vrijdag 25 september 2009

Don Giovanni klopt helemaal

Don Juan, of Don Giovanni, zoals hij in de opera van Mozart heet, is het klassieke archetype van de vrouwenversierder. Dat blijkt in de opera op alle momenten waar Don Giovanni als zichzelf of verkleed als zijn knecht Leporello achter de dames aan gaat. Maar voor wie de echte feiten belangrijk vindt is er de scene waarin Leporello in een aria de harde getallen geeft: de veroveringen van Don per land in aantallen dames. Er blijken dames gweest te zijn in Frankrijk, in Italie, Turkije en in Spanje, waar Don Giovanni 1003 maal een dame scoorde. Naast dit gezongen excelbestandje van de verleidingsresultaten is er ook de lijst die Leporello op papier bijhoudt. In de Don Giovanni die een paar jaar geleden werd opgevoerd in het Muziektheater in Amsterdam had Leporello een betrekkelijk klein boekje, waaruit echter een enorme lijst - opgevouwen als een harmonica- kwam rollen.
In de versie van Don Giovanni die de heropeningsweek van de Doelen opsierde had een ijverige decorassistent op een dikke rol pakpapier een onafzienbare rij zuidelijk klinkende damesnamen geschreven. Librettist Da Ponte was graag duidelijk over de praktijken van Don en op welke wijze die leidden tot zijn treurige einde.

De Doelen, inmiddels ruim 40 jaar oud, is de afgelopen maanden stevig onder handen genomen. Het is de architecten gelukt om vrijwel alles aan te pakken en toch de ruime, feestelijke sfeer van de Grote Zaal te behouden.
De openingsweek kende veel soorten muziek, van opera tot symfonisch en van wereldmuziek tot jazz. Ik was zeer tevreden met mijn kaartje voor de opera-avond. Een productie van de Mozart-opera Don Giovanni, met het Combattimento Consort van Jan Willem de Vriend in een regie van Eva Buchmann. Die is bekend om de psychologische benadering van de verhalen.
Het paste allemaal net op het podium van de Grote Zaal, de stellages, een groot videoscherm en het orkest dat letterlijk in het middelpunt zat. Het consort speelde fraai en zeer bescheiden, met voortdurend aandacht voor de begeleidende rol.
Marcel Boone en Henk Neven waren de mannelijke hoofdrollen, geloofwaardig, sterk en net zo mooi als de meeste zangeressen die de Donna's Elvira en Anna speelden.

In de eerste tien minuten van de opera vecht Don Giovanni met de vader van een van zijn veroveringen, Il Commendatore. De Rus die deze rol zong was groot en zong laag en dreigend, helemaal zoals het hoort. In de tweede acte is er een standbeeld voorgeschreven voor de betreurde Commendatore. Waar decorafdelingen zich doorgaans mogen uitleven op een groot, indrukwekkend standbeeld, viel er op dat punt hier niks te beleven. De Commendatore kwam als standbeeld niet in beeld. In het verhaal gaat hij zich ineens bemoeien met een gesprek tussen de twee mannelijke hoofdrollen en accepteert de uitnodiging van Don Giovanni om te komen souperen.
De slotscene maakte het ontbreken van een standbeeld wel helemaal goed. Ineens verscheen Il Commendatore hoog in de zaal, fel aangelicht en met bulderende stem, Don Giovanni lokkend om naar hem toe te komen. Er was theaterrook, er daalden zilveren schalen uit de nok van het podium en Don Giovanni stortte in de diepte.
Alles klopte aan deze voorstelling, met als bepalend element natuurlijk de prachtige muziek die voor het eerst klonk in Praag, op 28 oktober 1787. Mozart was toen 31 en maakte met Daponte deze op Dante's Divina Commedia gebaseerde opera.

zaterdag 5 september 2009

Fidelio van Gergjev: Eeuwige jeugd

Volgens festival-bestuurslid Sylvia Toth was het Gergjev zelf die ooit zei: 'This city needs a festival'. En zo kwam het er, een jaarlijkse traditie aan het begin van het seizoen. Een eigen festival van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, met muziek en film op allerlei locaties.
Door zoveel andere bezigheden kon ik niet veel meekrijgen van het festival, maar voor een van de hoogtepunten hadden we al lang geleden kaarten geregeld: Fidelio van Beethoven in een productie van Neil Wallace, programmeur klassiek bij de Doelen en onder leiding van Valerie Gergjev. In het Nieuwe Luxor, want de vernieuwde Grote Zaal van de Doelen is pas half september beschikbaar.
[foto: Marco Borggreve]
Gergjev voerde de opera 'Fidelio' voor het eerst in zijn loopbaan als dirigent uit. Neile Wallace had beperkte mogelijkheden, zowel budgettair als que repetitietijd. Beetje merkwaardig was bijvoorbeeld dat de leden van het Groot Omroepkoor hun rol met de partituur in de hand speelden en zongen, geen tijd gehad om het zonder de boeken te leren uitvoeren. Vette pech ook, vooral voor het publiek, dat net voor deze premiere de boventitelingsapparatuur het begaf.
Maar: Beethoven deed er lang over, maakte tussen 1803 en 1814 een aantal versies en componeerde prachtige muziek en verukkelijke solo's, duo's, trio's en kwartetten voor de vocale solisten. De solisten van deze versie, die maar twee keer uitgevoerd wordt, klonken fraai en hielden zich netjes is. Geen gebrul of vocale acrobatiek, maar mooi verstaanbare, dramatische aria's, en zang in combinaties die me vaak moeilijk leken.
De kritieken waren niet erg juichend, maar ik had een prima avond met de muziek en de moderne enscenering. Video-schermen die soms aankleding waren en soms heel functioneel de handeling en het verhaal ondersteunden.

maandag 31 augustus 2009

Mooie violen en fraaie zang

Uit in Amsterdam, altijd lastig. De Rotterdammers speelden in de arena van de muziek, maar de spreekkoren bleven beperkt tot een bescheiden 'bravo'. Het Rotterdamse Kamerorkest - sinds kort heten ze trouwens 'Sinfonia Rotterdam- stond in de Robeco-serie in het Concertgebouw. Dirigent Conrad van Alphen, geboren in Pretoria en sinds zijn 26e in Nederland, werd al behoorlijk enthousiast onthaald en de nadrukkelijke waardering door het publiek bleef de hele avond hangen.
De muziek van Ravel ken ik, maar dit voor strijkorkest bewerkte strijkkwartet had ik nooit bewust gehoord. Ik kan er niet veel slims over zeggen maar de muziek uit die tijd, Ravel, Debussy en anderen, is vaak spannend. Balancerend tussen braaf en gewaagd, impressionistisch en niet erg voorspelbaar. En vanavond dacht ik er soms een vleugje Gershwin in te horen. De vele dames en enkele heren van het Rotterdamse Kamerorkest waren erg op dreef.
Dat waren ze zeker ook in het deel na de pauze, omgeven door meer dan 80 zangers van het Nederlands Concertkoor en met de onvolprezen Johannette Zomer en Thomas Oliemans. Zomer is vooral actief in het Bach-repertoire, leuk om haar ook eens te horen in een werk uit 1893, het Requiem van Fauré. Monumentaal, en toch ook behoorlijk licht en niet erg pompeus.
Het was mooi, het was prachtig.....maar het echte kippenvel had ik een paar uur eerder. In een pauze van de Uitmarkt, op de Dam, hing voor het grote podium een videoscherm waarop oude Toppop-clips draaiden. Er kwam een clip voorbij van Ramses Shaffy, die een dag eerder 76 jaar geworden was. Deze versie van 'Laat me', uit 1978, van een nog jonge, van de energie uit zijn voegen barstende Ramses. Dat hakte erin.

zaterdag 29 augustus 2009

Festival Oude Muziek 2009


Terwijl in Antwerpen het festival 'Laus Polyphoniae' nog tot zondag doorloopt, begon in Utrecht gisteravond, vrijdag 28 augustus, alweer het festival Oude Muziek. Utrecht programmeert muziek uit een grotere tijdsperiode dan Antwerpen, dat zich alleen richt op de polyfonie van pakweg 1460 - 1600. Het motto van Utrecht dit jaar is: 'Three germans in England: Haendel, Haydn, Mendelssohn and a bit of Purcell' Want Haendel is dit jaar 250 jaar dood, Haydn 200 jaar en Mendelssohn zou 200 worden. En good old Henry Purcell viert met een vermoedelijk geboortejaar van 1659 zijn 350e verjaardag.
Uit de enorme hoeveelheid concerten en andere activiteiten heb ik er een paar gekozen, uiteraard veel Purcell, maar ook Vivaldi, Haydn en Beethoven.

