gewend zijn bij Mozart en Verdi, kennen de werken van Wagner niet. Het luistert heel anders, niet voor niks sprak Wagner liever van 'muziekdrama' dan van opera. De boventitels, in het Nederlands en Duits, hielpen erg. Regisseur Anthony Macdonald koos voor een vrij gematigde vormgeving. Een fraaie Rijnbodem waar de Rheintöchter hun gevecht voeren met de dwerg Alberich. De meeste andere scenes speelden zich af op een station in de bergen, met een verre associatie met de Sound of Music.
Aan het eind van deze 'Vorabend' steekt de halfgod Loge de brand in een foto van de goden. Voorbode van hun totale vernietiging, maar die zal pas over nog eens 12 uur opera plaatsvinden. Het wordt donker in de zaal, zelfs de nooduitgangbordjes zijn afgeplakt. Het applaus dondert, de man naast me springt op en roept "Bravo!" Aan mijn andere kant is er al evenveel enthousiasme. Mijn snipverkouden buurman klapt en stampt en als de zangeres die Erda zong applaus komt halen, schuurt er een gesmoord 'Bravo' langs zijn stembanden.
En ik? Ik moet nog even bijkomen van deze kennismaking met dit 'Gesammtkunstwerk' uit de wondere wereld van Wagner.

zaterdag 10 oktober 2009

Een Olivier voor iets minder dan één Adriaan

Zijn er nog mensen in mijn kringen van vrienden en bekenden die geen boek uitbrengen? Het gaat hard, deze maanden. Oud-collega Roderik schreef samen met Nienke Verhoeven over acqusitie. Ze maakten er geen boek over, maar een waaier. Maar ja, acquistie is geen kunst. Althans niet in het kader van dit klog.
Paul van der Eerden's 'Poudre aux Moineaux' bij uitgeverij Buchet/Castel is niet door maar óver hem geschreven. Binnenkort meer hierover.

Olivier van Beemen, de Correspondent, schreef een literair en ook journalistiek boek. Zijn ervaringen in Parijs op Parijsblog lees ik al een aantal jaren, zijn artikelen zijn geregeld te lezen in Elsevier, het Parool en het Financieel Dagblad.
Misschien had ik het zelf wel willen zijn, correspondent in Parijs. Het is daarom dat ik altijd met veel plezier zijn blog, artikelen en reportages lees. In zijn boek 'In Parijs' vormen zeven jaar wonen en werken in Parijs de basis. Hij beschrijft zijn leven van een beginnend (want piepjong) correspondent in de Franse hoofdstad, verbonden aan de ontwikkelingen in de Franse politiek, de cultuur en het dagelijks leven. Het zijn geen weblogverhalen waar door uitgever Balans een nietje door geslagen is. Er is hard gewerkt, gestyleerd en gestructueerd om de verhalen -die ik deels al kende van Parijsblog- in het perspectief te plaatsen van de Franse maatschappij, met zijn eigenaardigheden en tradities. Huursubsidie voor weinig verdienende buitenlanders, waardoor zijn eerste kamer, een chambre de bonne, betaalbaar blijft. Waar we in Nederland al fronsen als een verhuurder een recente loonstrook wil zien, blijkt voor het huren van een woning in Parijs een heel dossier nodig.
Zijn werk als correspondent voert hem naar de kantoren van politici als Jean-Marie Le Pen en Bernard Kouchner. Hij interviewt schrijver Michel Houellebecq en bezoekt een kolkende avond met Ayaan Hirsi Ali op de Ecole Normale Superieure in het Quartier Latin.
Correspondent aan het werk