Geen oude muziek zonder beamer en internet
Het wat desolate Vredenburg Leidsche Rijn, tijdelijke muziekgebouw van Utrecht, was de plek waar de festivalopening plaatsvond. Volgens briefjes die overal hingen was het niet gelukt het geplande locatie-optreden van beiaardier Arie Abbenes te realiseren. Zijn reizende beiaard bleek niet transporteerbaar naar de rand van de stad. Het alternatief was erg modern: Arie speelde zijn bewerkingen van Vivaldi's 'Quattro Stagioni' op de beiaard van de Domtoren - zijn vaste plek- en met een internetverbinding zagen we via een webcam op een groot scherm Arie's bijdrage en hoorden we zijn muziek luid en duidelijk in de hal van Vredenburg. Toen het afgelopen was zwaaide Arie even in de camera en zo was de hypermoderne start van het festival een feit.
De openingsvoorstelling viel feitelijk buiten het thema, met Franse en Italiaanse barok, maar je zou als organisatie wel gek zijn als je daarom de spraakmakende voorstelling niet zou programmeren: de Akademie für Alte Musik uit Berlijn, met soliste Midori Seiler en danser/choreograaf Juan Kruz.

Midori laat met zich sollen
De Akademie, die zijn thuishonk heeft in het Berlijnse Radialsystem V, heeft de laatste jaren in samenwerking met het dansgezelschap van Sasha Waltz grensverleggende producties gemaakt. In de 'Dido' van een paar jaar geleden werd gedanst door orkestleden, gezongen door dansers en gespeeld door zangers, met als effect dat het onderscheid tussen de disciplines op het podium niet meer zichtbaar was. Die zoektocht naar vernieuwing door het gechoreografeerde concert leidde dit jaar tot de productie '4 Elements - 4 Seasons'.
In het eerste deel, 'Les Elemens' speelt het orkest de muziek van Franse barokcomponist Jean-Fery Rebel, waarbij Juan Kruz (okay, volledig heet hij: Juan Kruz Diaz de Garaio Esnaola) als solist danst. Ik vond het lastig te volgen, maar dat bleek vooral te komen omdat ik het verhaal niet even vooraf in het programmaboek had gelezen. Met die toelichting snapte ik de expressie wat beter. De voor mij onbekende muziek van Rebel was indringend en erg spannend.
De muziek van deel twee was bekend, zoniet overbekend, want erg vaak gespeeld en gehoord: de 'Concerti Le quattro stagioni opus 8' van Vivaldi.
In dit deel was het orkest ook in de beweging erg actief. In ieder jaargetijde zaten verrassende effecten, en terwijl het orkest een mooie, frisse versie speelde op de authentieke instrumenten, gebeurde er van alles. Als je opschrijft dat de orkestleden soms speelden terwijl ze een appel op hun hoofd lieten balanceren, of met een doekje op het hoofd, dat er groene blaadjes aan de strijkstokken hingen, dan klinkt het algauw naar acrobatiek&aanstellerij. En dat werd het zeker niet. Het was vaak heel verrassend en heel poetisch. Vooral soliste Midori Seiler (haar voornaam betekent 'groen' in het Japans), al jarenlang een van de beroemdste violisten van de concertpodia, kreeg het zwaar te verduren. Stel het je eens voor: je speelt viool, boven je hoofd laat de danser sneeuw dwarrelen en als je een paar maten niet hoeft te spelen grijpt de danser je vast en houdt je even 180 graden gedraaid ondersteboven.

Zo verschenen de jaargetijden in allerlei vormen op het podium. In een voortdurend spannende productie, waarin de normaal gesproken wat onhandige musici actief meebewogen, acteerden en deel uitmaakten van de choreografie.
Een heel enkele keer werd het een beetje oenig, maar vrijwel alles op het podium was doordacht, doorleefd en stijlvol.
En een ensemble dat het aandurft om de conventies van eeuwen lang concert-uitvoeringspraktijk te doorbreken door zichzelf zo ongegeneerd in de strijd te gooien, dat verdient groot respect.

dinsdag 25 augustus 2009

Laus Polyphoniae 2009 - de Cappella Sistina

Er was veel keuze, dit weekend. Letterlijk hier om de hoek werd in de jachthaven het driedaagse 'Midsummer festival' gehouden. Een wat merkwaardige naam voor dit eind augustus te houden feestje. Mijn kapper zit in de organiserende ondernemersvereniging en hij vertelde enthousiast over de kwaliteit van de optredende artiesen, zoals een aantal X-factor-deelnemers, en de RTL4 moppen- en belspel-legende Jeroen Smits. Bad timing dat ik uitgerekend dit weekend ergens anders was.
Lowlands, had me ook leuk geleken, maar om allerlei redenen hoor ik daar niet thuis. Wellicht bewaart de VPRO nog wat van de optredens van o.a. de Arctic Monkeys en discoqueen-op-leeftijd Grace Jones.

Laus Polyphoniae
Bij traditie was ik in Antwerpen, het festival Laus Polyphoniae. Voor de derde keer stapte ik een paar dagen in dit ruim een week durende feestje van oude muziek, zorgvuldige organisatie en diepgravende programmering.
Het kader waarin jaarlijks wordt geprogrammeerd is de periode in de muziek tussen de Middeleeuwen tot aan het ontstaan van de Barok, in jaren de tijd van 1460 - 1600.
Na de muziek van de Hanzesteden uit die periode, die vorig jaar de rode draad vormde, was het nu het muziekleven in en rond de Sixtijnse Kapel. Er was daar -zoals Vlamingen dat zeggen- nood aan muziek voor allerlei soorten diensten, missen en andere gelegenheden, en dat leidde tot een grote productie van muziek, vooral door componisten die ook als zanger werkten aan het pauselijke hof. Een van de sterren uit die tijd, de Vlaamse Josquin Des Prez, werkte enige tijd in Rome. De kans is groot dat een inscriptie met zijn naam, een soort laat-middeleeuwse grafitti, die gevonden is op het zangers-balkon in de Sixtijnse kapel, ook echt door hem is aangebracht.
Terwijl Antwerpen een fraai zomers en druk 'Bollekesfestival' viert, staat op deze zaterdagavond de late zon op het Hendrik Conscienceplein, een kleine, verkeersvrije oase middenin in Antwerpen. Er zijn wat terrassen, maar beeldbepalend is de kerk, van buiten een beetje en van binnen héél erg barok. Honderden bezoekers halen hun kaarten bij de kassa-stand, met het programmaboek. Dat was de laatste jaren een kloeke paperback op A4. Een briljante geest heeft bedacht om het boek dit jaar in het kader van het thema uit te geven als een klein, dik missaaltje, compleet met klassiek leeslintje.
Zoals altijd is het een boek waar letterlijk alles in staat over dit festival. Ik probeer me de stress voor te stellen om al die informatie, van de namen van het bestuur van Laus Polyphoniae tot de letterlijke teksten van alle concerten, binnen de deadline opgenomen en vormgegeven te krijgen.

Artist in Residence
Het festival opent met Philippe Herreweghe en het Collegium Vocale Gent, de artists in residence van dit jaar, in de Sint-Carolus Borromeuskerk. Daar passen ruim 800 mensen in.
Musicologe Sofie Taes geeft een inleiding in een kleine kapel, voorafgaand aan het concert. Ze vertelt hoe de componist van vanavond, Cristobal de Morales, vanuit Sevilla in 1535 werd aangenomen als zanger/componist in de Sixtijnse kapel. Dankzij de diari (dagboeken) uit die tijd weet men dat hij nogal eens terugreisde naar Spanje. Er zijn lijsten gevonden waarop de boetes werden bijgehouden die de zangers kregen als ze verzuimden bij de optredens in de kapel.
Herreweghe weet niet door hoeveel zangers de mis die deze avond wordt gezongen, is geschreven, zo zei hij in een interview in het programmaboek. Die informatie is nog niet gevonden in de archieven. Men gaat ervan uit dat de vaste bezetting van het koor uit 30 zangers bestond, die waarschijnlijk nooit allemaal tegelijk aantraden.
Het koor van deze avond bestaat uit 11 leden, waaronder 2 zangeresssen. Vrouwelijke zang was in de tijd dat deze muziek ontstond uit den boze -afgezien van nonnenkloosters- maar het is een te verdedigen keuze van een dirigent om sopranen in te zetten voor de partijen die vroeger door falsettisten (mannelijke zangers met een nog hogere stem dan wat we nu als counter-tenor kennen) werden gezongen.
Herreweghe beschrijft hoe er in de Barok inmiddels vastgestelde speelwijzen zijn waarop men de uitvoeringspraktijk baseert. Dat is er volstrekt niet voor de polyfonie, en dat maakt het uitvoeren van de muziek altijd een een soort experiment.
De mis (met de vaste onderdelen van kyrie tot agnus dei) is een verklaarbaar veel gebruikt stramien voor de componisten. Ik heb wel een mis of 6 gehoord deze dagen. Bij de tekst van een tussenstuk, de Lamentabatur Jacob, realiseer ik me al meelezend dat het verhaal van Jacob die zijn zonen Benjamin en Josef mist, ook een erg leuke scene vormt in een muziekwerk van geheel andere aard, namelijk 'Joseph and the amazing technicolour dreamcoat'. Ik hou wel van die verrassende links.

Snel na het concert naar Amuz, de tot concertzaal verbouwde Augustijnenkerk uit 1640, vlak achter de Groenplaats. Daar vindt deze zaterdagavond en de zondag erop een aantal concerten in een bijzonder format plaats: in het ritme van het 'officie', de dagelijkse gebedstijden in kerken en kloosters, zullen de heren van Capilla Flamenca en de dames van Psallentes 6 maal optreden, 5 keer een officie-dienst en een keer een mis. Niet zozeer vanuit de bedoeling een echte mis en kerkdienst te simuleren -zo stellen ze tot mijn geruststelling in het programmaboek- maar om de beleving en muzikale rijkdom te benadrukken. Beide ensembles staan in een andere hoek van het gebouw opgesteld, de 8 zangeressen van Psallentes op het podium, de 4 zangers van de Capilla in het achterdeel van de kerk. Spannende afwisseling van eenstemmige gregoriaanse werken door de vrouwenstemmen met polyfone stukken van de mannen. Soms een korte dialoog. Dit eerste deel, de Metten, bestaat onder anderen uit een lied van Dufay, een polyfonist die leefde van 1397 - 1474.
Laat op de avond, tegen twaalven, ga ik terug naar het hotel, want het is in dit ritme weer snel dag. Om half zes de volgende ochtend sta ik alweer buiten, loop over de vogeltjesmarkt. Die begint vroeg, maar op dit tijdstip zijn er zelfs nog nauwelijks marktkooplui aan het opbouwen. Een beetje suf van het vroege tijdstip kijk ik in de Amuz om me heen, hoeveel mensen hebben niet alleen gisteravond maar ook op deze ochtend gekozen erbij te zijn. Er zullen de hele dag steeds zo'n 70 bezoekers zijn, zo blijkt tijdens de dag.
Je kunt af en toe een klein beetje horen dat het vroeg is, en de stemmen nog wat vast zitten. Dit zijn de Lauden, de vroege dienst.
De Vlaamse gastvrijheid biedt niet alleen het concert, maar ook een ontbijt erna. Ik loop om kwart over zeven door een langzaam ontwakend Antwerpen. De Vogeltjesmarkt is nu echt opgebouwd, de kroegen eromheen lopen vol en uit café 'Tafeltje Rond' klinkt happy hardcore. Ieder zijn muziek.
Negen uur, de 'Kleine uren' van de cyclus, beginnen. Gregoriaans, met weer een lied van Dufay. De tijd vliegt om, de koren zingen om en om met grote concentratie.
Om 12 uur is er een concert in de vorm van een mis, samengesteld uit onderdelen van verschillende bron, waarvan de componist niet altijd bekend is. Het motto is: 'Missa de Beata virgine Maria'. De naam Maria zal dezer dagen vaak vallen.
De Vespers, om 3 uur, er onstaat een lichte vermoeidheid bij publiek en zangers. Het schema biedt niet veel ruimte voor rust. Er klinkt een Magnificat, een veel gebruikte basis voor een compositie in die periode.
De Completen, om 6 uur zijn de afronding van deze cyclus. De antifonen, in gregoriaans en het Salve Regina galmen door de Amuz. Het publiek klapt na afloop voor de zangers, maar ook een beetje voor zichzelf. De leden van de koren krijgen een bloem en de dame die de bloemen overhandigt geeft ieder ook een voorzichtige zoen. Het blijkt een gewoonte die bij de andere concerten zal terugkeren. Eénmaal maakt een schalkse Italiaanse geilaard, een lid van Cantar Lontano, misbruik van de situatie door met de dame in drie zoenen all the way te gaan.
Dat koor, Cantar Lontano, zingt die avond in de Sint-Jacobskerk. Er is enige tijd geleden een mis ontdekt uit 1550 van een componist uit de Lage Landen, Ghiselin Danckerts. Het is moeilijke muziek, hij zit vol versieringen die als een soort improvisaties boven de basis van de 'cantus firmus' zweven. Dirigent en zangers maken zorgvuldig gebruik van de lange nagalmtijd in deze kerk, een seconde of 5 á 6. Die secondes klinken ook prachtig.
Elzenveld
Het festival heeft veel activiteiten om de concerten heen. Er zijn lezingen, colloquia en workshops voor jonge musici. Voor kinderen is er een speciaal programma 'Op bezoek bij de paus'. Het Centrum Elzenveld, het oude gasthuis uit de 13e eeuw middenin Antwerpen, vormt de locatie voor al die activiteiten.
In Elzenveld vindt ook de cursus 'Polyfonie voor dummies' plaats. Ik wilde graag meer weten, uitgebreider ook dan de concertinleidingen. Met zo'n 50 andere deelnemers volg ik twee dagen de lessen, met veel muziekfragmenten, door musicoloog Simon van Damme. Die blijkt een wonder van kennis, presentatie en enthousiasme te zijn en prima in staat de musicologische achtergronden van de muziek te belichten voor leken, dummies zo u wilt. Hij kan het allemaal uitleggen, maar ook voorzingen, voor-dirigeren en ware het nodig geweest dan had er wellicht zelfs wel een dansje in gezeten. En dat allemaal in een fraai soort, bijna poetisch Nederlands dat we hier ten noorden van de nog altijd ondiepe Schelde weinig gebruiken. In de fragmenten die van Damme uit zijn laptop tovert horen we de gelaagdheid van de partijen, de gestapelde meerstemmigheid, de zangtechnieken en muzikale basisopvattingen uit de tijd van de polyfonie. Hij legt op een vraag uit het publiek uit dat de hoge stemmen niet door castraten werden gezongen, zoals je zou verwachten.'Daar kwam geen knipwerk aan te pas, door met name het andere voedingspatroon uit die tijd kregen jongens pas later een stembreuk.'
De cursus geeft een fraaie bodem onder het luisteren naar al die muziek dezer dagen.
De stukken die Cappella Pratensis zingt op het maandagmiddagconcert komen uit een bijzondere bron: de Medici-codex. Daarin zijn muzikale topstukken uit het begin van de 16e eeuw opgenomen.
In de trein uit Antwerpen galmt het nog na in mijn hoofd. Muziek van 5 eeuwen oud, bewaard in oude boeken en fraai tot leven gebracht op Laus Polyphoniae.

maandag 17 augustus 2009

Jubels en melancholie

Het zal wel zo ongeveer de tiende keer geweest zijn, dat ik een uitvoering zag van Dido & Aeneas, de opera van Henry Purcell. Mijn eerste was een productie van de operaklas van het Maastrichtse Conservatorium, lang geleden. Ook mooi, maar merkwaardig was die in de St. Janskerk in Maastricht. Met name door de uitgebreide inleiding van de dirigent van het Duitse gezelschap over de gezondheidstoestand van de zangeres die Dido deed. Ze had blaasontsteking, zo meldde de dirigent weinig discreet, en het zou dus kunnen dat ze tijdens de uitvoering af en toe het podium zou moeten verlaten. Maar dan kwam ze weer terug, zo stelde hij ons gerust.
En dat deed ze ook. Sterker nog, ze timede haar afwezigheden zo dat die vielen op momenten dat ze zelf niet aan de beurt was.
Ook gedenkwaardig, maar dan vooral muzikaal, was de versie die tijdens het Holland Festival Oude Muziek in Utrecht ging, ergens in de jaren '90. Daar speelde -om het zo maar te zeggen- de wereldtop in de vorm van het Franse ensemble Les Arts Florissants o.l.v. William Christie. Binnenkort zijn dirigent en orkest in Amsterdam voor een geënsceneerde Dido. Nog geen kaarten kunnen kopen, uitverkocht, dus er is een list nodig.