Snelle auto's? Nee, vooral de fiets. Vliegtuigen? Af en toe. Satelliettelefoons en andere gadgets? Slechts een Macbook, tot jongeren in de banlieu van Grigny die harder nodig denken te hebben. De beroving is een treurig maar ook spannend onderdeel van Olivier's avonturen in de Franse banlieus, waar hij ter plekke verslag doet van de rellen van ontevreden jongeren.
In het hoofdstuk Camping Parijs, over de daklozen in de stad, staat het mooiste verhaal van dit boek. Het gesprek met een Nederlandse zwerfster, Linde, is ontroerend.
De kern van het boek is het verhaal van een echte Hollandse jongen die open staat voor ervaringen, bereid is de eigenaardigheden van zijn nieuwe woonplaats te accepteren maar die au fond een echte Hollandse jongen blijft. Op de fiets naar het Élysée, liftend op reportage, winkelend bij BHV ('tout pour trouver son bonheur') in plaats van een hippe boetiek in de Marais als Fripe Star. En die het eerste exemplaar van zijn boek overhandigt aan....zijn moeder Ria.
Adriaan van Dis moest verstek laten gaan bij de presentatie van het boek waarvoor hij een ronkende aanbeveling schreef. Hij was in de Stopera, waar de nieuwe boekenbonnen met auteursportretten werden gepresenteerd.
In alle grote boekhandels in Nederland ligt 'In Parijs', waarvoor Emile Gregoire veel foto's leverde. Je koopt het voor iets minder dan één Adriaan, voor ruim 2 Wolkersen of een ruime Palmen.

donderdag 8 oktober 2009

Holland volgens Ed Wubbe

Van moderne dans heb ik weinig verstand. En ik denk niet dat het nog gaat gebeuren dat ik er veel van ga begrijpen. Niet dat het veel uitmaakt, trouwens. Scapino-danseres Melanie Oger zegt over het stuk 'Quartet' waaarin ze een grote rol heeft: 'Ik vind het nog even onpeilbaar als toen ik het in 2007 voor het eerst danste'.
Choreograaf Ed Wubbe, vaste choreograaf van Scapino Rotterdam, viert alleen (50), in zijn werk als ontwerper van voorstellingen (25) en met het gezelschap (60) nogal wat jubilea dit jaar. Voor dit seizoen maakte hij het drieluik 'Holland'. Hij monteerde 'Brief', 'Quartet' en 'Holland' tot één geheel. Centraal staat het intrigerende beeld van de man met de tulband, danser Loic Perela, gebaseerd op een schilderij van de Vlaamse schilder Jan van Eyck.
Drie stukken, die in opbouw van abstract naar iets concreter worden. Eigenzinnige muziekkeuze en een bijna minimalistische gebruik van effecten en attributen. In het laatste deel zitten tulpebollen, de genoemde tulband (daarmee lieten 17e eeuwse notabelen zich afbeelden omdat het sjiek was oosters te lijken) en zware Hollandse luchten. Heel veel thematieken die je, omdat het natuurlijk wel moderne dans is, nooit helemaal snapt. Maar who cares. We zaten buitengewoon tevreden om zoveel moois te kijken en te genieten, tijdens deze premiere.
Het slotapplaus was zo groot en enthousiast dat dansers en choreograaf enigzins beduusd op het podium stonden.
Tournee tot eind november in heel Nederland.

dinsdag 6 oktober 2009

Dido and Aeneas alweer anders

Het Henry Purcell jaar is hier al tot vervelens toe gememoreerd, dus daar ben ik kort over. 1659 - 2009, 350 jaar, enfin u snapt het wel.
Opera Zuid, gevestigd in Maastricht, koos dit jaar zoals veel gezelschappen voor een Purcellproductie. Dat had wat mij betreft ook wel een van de fraaie maar minder bekende semi opera's als 'King Arthur' of 'the Fairy Queen' kunnen zijn. Het werd, wat meer voor de hand liggend, 'Dido and Aeneas'.
Met zijn vijven, waren we vroeg in het Theater aan het Vrijthof in Maastricht voor de aanloop. Groot voordeel van een operabezoek in het zuiden is namelijk de aanwezigheid van Len van Schaik als toelichtster. Len is een begrip in het zuiden van nederland op dit gebied. Every inch a diva maakt ze theater op de vierkante decimeters van haar presentatiedesk, praat ze geraffineerd toe naar de muziekfragmenten en neemt ze je mee in het verhaal vol dilemma's en drama. We genoten van haar drama. M en M, beiden 15 jaar en 4 maanden, werden zo, veel beter dan wij ooit zouden kunnen, voorbereid op wat hen te wachten stond. Er waren trouwens veel jongeren in de zaal. Len deed haar best haar benadering wat aan te passen door een frivool 'cool' in haar verhaal te stoppen. Waarna ze de jeugd in de zaal even aankeek en opgewekt vroeg: 'Zo zeggen jullie dat toch tegenwoordig, jongelui?'Het Theater aan het Vrijthof volgde in de periode dat ik in Maastricht woonde de Staarzaal en de Schouwburg op als locatie voor muziek(theater), toneel en cabaret. Een geraffineerd bouwplan zorgde voor een bijna onzichtbare bouwperiode achter het oude politiebureau maar wel óp het Vrijthof. Het nieuwe theater op A-locatie werd gebouwd voor rond de 22 miljoen gulden. Dat is - zo mocht ik graag bezoekende Randstedelingen uitleggen - minder dan 1/5 van de overschrijding van de bouwkosten van de Stopera.