Deze avond stond Opera Fuoco in het Amsterdamse Concertgebouw, voor twee werken van Henry Purcell.
Opera Fuoco bestaat sinds 2003 en werd opgericht door twee Amerikanen, David Stern en Jay Bernfeld. Ze werken met een orkest, dat op authentieke instrumenten speelt en koor en solisten. Allemaal nogal jong maar -zoals uit de bio's van de solisten bleek-met de nodige ervaring op de concertpodia en in opnamestudio's.
Voor de pauze was er Purcell's muziek bij het toneelstuk Amphitryon van John Dryden. Naast de kleine semi-opera's schreef Purcell ook voor toneel, dat in die tijd met muziek werd aangevuld.
Na de pauze was er Dido & Aeneas, met een libretto van Nahum Tate. De oudste overgebleven partituur dateert van ruim honderd jaar na de eerste opvoering van de opera, vermoedelijk in 1689.
Als je muziek al vaak heb gehoord, kun je meestal aan de eerste maten al horen wat de signatuur van de dirigent is. In dit geval was de ouverture licht, lekker snel, met een opvallend legato waar de meeste dirigenten juist nogal afgemeten tempi kiezen. Hier klonk het geluid van Purcell zoals ik dat graag hoor: jubel en melancholie. Opgetogen, snel, alert en letterlijk geaffecteerd. Ik leerde ooit in een cursus 'oude muziek' dat het affect een belangrijk stijlkenmerk is van de barok. In alle muziek klonk deze avond de balans door tussen techniek en kwaliteit enerzijds en expressie en speelplezier aan de andere kant. De toon is bij Purcell vaak jubelend maar met een melacholieke onderlaag, en die combinatie produceerde Opera Fuoco met gemak.
Het vlotte, jonge gezelschap bracht de muziek met een losjes gecontroleerde speelsheid die buitengewoon prettig was om te horen en te zien.
Muziek van Purcell klinkt bij orkesten die ook veel Bach spelen (Bach werd geboren tijdens de glorietijd van Purcell, overigens ver weg in Engeland) soms nogal zwaar en nadrukkelijk. De Franse componist Lully was een inspiratie voor Purcell met zijn 'tragédies en musique', en dat leek door te klinken in deze uitvoering.
Voor mij geen bekende namen in de bezetting, dus ik genoot onbevooroordeeld van Ann Hallenberg, die als Zweedse mezzo een fraaie, statige Dido zong. De bariton Thomas Dolié, in zijn geboorteland Frankrijk gelauwerd met o.a. de Victoire de la Musique in 2008, was een niet helemaal overtuigende Aeneas. De prins van het verwoeste Troje is meestal een wat meer viriele rol dan deze keurige jongeman kon neerzetten. Magid El-Busra, de countertenor die geboren werd in Soedan maar studeerde in Oxford, had een kleine maar erg fraaie bijdrage als de tovenares in het verhaal. Zij zorgt er voor dat Dido en Aeneas uit elkaar worden gedreven met hulp van de goden.
Het eindigt dus dramatisch, het loopt niet goed af voor Dido, en zo zingt het koor na de aria van Dido 'With drooping wings ye cupids come'.
Dirigent David Stern hield de stilte daarna lekker lang aan. En toen barstte het applaus van het Robeco-zomerseriepubliek los.

woensdag 12 augustus 2009

Is er al een zomerhit?

Zou er een relatie zijn tussen de kwaliteit van de zomer (in termen van 30 graden en een of twee hittegolfjes) en de heftigheid van de zomerhit van een bepaald jaar? Het hoort wel bij elkaar, puffend van de hitte in de stad of aan zee, en dan met de transistor (vroeger), of de mp3 speler danwel gsm met radio. Bandjes of mp3-playlists met de soundtrack van de zomer.'Summer in the city' voor de urbane variant, veel covers van gemaakt, die van Joe Cocker hoor je veel, maar het origineel van de Lovin' Spoonful is toch ook wel erg mooi.

Mijn hele vroege herinneringen zijn aan 'Summer Holiday' van Clif Richard (die dit najaar in Ahoy staat met de Shadows) en 'White Rabbit' van Jefferson Airplane.
In de jaren '70 en '80 zijn het voor mij vooral de Franse tubes d'été, zoals het wat obscure 'Soleil' van Jean-Claude Oki (als singletje gevonden in Avignon) en de ultieme Franse zomerhit 'Rockcollection' van Laurent Voulzy. Die klonk ooit -niet geheel parallel- uit 3 jukeboxen op de terassen aan de haven van Monte Carlo. Ook een erge jukebox-hit, en misschien ook wel aan de zomer te koppelen: 'Alexandrie, Alexandra' van Claude Francois. Van dat nummer vond ik een tv-clipje uit '78 dat mooi laat zien welke choreografische edelkitsch de optredens van Claude Francois waren, omgeven door zijn Clodettes.
Met terugwerkende kracht is bijna alles van de Isley Brothers geschikt als zomerhit. En dan waren er natuurlijk de novelty-hitjes als 'Cocaine' van Dillinger en het gruwelijke 'Dragosta Din Tei' van O-zone in 2004.
Volgens de hitlijsten is Jan Smit met Damaru de grote winnaar in 2009.
Lilly Allen knalde misschien iets te vroeg met 'Fuck You', dat ik op de Franse radio hoorde in een versie waarbij het woord 'fuck' op mysterieuze wijze ontbreekt in het refrein. Deze Franse video is bijna het tegenovergestelde: de lezers van de website Gayclic.com maakten een collectieve versie van de speciale versie van de Lilly Allen-hit. Pitbull, met 'I know you want me', gaat wel snel vervelen. En ook veel gehoord: Diggy dex ft. Eva de Roovere, een geestige mix van Vlaamse licht-erotische geitenwol en hiphop.
Net uit, als voorloper van zijn album, heeft Waylon met 'Wicked Way' een vette nazomerhit te pakken, denk ik. Zijn album komt eind augustus uit op Motown. Dat verhaal hebben we uitgebreid in alle talkshows mogen horen, de laatste weken. De clip is gedraaid in de buurt van de Parijse Opera, waarbij we Waylon in zijn cabrio onder andere de winkel van het klassieke muzieklabel Harmonia Mundi op de Avenue de l'Opéra zien passeren. De hit is vet, de clip wat erg vettig, maar het maakt allemaal wel nieuwsgierig naar het album.
Maar de echte zomerhit, wat mij betreft dan, is pas laat gelanceerd. Het nummer was op maandag 3 augustus, om half 8 's avonds, voor het eerst te horen op BBC Radio 1. Voorproefje van de nieuwe album The Resistance, dat op 14 septmeber uitkomt. Jawel, Muse, die zwaar op tournee gaan dit najaar, en daarbij ook Ahoy Rotterdam, het Sportpaleis Antwerpen en Bercy in Parijs aandoen.
Inmiddels zijn er wat clips, waarvan dit er een is. Ze worden nogal eens door 'rechthebbenden' van Youtube gegooid.

woensdag 5 augustus 2009

Dertig graden in Haarlem

Niet vaak geweest, en meestal met een saaie reden. Goed idee dus van K. om onze museum- en bijpraatafspraak in Haarlem te plannen. Het was rond de dertig graden, maar dan blijken musea koel en rustig, en de terassen op de Grote Markt waren niet te vol.
We begonnen in de Vishal, waar werk hing van Nederlandse kunstenaars. Hen was gevraagd werk in te zenden dat gebaseerd was op de schilderijen van Geertgen tot Sint-Jans, grondlegger van de Noord-Nederlandsche schilderkunst in de 15e eeuw. Er hing een interessant abstract werk van Gijs Frieling, een kunststof object van Lisa Couwenbergh en een foto van Cees Krijnen. Aloude thema's in nieuwe vorm gegoten.
Het Frans Halsmuseum, vaak over gehoord en oh schande nog nooit binnen geweest. Het bleek gehuisvest in het voormalig Oudemannenhuis, dat op een paar maanden na, vier eeuwen geleden in gebruik werd genomen. Mannen moesten, zo blijkt uit de bewaard gebleven regels, 60 jaar oud zijn, in Haarlem wonen, alleenstaand zijn en een eerlijk leven geleid hebben. Ze dienden zelf een bed, een stoel en o.a. 6 slaapmutsen mee te brengen. Het was de bewoners verboden aan tafel te 'kijven', er mocht maar één kan bier mee naar de kamers, waar steeds 2 mannen woonden.

De collectie van het museum bevat o.a. schiderijen uit het begin van de 16de eeuw. Veel stukken die bedoeld waren voor altaren in kloosters, kerken en kapellen. Er is veel te zien van de schilders uit de 16de eeuw, zoals Jan van Scorel, Maerten van Heemskerck en Cornelis van Haarlem. Veel portretten van mensen die meestal niet lachend vereeuwigd werden, rauwe, Hollandse hoofden.
Van onder anderen Hendrick Avercamp waren er wintertaferelen, met veel ijs en sneeuw. Verkoelend om naar te kijken in deze temperaturen.
Van Frans Hals hangen er grote groepsportretten van de Haarlemse schutterijen. Erg Gouden Eeuw allemaal.

Het 'filiaal' van het museum staat middenin de stad, de Hallen. Daar loopt deze zomer de tentoonstelling 'Groots en meeslepend, sublieme landschappen uit de Nederlandse Romantiek'. Het motto van de expositie is ontleend aan de dichtregels van Marsman:
Groots en meeslepend wil ik leven!
hoort ge dat, vader, moeder, wereld, knekelhuis!
Het werk dat te zien is komt uit de periode 1780-1860. Er zijn niet heel veel bekende namen overgebleven uit die tijd, schilders als Koekkoek, Tavenraat, Abels en de meest bekende naam Andreas Schelfhout. Ze kenden elkaar, werkten samen en lieten zich gaan in eindeloze vergezichten, nachttaferelen, maanverlichte landschappen en vooral veel noodweer. Dat vonden ze spannend, inspirerend en het apocalyptische element in noodweer sprak de schilders aan. Veel natuur, met soms wat stedelijke bebouwing op de achtergrond, vaak zelf verzonnen gebouwen en niet naar de werkelijkheid gemodelleerd. Een werk van Willem van Deventer viel me speciaal op. Hij werkte enige tijd in Etretat, in Normandie, waar ik kort geleden nog zelf rondliep. Van Deventer was in Etretat vóórdat Monet en Jongkind daar impressionistisch werk gingen schilderen.
Niks abstracts, veel drama, spelen met licht en beweging van de natuur. Het was lekker kijken, vandaag in Haarlem. En lekker kijken, daarvoor ga je naar het museum. Ook bij dertig graden.

dinsdag 4 augustus 2009

Zomerfilms

Zomer, af en toe vakantie en niet altijd weer voor strand en buitenleven. Gelukkig is er dan de bioscoop. Die in deze tijd terughoudend programmeert en films lang laat staan want er komt niet veel volk in de filmzalen. Van de week, in Lantaren/Venster in Rotterdam, kwamen we binnenhijgen in een zaal waar nog één meneer zat. Er kwam nog een duo achter ons aan en dat betekende een omzet voor die voorstelling van pakweg € 45,-.
Angels and Demons, de verfilming van het boek van Dan Brown, is adequaat, spannend en groot aangepakt. Slimme montage en trucage maken de scenes met de massa's op het St. Pietersplein zeer geloofwaardig. Alle bij elkaar geraapte feiten en interpretaties van zaken die in het Vaticaan te vinden zijn, geven het verhaal een soort ad-hoc geloofwaardgheid. Het boek was spannender, dat wel. Maar het vermogen van verteller Dan Brown om zulke extremen als de ontwikkeling van anti-materie en de Illuminati, die het gemunt hadden op de katholieke kerk aan elkaar te koppelen, is evident.
La fille du RER, van Andre Techniné, liep al een paar weken in de filmhuizen. Het verhaal van de film is gebaseerd op het incident in Parijs, waarbij een meisje door antisemitisch geweld gewond raakt. Het land in rep en roer, tot bleek dat ze alles verzonnen had. In deze film doet maker Techiné niet echt zijn best om een diepgaande achtergrond te schetsen van het gedrag van het meisje om wie het incident draaide. Tenminste, dat leek mij. De NRC-recensent zegt er iets verstandigers over: "Dat Téchiné in het midden laat wie ze is en wat Jeanne precies drijft, is volstrekt functioneel. Als ze geen raadsel was voor zichzelf, had ze niet gedaan wat ze deed".
Techiné vervalt soms een heel klein beetje in vaag gedoe over zinloosheid en richting in je leven. Het verhaal heeft wel vaart en zeker de aanwezigheid van Cahterine Deneuve maakt het tot een film waar ik met plezier naar keek. Deneuve durft de glamour en stijl van haar bestaan als filmdiva los te laten. In een wereld waarin ze -denk ik- omgeven wordt door Chanel-ontwerpers, Dessange-kappers en Cartier-juweliers, stapt ze toch in een rol van een wat moeizame huisvrouw, die in een doorknoopjurk aan kinderopvang doet. Mooie muziek ook, een fragmentje Stabat Mater van Andreas Scholl was een van de audio-juwelen.

Departures, de titel van deze Japanse film is zo letterlijk als het maar kan. Een jonge cellist komt zonder werk omdat het orkest waarin hij speelt ogeheven wordt. Hij gaat terug naar zijn geboortedorp, ziet een advertentie van een bedrijf dat reizen begeleidt en solliciteert. "Kun je hard werken?", vraag de eigenaar in het solliciatiegesprek en als de jongen "ja" zegt, is hij aangenomen. Pas dan ontdekt hij dat het bureau mensen op hun laatste reis begeleidt, met het afleggen en verzorgen van net overledenen. Dat gebeurt in Japan soms in het bijzijn van de naasten, ritueel en praktische verzorging ineen.De jongen blijkt een talent voor dit werk, en aan de hand van zijn werk komen er losjes vragen voorbij over de zin van leven en dood. De film won het van "Entre les murs" en wat andere zware concurrenten als beste buitenlandse film tijdens de Oscars van 2009.
Mooie film met originele invalshoeken, lichte humor en een soort milde melancholie over het leven.

donderdag 30 juli 2009

Voor Emile: adieu Paris

Deze zomer verkast de Fotograaf, Emile Gregoire, van Parijs naar Brussel. Emile heeft op zeer eigen wijze het beeld van Parijs vastgelegd, met als bijzondere kwaliteiten de sfeer van zijn foto's en het licht, vooral het winterlicht.
Hoe hij zijn nieuwe woonplaats gaat vastleggen zullen we zien, vooralsnog neemt Parijs in deze clip afscheid: C'est ma vie, het allermooiste lied van Adamo, dat hij hier samen zingt met Isabelle Boulay op de Place de l'Opéra. Een mooi filmpje, gemaakt in het kader van de Franse Sidaction 2009.

zondag 19 juli 2009

Drie dagen NSJ 2009: Jazz we can!

Het was weer een pallet muziek die voorbijkwam, de afgelopen dagen in Rotterdam Ahoy. Na de goede ervaringen van vorig jaar had ik deze keer een 3-dagenkaart om zoveel mogelijk te horen. Conclusie na die 3 dagen: het meeste heb ik gemist. Maar dat is onvermijdelijk in het mega-aanbod van concerten in het NSJ-weekend in Ahoy en ook nog elders in de stad, waar onder de titel ‘Jazz around town’ heel veel optredens zijn op allerlei locaties.

Gemist, omdat het niet lukte in het schema, zoals Rachelle Ferrell. Haar Opstanding op het festival, nog in de Scheveningen-periode, maakten we mee in de Javaanse Jongenstent, op een warme festival-avond, meer dan 10 jaar geleden. Het publiek was wild-enthousiast, zij was verbijsterd over dat enthousiasme en Paul Acket gaf haar persoonlijk de bloemen na afloop. Een eer die maar weinig artiesten op het festival te beurt viel. A star was born, dat bleek ook uit het prachtige album dat in die tijd van haar verscheen.

Gemist omdat het volkomen en volledig afgeladen vol was: Kyteman, in de grote -maar voor zijn succes weer veel te kleine- tent, die uitpuilde van de mensen. Kyteman is met zijn hiphop-orchestra dé sensatie van de laatste maanden en dat bleek ook hier weer. Hetzelfde geldt voor Sabrina Starke, Rotterdamse trots, die in een kleine zaal stond met idem gevolg.

Gemist omdat hij er toch niet was: Lee Konitz, met ziekte weer naar huis gevlogen. Rot voor hem, maar het leidde ertoe dat zijn kwartet als trio alsnog lekker de ruimte had om uit te pakken: Charlie Haden, Brad Mehldau en Jorge Rossy speelden interessante, nogal ingewikkelde thema’s, gingen los op lange soli en speelden langs randjes van melodie en harmonie. Lekker om zulke Hogere Jazz weer eens live in een zaal te horen. Al liep de bomvolle zaal behoorlijk leeg tijdens het concert. De heren maakten het de mensen in de zaal niet erg makkelijk. En de fotografen hadden ook al de pest in, want foto's maken was voor profs en amateurs streng verboden.

In de Nile
Wel gezien en erg van genoten: Adele, Jamie Cullum, Steve Winwood, grote namen die allemaal in de Nile optraden, de grote kale bak waar je als artiest enige warmte en sfeer in moet zien te brengen.Het lukte Jamie omdat hij erg op dreef was, in ouder repertoire en met wat stukken van zijn binnenkort te verschijnen cd. Hij deed een erg grappige medley, zingend terwijl hij het ritme op en onder de piano trommelde. De medley bestond uit ‘Crazy’ en ‘Chasing Pavements’ van respectievelijk Seal en Adele, die na hem zouden optreden op deze avond. Tot slot een fragmentje Michael Jackson, om die grote ster te eren.

Adele, daar stond ik kritiekloos naar te kijken. Té leuk om me af te vragen of ze wel mooi zong, of ze niet een beetje moe klonk, of ze niet wat al te nadrukkelijk liet weten dat dit het laatste "19" concert was uit een lange reeks. Té grappig in haar Londons/Tottenhamse accent: "Wow, what a lot o' people 'ere", en haar verhaal dat ze met de trein uit London was omdat vliegen naar NL tot nu toe zo'n gedoe was geweest. Ze zong natuurlijk haar Dylan-hit ‘To make you feel my love’, het prachtige ‘Hometown glory’ en eindigde met ‘Chasing Pavements’. Het dikke uur vloog om, en alleen al dit optreden maakte de NSJ-dagen goed besteed.