Regisseur Hans Nieuwenhuis had niet, zoals sommige anderen, gekozen voor thema's als lust en passie, drama over de Liefde of de Verlating. Hij benadrukte de rouw van prinses Dido en haar dilemma's in de liefde voor Aeneas. Het maakte een fraaie, eigenwijze productie die zich voortsleepte in het trage ritme van een begrafenis.

Het eigenlijke werk duurt net een uur. Voor de productie van Opera Zuid, samen met de opera in Luik en orkest Collegium ad Mosam, monteerde de regisseur een voorspel aan de opera. Daarbij maakte hij gebruik van muziek die Purcell schreef voor de begrafenis van Queen Mary. We zien voordat het eigenlijke verhaal begint hoe prinses Dido afscheid neemt van haar man. Zijn dood leidt ertoe dat ze kiest voor onkwetsbaarheid en de staatszaken van Carthago, en dat gevecht is het thema van de opera.
Ik las in de recensie, anders had ik het wellicht niet herkend, dat de 'choreografie' van de ceremonie ontleend was aan de begrafenis van prins Claus in Delft. Zo extreem foutloos als daar ging het niet, maar de sfeer van majestueuze rouw hing op het podium.
Waar het, in het libretto van Nahum Tate, de goden zijn, die vertegenwoordigd door de tovenares, die Aeneas terug dwingen naar de oorlog, kiest Niewenhuis voor een psychologische benadering. Zangeres Catherine Daniel transformeert zelf in een heks op het podium, daarmee benadrukkend dat ze zelf haar groootste tegenstandster is bij het vinden van geluk. Het waren interessante en gewaagde regievondsten die de opera nieuw licht gaven.
De volwassenen in het gezelschap snapten het allemaal wel en herkenden wellicht iets van hun ervaringen met dood en rouw. Voor de twee 15-jarigen leek het me allemaal nogal somber en traag. "We vonden het toch mooi hoor, en die scene met de tovenares en de heksen was toch best spannend", meldden ze trouwhartig na afloop.