Steve Winwood, met een klassiek hammondorgel, nog net een stukje van zijn optreden kunnen zien, waaronder ‘Highter Love’, dat een dampende uitvoering kreeg. Winwood speelde een belangrijke rol in de popmuziek, met als een van de dingen die mij erg aanspraken, de lp ‘Arc of a diver’, wat een briljante plaat is.
Ook in kleinere zalen gebeurden soms hele mooie dingen. In zaal Darling, vaak het domein van de zangeressen deze dagen, zag ik Greetje Kauffeld. Niet alleen ooit deelneemster aan het Eurovisie Songfestival in 1961 (“Wat een dag’) maar vooral groot jazz-zangeres, die in slowe ballads en up tempo stukken erg op haar plek is. Van ‘Over the rainbow’ deed ze een easy bossa nova versie.
Gast was Humphrey Campbell, ook al een ESF-deelnemer voor Nederland in 1999, met wie ze fijne duetten zong. Begeleid door good old Peter Niewerf op gitaar en Jan Menu op bariton. Kauffeld zong in het verleden ooit met Thad Jones. Die was er niet, dit festival – want reeds overleden- maar vormde een rode draad in veel concerten.


Voulez vous
Ook in Darling speelde Allan Toussaint. Beroemd als producer, met zijn band the Meters de maker van de New Orleans-sound. Ook de man die de muziek verrijkte als producer en componist van de fraaie elpee ‘Nightbirds’ van Labelle, met daarop o.a. de hit ‘Voulez vous choucher’.Blije man, die zelf lekker aan de slag ging en ook met special guest Nicholas Payton.
Echte jazz, dat moet er wat mij betreft veel zijn tijdens het North Sea. Je kan drie dagen moeiteloos alleen pop, hiphop en blues luisteren, maar je kan in de juiste zalen ook heel veel jazz horen. Vooral in de Hudson, grote zaal met een actuele jazz-programmering en vaak ook veel publiek. Ik denk dat de optredende Amerikanen wel blij zijn met zoveel volk over de vloer. Hoewel ik er nooit geweest ben, neem ik aan dat clubs als Birdland, de Village Vanguard en Yoshi's San Francisco veel minder mensen kunnen bergen.

Hudson
In die zaal speelde op zondagavond een groep met Mcoy Tyner, ooit de vaste pianist van John Coltrane, met Gary Bartz (die er 35 jaar geleden gek genoeg behoorlijk anders uitzag toen ik hem in de Doelen hoorde spelen) en met de gitaristen Bill Frissel en John Scofield.

Die hebben een grote aanhang onder de ESF-gangers. Ik kon maar een deel van het concert bijwonen, maar het idee om even live te luisteren naar een van de begeleiders van Coltrane in de jaren ’60, was bijzonder.
In Hudson speelde ook Hank Jones, inmiddels bijna 91. Broer van eerder genoemde Thad Jones, de trompettist en van Elvin, de drummer van Coltrane. Ik ontdekte in zijn bio dat hij de man was die Marylin Monroe begeleidde toen ze Happy Birthday mr President zong voor JF Kennedy.
Jones is een hardwerkende jazz-dino die alle stromingen en golven in de jazz uitgebreid heeft meegemaakt. Hij speelde nog met Lester Young en Charlie Parker. Hier stonden er partituren op de muziekstandaard, en werd geconcentreerd en zonder enige vorm van routine of sterallures gespeeld. Mooi.

De aanvang
Mijn eerste concert op de vrijdag in de Hudson bleek meteen raak te zijn. Nog te danken aan alweer: Thad Jones. Big bandjazz, daarin gebeurt altijd van alles, thema’s, solisten, gedoe en wedstrijdjes onder de musici. Vroeger waren het de grote big bands van Duke Ellington en Count Basie die de toon zetten. In Europa had je de Kenny Clarke/Francy Boland Big Band en we kregen in de jaren ’70 ook wel eens de band van drum-monster Buddy Rich op bezoek, en de formaties van Stan Kenton en Gil Evans. In Nederland hadden we natuurlijk -dankzij de Algemene- op radio en tv de Skymasters. Greetje Kauffeld begon haar loopbaan bij dat orkest.
De big band is het soort formatie dat lastig on the road te brengen is: altijd toch een mens of 18, de markt loopt niet over van werk voor een big band, dus de bands die er zijn moeten we koesteren. Deze big band was vroeger het legendarische Thad Jones/Mel Lewis-orkest. Die twee leiders zijn er niet meer en ook in de bezetting is het nodige gewijzigd, maar nog altijd bestaat hij. Als The Vanguard Jazz Orchestra wordt er nog iedere maandag opgetreden, in de New Yorkse Village Vanguard. Hun cd’s halen nogal eens de grammy-status. Mooie, soms behoorlijk ingewikkelde arrangementen van de oude oprichters, muziek van Bob Brookmeyer en aan het eind kondigde speaker/trombonist John Mosca met enige ironie aan dat ze ook wat voor de jongelui gingen doen. ‘This next song is only 37 years old, en the composer liked our arrangement’, en na die aankondiging klonk Stevie Wonder’s ‘Don’t you worry ‘bout a thing’. Hard werken, dat deden ze, en een beetje keten, zoals mannen van boven de 40 dat doen, als ze op tour zijn.

Toots en Burt
De Amazon-zaal, leek me nog wat groter dan vorig jaar. Het is de wat plucherig aandoende zaal van de plus-concerten. Er is wel wat af te dingen op het idee dat een festival zowel dagkaarten verkoopt als speciale kaarten voor momenten van de dag dat er grote namen optreden. De enorme luxe is wel dat je een vaste plek hebt en dus zeker binnenkomt. Bij sommige optredens deze dagen was ik gewoon te laat en dan kom je er niet meer in als de crowd-control de zaak afsluit.
Riant en rustig dus, twee keer in de Amazon. Het eerste concert was van Toots Thielemans. Nog maar een jaar geleden gezien in het Amsterdamse Concertgebouw. Hij heeft met vrijwel de hele jazz- en amusement-scene gespeeld, waaronder natuurlijk ook Thad Jones.
Deze keer was hij er met andere begeleiders dan vorig jaar, waaronder pianist Kenny Werner. De heren zijn aan elkaar gewaagd in solo’s en themaatjes. Als Werner in een paar akkoorden ineens een verwijzing speelt naar ‘Bluesette’, de grote hit van Thielemans en bepalend waardevast bestanddeel van zijn pensioen, volgt er bij Toots een bestraffende vinger en een grote grijns. Toots imponeert en ontroert, als altijd. Hij speelt a capella een gierende versie van Round Midnight en laat ‘The island’ van Ivan Linz moeiteloos overgaan in ‘Manha de carnaval’. Toots vertelt hoe hij ooit, in de New Yorkse Madison Square Garden werd voorgesteld door Quincy Jones aan Michael Jackson. ‘That’s when I touched the glove’, zegt Thielemans, om als eerbetoon Jackson’s favoriete lied ‘Smile’ in een bloedstollende mooie versie in te zetten.

Er is niemand die op de amusementsmuziek van de jaren ’60, ’70, ’80 en ’90 zoveel invloed heeft gehad als Burt Bacharach. Hij begon als orkestleider bij Marlene Dietrich eind jaren ’50, studeerde bij o.a. Darius Milhaud en is beroemd om zijn simpel lijkende maar lastig te spelen melodieën.

Ik had al sinds mei, toen het verschijnen van Bacharach op het festival werd aangekondigd, de kriebels. Het is een cliché, maar ik was erg blij met de komst van de levende legende naar Rotterdam.
Hij had een band bij zich, 3 vocalisten en als special guest natuurlijk Trijntje. Bacharach kondigde aan dat ze ‘van alles gingen spelen, maar wel allemaal van die kerel die dadelijk achter de piano zit.’ En daar gingen de medley’s, met al die hits, ‘Anyone who had a heart’, ‘What the world needs now, ‘Trains and boats and planes’, het prachige ‘One less bell to answer’, ‘Do you know the way to San José’, en zo ging het door.
Het gastoptreden van Trijntje bestond uit een paar nummers van haar recente Bacharach-cd’s. Onder het kritisch oog van de meester zong ze ‘Who’ll speak for love’, met een tekst van Tim Rice. Sodeju wat is dat een mooi nummer en wat zong Trijn dat geweldig!
In het tweede deel kwam Bacharach zelf ook aan het woord als zanger. Hoewel de vermoeidheid van een lange dag en twee optredens af en toe op zijn stem sloeg, was het wel karakteristiek om juist de componist zijn nummer ‘Raindrops keep falling’ te horen zingen.
De zaal was onbegrijpelijk lauw, maar ik vond het allemaal geweldig. Met een combinatie van ‘Alfie’ en ‘A house is not a home’ – het stond op mijn allereerst gekochte elpee-, eindigde het concert. Er kon weer een naam af van mijn lijstje musici die ik nog heel graag eens live wilde horen.

Singer/songwriter
Ergens op dat lijstje stond ook James Taylor. De singer/songwriter die zulke mooie liedjes schreef en ze met die wat nasale en niet al te grote stem zingt, komt niet vaak in Nederland. Dit festival is een rare gelegenheid, de country-folk past wel erg weinig bij de jazz en aanverwanten. Maar de Maas-zaal, die normaal Ahoy heet, zit vol. Zo vol dat er een extra laag tribunes open moet en de staanplaatsen beneden echt afgeladen zijn.
De band is klein maar sterk, met o.a. drummer Steve Gadd. Ik laat me graag meevoeren door ‘Carolina in my mind’ –van zijn allereerste plaat in 1969-, en ‘Fire and Rain’ en vergeet even de drukte van het NSJ.
Een beetje verdoofd snel ik naar de Nile, voor Erykah Badu. Haar opkomst is al vertraagd, maar als ze dan ook nog een heel lang intro gebruikt voordat ze eens wat gaat doen, is mijn geduld al op. Ik zie haar nog net opkomen in een outfitje waarin ze de kleindochter van Grace Jones lijkt te zijn, en hoor haar vaste groet naar de ‘brothers en sister out there’. Ze verdwaalt in het schemergebied tussen zelfbewust en arrogant, en ik ben al weg…

Yuri Honing, dat was ook niet echt een succes. Hij deed een groot en ingewikkeld project met Floris, die samples maakte van zijn oudere stukken. Voor zang werd een beroep gedaan op respectabele zangeressen als Janne Schra van Room Eleven, Leine en Lilian Veira van Zuco 103. Dit optreden was het eerste in volle formatie. Maar hoe hard en lekker iedereen ook klonk, de jaren ’70-popliedjes wilden maar niet tot leven komen, ze waren saai en bloedeloos en ze vielen om van de pretenties.

Afsluiter
Heel veel niet gehoord, maar erg veel moois wel. Het eindigde zondagavond in een betrekkelijk kleine zaal, ergens boven. De Beets-brothers speelden daar, drie Nederlandse jongens die allemaal even virtuoos zijn op piano, bas en tenorsax, met altist Piet Noordijk, al vele decennia een vaste waarde in de jazz in Nederland en daarbuiten. Hard bop heet dat, stevige thema’s en vette solo’s. De heren hadden schik en deden erg hun best om een vitale set neer te zetten. Het was warm daarboven, en terwijl Q-tip de bomvolle Maaszaal liet stampen, hoorden we lekkere no-nonsense jazz. En swingend en soms lyrisch, als altijd, blies Piet Noordijk als de spreekwoordelijke olifant het verhaal van North Sea Jazz 2009 uit…

Foto’s: ©ois

dinsdag 16 juni 2009

Festival Classique


Het kon niet op, deze juni-zondag in Den Haag. Een uitnodiging van de Avro, consumptiebonnen zelfs en een vol programma met klassieke muziek. Het Festival Classique raasde met beschaafd volume een weekend lang door de doorgaans brave Hofstad. Het net opgeleverde Lange Voorhout, inclusief schelpenpad, podia op en rond de Hofvijver, een festivaldorp op het Plein en vooral veel concerten op allerlei plekken in de stad. Heel veel daarvan, zoals een fraaie Dido en het Oranje-concert, heb ik allemaal niet kunnen zien. Maar deze zondag was er genoeg te beleven.
In een tent naast de Avro-bar begon de dag met optredens van jonge talenten, kids van rond de 14 jaar die viool, cello of piano speelden. Buiten stonden in de muziektent de deelnemers aan de Suzukicursus, een Japanse methode om kinderen vroeg te leren spelen. Piepkleine kindertjes op dito viooltjes waar ze soms ook wel een beetje muziek uit kregen. Net als kort geleden bij Scapino klonk ook hier Mozart's 'Ah! Vous dirai-je, Maman', zeg maar de oerversie van 'Altijd is Kortjakje ziek'.
In de Koninklijke Schouwburg, het bastion van fraaie maar ook altijd nette podiumkunst, speelde 's middags de artist-in-residence van het festival, violist Daniel Hope. Hij werd begeleid door Sebastian Knauer op piano. Hope heeft de laatste jaren dat het Beaux Arts Trio bestond gespeeld naast o.a. primarius Menahem Pressler. Gevraagd worden voor zo'n beroemd ensemble is een levenslang brevet van vol-vermogen.
De heren speelden De Falla, Grieg en Gershwin in een afwisselend en intens programma. Tussendoor waren er anekdotes, waaronder die waarin werd uitgelegd waarom een van de schouwburg-loges rood was uitgelicht: Paganini werd ervan verdacht dat zijn virtuose vioolspel het resultaat was van een pact met de duivel, en omdat te illustreren liet hij in elke concertzaal een loge vrijhouden, voor het geval dat. Hope speelde de slotstukken van het optreden, songs van Gershwin losjes en jazzy, als een ode aan de grote jazzviolist Stephane Grapelli. Die volgens het verhaal zo goed was omdat hij voor en tijdens concerten aanzienlijke hoeveelheden whiskey achterover sloeg.
Tout Den Haag, met een accent op Wassenaar en het Bezuidenhout, was in de binnenstad. En dat zal met zo'n sjiek en rijk georganiseerd Festival Classique volgend jaar ongetwijfeld weer zo zijn. De Avro komt vast weer, komend jaar juni. En ik ga ook.

vrijdag 5 juni 2009

Twools nummer elf


Scapino, het Rotterdamse dansgezelschap, heeft de mooie traditie om het seizoen af te sluiten met "Twools". Ruim 70 minuten een aaneengesloten stroom aan choreografieen van de grote makers van Scapino zoals Ed Wubbe en Georg Reischl, maar ook van nieuwe talenten en de eigen dansers. Elk stuk mag maximaal 10 minuten duren en een beeld geven van de stand van zaken in de dans. De elfde "Twools" was de eerste versie zonder sterdanser Jan Kooijman (als god bestaat ziet ie er zo uit). Kooijman maakte onlangs de overstap van de moderne dans naar de wereld van de soap en de glamour.
Het was maar goed dat twee van de 10 stukken die werden gedanst niét een absolute topkwaliteit hadden. Anders wordt zo'n recensie wel erg saai.
Kleines Allegro van Georg Reischl, op muziek van Dvorak. Knipogen naar klassiek ballet en heel technisch perfect gedanst. Almost a new day ('Sometimes we don't need tot think in order to live') was adembenemend. In het donker, een spot, staat danser Loic Perela. Er zakt een microfoon uit de nok, hij zegt geheimzinnige teksten. Het thema is ouders met kind. Samen met de andere twee dansers vormt Perela een trio. Geen moment is er meer dan een halve meter afstand tussen de dansers onderling. Beklemmend.
We hebben bij Scapino al heel wat vondsten en gimmicks gezien door de jaren. Kathleen, tegen een muur, of het stuk waarbij de dansers op kunstgras dansten/speelden. Dit jaar was Zilverwerk een spectaculair hoogtepunt. Muziek van Mozart die wij kennen als 'Altijd is Kortjakje ziek' met eerste 3 kleine, dan een aantal grotere en vervolgens de oudste dansers van Scapino in brave jongenspakjes met strikje. Een paar generaties dansers, de jongsten een jaar of 12, van de Codarts vooropleiding, wat oudere studenten van het eerste jaar van Codarts en de oudere dansers van Scapino. Wervelend, geestig en goed gedanst.
En zo vloog de tijd om, de snelkookpan van de dans duurde te kort en zou wat mij betreft door iedereen die plezier heeft in theater gezien moeten worden. Best jammer dat Scapino deze "Twools" alleen een paar dagen in Rotterdam speelt.

zaterdag 16 mei 2009

Toch ook best cultuur: het Eurovisiesongfestival


De content van deze pagina's is de laatste tijd wel erg zwaar, met opera en oorlog en Bach. Voor het nodige tegenwicht daarom een onderwerpje over het muziekfestival dat veel mensen driekeerniks vinden maar waar toch veel over gesproken wordt.
In februari was ik voor een dag een heel klein radertje in de licht-hysterische machinerie die 'Eurovision in concert' in Amsterdam produceerde. Ruim 20 deelnemers aan het ESF kwamen een voorproefje geven van hun bijdrage op een concert in Marcanti. Van die avond heb ik niet zo veel mee gekregen omdat mijn taken vooral in het hotel waren, waar de deelnemers werden ondergebracht. Toen ik laat op de avond uiteindelijk Marcanti binnenkwam en naar een rustige backstage-plek zocht, was er net in de zaal totale gekte, die veroorzaakt bleek door het optreden van de 'anti-crisis girl' Svetlana Svoboda.De Oekraïnse had me die dag nogal wat werk bezorgd door niet heel alert te reageren op signalen dat er gerepeteerd moest worden en dat ze in een taxi moest. De opwinding in de zaal gold niet zozeer haar zangkwaliteiten als wel het ballet dat haar vergezelde. De stuurse hangjongeren die lang in de lobby van het hotel hadden gezeten die middag, bleken schaars gekleed met veel spierballen een pittig choreografietje te doen dat het herenpubliek in lichte extase bracht. De Oekraïnse inzending staat hoog in de polls voor vanavond.
Allerlei mensen die vanavond op het podium in Moskou staan heb ik 'in burger' voorbij zien komen. Sasha Son uit Litouwen, die met 'Love' vandaag opent. Klein kereltje met een hoedje die een mooi liedje zingt.
foto: songfestival.web-log.nl
Twee stuurse Armeense dames, voor het eerst buiten hun land op reis, die 'Jan Jan' gaan zingen vanavond.
Nelly Ciobanu, uit Moldavië. Een beetje moe en gespannen, die wat haast had met haar bagage en daarmee de baliemensen van het hotel tot waanzin bracht.