zaterdag 26 september 2009

Vintage West Side Story

Als zevenjarige hoorde ik hoe mijn ouders enthousiast terugkwamen uit de bioscoop van de film West Side Story. Het leek me behoorlijk eng, dat vechten en die messen en er vielen zelfs doden. Ze deden er nogal opgewonden over, het was kennelijk nieuw en nog niet eerder vertoond wat ze zagen.
Als Les Miserables de moeder van de moderne musical is, dan moet West Side Story toch minstens als de eerbiedwaadige grootvader worden beschouwd. Het productieproces van de eerste versie was complex en eindigde in ruzie bij de premiere op Broadway, vandaag precies 52 jaar geleden, tussen Jerome Robbins, Leonard Bernstein en Stephen Sondheim.
De theaterversie was een succes, de film een hit en van de muziek kun je in dit geval echt zeggen dat hij in het collectieve geheugen zit van de generaties na de jaren '50. Als we de muziek in de jaren '80 -toen Les Mis en later Miss Saigon ontstonden- even dreigden te vergeten, hielp de beroemde plaatopname door componist Bernstein met Carerras en Te Kanawa ons weer herinneren. De oplopende spanning in de opnamestudio zit in de documentaire en is erg bekend geworden.
De engelstalige productie van West Side Story staat een paar weken in Carré. Deze tweede avond, op de dag dat de Volkskrant een juichende recensie had, zat de zaal net half vol. Dat maak ik niet veel mee.
Het was, zo bleek al snel, een versie die geheel trouw was aan het origineel. Het decor bestond uit het klassieke beeld van de trappen en balkons van de New Yorkse Lower East side. Geen basgitaren maar de voorgeschreven contrabas in het orkest en geen R&B-vocalen. Gestyleerde dans, mooie zang en sterke rollen, zeker van hoofdrollen Tony (Scott Sussman) en Maria (Ali Ewoldt), met als extra succes de rol van Anita (Oneika Philips), de vriendin van Maria.
Wat me erg aansprak was een moeilijk onder woorden te brengen ontbreken van geliktheid. Het was theater, het was gemaakt voor het publiek, maar je kreeg niet het idee dat alles in dienst van het effect werd gesteld. Geen grootschalige showstopper voor de pauze bijvoorbeeld. De eerste acte eindigt in een ook in de jaren '50 al omstreden gevecht dat eindigt met de dode bendeleden op het podium.
Zeker de geheel in wit uitgevoerde dansscene in een abstract soort 'hemel' waarbij off-stage het mooiste lied uit de musical, 'Somewhere' wordt gezongen, was meer artistiek dan showy.
Er zit een hoop emotie en drama in deze voorstelling, en toch wordt het niet uitgemolken en zijn sommige dramatische scenes bijna discreet. Al wordt er hier en daar wel uitgepakt, zeker door de nogal expressieve Maria.
Zang en dans waren top, bij het acteren kreeg ik soms een klein beetje Batman-gevoel. Stoere teksten die je zo stoer mogelijk uitspreekt maar die dan niet helemaal lukken. Die wat aangezette stoerigheid gaf vooral de scenes van de blanke Jets iets gay-ish.
Het was een mooie avond aan de Amstel, met een productie die in 52 jaar nog geen nieuw behangetje nodig heeft, en waarvan het geweldig was om hem in zo'n authentieke vorm een keer live mee te maken.
Hieronder een impressie van MusicalWorld.TV:

vrijdag 25 september 2009

Don Giovanni klopt helemaal

Don Juan, of Don Giovanni, zoals hij in de opera van Mozart heet, is het klassieke archetype van de vrouwenversierder. Dat blijkt in de opera op alle momenten waar Don Giovanni als zichzelf of verkleed als zijn knecht Leporello achter de dames aan gaat. Maar voor wie de echte feiten belangrijk vindt is er de scene waarin Leporello in een aria de harde getallen geeft: de veroveringen van Don per land in aantallen dames. Er blijken dames gweest te zijn in Frankrijk, in Italie, Turkije en in Spanje, waar Don Giovanni 1003 maal een dame scoorde. Naast dit gezongen excelbestandje van de verleidingsresultaten is er ook de lijst die Leporello op papier bijhoudt. In de Don Giovanni die een paar jaar geleden werd opgevoerd in het Muziektheater in Amsterdam had Leporello een betrekkelijk klein boekje, waaruit echter een enorme lijst - opgevouwen als een harmonica- kwam rollen.
In de versie van Don Giovanni die de heropeningsweek van de Doelen opsierde had een ijverige decorassistent op een dikke rol pakpapier een onafzienbare rij zuidelijk klinkende damesnamen geschreven. Librettist Da Ponte was graag duidelijk over de praktijken van Don en op welke wijze die leidden tot zijn treurige einde.

De Doelen, inmiddels ruim 40 jaar oud, is de afgelopen maanden stevig onder handen genomen. Het is de architecten gelukt om vrijwel alles aan te pakken en toch de ruime, feestelijke sfeer van de Grote Zaal te behouden.
De openingsweek kende veel soorten muziek, van opera tot symfonisch en van wereldmuziek tot jazz. Ik was zeer tevreden met mijn kaartje voor de opera-avond. Een productie van de Mozart-opera Don Giovanni, met het Combattimento Consort van Jan Willem de Vriend in een regie van Eva Buchmann. Die is bekend om de psychologische benadering van de verhalen.
Het paste allemaal net op het podium van de Grote Zaal, de stellages, een groot videoscherm en het orkest dat letterlijk in het middelpunt zat. Het consort speelde fraai en zeer bescheiden, met voortdurend aandacht voor de begeleidende rol.
Marcel Boone en Henk Neven waren de mannelijke hoofdrollen, geloofwaardig, sterk en net zo mooi als de meeste zangeressen die de Donna's Elvira en Anna speelden.

In de eerste tien minuten van de opera vecht Don Giovanni met de vader van een van zijn veroveringen, Il Commendatore. De Rus die deze rol zong was groot en zong laag en dreigend, helemaal zoals het hoort. In de tweede acte is er een standbeeld voorgeschreven voor de betreurde Commendatore. Waar decorafdelingen zich doorgaans mogen uitleven op een groot, indrukwekkend standbeeld, viel er op dat punt hier niks te beleven. De Commendatore kwam als standbeeld niet in beeld. In het verhaal gaat hij zich ineens bemoeien met een gesprek tussen de twee mannelijke hoofdrollen en accepteert de uitnodiging van Don Giovanni om te komen souperen.
De slotscene maakte het ontbreken van een standbeeld wel helemaal goed. Ineens verscheen Il Commendatore hoog in de zaal, fel aangelicht en met bulderende stem, Don Giovanni lokkend om naar hem toe te komen. Er was theaterrook, er daalden zilveren schalen uit de nok van het podium en Don Giovanni stortte in de diepte.
Alles klopte aan deze voorstelling, met als bepalend element natuurlijk de prachtige muziek die voor het eerst klonk in Praag, op 28 oktober 1787. Mozart was toen 31 en maakte met Daponte deze op Dante's Divina Commedia gebaseerde opera.

zaterdag 5 september 2009

Fidelio van Gergjev: Eeuwige jeugd

Volgens festival-bestuurslid Sylvia Toth was het Gergjev zelf die ooit zei: 'This city needs a festival'. En zo kwam het er, een jaarlijkse traditie aan het begin van het seizoen. Een eigen festival van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, met muziek en film op allerlei locaties.
Door zoveel andere bezigheden kon ik niet veel meekrijgen van het festival, maar voor een van de hoogtepunten hadden we al lang geleden kaarten geregeld: Fidelio van Beethoven in een productie van Neil Wallace, programmeur klassiek bij de Doelen en onder leiding van Valerie Gergjev. In het Nieuwe Luxor, want de vernieuwde Grote Zaal van de Doelen is pas half september beschikbaar.
[foto: Marco Borggreve]
Gergjev voerde de opera 'Fidelio' voor het eerst in zijn loopbaan als dirigent uit. Neile Wallace had beperkte mogelijkheden, zowel budgettair als que repetitietijd. Beetje merkwaardig was bijvoorbeeld dat de leden van het Groot Omroepkoor hun rol met de partituur in de hand speelden en zongen, geen tijd gehad om het zonder de boeken te leren uitvoeren. Vette pech ook, vooral voor het publiek, dat net voor deze premiere de boventitelingsapparatuur het begaf.
Maar: Beethoven deed er lang over, maakte tussen 1803 en 1814 een aantal versies en componeerde prachtige muziek en verukkelijke solo's, duo's, trio's en kwartetten voor de vocale solisten. De solisten van deze versie, die maar twee keer uitgevoerd wordt, klonken fraai en hielden zich netjes is. Geen gebrul of vocale acrobatiek, maar mooi verstaanbare, dramatische aria's, en zang in combinaties die me vaak moeilijk leken.
De kritieken waren niet erg juichend, maar ik had een prima avond met de muziek en de moderne enscenering. Video-schermen die soms aankleding waren en soms heel functioneel de handeling en het verhaal ondersteunden.