Van de 'grote' landen waren in Amsterdam ook de Britten aanwezig, Jade, met haar entourage, een ster-in-wording. Eigen geluidsman en natuurlijk eigen make up-artist. De Duitsers waren iets meer benaderbaar, pianist Alex was vriendelijk en dat gold ook voor de fraai gebeeldhouwde Oscar, die respectievelijk swingen en zingen voor Duitsland vanavond.
De Franse kandidate, Patricia Kaas, was er niet bij. Die was al eens in Amsterdam, lang geleden in de Rai, waar ze optrad met het repertoire van haar eerste cd's die ik veel draaide en die nog steeds heel goed kunnen. Op haar laatste cd, Kabaret, staat het nummer waarmee ze voor Frankrijk uitkomt in Moskou. Kabaret is een mooie plaat, die begint met 'Mon opium, les heroines', waarin ze fluisterend een ode brengt aan Coco Chanel, Anais Nin, Garbo, Suzy Solidor en Martha Graham. De 'oude' Patricia Kaas was een beetje pittiger, stevige songs als 'Mon mec a moi', terwijl de Kaas van nu iets teveel zwoelerigheid en perfectie heeft naar mijn smaak.
Maar: het lied waarmee ze vanavond meedoet is mooi, waarbij de ene helft van de mensen zegt dat ze dus niet gaat winnen en de andere helft dat dus juist wel ziet gebeuren met 'Et s'il fallait le faire'
Rond middernacht kunnen we de stand opmaken van het oordeel van 'Europa' over dit klassieke chanson.

maandag 4 mei 2009

De mei-dagen van 1940

het is een klassieker van Lou de Jong, die verwijzing naar de mei-dagen van 1940. Niemand kon dat zo mooi zeggen als de legendarische duider van de oorlog in Nederland en Indie. In die meidagen werd het centrum van Rotterdam verwoest door de Duitse bommen, ook het huis van mijn vader en het bedrijf van zijn ouders op de Delftsevaart. Daarom staan er vanavond weer mensen op de Coolsingel, net als ik, maar een paar honderd meter van de plek waar dat huis stond. En dat is goed en mooi en nodig.
Ieder jaar weer.

zaterdag 2 mei 2009

Opera: de Waterman in Dordrecht


Er bestaan schilderijen, er zijn boeken en films en er is vast nog wel andere kunst gemaakt over de grote rivieren die in Nederland zo'n grote invloed hebben op wonen, landschap en natuur. Maar er was nog geen opera. Dat was een van de overwegingen voor theatermaakster en regisseur Cilia Hogerzeil om die eerste opera te laten maken. Het boek "De waterman" van Arthur van Schendel stond al lang in haar boekenkast. "Ik ben weliswaar van het zand, maar woon al tientallen jaren in Dordrecht, waar 3 grote rivieren samenkomen. Het boek van van Schendel, over de fatale aantrekkingskracht van het water, trof me, en ik wilde dat daar een opera over zou worden gemaakt".
De inleiding op de opera gaf veel van dit soort informatie, die helpt om het verhaal en de productie beter te plaatsen. Cilia Hogerzeil beschreef het proces, de keuzes, de lastigheden, het overleg met componist Hans Koolmees. Ze was het vast niet eens met de keuze om bepaalde rollen niet door één maar door twee of vier acteurs tegelijk te laten spelen. Dat klonk subtiel door in haar verhaal. Maar het stond in de partituur en in het libretto, van Erik-Ward Geerlings, en het werd zo gespeeld.
Schrijver Erik-Ward Geerlings bedacht een manier om de taal van van Schendel tot zingbare zinnen om te zetten. Hij verzon een 19e eeuws kunstdialect. Dat leverde zinnen op als:
"geschreve staattut
ennut wor gezeg
dattalle denke - alle dade
alle zonde groter maak en meer
datissut ongeluk van alle mens
waris wattik zeg"
Die bedachte taal leende zich ook wat beter voor het zingen op klassieke muziek, dat was een bijkomend voordeel.
Het water was een van de thema's, maar het ging ook over de liefde en het geloof, stijl-gereformeerd of wat losser katholiek. En over de gruwel van een gemengd huwelijk, in de 19e eeuw. Stukken bijbeltekst en fragmenten uit die Loreley van Heinrich Heine vulden de operatekst aan. Het ketelhuis van het Energiehuis was de locatie waar met veel inventiviteit de opera werd geproduceerd. Stromend water, spannend licht en een ruimte die werkte als versterking van het verhaal en de sfeer van de opera. Prominent in het decor was de dijk, waar het water op allerlei manieren doorheen kwam.
Een keer of acht wordt deze productie gespeeld in Dordrecht, het is jammer dat niet meer mensen op grotere schaal kunnen genieten van de muziek, de indrukwekkende enscenering en de interessante abstracties die vanuit het boek van Arthur van Schendel tot een volwaardige, kleinschalige productie werden gecreeerd.

zondag 26 april 2009

Denn wovon lebt der Mensch?

Een stem legt uit: 'Sie werden jetzt eine Oper hören. Weil diese Oper so prunkvoll gedacht war, wie nur Bettler sie erträumen, und weil sie so billig sein sollte, dass Bettler sie bezahlen können, heißt sie "Die Dreigroschenoper'.
Dan begint 'die Moritat von Mackie Messer'.

Und der Haifisch, der hat Zähne
Und die trägt er im Gesicht
Und Macheath, der hat ein Messer
Doch das Messer sieht man nicht.

Hoewel Die Dreigroschenoper overbekend is als een van de belangrijkste werken van Bertold Brecht, had ik nog nooit een complete versie gezien. Sommige liederen zijn klassiek geworden, zoals het beginstuk Mackie Messer, waarvan zelfs een versie van een nog jonge Sting bestaat, gezongen in het Duits.
De versie die we eind april in het Amsterdamse Muziektheater zagen, was die door het Berliner Ensemble, opgericht in 1953 door Helene Wiegel en Bertolt Brecht. Vier unieke voorstelllingen in Nederland, allemaal vol uitverkocht. Het Berliner Ensemble is het huisgezelschap van het Theater am Schifbauer Damm waar in 1928 de premiere was van Die Driegroschenoper. In 2007 vroeg men theatermaker Robert Wilson - onsterfelijk geworden dankzij 'Einstein on the Beach'- het stuk te ensceneren. Hij maakte er een strakke voorstelling van, dichtbij de sfeer die Brecht waarschijnlijk voor ogen stond. In de messcherpe regie van Wilson schuurt de muziek van Weill, is het licht hard en hebben de acteurs witte gezichten en een mime-achtige motoriek. De sfeer is Berlijn 20-er jaren, je ziet er soms Cabaret doorheen, maar ook subtiele verwijzingen naar de androgyne 'Herren als Damen' van de Berlijnse theaterwereld in de jaren '20. Mackie Messer, gespeeld door Stefan Kurt, is in deze voorstelling een man die door een man gespeeld wordt waarbij het thema travestie nooit helemaal afwezig is.

Het decor is vrij kaal maar doeltreffend, neonlicht uit de decor-elementen, en veel handelingen worden begeleid door geluidsclips. Het gordijn van de winkel van Jeremiah Peachum is er niet, maar je hoort hoe het klinkt als de acteurs het opzij schuiven.
Je ziet het aan de repetitie-foto's in het programmaboek, het stuk is geregisseerd maar óók gechoreografeerd. Af en toe moest ik aan Bob Fosse denken.
Ik vond deze Driegroschenoper vooral een theaterstuk in deze versie. Het is nergens vet, er wordt weinig behaagd en Wilson lijkt trouw aan de bedoelingen van Brecht. Het is zeker ook geen politiek pamflet, zoals Brecht het misschien wel bedoeld heeft. De uit Texas afkomstige Wilson heeft vast minder affiniteit met die Europese geschiedenis. Het is een open deur, maar er zit een zekere actualiteit in deze kritiek op het kapitalisme. En dan gebeurt het zomaar dat een deel van het deftige publiek van het Muziektheater even instemmend klapt als er hard commentaar op de banken wordt gegeven. Of huidig vakbondshoofd Jongerius daaraan meedeed, kon ik niet zien. De kans dat de ook aanwezige voormalige vakbonsleider en huidig ING-commissaris Kok meeklapte lijkt me klein.
Het was een gedenkwaardige voorstelling die al 2 jaar gaat met groot succes. In het Duits, dat scheelt toch, want de muziek van Kurt Weill en de teksten van Brecht vragen om die toon en articulatie die je alleen in het Duits kunt doen. Veel Dreckbude, veel um Gottes willen, veel Maul en natuurlijk het antwoord op de vraag waar het om draait in het leven: Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral.